zaterdag 25 augustus 2012

Sterzoeker op de TOS-pagina.


Sinds 10-09-2017 is de webpagina van de Temple of starlight op de schop. Veel van wat  in het onderstaande artikel is geschreven is niet meer terug te vinden op de webpagina.  Ina Custers heeft meerder sites samengevoegd tot een site. Dit betreft echter een uitgeklede versie van de eerder Temple of Starlight site. Custers heeft nu: templeofstralight.org en Westernmysteryschool.nl
In verleden is er veel geschreven over The Hermetic Temple of Starlight van Ina Custers van Bergen. In feite waren we  helemaal klaar met dit onderwerp, want wat viel er nog over te zeggen? Vandaag echter mocht Sterzoeker zich verheugen op aandacht, op de webpagina van The Hermetic Order of Temple of Starlight. Ja, als Custers opeens over Sterzoeker gaat schrijven vraagt zij daarmee om aandacht en moeten de koe bij haar horens vatten. Dat levert een hoop extra lezers op.
Wat een uitstekend idee: op de TOS-pagina wordt geopperd: vraag het de magiër rechtstreeks. Daar waren wij zelf nog niet opgekomen. Of ook eigenlijk wel? hadden wij niet eens een magisch loket, voor al uw magische vragen bedacht?

Waar beter, dan bij de Magistra Ina Custers- van Bergen zelf, kan men gewaar worden hoe zij te werk gaat. Voor het eerst lezen we eens een keer wijze woorden van Ina Custers - van Bergen. Dat moge een ware verademing zijn, na alle standaard verkooppraatjes voor haar eigen magische-toko.

Daarentegen deed Bres vandaag wel aan een verkooppraatje van Ina Custers geloven; een heuse artikel van de hand van Ina Custers- van Bergen, vonden wij in Bres 275. Custers presteert het om op 1 pagina 4X een reclame-uitroep te doen in de trant van: "In The Hermetic Order of Temple of Starlight....". Ook zien wij in hetzelfde artikel 2x een losstaande kader, met wat blijkt een extra advertentie over wat de TOS is en doet. Daarbij nog eens onderaan het artikel een extra alinea met PR voor de TOS webpagina en aanverwante webpagina van Custers.

Is dat nu allemaal nodig, vragen wij ons af? Heeft Bres dan helemaal niet in de gaten wat Custers hier aan het outen is? Wederom heeft u hiermee dus opnieuw een prachtig voorbeeld, van een draak van een artikel, van de hand van Ina Custers. het artikel is niet bedoeld om u te informeren over de Hieros Gamos, of terwijl het Heilige Huwelijk. Het is bedoeld om u er toe aan te zetten lid te worden van The Hermetic Order of The Temple of Starlight..Wij zouden willen zeggen in de trant van het Custers-betoog: Koop vooral deze Bres en onderzoek het zelf ook eens.

Juist over dit soort artikelen schrijft Sterzoeker graag eerlijke recensies, omdat het daar nu eenmaal aan ontbreekt in lala-land. Dit doen wij trouwens niet alleen over de The Temple of Starlight, maar we nemen meerdere groepen, organisaties, artikelen en onderwerpen kritisch onder de Sterzoeker-loep. Dat doen wij en dat is in feite wat Ina Custers "stalken" noemt. Het zou al te veel eer zijn, lieve lezers, om aan te nemen dat Sterzoeker alleen in het leven geroepen is om Ina Custers haar werk te belichten.

Wij noemen dit een kritische beschouwing-schrijven en zo wijzen wij, u argeloze lezer, bijvoorbeeld graag op het posthypnotische taalmisbruik van Mevrouw Custers in dit Bres-artikel. Om een voorbeeld te geven: Custers schrijft o.a.; "Laat ik u meenemen in de Tempel....." . Als NLP-er weet Custers drommels goed wat zij hier doet en van welke technieken ze gebruikt. Voordat u het weet vult u het lidmaatschapsformulier van de TOS in. Ach, een kniesoor die achteraf bedenkt, waarom men opeens over stag ging.

Maar, laten we terugkomen, op de wijze woorden die we sinds vandaag op de TOS-pagina kunnen lezen. Custers schrijft namelijk het volgende: "...We nodigen jou als lezer uit om contact met ons op te nemen wanneer je vragen hebt over zaken die over ons op Sterzoeker.blogspot en Templeofstarlight.blogspot (of elders op het internet) geschreven worden. Geef geen energie aan de negatieve energie van die blogs. Ga zeker niet bij de stalkers vragen of hun beweringen waar zijn, laat staan dat je in discussie gaat met hen. Hun enige doel is jou in hun negative kolk mee te trekken. Wees vooral kritisch, maar stel je vragen over ons rechtstreeks aan ons: praat MET ons. Je kunt bij ons natuurlijk ook terecht voor alle andere vragen die over de Hermetic Order of the Temple of Starlight gaan...".

Hier is Sterzoeker volledig mee eens: Custers heeft gelijk! Custers roept hier iets wat Sterzoeker al jaren roept. Namelijk: Stel kritische vragen, neem niet alle beweringen klakkeloos voor waarheid aan. Stel je vragen rechtstreeks, maar ook daarbuiten, dus aan diegenen die weten hoe het zit. Ga ook eens terug naar de bron: Vraag bijvoorbeeld na bij de SOL, of bij Dolores Ashcroft-Nowicki, hoe het zit met de Lineage van de Tempel of Starlight. Iets waar Custers zo prat op gaat. Vraag ook eens waarom Ina de SOL heeft verlaten. U krijgt een prachtig antwoord, dat kunnen we u garanderen. Vraag vooral waar al die prachtige TOS-rituelen vandaan komen.

Vraag ook eens aan de Magistra waarom er zo'n ontzettende hoog kostenplaatje aan de deelname van haar TOS-Orde zit en vraag bijvoorbeeld eens naar de statuten van The Temple of Starlight. U wilt natuurlijk wel weten waar de lidmaatschap en cursus inkomsten naar toegaan. Wij weten de antwoorden, maar zoals Custers al aangaf: " ...neem contact met ons op te nemen wanneer je vragen hebt over zaken die over ons op Sterzoeker.blogspot en Templeofstarlight.blogspot (of elders op het internet) geschreven worden. Geef geen energie aan de negatieve energie van die blogs. Ga zeker niet bij Sterzoeker vragen of hun beweringen waar zijn, laat staan dat je in discussie gaat met hen...".

Bravo! Custers heeft helemaal gelijk, dat schreven wij hier boven al: Stel aldus je vragen rechtstreeks aan haar. Stel ook vooral heel veel kritische vragen, bijvoorbeeld met betrekking tot het lesmateriaal. Vraag voor de aardigheid ook eens of u wat (les)materiaal ter inzage kan krijgen, dan wel vragen naar iets wat niet op de webpagina staat, want dat kende u al. Vraag eens naar zo'n Solo Magical trainingsboek of zo, Wedden dat dat niet tot de vraag-mogelijkheden behoort, omdat het "geheime" kennis betreft. Tenzij u lid wordt en haar gaat betalen, dan nog krijgt u trouwens niet altijd wat u vraagt.

Natuurlijk kunt u ook al het een en ander lezen, op de webpagina van The Temple of Starlight, en weet u daardoor in feite al hoe de vork aan de steel zit, maar als u veel kritische vragen stelt, aan de Magister zelf, kan u zelf uw conclusies trekken of bevestigen. Neem vooral niets aan van een ander die al de nodige ervaringen met de TOS heeft. U hoort dan ook meteen de stem, van de dame, die zich in de TOS-blog ten opzichte van Sterzoeker, zo ernstig serieus aan verdedigen is. Dat verdedigen is helemaal niet nodig, lijkt ons, als Sterzoeker zoals Custers schrijft "...niet weer dan een vervelende, niet ter zake doende ruisje is..".

Natuurlijk zijn wij reuze benieuwd naar uw ervaringen, aan de hand van door u gestelde vragen aan de magistra, want Sterzoeker staat zoals altijd open voor reacties van buiten af. Anders moeten we immers de boel weer zelf bij elkaar gaan verzinnen, " ...en lijken de Sterzoeker blogs druk bezocht te worden, in werkelijkheid is dat schijn: slechts een klein vast clubje mensen schrijft hier. Onder verschillende nicknames en door middel van veel anonieme bijdragen schrijft men reeksen van negatieve fantasie-verhalen en voorziet men deze onderling van commentaar...", Tenminste als we mevrouw Custers, op haar blauwe contactlenzen, mogen geloven maakt Sterzoeker zich schuldig, aan het hierboven in het rood geschreven delict.

Daarom, willen we tot slot, het nogmaals uitroepen: Blijf vooral rechtstreekse vragen stellen aan de Magistra en blijf vooral kritisch!!! Dan doen wij dat ook.....
____________________________
Update 27-08-2012:

Door een oplettende lezer werd Sterzoeker, middels het commentaar vak, er op attent gemaakt dat de TOS-pagina, over Sterzoeker recent is aangepast. Eerder bevatte de TOS-pagina een aantal linken  naar onderliggende pagina's. Deze gingen over Ina Custers haar ex-leden en cursisten. De betreffende personen werden door  Ina Custers afgeschilderd als zijnde stalkers. Ina Custers had van deze cursisten/ex -leden foto's en persoonlijke gegeven op deze pagina's geplaatst.  Daarnaast stond er een exate omschrijving  waar cursisten/ex -leden  van beschuldigt werden. Ook stonden hier hun social Media gegevens en afbeeldingen van de bijbehorende Avatars, indien Custers hier beschikking over had.

Inmiddels zijn deze pagina's van de TOS webpagina verwijdert. Maar gelukkig gaat op het Internet niets verloren. Zodoende ziet u hieronder een afbeelding van een van deze belastende pagina. Aangezien het om meerder pagina's  gaat en ze nagenoeg  allemaal dezelfde strekking hebben, plaatsen we slechts de bovenste pagina als voorbeeld:

Dubbelklik op de afbeelding om deze in groot formaat te zien.

