zaterdag 12 december 2009

Ritueel van de Drie Magi

Zo vlak voor de kerst is een mooi moment om het ritueel onderstaande op te voeren. Dit ritueel vindt zijn oorsprong in de Golden Dawn en is genaamd "De Drie Magi". Het is een ritueel met veel tekst en nog meer wijsheid, wat goed past bij deze tijd van het jaar. De winter is oudsher een periode van inkeer en contemplatie, tot aan de dag waarop in vele tradities de terugkeer van de zon wordt gevierd. De tekst van dit ritueel leent zich daar uitstekend voor.

Deelnemers: magus, Officieren van Zuid, West en Noord, Balthazar, Melchior, Casper, Alnitak, Alnitam, Mintaka.
Benodigdheden: Muziek, goud, mirre, frankincense, wierook, brander, kooltje, brood en wijn, pentagram, kelk, mand met kaarsen, taper (=een dunne kaars waar kaarsen mee aangestoken worden), dover.

Dubbelklik op de afbeelding om deze in groot formaat te zien.

De deelnemers lopen in processie de tempel in totdat iedereen zit. Dan staat de Magus op en spreekt tot de tempel.

Magus; (maakt kabbalistisch kruis)
Rond om dit tijdstip van de Terugkeer van de Zon vieren vele tradities een speciale dag. Voor Pagans is het de tijd dat de Zon begint aan zijn terugreis. De zon die licht meebrengt, warmte en groei. De Christenen gedenken de geboorte van Jezus van Nazareth, een van de vele Verlossers die de mensheid dienden. Maar het was ook de geboortetijd van Mithras, de God en Beschermer van de Romeinse Legioenen, van Dionysus, de Goddelijke zoon van Zeus, van Orpheus van de Grieken, van Horus, de Zoon van Isis en Osiris en vele anderen. Dit ritueel is een viering voor het Terugkerende Licht in de Wereld, ongeacht onder welke naam dit Licht bekend staat, want we vieren Eenheid, en niet verdeeldheid, en we brengen de geschenken van de Drie Magi naar het Altaar. We roepen naar onze Tempel de Verlossers van alle religies om hen de gave van het licht te delen. Broeders en Zusters. Laten we de Tempel openen.

Steekt taper aan aan altaarlicht en lijkt naar Oost. Trek gelijkarmige kruis en omcirkel dit.

Als officier van het Oosten in dit ritueelvraag ik de Deuren van het Oosten om zich te openen naar de Spirituele Wereld. Ik roep de Aartsengel Raphaël aan om aanwezig te zijn in de naam van Harmonie. Breng de Engelenkrachten met u mee, en deel in onze vreugde. Ik roep Paralda de Elementale Koning van Lucht en de inwoners van zijn Domein. Wees Welkom en gezegend in de Naam van het Licht. Ik roep allen die gewerkt hebben met de krachten van Genezing, Harmonie en Profetie en zij die hun leven gegeven hebben zonder aan zichzelf te denken. Wees Welkom. Gaat zitten.

Zuid; Steekt taper aan aan altaarlicht en lijkt naar zuid. Trek gelijkarmige kruis en omcirkel dit.

Als officier van het Zuiden in dit ritueelvraag ik de Deuren van het Zuiden om zich te openen naar de Spirituele Wereld. Ik roep de Aartsengel Michaël aan om aanwezig te zijn in de naam van Vredelievende Krijger. Breng de Engelenkrachten met u mee, en deel in onze vreugde. Ik roep Djinn de Elementale Koning van Vuur en de inwoners van zijn Domein. Wees Welkom en gezegend in de Naam van het Licht. Ik roep allen die gewerkt hebben met de krachten van Gerechtigheid, Verdediging van de Zwakken en zij die hun Leven Voor Leven hebben geofferd. Wees Welkom. Gaat zitten.

West; Steekt taper aan aan altaarlicht en lijkt naar West. Trek gelijkarmige kruis en omcirkel dit.

Als officier van het Westen in dit ritueelvraag ik de Deuren van het Westen om zich te openen naar de Spirituele Wereld. Ik roep de Aartsengel Gabriël aan om aanwezig te zijn in de naam van Begrip. Breng de Engelenkrachten met u mee, en deel in onze vreugde. Ik roep Nixa de Elementale Koning van Water en de inwoners van zijn Domein. Wees Welkom en gezegend in de Naam van het Licht. Ik roep allen die gewerkt hebben met de krachten van de Geest en Inspiratie, en zij die hun kennis gegeven hebben met geen gedacht aan zichzelf. Wees Welkom. Gaat zitten.

Noord; Steekt taper aan aan altaarlicht en lijkt naar Noord. Trek gelijkarmige kruis en omcirkel dit.

Als officier van het Noorden in dit ritueelvraag ik de Deuren van het Noorden om zich te openen naar de Spirituele Wereld. Ik roep de Aartsengel Uriël aan om aanwezig te zijn in de naam van Groei. Breng de Engelenkrachten met u mee, en deel in onze vreugde. Ik roep Ghob de Elementale Koning van Aarde en de inwoners van zijn Domein. Wees Welkom en gezegend in de Naam van het Licht. Ik roep allen die gewerkt hebben met de krachten van de Aarde, en de levensvormen op die op haar leven. De jongere broeders; de dieren, planten en mineralen die hun leven hebben gegeven of wier leven is ontnomen door de daden van de Mensen. Verenig u met ons en vergeef ons onze fouten. Wees Welkom. Gaat zitten.

