zaterdag 1 mei 2010

Triumph of the Moon van Hutton

Wicca is een vorm van neopaganisme. Moderne hekserij wordt vaak als synoniem gebruikt voor Wicca, ook door Ronald Hutton in zijn boek Triumph of the Moon van Hutton (zie ondertitel), maar dit klopt niet helemaal. Wicca is één vorm van moderne hekserij, tegenwoordig bestaan er ook veel andere vormen..

Het bestaan van Wicca als religie werd bekend door het verschijnen van Witchcraft Today in 1954. Dit was het werk van Gerald Brousseau Gardner (1884-1964). In het boek presenteert hij zichzelf als een antropoloog die groepen van heksen, ‘covens’ genaamd, heeft ontdekt, en toestemming heeft van die heksen om een deel van hun geheimen te onthullen. In dit werk spelt hij Wicca nog met één c. In H10, ‘What are witches?’, zegt hij ‘Witches were the Wica or wise people, with herbal knowledge and a working occult teaching usually used for good’. Volgens Gardner zijn er heksen geweest in alle tijden en alle landen, en stammen sommige heksen rechtstreeks af van heksen uit het Stenen Tijdperk.

Iedereen is het er over eens dat Gardner Wicca gepopulariseerd heeft, maar de meningen verschillen over of hij Wicca heeft ontdekt, gereconstrueerd of gecreëerd. Waarschijnlijk was het een combinatie van dit alles (zie bronnen Witchcraft Today). Er bestonden al lange tradities van ideeën die uiteindelijk hun weg vonden naar Wicca, en dat is de reden dat Gardner en zijn werk in het boek van Hutton ook pas halverwege aan bod komen.

Hutton begint met de geschiedenis van de centrale concepten binnen Wicca, als eersten die van de godin en de god. Het concept van de godin zoals we dat nu kennen stamt volgens Hutton uit de Metamorphosen van Apuleius, uit de laatste helft van de tweede eeuw na Christus. In dat werk wordt de godin voorgesteld als de belichaming van alle (of de belangrijkste) andere godinnen. Ze wordt geïdentificeerd met de maan en met het geheel van de natuur. Hutton stelt vast dat dit beeld overheerst aan het begin van de 19e eeuw, en dat komt volgens hem mede door de Romantiek. (Hij stelt voor dat iemand een studie doet naar de invloed van de Romantiek op het vrouwelijke concept van het goddelijke.)

Via Engelse dichters kwam dit concept bij Duitse classicisten, en in de tweede helft van de 19e ontstaat daar de idee dat achter alle godinnen van het antieke Griekenland één godin stond. Deze godin zou het symbool geweest zijn voor Moeder Aarde. Aan het begin van de 20e eeuw werd in Engeland geopperd dat men in prehistorisch Europa de Grote Moeder Aarde vereerde, in verschillende aspecten. [Sir Edmund Chambers: 2; creatrix – destroyer, Jan Ellen Harrison: 3; Maiden – Mother – unnamed]. Uiteindelijk werd, tussen 1840 en 1940, het beeld van neolithische spiritualiteit gevormd als christendom, maar christendom dat tegenovergestelde kwaliteiten benadrukte (vrouwelijk – mannelijk, aarde – lucht, natuur – beschaving).

Tijdens de Romantiek werd ook de god Pan gepopulariseerd, door dezelfde dichters die over de godin schreven. Hij werd gezien als god van het idyllische platteland, maar volgens Hutton nooit helemaal getemd. Zijn beestachtige kant bleef aantrekkelijk.

Hutton vervolgt zijn geschiedenis met een kort overzicht van geheime genootschappen in Engeland in de 18e en 19e eeuw, specifiek de Vrijmetselarij en aanverwante organisaties. Wicca is volgens hem de nieuwste vorm van een traditie die begon met het ‘Mason’s Word’ in het 17e eeuwse Schotland.

Daarnaast bestond er in Europa een magische traditie, die door Hutton in vijf stadia wordt ingedeeld.