Een van de door Custers beschimpte personen schreef het hier onder al: "Het posten van beschuldigingen aan het adres van deze ex-cursisten is een hoogst verwonderlijke actie". Ineens begint Custers een soort wraakactie, tegen een aantal van haar ex-cursisten,  zonder dat deze in Custers haar beschuldigingen worden gehoord. Ook  weet Custers helemaal niet zeker of het wel om deze personen gaat, aangezien zij verschillende beschuldigingen en verschillende daders naar buiten brengt. In feite gokt Custers maar wat, in de hoop dat ze gelijk heeft. Ondertussen richt ze hier veel kwaad mee ten opzichte van de personen die ze in haar vizier heeft

Je kan je afvragen of het uitbrengen van een kritische recensie over een optreden of publicatie van de TOS, opweegt  tegen wat Custers met deze kwalijke actie denkt te bereiken. Ina Custers doet hiermee namelijk iets wat bijzonder strafbaar is volgens het Nederlandse rechtssysteem. Custers maakt inbreuk op; het portretrecht, schend de privacy en integriteit van haar ex-leden. Tevens maakt Custers zich schuldig aan smaad en laster ten aanzien van deze persoon. Bovendien is de kans zeer groot dat het valselijk beschuldigingen betreft.

Wat deze beschuldigen vooral laten zien, is dat de mogelijke inschrijvers m/v van de TOS, zich wel 2x moeten bedenken voor ze zich inschrijven: Men wordt naderhand, als men deze magische orde reeds heeft verlaten, gemakkelijk geslachtofferd door Custers. Zij doet dit, (zoals nu en eerder reeds is bewezen), middels: kwaadsprekerij, negatieve publicatie op het internet en door het openbaar maken van privacy gevoelige informatie. 

Dit is een hoogste kwalijke zaak, dat mensen nadat ze zijn weggegaan bij de Temple of Starlight, zonder enige bewijsvoering en zonder hoor en wederhoor door Ina Custers- van Bergen, op deze wijze voor het voetlicht worden gebracht. 

Dat de afrekeningen, door mevrouw Custers,  zulke kwalijke vormen heeft aangenomen en zo ernstig van aard is, dat wist zelfs Sterzoeker niet. U bent gewaarschuwd! 

vrijdag 24 augustus 2012

Mabon (1)

De tijd is aangebroken waarin de zomer voorbij is en het afnemen van het zonnejaar werkelijk gevoeld wordt. We zien kale korenvelden en de vruchten worden van het land geoogst en appels van de bomen geplukt. De herfst equinox is bijna aangebroken en duidt op een moment waarop de dag en de nacht even lang duren, het moment van balans in de natuur. Bij de herfst equinox gaan we de donkere helft van het jaar in. Vanaf de herfst equinox zal de duisternis steeds meer terrein winnen en is het langer donker dan licht. Maar zover is het nog niet. Mabon valt eerst nog rond 22 september.

Mabon wordt gevierd wanneer dag en nacht even lang zijn en wordt daarom ook wel de herfstequinox genoemd (een equinox is het ogenblik waarop dag en nacht even lang zijn). De juiste datum waarop Mabon gevierd wordt kan hierdoor jaarlijks verschillen. Licht en donker zijn dan met elkaar in balans. Na Mabon zal het donker het licht overtreffen. Vanaf Mabon worden de nachten zichtbaar en voelbaar langer dan de dagen, tot en met het Yulefeest. Mabon verwijst in de moderne hekserij naar de God zelf, die zich offerde met Lughnasadh(1 augustus) en op weg is naar de onderwereld. De naam Mabon refereert aan de mythische figuur Mabon, zoon van Modron, die voorkomt in de Mabinogion, een middeleeuwse Welshe verhalenbundel. De naam komt van het Keltische Maponos of Grote Zoon.

In de Welshe mythes werd de jonge God gestolen van Modron, wat Grote Moeder betekent, op de derde dag na zijn geboorte. Pas na jaren werd hij teruggevonden door koning Arthur. Op de herfstnachtevening van 21 september zijn dag en nacht weer opnieuw even lang geworden maar in de dagen ~ weken en maanden die volgen zal, tot en met Yule, de duisternis weer stilaan de overhand nemen op het licht. Op dat moment vieren de heksen de Mabonsabbat of het feest van Maponos.

De naam Mabon komt van het Keltische Maponos of Grote Zoon. Het gebruik van het woord Mabon is van recente datum. Onze voorouders vierden geen feest dat Mabon noemde. Hier en daar vonden er wel feesten plaats rond de herfstevening, maar aanduidingen dat deze equinox met dezelfde intensiteit gevierd wordt als Beltain, Litha of Samhain, werden nooit gevonden of vernoemd in vroegere tijden.van oudsher werden er rond die periode markten georganiseerd, zodat er tijdig inkopen konden worden gedaan voor de komende donkere winterperiode. (Jaarmarkten).

Mabon kreeg zijn naam van Alex Sanders, bekend van zijn Alexandriaanse wicca traditie. Vóór deze betiteling, in 1960, was Mabon gewoon bekend onder de benaming van herfstequinox.

Mabon is de mannelijke versie van de Griekse Godin Persephone die afdaalt naar de onderwereld, waarna de gewassen op aarde afsterven. De Mabonsabbat luidt het einde van de oogst van gewassen en vruchten in. Met Lughnasadh was de oogst begonnen, nu zijn nagenoeg alle vruchten van de arbeid geplukt.

Het Mabonritueel brengt ons in contact met de transformatieve elementen van het leven hier op Aarde. Dit is een bitterzoete halte op het steeds voort wentelend wiel van het Jaar.

De septembernachtevening is een prachtig natuurlijk fenomeen dat waard is dat we erbij stilstaan en er hulde aan brengen. De Zoon van het Licht verandert en de Moedergodin weeklaagt. De priesteressen en priesters dragen kleinen traantjes op ons gezicht. Sommigen van hen huilen echt in hun rouw om het geleidelijk verdwijnen van de zon, maar daarna zijn ze onmiddellijk weer blij en danken zij de Moeder dat ze de Zoon heeft voortgebracht, hem in haar schoot heeft bewaard en hem heeft gekoesterd en gevoed.

Het Mabonritueel houdt de wijsheid der eeuwen in en hopelijk ook goddelijke inspiratie, die heilig leven en inhoud zal geven aan de vele uitdagingen en veranderingen waar wij voor komen te staan, en aan het licht en de schaduwen om ons heen. Licht en duisternis zijn in harmonie. Dag en nacht zijn even lang

De eerste dag van de herfst vangt aan als de zon het sterrenbeeld Weegschaal passeert. Mabon is aldus een tijd van balans, dingen rechtzetten en dank geven voor wat we hebben gekregen. Tijdens deze sabbat kijken we ook terug. Niet alleen naar de planten en vruchten die we zaaiden en oogstten, maar ook naar de plannen en voornemens die we aan het begin van het jaar hebben "gezaaid". We kijken wat we hebben bereikt en hoe we zijn gegroeid. Als we stil hebben gestaan, proberen we te zien waarom. Onze schaduw bekijken helpt ons immers weer groeien. Wat ongewenst is laten we los en we danken voor al het goede. We maken vervolgens plannen voor nieuwe groeimomenten in ons leven

Met Mabon mogen we ook ontspannen en uitrusten van al het werk dat we de afgelopen tijd hebben verricht. We mogen ontspannen en ons terugtrekken in onze persoonlijke ruimte en ons klaar maken voor de komende donkere tijd.

We kunt nu onze eigen persoonlijke oogst van het afgelopen jaar symbolisch vergaren, en dicht bij ons hart houden in de komende maanden van afnemende energie. Hierdoor kun we inventariseren wat gegeven is en wat we hebben moeten opgeven om te kunnen oogsten. en.

We kunnen nu bepaalde dingen afronden en dingen met elkaar verbinden die nog voor de winter met elkaar verbonden moeten zijn. Het is nu ook tijd om balans tussen tegengestelde krachten in ons leven te herkennen en te overdenken, om te stoppen, te rusten en misschien wel een beetje van tempo veranderen voordat het Samhain is.

We denken na over je successen en prestaties. We kijen ook naar de geleerde lessen van bepaalde dingen die niet succesvol waren. Deze lessen zijn zaadjes waaruit nieuwe projecten zullen groeien. Met dit feest kun je terugkijken naar het verleden en vooruit kijken naar de toekomst. Het vieren van gaven en het opruimen van wat niet langer nodig is.

Het Mabon Ritueel:

Met Mabon kleden we het rituele altaar in herfstkleuren zoals goud, oranjerood, roodbruin, koperrood en brons. We versieren het altaar en de plaats ruimte waar (in) we werken met varens, goudbloem, herfstaster, tarwe, esblad, laurierblad, kattenstaarten en andere bloemen die nog volop in de herfst bloeien. Ook je kunt eikenbladeren of eikels op het altaar zetten die je magie extra kracht bijzetten. In de buurt moeten manden staan met kalebassen, graansoorten, pompoenen en fruit. Naast de zwarte en witten kaarsen respectievelijk links en rechts, zetten we met Mabon links dikwijls ook een gouden of gele kaars en rechts een bruine of roodoranje. Twee kelken bronwater en een schoteltje met zout ertussen vertegenwoordigen de tranen van de Godin.