Magus; staat bij het Altaar
Laten we ons de grote helers en Zieners voor de geest halen die een deel van deze wereld zijn geweest. Narada van Atlantis. Melchizedek van de Chaldeers, Zoroaster van Persie, Gautama van India, Milarepa, en Dolma van Tibet, Kwan-Yin van China en Japn, Solomon en Menelek zijn zoon, Apollo, Cheiron en Aesclapius van Griekenland, Jezus, Osiris, Khum en Path van Egypte. De Therapeutoi uit oude tijden en hun moderne opvolgers. We bedanken hun voor wat zij met hun leven gedaan hebben en we zegenen hen, en herkennen onze schuld aan hen. Moge het licht op hen schijnen en moge de Oude der Dagen zijn gezicht naar hen toewenden. Mogen hun namen niet vergeten worden.

Allen;
Wij zegenen hen en we herkennen onze schuld aan hen. Moge het licht op hen schijnen en moge de Oude der Dagen Zijn gezicht naar hen toewenden. Mogen hun namen en daden niet vergeten worden.

De Magus kijkt naar oost, buigt, offert wierook, gaat zitten.

Zuid; Staat bij Altaar
Laten we onze de grote Krijgers voor de geest halen, de verdedigers van vele geloven die gestreden hebben tegen het Duister en hun jeugd, leven en bloed offerden voor anderen. Gilgamesh en Enkidu, David en Judah, Horus de Werker, en Longinius van de Heilige Speer, Nuada van de Zilveren Hand en Alexander van Macedonia. Cataweyo van de Zoeloes, en Phoeniciers die het aangedurfd hebben om te zielen waar nog nooit iemand was geweest. De Samurai van Japan, de Pandavi die tegen de tyranie in India vochten. De onbekende krijgers die door de eeuwen heen gevochten hebben voor gerechtigheid en vrijheid en dit tot in onze tijd nog steeds doen. Wij danken hen voor hun levens, en hun toewijding aan hun plicht. We zegenen hen en we erkennen onze schuld aan hen. Moge het licht op hen schijnen en moge de Oude der Dagen zijn gezicht naar hen toewenden. Mogen hun namen niet vergeten worden.

Allen; Wij zegenen hen en we herkennen onze schuld aan hen. Moge het licht op hen schijnen en moge de Oude der Dagen Zijn gezicht naar hen toewenden. Mogen hun namen en daden niet vergeten worden.

De officier van Zuid kijkt naar zuid, buigt, offert wierook, gaat zitten.

West staat bij het altaar
Laten we ons de grote leraren en denkers voor de geest halen; de artiesten en schrijvers die door de geschiedenis heen ons hebben trachten te onderwijzen in liefde, wijsheid en begrip. Socrates, Plato Pytahagoras, Sappho, Aristoteles en Marcus Aurelius. Isis en Anubis; Thoth de Heer der Boeken. Confusius en de groene Tara van Tibet Michelangelo, Beethoven, bach , Sybelius, Mozart, en Mahler, St. Francis en St. Clara, Joan van Domremy, de Orakels uit de oude tijden, Innanah de eerste geofferde God en Oannes die voortkwam uit de Vlam van de Mysteriën. We danken hen voor hun levens. We zegenen hen en we erkennen onze schuld aan hen. Moge het licht op hen schijnen en moge de Oude der Dagen zijn gezicht naar hen toewenden. Mogen hun namen niet vergeten worden.

Allen; Wij zegenen hen en we herkennen onze schuld aan hen. Moge het licht op hen schijnen en moge de Oude der Dagen Zijn gezicht naar hen toewenden. Mogen hun namen en daden niet vergeten worden.

Officier van west buigt, offert wierook en gaat zetten.

Noord staat bij het Altaar
Laten we in onze geest oproepen hen die de aarde gediend hebben. De moeders die het onze voorvaderen mogelijk maakten om te overleven en uithoudingsvermogen te ontwikkelen door de eeuwen heen. Zij die zonen en dochters offerden voor de zaken der aarde. Vaders die net zo belangrijk zijn, die hun levenskracht, hun kracht en hun levens voor hun kinderen gaven. En de Kinderen; laten we de zegenen die onze toekomst zijn, en zij die om elkaar geven en hun gemeenschappen. Zegen de schoonheid van de aarde en de levensvormen die de aarde met ons delen. Laten we de verwaarloosde dieren zegenen, en de dieren die in pijn en omzetting streven op de vivisectie-tafels, en zij die in de handen van de wreden en de goddelozen streven. Laten we voor onzelf bidden, want wij zijn een onderdeel van dit alles. We danken hen voor hun levens en voor ons leven. We zegenen hen en we erkennen onze schild aan hen aan aan elkaar. Moge het Licht op ons schijnen en moge de Oude der dagen zijn gezicht naar ons toewenden. Moge hun namen daden nooit vergeten worden.