Ancient (basisideeën: cirkel, punten kompas, elementen, elementals, engelen & demonen, rituele gereedschappen, spreuken, etc.)
Medieval (Renaissance, 12e e., nieuwe nadruk op complexe rituelen, grimoires)
Early Modern (nadruk op magus als individu, spiritueel volwassen + zeer geleerd)
Enlightenment (magi en grimoires worden verdrukt door geheime genootschappen)
Modern

In de moderne tijd herleefde de rituele magie. Tussen 1750 en 1850 hield bijna niemand in Engeland zich bezig met ceremoniële magie. Maar in 1855 werd in Frankrijk Doctrine et Rituel de la Haute Magie van Eliphas Levi gepubliceerd. Levi stelde dat de mensheid ooit bijna goddelijke krachten had gehad, maar deze over de eeuwen heeft laten atrofiëren. Volgens hem konden deze krachten worden herwonnen door studie en oefening. Hij was van mening dat ware kennis over de aard van het universum was overgeleverd door geheime genootschappen sinds het oude Egypte. Hij verbond de religie van het oude Egypte met de Tempeliers en de Heilige Graal, en mengde kabbala en tarot. Levi noemde zijn ideeën ‘occultisme’ en bood hiermee een middenweg tussen defensief orthodox christendom en de opkomende wetenschap.

De herleving van rituele magie in Engeland kwam met de oprichting van de Societas Rosicruciana in Anglia, rond 1867. Deze organisatie claimde de middeleeuwse Duitse Gold und Rosenkreuzer als ‘ouderorde’. Alle leden waren hoge vrijmetselaars. Drie leden van deze organisatie richtten begin jaren ’90 van de 19e eeuw, samen met een vierde persoon die niet lid was, een nieuwe organisatie op, de Hermetic Order of the Golden Dawn. Intussen was ook de Theosophical Society opgericht (1875), en er was wederzijdse beïnvloeding.

Naast de ‘hoog’ magische traditie was er ook een ‘laag’ magische traditie in Engeland, die van de ‘cunning folk’. Naar mijn idee is ‘cunning craft’ synoniem met ‘sorcery’. Van deze cunning folk werd een zekere geleerdheid verwacht, en dat ze een boek hadden waar die kennis uit kwam. Naast cunning folk waren er ook charmers. Volgens Hutton identificeren moderne heksen zich ten onrechte met deze tradities; de cunning folk en charmers werden gezien als personen die in meer of mindere mate heksen bestreden.

Onder invloed van het Duitse Romanticisme werd in de laatste helft van de 19e eeuw het concept geopperd van volksgebruiken als overblijfselen uit het verleden. (Tylor, Frazer). Onder invloed van de toenemende industrialisatie werd het platteland steeds meer geïdealiseerd. Classicisten en folkloristen waren op zoek naar een cultuur die het tegengestelde en tegelijk onderdeel was van de eigen cultuur. De voorchristelijke religie werd vergelijken met de dierlijke natuur van mensen. Het was de basis voor wat er later kwam, zat in het moderne leven opgesloten, en kon er ook weer uit komen. Door de import van Duitse volksverhalen veranderde in Engeland het beeld van heksen. Het resultaat was de idee dat de heksen van de heksenvervolgingen vertegenwoordigers waren van de oude voorchristelijke religie.

De heersende interesse in folklore uitte zich breder in een interesse voor de ideeën en gebruiken van stammensamenlevingen. Er ontstonden organisaties als de scouts die deze samenlevingen probeerden in ere te herstellen. De vergelijking van de voorchristelijke religie met een dierlijke natuur leidde ook tot de idee dat men eerst een goede heiden moest zijn voordat men een goede christen zou kunnen zijn.

Aan het begin van de 20e eeuw komen we nu bij de ‘God & Goddess Parents’, zoals Hutton ze noemt. Vier personen die van invloed zijn geweest op het latere Wicca: Aleister Crowley (1875-1947), Violet Firth (1890-1946), Robert Graves (1895-1985), en Margaret Murray (1862-1963). Firth is beter bekend als Dion Fortune. De eerste twee zijn beide magiërs, hoewel zeer verschillend. Graves was een mainstream dichter en schrijver, en zijn invloed op Wicca hangt vooral af van The White Goddess (1948). In dat werk stelt hij dat de drievoudige godin kan terugkeren als genoeg mensen weer in haar geloven.

