dinsdag 19 januari 2010

Naar het Onbekende (4)

-Wil je geen tong met botersaus?

Mijn echtgenote stond naast me, een beetje bedremmeld en verbaasd, met een prachtige gebakken tong in botersaus op een bord.

-Je weet toch dat ik geen vis meer eet.

-Zeker zeker, maar ik dacht als ik een lekker tong ga bakken, zoals je ze normaal graag lust, dan komt je zin in vis wel weer terug.

-Bedankt schat, maar ik wil even een periode heelmaal geef vis eten, dus ook niet in een ander vorm of soort.

-Zoals je wil.

Weken gingen voorbij. Mijn levenswijze is geheel verandert. Ik ga veel naar Mar en lees veel boeken. Dikwijs volstaan enkele minuten om mijn vragen te beantwoorden. Ik geniet om de boeken van Mar door te lopen en vooral om tal van aantekeningen over te nemen over de god Anubis.

-Zeg Mar, waar vind ik de beste beschrijving en afbeeldingen van Anubis?

-Kijk in de < Dictionaire de Mythologie > van Lanzone en het < Catalogue divinités du Musée du Caire > Daarin vindt je alles wat je over Anubis wilt weten.

-Mar, rare vraag maar hoe denk jij dat ik hem ga zien?

-Wie hem?

-De God. Zal hij in de vorm van een dier verschijnen, of wel met het menselijke lichaam en de jakhalskop?

-Wat kan ik op zoiets antwoorden. Stel je alle vormen voor, dan zul je vast en zeker minder teleurgesteld zijn. Tijdens het Romeinse tijdperk zag hij er niet tegen op om als legioensoldaat te verschijnen. Het is dus best mogelijk dat je hem ziet met schild en speer.

In onze slaapkamer en werkkamer heb ik afbeeldingen van de God geplaatst. Ik bezie ze met ontroering en devotie. Enkele eerbiedswaardige aanbiddingformules ken ik van buiten en zeg ik dagelijks op < Anubis, Hoofd der Westerlingen, Meester van de Slangenberg, gij die in de oasis verblijft>

Uit Assiout Egypte liet ik de klei komen en zand uit de Lybische woestijn. Anubis is het hoofd der Westerlingen. Het zand uit de Arabische woestijn zou hem minder aangenaam kunnen zijn. Ik slaagde erin olie te krijgen gemaakt uit de vruchten van olijfbomen van de oasis Farafreh.

De wierook ingrediënten haalde ik bij een winkel gespecialiseerd in reukstoffen en kaarsen.

Toen ik de ingrediënten bestelde haalde de verkoper een catalogus te voorschijn en prees ook de kant en klare befaamde Indische wierookstokjes aan, maar wilde ik niet. Het was mij immers onmogelijke te zeggen welk gebruik ik van de wierook wilde maken; zodat ik ten slotte tamelijk kortaf verklaarde, dat ik die reukstoffen wilde en geen andere.

Toen ik de wierook klaar had heb ik ze uitgeprobeerd.

Ik gooide een paar korreltjes op een branden kooltje. Rook steeg op in zware krullen en daalde daarna neer. Ik snoof de lekkere geur op, als voorpret over wat er nog komen gaat. Mijn hoofd werd echter zwaar en ik heb de venster geopend om frisse lucht binnen te laten en deze met volle teugen in te ademen. Er is natuurlijk oefening nodig.

Mijn vrouw vertelde mij later op de dag, dat er zo’n eigenaardige geur in mijn kamer hing; de gordijnen waren er letterlijk van doordrongen, beweerde zij, en het openzetten van het raam had de lucht niet in zijn geheel verdrongen.

O, ik weet het, zei ik achteloos, waarschijnlijk die fles aftershave, die ik vanochtend gebruikt heb…de geur was inderdaad doordringend.

Als mijn beste vrienden mij ontmoeten, maken ze soms opmerking over wat ze noemen, dat ik verandert ben.

Zij weten natuurlijk niets en Mar en ik hebben een plechtige belofte afgelegd;
-Wij zullen niets laten uitlekken van wat ik doen wil
-Ik zal aan niemand vertellen dat Mar hier bij betrokken is.
Ik vroeg nog aan Mar of zij achterna geen spijt heeft, dat ze aan dit project is begonnen. Mar antwoordde;

-Nee, ik beken dat het een gek project is, maar jij gaat er zeer serieus mee aan de slag. Jij stap als een priester zo waardig in dit project.

Waar toe zou het anders dienen, de studie van al die boeken en het bestuderen van afbeeldingen. De verdieping in deze materie heeft mijn gehele houding verandert. Hij die de God Anubis wil aanschouwen dient “zuiver" te zijn.

Ik had nog een lastige vraag aan Mar; Mijn vrouw moest het toch wel weten.

-Mar, luister eens ik heb nog een heel bijzondere vraag aan je. Zou je me willen helpen?