Om te eten tijdens het Mabonfeest geeft de natuur nu haar bessen, bramen, paddestoelen, vruchten (zoals druiven), groenten enz. Daarnaast zijn tamme (zoete) kastanjes ook lekker om te eten. Ze zijn ook lekker als je ze poft in de over of boven een vuurtje. Gans is een traditioneel gegeten vleessoort. Verder zijn alle schelpen en vis welkom. Als drinken zijn vruchtenwijnen, cider en bier geschikt voor deze sabbat

Benodigdheden:

Een ritueel mes (athame)
Een grote staf
Een tarwehalm en fruit, hetzij op het altaar of in een mand.
Met Mabon staat het altaar naar het westen, waar de zon ondergaat.
Het altaarkleed is gewoonlijk goudkleurig, maar mag elke kleur hebben die bij deze tijd van het jaar past. V
Een groot altaarpentagram
Een gouden of bronzen sikkel
Mabonolie en wierook
Houtskool
Een wierookbrander lucifers.
Een blauw oogpotlood, om de tranen van de godin op de gezichten van de deelnemers te tekenen.


Neem twee uur vóór het moment van de nachtevening een warm bad. Gebruik kruidenoliën als je dat wilt, kleed je in je rituele kleding en doe je sieraden om en maak je op om het altaar voor Mabon in te richten

De hogepriesteres draagt een kroon die versierd is met eikenbladeren, graan en eikels met loshangende oranje, bronskleurige en gouden linten. Een appel ter vertegenwoordiging van de Godin zetelt middenvoor in de kroon. Men schildert blauwe tranen op onze gezichten in navolging van Modron’s tranen voor haar zoon.

De deelnemers dragen rituele zwarte gewaden om het licht naar zich toe te trekken. Met Mabon kunnen er aan de gewaden ook de kleuren van de zon en de aarde toevoegen, soms door een stola te dragen in oranje, wijnrood, geel en bruin met een gouden bies voor de zon. Ook kunnen zon– en aardesymbolen op de kleding worden aangebracht. Het symbool voor de Aarde is een bruine cirkel met een kruis. De zon wordt voorgesteld door een gouden cirkel met een stip middenin.

De hogepriester draagt eikenbladeren, tarwe, kruiden en gekleurde linten in zijn kroon of hoofdtooi.

De hogepriester en priesteres symboliseren in dit ritueek: Mabon en Modron en ze voeren samen één van de grote drama’s op, in het Wiel van het Jaar.

Het Mabon rituaal:

Een lid van de groep leest bij aanvang van het ritueel het verhaal over de betekenis van Mabon voor. Het verhaal kan ook verdeeld worden over verschillende deelnemers zodat ieder een stukje tekst voor zijn rekening neemt:

Terwijl Modron het leven van haar zoon Mabon transformeert voelen en beleven wij de polariteit van de menselijke emoties. Dit gebeuren heeft een weloverwogen doel. Dood en wedergeboorte worden als troostrijk ervaren gezien het vermogen van de Grote Moeder om het leven voort te zetten voorbij de dood. Er is niets ter wereld tragischer dan een moeder die het leven van haar kind verliest. En niets is liefelijker dan het groeien van een kind in de moederschoot.

Op vele plaatsen gloeien in de herfst oranje, roze, gele en wijnrode bladeren op tegen het donkergroen van balsembomen en dennen. De hemel is dikwijls helderblauw en zachte frisse briesjes doen dikwijls de gevallen bladeren ritselend opwaaien. Op vele heuvelhellingen zie je oranje pompoenen en kalebassen wanneer de boeren ze na de oogst te koop leggen op kraampjes en karren langs de weg, samen met rijpe rode appels en gedroogde maïs. Je voelt bijna vanzelf de balans veranderen wanneer de zon de evenaar passeert. Het ritme van verandering is heilig en brengt ons fysiek en spiritueel in evenwicht.

We kunnen waarlijk weten en voelen dat we met de stroom van het leven meegaan wanneer we inhaken op de geest van het Al. Nu maken we ons op om magie te gaan bedrijven en ons engagement aan het leven en het geloof te verdiepen. Ook wij kunnen net als de seizoenen veranderen, en onze wereld en allen daarin beter maken. Dit bereiken we via ritueel en feestviering. Het ritueel brengt elk van ons tot een eenheid met de Godin en de God. Door hun werk hier op aarde uit te voeren worden wij sterker doordrongen van hun bestaan en hun macht.

In het ritueel zien wij af en toe een glimp en een flikkering van de energie van de Godin en God, die wij belichamen. In deze extatische magische momenten zijn wij het universum. Vóór het opstellen van een altaar of het binnenstappen van een magische cirkel moet je jou gedachten laten gaan over een evenwichtbrengende meditatie van enigerlei aard. Bij deze wenteling van het Wiel zul je behoefte hebben om wat na te denken over de betekenis van je leven en je magie.

Maak een lange wandeling in de herfstomgeving. Schop de bladeren op zoals je deed toen je een kind was. Ga op een boomstam zitten kijken naar de vormen die de wolken aannemen en die je kunt schouwen of duiden. Denk aan de voorbije zomerzon en de koude winter met ijs en sneeuw die eraan komt. Vraag jezelf het volgende: Ben ik gereed om verandering tegemoet te treden? Ben ik gereed om warmte te scheppen in de winterse periode op deze aarde en in mijn leven? Kan ik het licht in een donkere situatie terug doen keren als zich die mocht voordoen? Waarom veranderen de seizoenen? Vindt de verandering zowel binnen als buiten mij plaats? Heb ik het vermogen te veranderen? Heb ik gelijk als ik verandering, verlies en winst bespeur? Wat is mijn oogst? Wat is er om dankbaar voor te zijn in mijn familie, gemeenschap of de wereld in het algemeen?

Hogepriester:
Grote moeder van de aarde Heer van de jacht en de wilde plaatsten Wij danken u vanavond voor de gulle gift aan ons Wij danken u voor de vruchten van de bomen. De planten en wortels van de aarde. En voor de dieren in het veld Wij danken u voor het voedsel in onze buiken. Voor het schone, pure water. En voor de lucht die we mogen inademen Wij danken u voor een beschermend dak. Vier sterke muren. En een warme haard. Wij danken de familie die ons het leven schonk. De vrienden die ons omringen met liefde. De kinderen die ons hoop brengen. Wij danken u voor onze onderwijzers. Mensen die leven en vrijheid voor ons opofferden. En mensen die ons inspireren betere dingen te doen. Voor alles waar ons leven uit bestaat, danken wij u. En wat wij hebben ontvangen van de Goden. Moeten wij doorgeven aan de mensen om ons heen. Wij willen de cirkelgang van de giften van de natuur vanavond uitdrukken middels dit ritueel, zoals deze cirkelgang ook wordt uitgedrukt in het mythische verhaal van Mabon en van Modron.

Allen:
Proef de smaak van cider of bier
En voel de geest van Lugh hier.
Het is nu Mabon, licht en duisternis zijn in evenwicht.
Ons ritueel is op dank voor alles van het afgelopen jaar gericht
Ons dank is groot
Voor het dagelijks water en brood.

De Hogepriester Roep de wachters van de windstreken aan.
Dit doe hij door rond te gaan en de wachters aan te spreken
:

De Hogepriester
Het oosten:
Van het oosten roep ik aan, de kracht van lucht, in het teken weegschaal balanceren wij nu.
Daglicht en donker van de nacht, verstand dat mengt met diepe inzichten.

Het zuiden:
Van het zuiden roep ik aan de energie van het levensvuur en vrije geest, nu gegrond, in balans, vormgegeven. Zon die nu vervaagt, maar in het voorjaar herboren wordt.

Het westen:
Van het westen roep ik aan de diepe wateren, mysterieuze kracht. Zon die reist, wees een kind van het maanlicht, breng balans in waarheid en helder zicht.

Het noorden:
Van het noorden roep ik aan de kracht van de aarde, de dood van de oogst geeft nieuwe zaden ter geboorte. De zon ver in het zuiden betekend een koude winter. Deze tekenen van leven, de schoot der aarde onthuld.

De hogepriesteres trekt dan de cirkel driemaal met de klok mee en zegt: Ik trek deze cirkel en creëer een gewijde ruimte, een toegangspoort tot de Andere Wereld. Deze cirkel zal ons beschermen voor alle negatieve en positieve krachten die ons kwaad zouden willen komen doen. De eerste ring die ik trek is zwart, de tweede is wit ende derde is goud. Zo zij het.

Dan worden de god en de godin aangeroepen;

Hogepriester:
Godin van de aarde en helder zien.
Ik vraag uw aanwezigheid bij mijn ritueel.
Als zonlicht vervaagd en schaduw groeit,
schijn in mij zodat ik de wijsheid van uw mysterie,
van dood en verandering dat nieuw leven brengt, leer kennen.

Hogepriesteres:
Heer van de zon, zo helder, Ik vraag uw aanwezigheid bij mijn ritueel.
Als het zonlicht vervaagd en de schaduw groeit,
schijn naar binnen zodat ik de kracht van uw mysterie,
van dood en verandering dat nieuw leven brengt, leer kennen.

Hogepriester:
Voel de energieën van de god en de godin door je heen gaan en mediteer in de periode rond Mabon in stilte voor zolang je daar de behoefte toe voelt.
Luister naar hun berichten vol begeleiding, misschien mag je zelfs een stem horen of een gevoel.

Hogepriesteres:
Herdenk het offer van de god, die zijn werk volbracht heeft tijdens de groei en oogstseizoenen en zich nu moet overgeven aan de onvitaliteit van de dood die verandering is, en nu de geesteswereld in moet stappen die voor ons nog niet onthuld wordt.

Hogepriester:
Herdenk de godin, die als moeder haar steun gegeven heeft in dit oogstseizoen
en nu de mantel van de oude wijze vrouw omslaat. In haar oneindige wijsheid herkent zij de noodzakelijkheid van haar rol in de verandering, en kan zij overzien wat er nieuw zal groeien en zal toenemen. Voel haar wijsheid en kracht in je.