Murray was in eerste instantie Egyptologe, maar haar werk met betrekking tot hekserij heeft zeer veel invloed gehad. The Witch Cult in Western Europe (1921) presenteerde Wicca als een vruchtbaarheidsreligie gecentreerd rond een gehoornde god die de generatieve kracht van de natuur voorstelde. Volgens Murray was het een vrij uniforme religie die in Europa had overleefd tot in de 17e eeuw, georganiseerd rond covens van 13, en met meerdere covens samen onder één leider. Uit haar boeken stammen veel beelden van heksen die nu bijna stereotypen zijn geworden.

Met het vervolg, The God of the Witches (1933), hernieuwde ze haar theorie, dit keer gericht op het grote publiek. Hekserij wordt positief gepresenteerd, ten koste van het christendom. Ook legt ze nu een grotere nadruk op de aard van de godheid.

Daarnaast werd Murray uitgenodigd om het lemma ‘Witchcraft’ te schrijven in de Encyclopaedia Britannica. Daarin stelde ze haar theorie voor als algemeen geaccepteerd feit, en dit lemma verscheen in herdrukken tot in de jaren 1960. Haar theorie is bekend geworden als de ‘witch-cult hypothesis’ of de ‘Murray thesis’. Haar ideeën waren het invloedrijkst in de jaren ’40 en ’50, de periode waarin de boeken van Gardner gepubliceerd werden.

In 1960 werd een boek gepubliceerd met de titel Gerald Gardner: Witch. Dit boek is geschreven door Idries Shah onder het pseudonym van Jack Bracelin, maar vrijwel alle informatie er in is direct van Gardner afkomstig. In dat boek werd voor het eerst de ontstaansgeschiedenis van Wicca verteld. Leden van het Rosicrucian Theatre zouden Garner voorgesteld hebben aan ‘Old Dorothy’, de leider van een coven van een oeroude religie. Haar volledige naam zou Dorothy Clutterbuck zijn, maar de identiteit van deze vrouw is onzeker. Er was een Dorothy Clutterbuck, maar die voldoet niet aan het beeld dat Gardner van haar geeft.

Er is één andere persoon waarvan bewezen kan worden dat ze samen met Gardner hekserij beoefende vóór de publicatie van Witchcraft Today. Deze persoon is een vrouw die door Gardner ‘Dafo’ werd genoemd. Ze was de leidster van het Rosicrucian Theatre en bevriend met Gardner. Zij trok zich steeds meer terug uit de openbaarheid naarmate Gardner vastberadener werd hun activiteiten openbaar te maken. Hutton heeft besloten haar (zeer christelijke) nabestaanden met rust te laten.

Gardner heeft ook een korte periode met Crowley samengewerkt, en over de directe invloed van Crowley op Gardner wordt gediscussieerd. Gardner publiceerde de geheimen van de heksen als eerste in romanvorm, High Magic’s Aid (1949). Witchcraft Today volgde vijf jaar later. Inmiddels werd Gardner bijgestaan door Doreen Valiente (1922-1999), en zij is verantwoordelijk voor een groot deel van het Book of Shadows. Gardner heeft, in tegenstelling tot de geruchten, dus niet Crowley betaald om het te schrijven. In de tweede helft van de jaren ’50 hield Gardner zich vooral bezig met het promoten van Wicca.

Wicca werd vijandig ontvangen, en soms gelijkgesteld met satanisme. In de jaren 1920 circuleerden er in Engeland verhalen van slechte magiërs, bedacht door de occultisten zelf. Van daar was het maar een kleine stap naar het idee dat deze werkelijk bestonden. De werken van Dennis Wheatley (1897-1977) speelden hierin een grote rol. Crowley was één van de personen die hem (onbedoeld!) hielp dit beeld te creëren. Gardner zelf deed hier ook in mee door te stellen dat hekserij echt werkte, en dat Wiccans vertrouwd konden worden dat ze het alleen voor goede doeleinden zouden gebruiken. Dit impliceerde dat niet-Wiccans het wel voor slechte doeleinden zouden kunnen gebruiken.