Mijn vrouw is ongerust en ik moet haar nu toch wel eens gaan vertellen wat ik van plan ben. Zij gaat mijn doen en laten na en ik weet dat ze er met een vriendin over heeft gesproken. Zij beelden zich in dat ik ziek ben; Ik heb immers wat eten en drinken betreft mijn hele levenswijze moeten veranderen. Ik ben veel minder gaan eten. Om maar niet te spreken over het brood, die ik speciaal laat bakken, volgens de voorschriften die Mar me gegeven heeft uit de studie van professor Borchart.

-Je begrijpt Mar, we moeten haar gerust stellen en haar vertellen dat ik met dit experiment bezig ben, misschien kan jij haar gerust stellen dat ik hierbij geen gevaar loop.

-Daarvan ben ik niet zeker

-Mar, dat doe me een plezier, Jij gelooft dus dat Anubis zal komen?

-Wel neen, helemaal niet, maar ik wil je wel waarschuwen voor de ontreddering die uit deze gril, van jou, kan voortkomen.

- Ach zo, maar dit moet je niet beletten mijn vrouw gerust te stellen en je moet haar zeggen dat ze mij niet moet hinderen. De lieve schat, er zijn dagen dat ze mij bekijkt met de ogen van een trouwe hond, ze ziet er waarlijk ongelukkig uit, jouw tussenkomst zal haar geruststellen.
Mar, Ik zal je mijn voorbereidselen laten zien, ik ben nog niet klaar, maar je moet zo maar eens de kamer komen bekijken, en bekijken of het in orde is.

-Ben je al klaar dan?

-Bijna, maar het heeft je goedkeuring nodig

De volgende dag liet ik Mar de aanroepingskamer zien. Wij hebben een groot huis en een kamer was in gebruik als opslagkamer voor spullen die we tijdelijk niet gebruikten. Deze kamer diende uitstekend het doel en alle spullen, uit de kamer, werden verdeeld over de rest van het huis.
De deur van de kamer is op het zuiden, dat kwam goed uit. Verder hoefde er niet veel te gebeuren, behalve het verduisteren van de vensters.
Daar het ritueel spreek van een zorgvuldige reine vloer heb ik de oude vloer delen verwijdert en nieuwe natuursteen plavuizen gelegd. De muren zijn afgekrabd in opnieuw gestuukt en geplaastert in de kleur van leem. Er blijft slecht over dat ik alles nog moet afwassen met natron water, als het ogenblik gaat aanbreken.

-Mar kwam binnen

-Men zou zich waarlijk indenken te Cheikh abd-el-Cournab te zijn, in een van de onafgewerkte graven.

-Mar, denk je niet dat het goed zou zijn als ik wat figuren op de muur ga schilderen? Enkel symbolen die de God goed zouden stemmen.

-spreek je de taal?

-Nee….

-Dan is het beter om dit niet te doen

-Waar zijn de andere voorwerpen?
Ik toog met Mar naar mijn werkkamer en liet haar de klei voor de bakstenen, de vorm, een hoeveelheid fijnzand en de houtskool voor het vuur zien.

-Kijk ook even naar de lamp
Ik liet Mar de lamp van ver zien, met streng verbod iets aan te raken, mijn witte lamp, waarop reeds de figuren en voorgeschreven legenden geschilderd zijn. Ik aarzel even.

-Denk jij Mar, dat het zo gaan zal? Ik schreef de spreuken in het Frans, omdat ik jou franse boek als voorbeeld gebruikt heb. Zou je denken dat de God de Franse taal verstaat?
Mijn vriendin Mar is bij gelegenheid een droogscheerder.

-Geen twijfel mogelijk, Sedert Champollion hebben al de onsterfelijken van Egypte Frans geleerd. Het was het minste wat ze voor Champollion konden doen!

-Grapjes, nu even serieus, gaat dit werken?

-Wel ja, Ik aarzel…als de god Anubis je oproep beantwoordt, verstaat hij Frans; maar als hij Egyptisch spreekt ben jij even ver. Doe maar alsof de goden al de talen verstonden en dus ook het Frans. Mocht het op een fiasco uitlopen, dan kan je er uit opmaken dat de Goden niet op de Hoge School voor Talen hebben gezeten.

Behoedzaam haal ik uit een kast mijn groot gewaad, van fijn linnen, geweven te Assiout.

-Jij bent waarlijk een wonderbaar mens. Met de zelfde toewijding had je ook net als ik Egyptoloog kunnen worden.

-Ik ben al maanden bezig en heb in jouw boeken gelezen wat het ideaal der wijzen is. Sedert die tijd leg ik mij ijverig op deze gewijde arbeid toe. Jij zult net als ik moeten toegeven. Dat op het moment dat de goden aan de mensen hun geheimen onthullen om hen op te roepen en te ondervragen, het niet is omdat men ze zou vergeten en behandelen of ze nooit bestaan hadden.
Ik heb nog iets wat ik je moet laten zien, een van de dingen waar ik het moeilijkste aan kom komen. “Kun je het raden?” Vroeg ik Mar en ik liet haar de glazen pot met schroefdeksel zien, gevuld met kleine onregelmatige korrels.

-Zal ik een korreltje voor je op het vuur werpen.

-Wat is dat?

-Het middel om de God tot afscheid te dwingen na het onderhoud.