Terwijl de hogepriesteres haar armen opheft naar het universum zegt de hogepriesteres:
Hogepriesteres:
Ik ben soeverein hier in dit land. Mijn kasteel is het tehuis van magie en mist, van bossen en boerderijen, van grote schoonheid. In dit land regeert de Godin en haar zoon is opperheerser. De Elfen zwerven door dit land en treurige muziek vervult deze dag op dit uur de lucht. Modron, O! Grote Koningin en Aardemoeder, wij roepen hier tot U om in Uw smart te delen.

Hogepriester:
God in de schaduwen, grote Zoon uit Modron, wij bidden om Uw terugkeer uit de geheimzinnige wereld die U gekluisterd houdt. De kracht van Uw straling is de vreugde van uw moeder. Modron is de Aarde en de Moeder die wij allen bezoeken. Haar bitterzoete treurzang voedt Uw terugkeer en laat U steeds weer opnieuw geboren.

De priester tipt met zijn rituele mes een klein beetje zout van het schoteltje in één van de kelken met natuurlijk bronwater en zegt:
Het zout van Uw tranen is op ons gezicht

De priester mengt het zout door het water, pakt de kelk op, doopt zijn vinger erin en brengt die naar het gezicht van de priesteres en daarna naar zijn eigen gezicht.

De priesteres zegent, zalft en ontsteekt de kaarsen en strooit wat wierook op de hete houtskool. Wanneer ze de kaarsen aansteekt zegt ze:
Ik ontsteek deze kaarsen om het licht van de Zon terug te halen naar de Aarde

Dan neemt de priesteres een bosje tarwehalmen in haar linkerhand en in haar rechterhand de (gouden) sikkel. Ze heft beiden omhoog naar de hemel en zegt:
De punt van deze sikkel is het glanzend licht van Mabon

Dan slaat ze met de sikkel op de tarwe en legt de halmen op het altaar.

Hogepriester:
Wij danken de God en Godin voor de rijke overvloed die ons ten deel valt en het leven op Aarde in stand houdt.

Voor het altaar staat een mand met brood, tarwe en allerlei soorten fruit.

De priester en priesteres lopen naar de mand, pakken daar vruchten uit en heffen die ten hemel terwijl ze tezamen zeggen:
Wij brengen dank aan onze Ouden. Wij brengen dank aan onze God en Godin die ons in deze tijd van de grote oogst overladen met grote zegeningen.

Ze leggen allebei het fruit weer neer en lopen naar het altaar.

De priesteres pakt de kelk met bronwater op. De priester pakt het rituele mes op en steekt het lemmet omhoog naar de zon.

Hogepriesteres:
Wij verheugen ons in uw terugkeer, Mabon. Welkom op aarde als boreling en as zaad. Welkom

Allen in de kring herhalen:
Welkom.

De priester zet het lemmet in het water. Priester en priesteres sluiten hun ogen om te visualiseren hoe het licht van de Zon het water van de kelk binnendringt. Dan doen ze hun ogen weer open.

De priester legt het mes op het altaar en de priesteres tilt de beker op om die iedereen in de kring te laten zien. Ze neemt een slokje van het water en overhandigt de kelk aan de priester, die ook een slokje van het heilige water neemt.

Hogepriesteres:
Wij zijn allen gezegend en dankbaar. Wij zullen ons verblijden en feestvieren bij het ontwaken van deze oogst.

Hogepriesteres en hogepriester tezamen:
Nu heffen wij de kegel van kracht omhoog.

alle deelnemers volgen de priester en priesteres na wanneer dezen hun handen van hun zij naar de hemel opheffen en zich vervolgens bukken en beide handen op de Aarde leggen.

Allen:
Gezegend is de Aarde

Iedereen staat op.

De priester pakt het pentagram op en wijst er eerst mee naar het westen, dan naar het oosten, het noorden en zuiden. Hij legt hem weer op het altaar neer.

Priesteres:
Oh, Godin, Aradia, Oh God, Karnayna. Licht en duisternis zijn in harmonie. Dag en nacht zijn even lang. Help de wereld dit evenwicht, deze polariteit te behouden. Vervul ons met liefde en respect, om ons warm te houden in deze koude tijden.

Priester:
Dan sluit ik mijn ogen en visualiseer ik een warme straal van liefdevolle, harmonieuze energie die uit mijn lichaam straalt naar de rest van de aarde en naar de wezens die deze aarde bewonen.

Hogepriesteres: Ik dank u, Grote God.
Hogepriester: Ik dank u, Grote Godin.
Allen: Dank u voor Uw Aanwezigheid.
Allen: Dank u voor Uw Kracht.

De hogepriesteres bedankt de wachters met de volgende woorden:
Wachters van het... Noorden,
Element van de ... Aarde,
Ik dank u, Om deze cirkel te beschermen.

Wachters van het... Oosten,
Element van de ... Lucht,
Ik dank u, Om deze cirkel te beschermen.

Wachters van het... Zuiden,
Element van het ... Vuur,
Ik dank u, Om deze cirkel te beschermen.

Wachters van het... Westen,
Element van het ... Water,
Ik dank u, Om deze cirkel te beschermen.

De priesteres pakt de staf op. Ze loopt achteruit of tegen de klok in met uitgestoken staf de kring rond en zegt:
Deze cirkel wordt nu de kosmos ingezonden om ons verzoek uit te voeren.
Deze cirkel word opgeheven maar niet gebroken. Zo zij het.

Hierna volgt de cake- en wijnceremonie, waarbij de cake en de wijn wordt doorgegeven en uitgedeeld. Deze worden gezegde door de hogepriester en hogepriesteres met de woorden:

hogepriester en hogepriesteres:
Met deze woorden zegen ik u,
Vruchten van de aarde,
Vol schoonheid en vol volmaaktheid,
Breng met dit voedsel ons terug op de aarde.

Alle deelnemers omhelzen elkaar nu lachend en blij en er wordt gefeest en gedanst.

Het Wiel is opnieuw verder gedraaid.
Aan het eind van ieder heksenritueel wordt er gegeten en gedronken.

zaterdag 4 augustus 2012

Bonfire Club


Een Sterzoeker-lezer steekt graag het licht op en doet dit bij voorkeur en met liefde doen in de catacomben van naargeestige culbjes. Een van onze lezers liet zich een aantal keren uitnodigen in de koude kelder van een hete helse club. Lala-land heeft er namelijk sinds een jaar een nieuwe attractie bij; “De Hell Fire Club”, daar wilden  wij graag alles van weten en zodoende kregen wij een zeer gedetailleerd verslag toegezonden. Op 28 Juli werd het "Hell Fire, one year anniversary celebration", gehouden. Dit jubileum moest dus groots gevierd worden, met een spectaculair feest, maar dat viel onze informant vies tegen. Hier onder volgt het verslag van een Sterzoeker-lezer.



De Nederlandse Hell Fire Club is ontsproten aan het duistere zaken-brein van "Frater St George" en is gezeteld in Haarlem. Wij hoeven u, trouwe lezer, niet uit te leggen wiens alias dit is. Dat had u hopelijk meteen al begrepen? Deze Sterzoeker-informant ging bijna geloven, dat de piano, het ultieme speeltje van Broeder George zou zijn geworden, zodat wij in Lala-land niet meer verblijdt zouden worden met baggerfeesten en flutworkshops. De piano verveelde blijkbaar rap.

Met de echte Hell Fire Club, de eerste bekende satanische vereniging, welke werd opgericht door Philip, Duke of Wharton, in het Londen 1719, heeft deze Haarlemse club dan ook helemaal niets te maken. De Nederlandse Hell Fire Club is niet meer dan een uitwas van HeksenCafe-Haarlem. Het is een Helldorado voor excentriekelingen. We treffen er travestieten, wannabe satanisten, en veel op sensatie belust verlopen volk. Ook de Wicca hoge-priesteres Toet, die altijd al hang had naar de zwarte kant van magie, en wellicht ook eens een witte neus wil halen, herkent hierin vast een uitgaansgelegenheid waar ze zich helemaal kan uitleven, althans zo zag het er naar uit.

In deze Haarlemse club gelden ook niet de oude Hell Fire-regels, dat men alleen op uitnodiging, of door overerving  mag binnentreden. Het kent ook niet de klasse van de oude club, want die ontbreekt geheel in het milieu van twee organiserende heren. Ook herkende wij deze niet bij het publiek wat hier op afkwam. Nee het is niet op uitnodiging wegen speciale kwaliteiten die men bezit. Bij George is iedereen welkom, mits men de 25 euro betaald. Het gaat immers wel om de Soul Bussiness, met nadruk op Bussiness.

Eerder al trakteerde George, ons op een prachtige interpretatie van Hell Fire Club. Dit vond plaats tijdens de jaarlijkse PFI conferentie van 28 april jl. Wat eigenlijk werd aangekondigd als een lezing van George en Alexander, over Aleister Crowley, bleek al snel een reclame praatje te worden voor de Haarlemse Hell Fire Club, dat was een hele verassing voor ons en voor de andere aanwezigen.

Het hele gebeuren had iets mysterieus, werkelijk een erg fascinerende en spraakmakende belevenis, voor de brave Wiccan's dan, dat geeft deze Sterzoeker-verslagever volmondig toe. Maar paste dit eigenlijk wel, op een in de regel, brave wicca- georiënteerde PFI- Conferentie?

Nadat het geduld van de PFI bezoekers, die gekozen hadden om de lezing van George en Alexander te volgen, aardig op de proef gesteld was, mochten we eindelijk naar binnen. Het wachten duurde meer dan even. De reden daarvoor was dat er het een en ander aan Xenos-waardige parafernalia uitgasteld moest worden. Toen de deur  open ging kwam en de geur van goedkope geurkaarsen ons deelnemers, uit verdonkerde kroegruimte, waar normaal boerenbruiloften worden gehouden, al in walmen tegemoet. Het vertrek was enkel verlicht door stompkaarsen, versierd met planeet-symbolen, die in een cirkel op de grond stonden.