Niet alle reacties waren negatief; met name Murray en later Carlo Ginzburg (1939-) droegen het idee uit dat de heksenvervolgingen het gevolg waren geweest van een vorm van massahysterie, en dat hekserij niet per definitie slecht was. In de jaren ’50 en ’60 werd in academische kringen ook weer het idee populair dat men in prehistorisch Europa één grote moedergodin had vereerd.

Volgens Hutton zijn er twee grote vragen in het onderzoek naar het ontstaan van moderne hekserij: (1) “heeft Gardner werkelijk een bestaande religie ontdekt?” en (2) “bestonden er groepen van heksen die geen verband hebben met Gardner toen hij de zijne vormde?” Hij noemt twee kandidaten voor zo een traditie. De eerste is de coven rond een man bekend onder de naam Robert Cochrane, genaamd ‘The Clan of Tubal Cain’. Deze traditie is ook bekend onder de naam ‘Cochrane’s Craft’. De tweede traditie is die rond Alex Sanders (1927-1988). Deze vorm van hekserij is bekend geworden onder de naam ‘Alexandrian Wicca’.

Vanaf de jaren ’70 is het zwaartepunt van Wicca verschoven van Engeland naar de V.S.. Daar fuseerde het met Amerikaans feminisme, en eind jaren ’70 ontstond daar het concept van de patriarchale revolutie. De eerste stap hierin was de vernietiging van de oude godin religie, de tweede stap de heksenprocessen, die bedoeld waren om de laatste resten ervan te verwijderen. In de jaren ’80 ontstonden daar vormen van feministische hekserij door het werk van auteurs als Starhawk (The Spiral Dance, 1979) en Zsuzsanna Budapest. Deze ideeën beïnvloedden Wicca, en vestigden zich ook in Engeland. Deze nieuwe hekserij stond soms vijandig tegenover Wicca.

In de jaren ’80 werd het idee van de oude religie steeds meer als metafoor gezien, onder meer door het werk van Margot Adler (1946-). Haar werk Drawing Down The Moon (1979) werd op dezelfde dag gepubliceerd als The Spiral Dance van Starhawk. Eind jaren ’80 publiceerde Vivianne Crowley haar eerste boek, Wicca: The Old Religion in the New Age (1989). Zij presenteerde Wicca als een soort neoplatoonse mysteriën. In hetzelfde jaar kwam Persuasions of the Witches’ Craft van Tanja Luhrman uit. Luhrman beschouwde de Murray thesis als verouderd. Het werk zorgde voor een toenadering tussen neopaganisten en academici. Ook in dat jaar (1989) publiceerde ook Doreen Valiente haar geschiedenis van de hekserij, The Rebirth of Witchcraft. Valiente vermeed steun te geven aan het idee van een continue traditie. Ze benadrukte dat zij zelf de centrale teksten van Wicca had geschreven.

Tegenwoordig zijn er vele vormen van hekserij. De tradities die bestonden in de jaren ’60 (Gardnerian, Cochranian, Alexandrian) bestaan nog steeds, er zijn nieuwe stromingen bij gekomen. Er zijn veel covens gesticht door lezers van de boeken van onder meer Gardner, Valiente, en Starhawk.

Volgens Hutton bestaat er tegenwoordig een spectrum aan heksen: aan het ene uiterste heksen (veelal Wiccans) die hun religie zien als een moderne ontwikkeling, aan het andere uiterste heksen die claimen in een traditie te werken die sinds de oudheid heeft bestaan.

In de tweede helft van de jaren ’90 maakte het oude beeld van heksen plaats voor een positiever beeld in de populaire cultuur (boeken, series, films). Dit beeld overheerst tegenwoordig nog steeds, en hekserij wordt hiermee steeds meer gemeengoed.

Er staat ook een boeksbespreking over "Triumph of the Moon van Hutton" op: http://www.skepsis.nl/heksenbeweging.html

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Vergelijkbare Blogs

Related Posts with Thumbnails