“Uitwerpselen van bavianen”? schatert mijn vriendin Mar, waar heb je dit zeldzame product verkregen?

-In de Zoo, natuurlijk
Ik was in de dierentuin en ik ging een ging een gesprek aan met de verzorger en ik heb hem gevraagd of hij wat apendrek aan mij wilde afstaan, de reden die ik opgaf was dat ik tropische platen heb, die alleen gedijen op het product van deze apen. Niets is gemakkelijker, zei de vriendelijke verzorger en bij mijn volgende bezoek, overhandigen hij mij een boterhammenzak gevuld met de kostbare stof.

-Heb je al beproefd?

-Natuurlijk, sindsdien heb ik zelfs een hoge dunk van de fijngevoeligheid van Anubis reukorgaan. Men zou voor minder op de vlucht slaan.

-Nog weken werden besteed aan de volmaking van mijn spullen en aan mijn persoonlijke voorbereiding.

Zuiver zijn, Zuiver zijn! Wat een ingewikkelde en moeilijke bereikbaar ideaal. En wat een gedoe om een olie lamp te laten branden, met een vlam die niet te groot, en niet te klein is en niet te veel flakkert.

Uren heb ik doorgebracht met het opzeggen van de aanroepingsformule. Ten einde niet te aarzelen aan het vreselijke < AKhakharkhangrabounzanouni> of < Eskhs, Poe, Efkhoten> beproef het zelf maar een; de eerste maal lijkt het simpel, maar met moet het zevenmaal na elkander uitroepen en dan wordt het heel wat moeilijker dan < Konstantinopolitaanschepaternosterbollekesfabriek>

Op zekere dag stond ik op met het gevoel dat alles gereed was, door en door af was, en dat niets de meer het lang verwachte ogenblik zou kunnen doen uitstellen.

Het laatste offer moest ik alleen nog brengen.
Sedert lange tijd gebruikte ik een uitstekende ontharingscrème, die mij het laatste haartje van lichaam, benen, armen en handen had weggenomen en Iedere ochtend schoor ik mijn gezicht glad met het scheermes.; slechts mijn kruin behoefde nog glad geschoren. Ik had hier mee tot het laatst gewacht, omdat ik uit menselijk opzicht enigszins aarzelde.

Bij de kapper ontspan zich een grappig gesprek;
-Hoe wilt u het? Met de schaar of met de tondeuse?
-op zijn barbiers, met het scheermes!

Ik zie in de spiegel het verbijsterde gezicht van de kapper.
- Je moet maar denken dat ik voor kale kikker aan het studeren ben.
-Meneer, men keert terug tot de oude gebruiken, vroeger deed men het ook.

-Juist daarom wil ik het.

Mij haar viel als een stille offer voor mijn dierbare Anubis. Ik heb hem inderdaad hartstochtelijk leren liefhebben en nu zie ik, met ongeduld, er naar uit hem te zien.

Toen ik de haarkapsalon verliet, heb ik mijn hoed diep op mijn hoofd gedrukt, hopende geen enkele kennis te ontmoeten, wiens groet ik beantwoorden moet. Ik ben haastig naar mijn vriendin, Mar de Egyptoloog gegaan. Zonder mijn hoed af te nemen liep ik haar huis binnen. Eer zij mijn jas aan kon nemen wierp ik mijn hoofddeksel in een stoel, mijn armen aanbiddend opgeheven en op plechtige, slepende toon zeg ik;
-"..., Zijt gij de enige wiek uit het linnen van Thoth? …."

Mar kijkt ernstig naar mijn; heeft zij begrepen dat het grote uur nader?

-”morgen”, fluister ik.
-Is alles gereed?
-Alles
-Heb je goed nagedacht?
-Volstrekt! Waarlijk je ziet er zelfs ontroerd uit.

-Natuurlijk. Ik zou beter lachen, maar ik had krachtdadiger moeten zijn, je tegen moeten houden van deze dwaasheid. Ik had bij jou niet eens de zinsbegoocheling moeten verstreken, door je vragen te beantwoorden…en je de indruk moeten geven je halsbrekerij ernstig op te nemen.
Zo dus ga je morgen de beschermer van de doden uit de eeuwigheid oproepen? jij zult hem zien, hem spreken, hem horen.

-Ik heb het verdient en ik reken er op.
Mar, jij krijgt als eerste de nieuwsberichten. Tot ziens.

-Wacht even?
Mar opende een lade van haar schrijftafel.
Zij hield een voorwerp in de hand.

-Luister, vriend, voor je morgen begint, hang je dit om je hals.
Mar reikte mij een groen sieraad aan.
-Wat is het?
-Het is de lendengesp van Isis, beschreven in het < Doden boek> ; hij die het draagt is buiten gevaar.

Mar was zichtbaar ontroerd.
Een oneindig gevoel van blijdschap vervulde mij.

-Laat mij je omhelzen, oude vriendin, je doet mij een genoegen die ik nooit vergoeden kan.
-Hoe zoo?
-Maar jij gelooft de papyrus…. Ik zal Anubis zien!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Vergelijkbare Blogs

Related Posts with Thumbnails