Op de grond lag een doek met, met daarop, in aquarel- kleuren geschilderde, verschillende magische afbeeldingen; o.a. Een vijfster, vier duifjes op de windhoeken, een driehoek met een omgekeerd kruis en nog een aantal niet thuis te brengen samengeraapte symbolieken. Op het doek stonden ook afbeeldingen van tarotkaarten, keurig gestileerd in een cirkel, met daarop in het midden uitgestald een kristallen karaf, opzij daarvan een groot glas rode wijn, en er lag een  klein goudkleurig muntje. Daar omheen, op het doek,  op aangeven plekken, de tarotkaarten. De kaarten waren op een bepaalde manier rond de karaf gerangschikt.

Naast deze uitstalling stond een jongedame in een toch wel erg sexy, hoog opgesneden, rood-zwart stoei-pakje. Ze was geschoeid met hoge zwarte leren laarzen, die in een SM-club niet zouden misstaan. Hadden wij deze dame, op een dolle Egyptische avond,  bij George thuis, ook al niet eens uit een tot sarcofaag omgetoverde drankenkast zien oprijzen?

De dame droeg een afschrikwekkend, gehoornde zwarte duivelsmasker, waarsoor de bovenste helft van haar gezicht niet zichtbaar was. Tussen de hoorns brandde op haar hoofd een zwarte kaars. Je zou hier gemakkelijk Baphomet in herkennen. Haar rechterarm hier zij schuin omhoog gestrekt, haar rechterhand wees met de wijs- en middelvinger omhoog, terwijl haar linkerarm en  linkerhand de tegenovergestelde houding had.  Deze hield ze schuin naar beneden, nu met de wijs- en middelvinger naar beneden. Gedurende de hele lezing stond de dame op deze manier, dat was best wel bewonderenswaardig. De dame moet in diepe ban van “Frater St George” zijn geweest, lijkt ons, wilde ze deze houding zo lang vol kunnen houden. Of zouden het de injectables van George zijn, die haar hierbij geholpen hebben?

George zelf, was netjes in pak, met stropdas en gleufhoedje. Alexander, met pantalon, zwarte overhemd, met contrasterende bies en zoals altijd wat meer bescheiden op de achtergrond. George droeg om zijn nek een brede blauwe, op de regalia van de vrijmetselarij geïnspireerde cordon, met daaraan een juweel, bestaande uit een zwarte driehoek met daar boven op een omgekeerde rood kruis. Regalia van de Vrijmetselarij blijkt hip in bepaalde kringen in lala- land, is Sterzoeker gebleken. Zagen wij ook niet al eens een magiër, met lineage, met een sieraad met passer en winkelhaak?

George bevestigde dat de sexy uitgedost dame de Godin Baphomet was en wij altijd maar denken dat Baphomet mannelijk was? Jammer wel, dat de opgericht fallus, zoals wij die normaliter van Baphomet kennen, in zijn geheel aan haar ontbrak. Dit precaire detail ging blijkbaar zelfs George en Alexander iets te ver,... of zijn we nu preuts aan het worden?

George verhaalde enthousiast over de geschiedenis van de Hell Fire Club en over de wilde feesten en de met symboliek gevulde rituelen, die zich afspeelden in de grotten van Sir Francis Dashwood. De sfeer, die in de ruimte,waarin wij ons bevonden gecreëerd was, kwam volgens de heren overeen met de bij een komsten van het illuster genootschap....Wij weten beter. Dwaas was ook zijn poging om de aanwezigen er van te overtuigen dat hij zelf een ingewijde was. Hij legde een van de “Hell Fire” activiteiten uit aan de hand van de voorwerpen die voor ons op de grond lagen. Toen begon het spel.

Ieder die durf had mocht het gouden muntje richting de kristallen karaf mikken. de bedoeling was het muntje tegen de karaf aan zou ketsten en vervolgens richting een Tarotkaart zou vallen. De aangewezen kaart zou zodoende een persoonlijke boodschap voor de gooier onthullen. De uitleg die werd gegeven aan de kaarten, daar konden we niet veel mee, behalve constateren dat gebrek aan Tarot-kennis hier de overhand had. Als  men  raak had gegooid mocht men toosten en  vervolgens een slokje van de wijn nemen. Wij hebben ons hier niet aan gewaagd, omdat wij dit soort vage mixturen van George & Co kennen en daarom geheel niet vertrouwen. Het is niet de eerste keer is dat er bij de heren  iets drogerends, door de wijn gaat, dat hebben we eerder meegemaakt. Neen, men doet hier beslist geen water bij de wijn.Verschillende mensen stonden als waren ze gehypnotiseerd, een voor een op, om dit spel mee te doen. In  de herhaling van de handeling zit hem de clou. Tot zover het PFI-gebeuren,

Op het  Haarlemse Hell Fire jubileumprogramma stond o.a. en optreden van Orryelle Defenestrate-Bascule. Wie Orryelle Defenestrate-Bascule en zijn crew al eens heeft zien optreden, weet hoe excentriek hij is. Je vraagt je af hoe hij zijn crew zo gek krijgt, hierin te willen participeren. Dat moet George ook gezien hebben, vandaar dat hij hem uitnodigde voor zijn Hell Fire party. Orryelle Defenestrate-Bascule is het type mens wat niet stil kan zitten. Hij lijkt op een kruising tussen een nar en sater. Dat laatste komt natuurlijk goed van pas in zijn act. Hij hoeft er dus weinig voor te doen om als een engerd over te komen. De man is van zichzelf gewoonweg eng, met zijn waanzinnige verwilderen blik en spichtige bewegingen. Hij doet ook denken aan dakloze, een junk. Hij heeft datzelfde getaande verweerde en magere uiterlijk. We kunnen ook niet zeggen dat hij erg fris rook.

Toch sluit er in deze aandachtsorgel ook nog iets van een geniale kunstenaar. Hij produceert werkelijk wat, al moet je wel van houden. De grens tussen gek en geniaal blijkt wederom heel dun. Zijn werk lijkt een beetje op de man zelf; rimpelige. We zien; enge  magere wezen en figuren in een duistere omgeving, waarin alle schoonheid en licht ontbreekt. De monsters die uit zijn brein ontspruiten worden dan ook veelvuldig  door hem afgebeeld en alsof dat nog niet genoeg is, worden deze beelden ook nog eens omgezet in video-producties en in performances. Allemaal even duister, grotesk en goor.

Alles wat Orryelle Defenestrate-Bascule maakt ziet er verschrompel uit, alsof het jaren lang in een sompige graf heeft gelegen. Je moet er dus echt van houden, dat scherven we al. Echt origineel is het werk van Orryelle Defenestrate-Bascule niet, aangezien het alle vooroordelen en clichés over hel en verdoemenis bevestigd. Het is in feite vrij commercieel werk, voor een niet al te kritisch publiek, of voor beginnende satanisten. Die zullen zich graag verlekkeren aan dit soort goedkope horror effecten.

In de Haarlemse Hell Fire Club werden wij, in de ijskoude kelder ruimte, getrakteerd op een show, waarbij Meneads, Orpheus zogenaamd aan stukken scheurde, dat kwam helaas niet echt uit de verf. Een hoop gesjor aan kleding, dat wel. Hier hadden wij meer van verwacht. Om over de Satanical S&M Act van The Merciless Mistress Tyrhannah maar helemaal niet te spreken.

Wij zijn erger gewend. Eerder trakteerde “Frater St George” ons namelijk al eens op; slecht eten en een onsmakelijke gemaskerde, als "His Infernal Majesty" goud-geschminkte dikke lilliputter, compleet met drietand. Ja, we blijven lachen... Daar zit je dan, met je doorgewinterde Hell Fire ziel, ook echt op te wachten. Op een, Miss Xarah von der Vielenregen,  zaten we in een eerdere show uit 2011, ook al niet te wachten. Waar bleven de blote mannen? Deze club is goddomme opgericht door homo's, dan willen we wat smakelijks zien ook!

Ook waren er Can-Can danseresjes, maar daar was vanuit  Sterzoekers standpunt, weinig van te zien, omdat het stikkedonker was. Achterin de catacombe vond dit dansspektakel plaats. Jammer wel het jubileumfeest, wat een sensatie had moeten zijn, ook wederom geen strakke heren, die prettig uit de kleren gaan, uitgenodigd waren. Dat hadden we op zijn minst verwacht, aangezien wij allen weten dat Broeder George en Alexander hier beslist niet vies van zullen zijn. Van de oude zure-schrompel-taart; Tante Toet weten we dat zij hier, op haar oude dag, ook niet bepaald op zal spugen. Maar het moest natuurlijk wel allemaal netjes surrogaat blijven, anders kregen de heren immers last met het ontbreken van enig vergunning..

Op dit Hell Fire club- jubileumfeest heeft uw Sterzoeker-informant heeft dus helaas geen orgie mogen beleven. Daarom zeggen we bij deze onze lidmaatschap op. Voor ‎25 euro...voor wat wijn, chips, theater en koude vloer... voelen wij ons bekocht ! George, we hopen dat de lijn je smaakte !!!

vrijdag 3 augustus 2012

Revisited edition Hell/Bon Fire Flater-Club

Hier stond, tot aan vandaag een prachtig artikel, ingezonden door een van onze lezers, over een ontevreden bezoekje aan heuse vurige Helse Club. Nu blijkt, uit zeer welingelichte bronnen, dat het verhaal wat Sterzoeker al bijna gingen geloven, geheel  is verzonnen. Dat vindt zelf Sterzoeker niet fijn. 
Dus geen spannend jubileum, dat is nooit geweest! Onze lezer was waarschijnlijk wel op een feest, maar niet bij de Hell  Bon Fire Club en zag daar geen show, tenminste niet bij deze club. Dat zal dus een complete vergissing zijn.

Het moet wel een pure toevalligheid zijn dat het verhaal van onze lezer overeenstemde met wat op de vermaande HBFC-site gechreven stond, want de Hell Bon Fire club existeert immers niet in het volle daglicht. Onze trouwe Sterzoeker-lezers hadden graag de URL gezien, maar die wilde St George ons helaas niet geven. Er kan er daarom ook niet over geschreven zijn,  en  voor een Club die flink aan de weg timmert dulden zij nu eenmaal geen exposure.

Bovendien schijnt onze inzender  niet in deze club geweest te zijn, want deze lezer werd daar niet waargenomen. Hoe het dan komt dat de club een eigen webpagina en foto's op het  internet heeft? Tja, dat begrijpt zelfs Sterzoeker niet. Dat zal dan ook wel een vergissing geweest zijn.

Vergissen, dat is nu eenmaal menselijk en dat gebeurt immers ook maar al te snel, als al die club-namen zoveel op elkaar lijken. Dan is ook een plaats- of een persoonsverwisseling snel gemaakt. Bij daglicht blijkt Pietje dan geen St Pietje meer te willen heten. Nu zijn we gaan twijfelen, of het wel om de BonFire Club blijkt te gaan?

Vandaar dat Sterzoeker, zeer verlichte, waarde Br St George, zijn onderstaande vriendelijke schrijven, dan ook heel erg serieus opneemt. We hopen dat zijn goede naam snel gezuiverd moge zijn. Want buiten lala-land heb je immers snel een naam. Zo is Sterzoeker dan weer wel, daar houden wij rekening mee.

Ach, in het helse donker vergist een mens zich nu eenmaal snel, dat konden wij ook niet weten. We hopen dat waarde Broeder het onze lezer wil vergeven.  Het zal onwetendheid geweest zijn. We weten het, nee vergeven past niet in de Hell!

Binnenkort komen we daarom terug met een revisited edition!

dinsdag 31 juli 2012

Lammas het Eerste Oogstfeest

Tussen Midzomer en de Herfstequinox wordt op 1 augustus een Oogstfeest gevierd. Lammas wordt ook wel Lughnasadh genoemd en is het feest van de oogst. Lughnasadh is de inleiding naar de herfst en kondigt het einde van de zomer aan. Al valt Lughnasadh in de warmste tijd van het jaar, het feest markeert de tijd dat de dagen duidelijk korter worden. Net als Imbolc (ploegfeest) en Ostara (zaaifeest) is dit een landbouwfeest, we vieren de grote oogst .

De herfst kent 3 oogsten, Lughnasadh is de eerste, de tijd dat het eerste graan geoogst wordt. Het feest is genoemd naar de Keltische god Lugh, de God van het licht en wijsheid. De traditie van dank zegging voor het brood is afkomstig van deze eerste oogst en werd door de Christenen "loaf mass" genoemd, oftewel Lammas.

Het is het feest van overvloed en weelde. Maar ook staan we weer stil bij de herfst die onherroepelijk binnenkort zijn intrede zal doen. Symbolisch gezien volgen we de landbouw door van wat we dit jaar gezaaid hebben nu "onze vruchten te plukken".

De tijd is aangebroken om, na al dat harde werken van de vorige maanden volop van de vruchten te genieten. Het is de tijd van uitrusten en genieten van de zon ook, van lekker luieren en energie opdoen voor de komende donkere periode. Lammas is de tegenhanger van Imbolc op het jaarwiel.

Lughnasadh is een tijd van transformatie. De graan koning offert zich op en wordt getransformeerd naar de levensbrengende overvloed van de oogst. Ook vruchtbaarheid blijft een van de speerpunten van dit feest, alsmede de dood van degod Lugh, de Keltische zonnegod (symbool voor het korter worden der dagen).

Tijdens Lughnasadh staan we stil bij wat we bereikt hebben en zijn dankbaar voor wat we hebben. Het is tijd om anderen te laten delen in de overvloed en datgene te oogsten wat we eerder hebben gezaaid, zowel positief als negatief.

De mensen waren de hele dag druk met het binnenhalen van de eerste oogst en 's avonds werd dat gevierd. We eren bij deze sabbat de moeder voor haar gaven en vragen om steeds voortdurende overvloed. Van de laatste korenschoof maakte men van oudsher een graanpop, symbool voor de moeder aarde, die men versierde met linten in de kleur Scharlakenood voor de Keltische moedergodin Cherridwen en men hing deze pop de hele winter boven de haard. Het feest staat vooral in het teken van graan en dat zie je ook terug in de rituelen en versieringen.

Lughnasadh wordt uitgesproken als "lugnasat" en is de Ierse benaming voor "Lughs feest". Lugh is de Keltische Lichtgod die zich met de donkere aarde verenigt, we gaan immers weer richting winter. Een andere naam voor de Sabbat is Lammas. Dit betekent zoiets als broodmis. Borrod als oogst (graan) en mis ook als oogst (van het Latijnse Messis waarmee het oogsten en de oogst werden aangeduid). Van origine werd het feest niet punctueel gevierd op 1 augustus maar aan het einde van de oogst, afhankelijk van de weersomstandigheden van ieder jaar. De Lammasviering van de Kerk werd in het midden van de oogst(feesten) geplaatst en ging dan vooral over het brood als gave Gods. Lammas diende op 1 augustus gevierd te worden, niet aan het eind van de oogst. Dit met het doel de aandacht van het heidense afsluitende feest te verplaatsen naar het kerkelijke feest.

in mythen over de oogst is vaak sprake van twee Goden. Zij symboliseren de afstervende vegetatie van deze oogst en het zaad voor de volgende oogst die zich in die vegetatie bevindt. De oude God wordt gedood als de vegetatie wordt geoogst, maar leeft voort in het zaad en wordt herboren in de vegetatie van volgend jaar. In oude mythen offert de "god" of koning begin augustus zijn leven om de vruchtbaarheid van het land te verzekeren en een nieuwe vruchtbaarheidscyclus op gang te brengen. Uiteraard is dit offer symbolisch. Het lammas ritueel nodigt de aanwezigen ook uit om stil te staan bij de "offers" in hun eigen leven.

Het offer van de zonnegod is terug te vinden in de graanoogst, waarbij het gouden graan, gerijpt door de zon, met de zeis 'gedood' wordt. Soms werd het laatste graan samengebonden in de vorm van een man, die De Oude Man of Graankoning werd genoemd en soms symbolisch doodgeslagen werd. Dergelijke rituele handelingen dienden ook om de levenskracht op te wekken die vooral met het graan werd verbonden. In elke graankorrel is deze kracht te vinden, maar vooral rond de laatste halmen die geoogst werden of de laatste schoven die op het veld bleven staan, bestonden gebruiken om deze kracht te activeren. .

Vaak kreeg de laatste schoof een naam en moesten er bepaalde handelingen mee verricht worden. Soms werd de laatste schoof verbrand en werd de as voordat men in het vroege voorjaar weer ging zaaien, over de akkers gestrooid. Meestal werd een deel van de laatste graankorrels door het nieuwe zaaigoed verwerkt om de levenskracht van de oude oogst op de nieuwe vegetatie over te brengen.

Deze Graankoning werd in sommige delen van Europa ook feestelijk het dorp binnengehaald om er te overwinteren in de schuur. Tijdens de volgende lente werd hij opnieuw naar het veld gebracht om zijn taak weer op te nemen. Niet alleen moet het graan dienen om de mensen te voeden tijdens de koude wintermaanden, maar ook als zaaigraan voor het volgende jaar.

De thematiek van dood en wedergeboorte duikt hier dus opnieuw op. Pas als de God sterft, zal de winter kunnen overwonnen worden en zullen de gewassen het volgende jaar weer kunnen groeien. Lughnasadh is daarom niet alleen een eerbetoon aan de geofferde God, maar eveneens een vruchtbaarheidsfeest. Het zaad dat geoogst wordt, zal immers opnieuw de aarde bevruchten. Opvallend is dat negen maanden later, met Beltain, de jonge God opnieuw geboren zal worden.

Het offer van de God is geïnspireerd op het oeroude geloof dat de goden sterfelijk waren. Een God kon veel beter sterven op het hoogtepunt van zijn macht, dan langzaam af te takelen en te zwichten onder de kwalen van de ouderdom. Vandaar dat ook koningen en krijgsheren verkozen in de strijd te sterven. De dood in de bloei van het leven garandeerde ook dat de ziel krachtdadig aan een nieuw leven kon beginnen, nadat hij het lichaam van de stervende had verlaten.

Deze regel gold vooral voor de Koningen, die regeerden dank zij hun goddelijke status. Als zij een natuurlijke dood zouden sterven, zou het land ten onder gaan. Het lot van het land was immers verbonden met de macht van de Koning. Mocht die macht wegkwijnen, dan zou ook het land aftakelen.

In vele gevallen werd de koning zelf gedood, maar in bepaalde culturen werd een vervanger aangesteld die het lot van de koning moest ondergaan. In Babylonië gebeurde dit rituele offer jaarlijks bij de heraanstelling van de koning. Tijdens het offerfeest werden de rollen van meesters en knechten omgedraaid en bedienden de leiders hun dienaars. Een terdoodveroordeelde werd in koningskleren gestoken en mocht gedurende vijf dagen het leven van een vorst leiden. Op het einde van de vijfde dag werd hij gedood.

Net zoals de goddelijke koningen konden regeren over een volk, zo konden goden regeren over het land en de gewassen. In de moderne heksensabbat wordt er van uitgegaan dat de hemelgod Lugh regeert over de helft van het jaar waarin de zon in kracht toeneemt. De heerschappij van de zon stopt echter met midzomer, zodat de krachten van de zonnegod op 1 augustus duidelijk aan het afnemen zijn en de tijd voor het offer rijp is.

De Graankoning was niet altijd een man. Het kon ook een vrouw zijn. De dood van de Graankoningin verwees dan naar het terugtrekken van de Korenmoeder, Demeter, uit de velden. Tijdens het Ierse Lughnasadh werden de zogenaamde Tailltean games gehouden, de spelen ter ere van de overleden voedster van Lugh, Tailte of Tellus. De zorgende taak van de moedergodin, die tijdens de lente en de zomer de gewassen had gevoed, was nu immers voorbij. Ook Maria-Hemelvaart, Op 15 augustus, herinnert er ons aan dat de Moeder van de Lichtgod (Christus) langzaam de aarde verlaat.

Hoewel in verhalen sprake is van twee Goden, zijn zij in feite één. Eén God, die elke keer opnieuw sterft maar niet doodgaat, en elk jaar opnieuw wordt geboren. Lammas vieren we als een (eerste grote) oogst-, dank- en vuurfeest ter ere van de Zonnegod Lugh (die overigens ook) een rituele dood en wedergeboorte ondergaat. Met het oogsten verdwijnt de vegetatie, om later terug te keren.

We kunnen we dit feest ook vieren door te kijken wat symbolisch betekenis er van is in ons persoonlijk leven. Wat is onze oogst (vanaf Yule tot nu), waar kunnen we dankbaar voor zijn, wat kunnen we loslaten, enz. Sterzoeker benoemt het feest overigens als Lammas en niet als Lughnasadh, gewoon omdat we het woord Lammas zo prettig vinden klinken.

zondag 15 juli 2012

Wierook: van Heilig middel naar Geneesmiddel (F)

Sterzoeker gaat verder over wierook. In een aantal blogjes besteden we aandacht  aan de geschiedenis en aan de handel in wierook in de oudheid. Dit is een uitgebreide vervolg op de eerdere blogs over wierook die reeds op Sterzoeker zijn verschenen. U kunt deze eerder blogjes ook vinden door in de kantlijn, in de onderwerpenlijst, op het label "wierook" te klikken. We gaan verder in op het gebruik van wierook als geneesmiddel en over het verval van de handel in wierook in de oudheid.

Het valt niet te ontkennen dat de gestadige afname van de vraag naar wierook door de opkomst van het Christendom en het uitdoven van de antieke godsdiensten van wezenlijk belang is geweest bij de neergang van de handel in dit Zuidarabische produkt. Dit was echter niet de enige factor. De Romeinse handel met het zuidoosten, die in de derde eeuw op alle fronten sterk terugviel, had zich bijna volledig naar zee verplaatst zodat de plaatsen langs de oude karavaanroute alle betekenis verloren.

Daarbij kwam dat door de immigratie van Noorarabische stammen Zuid-Arabië in toenemende mate gebedoeïniseerd werd en dat door de ontbinding van de goed georganiseerde gemeenschap de eens zo bloeiende oases aan de rand van de woestijn meer en meer verlaten werden. Deze en verschillende andere onderling afhankelijke factoren waren lang vóór de komst van de Islam verantwoordelijk voor het geleidelijke verval van de grondvesten waarop de Oudzuidarabische cultuur gebaseerd was.

De wierook dankte zijn gebruik als materia medica vooral aan de verwarmende en adstringerende kracht die men aan hem toeschreef. Reeds in het Corpus Hippocraticum behoort wierook tot de meest gebruikte geneeskrachtige stoffen; hij diende als wond-reinigend, uitdrogend en uitbijtend middel en werd samen met andere substanties in omslagen van ieder type gebruikt, in pillen verwerkt en aan verschillende geneeskrachtige mengsels toegevoegd; ook het universele geneesmiddel theriaca bevatte wierook (Cel sus, De medicina V,23, 2; Galenus XIV 259 K).

Voor talrijke recepten had men uitdrukkelijk druppel-wierook, d.w.z. mannelijke wierook nodig, terwijl men bij andere toepassingen de manna, die minder kracht dan wierook zelf zou bezitten, prefereerde. De schors van de wierookboom schreef men daarentegen een sterkere adstringerende werking toe dan de wierook zelf.

Er bestaan voor veel farmaceutische toepassingen van wierook die bij Galenus, Celsus, Dioskurides, Hippokrates en anderen te vinden zijn reeds in het Oude Egypte parallellen. Aan de andere kant zijn er in de christelijke en de Islamitische oriëntaalse literatuur uit de Middeleeuwen nog talrijke uit de Griekse geneeskundige geschriften overgenomen recepten te vinden waarbij wierook wordt gebruikt. Zo bevat alleen al het onder de titel "Boek van de medicamenten" gepubliceerde syrische werk-" tachtig recepten waar wierook voor nodig is.

De grote waarde die men in de oudheid hechtte aan de wierook blijkt wel uit het feit dat het gold als een kostbaar geschenk dat door vorsten gegeven en ontvangen werd. Hiervoor valt een hele reeks voorbeelden te geven. Alexander de Grote, die als jongeman ooit bij het offeren te kwistig was omgegaan met de wierook en daarvoor door zijn opvoeder berispt werd met de vermaning dat hij dat pas zou mogen doen als hij de volkeren had overwonnen die de wierook produceerden, stuurde - naar men zegt - na de inname van Ghazza aan dezelfde Leonidas 500 talenten wierook, met het verzoek daarmee in de toekomst niet meer spaarzaam om te gaan tegenover de goden (Plutarchus, Alexander 25, 4v).

In de Truculentus (540) van Plautus beroemt Stratophanes zich er eerst op voor zijn geliefde Phronesium wierook te hebben meegebracht uit Arabië en later klaagt hij er over haar dit kostbare geschenk te hebben gegeven.

De tegenwoordige wierookproduktie in de vroegere regio turifera is een quantité négligeable. Dit heeft geleid tot een dalend aanbod van dit produkt op de wereldmarkt. Maar ook de vraag ernaar is klein, ook al wordt wierookhars nog steeds als grondstof gebruik bij de bereiding van allerlei geurstoffen.

Wierook werd vroeger niet alleen gebrand; reeds het oudste Griekse citaat bij Sappho lijkt er immers op te duiden dat het ook als strooi poeder werd aangebracht en ingewreven. Ook Ovidius (Medicamina faciei femineae 94) beveelt mannelijke wierook met ammoniakzout en andere ingrediënten aan als middel waarmee vrouwen hun gezicht kunnen verzorgen. Een met wierook bereide zalf schijnt in de oudheid een grote kostbaarheid te zijn geweest; na lang proberen was het een zalvenmaker uit Pergamon gelukt hem te fabriceren, iets wat eerder noch later ooit aan iemand is gelukt (Athenaeus, Deipnosophistai XV, 689a-b).

Ook het gebruik als materia medica waarvoor men vroeger wierook hoog waardeerde speelt tegenwoordig geen rol meer: bij onze drogisten is in ieder geval het bakje of potje met het opschrift olibanum zeer zeldzaam geworden. Zelfs bij Jemenitische handelaars in drogerijen, die vroeger voor farmaceutische doeleinden nog een grote variëteit aan wierook aanboden, is hij als traditioneel geneesmiddel steeds meer buiten gebruik geraakt.

Maar ook op zijn hoogsteigen plaats, in de religieuze cultushandeling, wordt de wierook steeds verder teruggedrongen. Dit geldt vooral voor het gebruik van wierook in de riten van de katholieke kerk. Er zijn dan ook tegenwoordig vele godshuizen waar men zelfs op hoogtijdagen de geur van de wierook niet meer kan bespeuren. Om de titel te citeren van een geschrift dat zich in zijn ondertitel uitgeeft voor een theologie van alledag ziet men onze tijd aan voor een tijd "aan de wierook voorbij"? En, alsof wierook nog even kostbaar is als ten tijde van keizer Nero, stelt men alternatief "Brood voor de Wereld of Wierook voor God", zodat men het niet zou wagen zich tegen het brood voor de wereld uit te spreken.

In één van zijn boeken schrijft A. Hamilton, de latere Lord Belhaven, die in 1940 voor het eerst opgravingen in Sjabwa, het antieke centrum van de wierookhandel, doorvoerde, dat Arabië zijn hele geschiedenis te danken heeft aan één kleine boom, om zich daarna de vraag te stellen: "Was the Tree of Life the incense tree? I think it likely that, in the lost story from which our myth comes, the garden of Eden was South Arabia and that in the midst of the garden, as they do today, stood thc sacred groves of incense, whose magie power protected body and soul and ensured everlasting life".

In de oudheid beschouwde men echter, zoals talrijke antieke schrijvers weten te getuigen, Arabia Felix als het land van de wierook en de aromata zonder meer, waarvan de produktie en export voor Zuid-Arabië verreweg het meest winstgevende bedrijf was. Misschien kan men dit, indien men de economische capaciteit en de handelsmaatstaven van die tijd in het oog houdt, met beperkingen vergelijken met de tegenwoordige aardolie-produktie op het Arabische Schiereiland.

Het Praktische Gebruik van Wierook (E)

Sterzoeker gaat verder over wierook. In een aantal blogjes besteden we aandacht  aan de geschiedenis en aan de handel in wierook in de oudheid. Dit is een uitgebreide vervolg op de eerdere blogs over wierook die reeds op Sterzoeker zijn verschenen. U kunt deze eerder blogjes ook vinden door in de kantlijn, in de onderwerpenlijst, op het label "wierook" te klikken. We gaan verder in op het praktische gebruik van wierook in de oudheid.

Bewieroking is nog steeds gebruikelijk in Zuid-Arabiê, en vele van dit soort gewoonten zouden een reminiscentie aan pre-islamitische gebruiken kunnen vormen. Zo werd er tot in onze tijd rijkelijk wierook gespendeerd bij begrafenissen en op de drie volgende avonden na het gebed bij zonsondergang reukwerk gebrand. Bij de graven van heiligen wordt wierook als offer gebracht en ook bij moskeeën worden gaven bestaande uit reukwerk neergelegd.

Uit het bewieroken van pasgeboren babies en kraamvrouwen blijkt wel de apotropeïsche werking die men aan de geur van wierook toeschrijft. De reinigende werking wordt helemaal duidelijk wanneer iemand die zich aan een misdaad schuldig heeft gemaakt wierook moet branden om een dreigend onheil van zijn stam af te wenden. Ook nu nog zijn er vele gebieden waar men gasten eert door bij hun binnenkomst wierook aan te steken en hun kleding met de geur van brandende wierook te parfumeren.

Het grote belang dat de wierookboom vroeger had valt nog steeds op te maken uit de bijzondere nomenclatuur die op deze cultuur betrekking heeft in de moderne Zuidarabische talen Mehri en Sheri (of Gibbali) en in het Arabische dialekt van Dhofär. De verschillende soorten wierookhars hebben ieder een eigen naam en niet alleen de wierookboom wordt met een apart woord aangeduid, maar ook zijn bladeren en bloesems. Voor het inkerven van de stam en voor het afkrabben en oprapen van de hars zijn er aparte werkwoorden, en evenzo bestaan er aparte namen voor het schraapmes dat men daarvoor gebruikt, de korven waarin men de wierook verzamelt en de maat- en gewichtseenheden voor de geoogste wierook.

De wierookaanplantingen worden in Dhofär elk verschillend genoemd naar het aantal van de eveneens met een speciaal woord aangeduide oogstarbeiders, en manzil, dat in het overige Arabisch "stopplaats, woning" betekent, wordt in dit gebied voor "wierookstation" gebruikt. Het is zelfs heel goed mogelijk dat een tot in Oman verbreid woord voor "magazijn, pakhuis", bahhär, genoemd is naar het reukwerk, bahûr, als belangrijkste stapelprodukt.

Ook al is er in de Ilias (IX, 499) sprake van reukoffers, wierook was in de Homerische tijd in Griekenland onbekend; Plinius (Nat. hist. XIII, 2) schrijft duidelijk dat men in de dagen van de Trojaanse oorlog de goden nog niet met wierook aanriep. Het door Pausanias geciteerde spreekwoord "de godheid met het reukwerk van een vreemde (natie) vereren" (Periegeta IX, 30, 1) toont aan dat het offermateriaal dat later werd gebruikt overwegend uit het buitenland afkomstig was.

Plato (Leges 847b) verlangt nog dat men wierook en ander reukwerk uit vreemde landen waarmee men de goden eerde, niet moest importeren, maar dat men datgene moest gebruiken dat het land zelf voortbrengt. Zoals men in het Kanaänitische gebied op de hoogten wierook brandde voor Astarte, zo schijnt in Griekenland het wierookoffer aan de cultus van Aphrodite verbonden te zijn geweest.

Vergilius (Aeneis I, 416v) zegt nog van het heiligdom in Paphos, het centrum van de Aphroditeverering op Cyprus, dat de altaren daar geurden van Sabeese wierook ". Na verloop van tijd werd het branden van wierook een deel van het gebed aan de goden; ook bij waarzeggen, toveren en bezweren gebruikte men wierook. Men geloofde al met een klein beetje wierook de goden mild te kunnen stemmen.

In de Geoponica (XI, 15, 2) is de spreuk overgeleverd dat men de goden meer genoegen kan doen door ze met wierook aan te roepen dan door hun goud als wijgeschenk aan te bieden. Niet alleen bij de godenverering in de eigenlijke cultus was wierook een vereiste, ook bij andere gelegenheden werd hij gebruikt.

Het karakter van het oorspronkelijke reukoffer komt nog duidelijk tot uitdrukking als men van de Pythagoreeërs vertelt dat zij wijn plengden en reukwerk en wierook offerden zodra de disgenoten waren verzameld (Iamblichus, Vita Pythagorica 21, 98), of wanneer gezegd wordt dat men voor een banket wierook op het huisaltaar moet leggen (Athenaeus, Deipno-sophistai XV, 655c). Want de wierook die men daartoe kocht werd niet alleen voor het gerief van de vrienden gebrand, maar ook aan de goden geofferd.

Alexander de Grote was de eerste vorst tot wiens eer men wierook brandde. De Macedoniërs huldigden hem door voor zijn troon een altaar op te richten waarop ze een gouden wierookpan vol wierook plaatsten (Polyaenus IV, 8, 2). Ook bij zijn intocht in Babylon werden er te zijner ere altaren met wierook opgesteld (Curtius Rufus, Historiae Alexandri Magni V, 1,20). Verder schijnt dit gebruikt echter beperkt te zijn gebleven tot Aziatisch Griekenland.

Volgens de Romeinse schrijver Arnobius (Adversus nationes VII, 26) was het nog niet zo erg lang geleden dat het gebruik van wierook zich had verbreid. In het heroïsche tijdperk was hij onbekend, Romulus en Numa offerden zonder wierook te gebruiken en bij de oude schrijvers komt hij niet voor. Als men Livius (X, 23, I) mag geloven gebruikte men in Rome al in het jaar 246 v. Chr. wierook in de cultus.

Vanwege de vele slechte voortekenen dat jaar besloot de Romeinse senaat twee dagen lang een gebedsdienst te houden om het dreigende onheil af te wenden. Hiertoe werden van overheidswege wijn en wierook uitgedeeld. Ook voor privé-gebruik zou de wierook al vroeg in zwang kunnen zijn geraakt, aangezien hij zelfs tot de penus, de in huis opgeslagen voorraad, wordt gerekend (Gellius, Noctes Atticae IV, I, 20).

Zoals in Griekenland bij de Aphrodite-cultus schijnt men in Rome vooral aan Venus graag wierook te hebben geofferd. Men hoopte natuurlijk altijd baat te hebben bij het branden van wierook voor de goden. Aan de andere kant geloofde men dat ook de goden op wierookoffers waren aangewezen. Zij maken zich er over bezorgd dat na de vernietiging van de mensheid door de grote vloed niemand meer wierook aan hen zou kunnen brengen (Ovidius, Metamorphoses I, 248v).

Wijn en wierook speelden bij de Romeinen een belangrijke rol bij de offerrande,vooral als gave vóór het eigenlijke offer. Ture et vino supplicare werd zelfs een aparte zegswijze, vooral sinds deze offermaterie in verband werd gebracht met de keizerscultus. Een enkele keer werden reeds ten tijde van de Republiek levende personen geëerd door wierook te branden, maar afgezien van deze enkele uitzondering offerde men alleen maar wierook aan goden of vergoddelijkte personen.

Het verbruik van wierook moet later in Rome bij begrafenissen zo groot zijn geweest dat Plinius (Nat. hist. XII, 82) kon beweren dat Arabia Felix meer te danken had aan de inferi dan aan de superi. Er zijn talrijke schilderingen van begrafenisplechtigheden waarbij grote hoeveelheden wierook en andere aroma ta op de brandstapel worden gelegd.

Bij funera publica spendeerde ook de staat of de gemeenschap wierook, soms in aanzienlijke hoeveelheden. Zo wordt bijvoorbeeld als verbruik bij de begrafenis van een edelman 50 pond (CIL XIV, 413,5), bij de begrafenis van een decurio 20 pond (CIL XIV, 321, 8), in een ander grafopschrift (CIL V, 337, 8) 3 pond wierook aangegeven, wat telkens uit openbare middelen beschikbaar werd gesteld.

Bij de begrafenisdienst voor een jonge man werd 20 pond wierook verbrand, naar men zei om de ouders te troosten (IG XIV 756, 16 uit Napels). De grootste overdaad staat echter op naam van Nero, in het jaar 65 bij de begrafenis van Poppaea Sabina. Plinius (Nat. hist. XII, 83) vertelt dat mensen die het weten konden hem verzekerd hadden dat Arabië in een heel jaar tijds niet zoveel wierook op kon brengen als keizer bij de begrafenis van zijn lievelingsvrouw liet verbranden.

De Christenen wezen offers aan de beeltenis van de keizer af, ook wanneer hun vaak als enige keuze bleef óf de wierook te branden, óf de weigering met de dood te bekopen. Als een Christen turificatus werd, d.w.z. wierook offerde aan de heidense goden, sloot hij zich met deze verfoeilijke daad uit van de christelijke gemeenschap.

Een Christen moest zich - zo schrijft Tertullianus (De idolatria I, 6) - wel zeer huichelachtig gedragen, wilde hij nog als wierookhandelaar optreden, aangezien zo iemand de demonen grote diensten bewees: het is namelijk eenvoudiger afgodendienst te bedrijven zonder afgods-beelden dan zonder de waren van de wierookhandelaar.

In de wierook die de Drie Wijzen uit het Oosten aan de pasgeboren Jesus brachten samen met de andere gaven ziet Tertullianus (De idolatria 9, 4) in zekere zin de afsluiting van het offer en de wereldlijke eer waaraan Christus zich later zou onttrekken.

Uit het unanieme getuigenis op talrijke plaatsen kan men opmaken dat zeer waarschijnlijk tot in de vijfde eeuw het gebruik van wierook in de christelijke eredienst verboden was, dit in tegenstelling tot de heidense riten. Nadien wordt er een verandering speurbaar in de opvattingen over de vraag of wierook al dan niet geoorloofd is, als men zich begint te bezinnen op die plaatsen in het Oude Testament waar het reukoffer als Gode welgevallig wordt beschouwd en men eraan herinnert dat aan Jesus na zijn geboorte wierook werd geofferd - ook al was men zich er natuurlijk terdege van bewust dat de vroege kerk-vaders volledig verschillende opvattingen over wierook hadden gekoesterd.

Zo wint de door de christelijke kerk aanvankelijk als heidens verworpen turificatio vanaf de vijfde eeuw in navolging van de Joodse en Romeinse cultus langzamerhand terrein in de christelijke riten, waarbij men echter de wierook niet als het offer zelf beschouwde maar eerder als een symbool daarvoor.

Vergelijkbare Blogs

Related Posts with Thumbnails