Allen; Wij zegenen hen en we herkennen onze schuld aan hen. Moge het licht op hen schijnen en moge de Oude der Dagen Zijn gezicht naar hen toewenden. Mogen hun namen en daden niet vergeten worden.

Officier van Noord buigt, offert wierook en gaat zetten.

Magus staat op
Ik roep de Drie Magi op om de gaven van Liefde. Wijsheid en Kracht te komen brengen.

Baltazaar; staat op en offert goud aan het altaar. Spreekt naar de Magus.
Ik breng de gave van het Goud mee, dit representeert Macht. Het is de gave die het meest misbruikt wordt en misgeïnterpreteerde. Goud is niet slecht van zichzelf, het kan op een positieve manier gebruikt worden. Het wordt altijd geofferd aan de Verlosser van het Tijdperk want het is net als de Verlosser puur materiaal. Macht wordt gebruikt om het nieuwe tijdperk te straten. Ben niet bang voor deze gave. het kan alleen diegene corrumperen die al corrupt zijn van binnen. Ik offer mijn geschenk met een puur en liefdevol hart aan allen die hier aanwezig zijn. Want jullie zijn de kinderen van de Ene en dus komt de Verlosser als hij of zij, komt als broer of een zuster.

Alnitak;
Ik ben het eerste teken aan de sterrenhemel, de ster Alnitak uit de riem van Orion de Jager. Mijn naam Gordel van Aj Jauza, het vrouwelijke deel van de Ene, Zo boven zo beneden ben ik de sterrenkracht achter de Grote Piramide van Cheops en vertegenwoordig ik de sleutel tot de Sterrenpoort die toegang geeft tot dit mysterie.

Magus;
Balthazar, Heer van de Zuidelijke Landen. Ontvangen een zegening van allen die hier aanwezig zijn; zowel van de geziene als de ongeziene aanwezigen. Beide buigen en gaan zitten.

West Alnitak; Ster van het Kleed van de Godin, ontvangen en zegening van allen die hier aanwezig zijn; zowel van de geziene als de ongeziene aanwezigen. Beiden buigen en gaan zitten.

Melchior, staat op offert frankincense aan het altaar en spreek tot de officier van het zuiden.
Ik breng de gaven van Franincense die Wijsheid respecteert, want het is deze wierook die het meest gebruikt werd in de oude mysteriën gedurende de ceremonie van de Herkenning van de Nieuwe Verlosser. Het beïnvloedt de innerlijke, hogere zintuigen en opent de geest naar de invloeden die voorbij de perceptie is van de gewone menselijke wezens. Het is teken van respect van de Hoge Priester van het Land. Alhoewel dit Tijdperk bijna afgelopen is, herinneren we ons de laatste Verlosser, en berieden we ons voor om de nieuwe te ontvangen, als het Ene Creator behaagt om hem of haar te sturen. Ik offer mijn gave met een gevoel van verwondering en ontzag over het feit dat de herinnering aan de verlosser na 2000 jaar nog steeds levendig is.

Alnitam
Ik ben het tweede teken aan de sterrenhemel, de ster Alnitam uit de riem van Orion de Jager. Mijn naam betekent Gordel van Parels. Zo boven zo beneden ben ik de sterrenkracht achter de Middelste Piramide van Khefren en vertegenwoordig ik een sleutel tot de Sterrenpoort die toegang geeft tot dit mysterie.

Zuid;
Melchior, Heer der landen van de Binnenlandse Zee, ontvang de zegening van allen hier, de geziene en ongeziene aanwezigen voor deze gaven en voor uw woorden beiden buigen en gaan zitten

Noord;
Alnitam, Ster van het Kleed van de Godin, ontvang een zegening van allen die hier aanwezig zijn; zowel van de geziene als de ongeziene aanwezigen. Beiden buigen en gaan zitten.

Casper; Staat op en offert mirre aan het altaar, spreekt de Officier van Noord.

Ik breng de gift van Mirre, deze representeert het grote mysterie van Liefde, de Liefde die voorbij alle Begrip gaat en zelfs voorbij de acceptatie van het Karma van de Wereld. Mirre wordt gebruikt voor het balsemen van lichamen en zo was en is en zal het altijd een van de Drie Gaven zijn, want de verlosser moet altijd sterven voor de Wereld. Er wordt voorspeld dat dit komende tijdperk het laatste tijdperk zal zijn dat een Verlosser zal hebben van de Hogere Gebieden, de volgende moet gevonden en genomen worden uit de Levensgolf van de Aarde zelf. Het is de vraag of er iemand gevonden zal worden die dit waardig is, en anders zal de mens in het tijdperk van Steenbok zichzelf in het donker onderdompelen, een duister dat zelf gecreëerd is. Maar er is altijd hoop. Ik geeft mijn gave met bescheidenheid en met de overtuigen dat deze zaken hun oplossingen vinden en dat de Ene God nog steeds in ons geloofd.

Mintaka;
Ik ben het derde teken aan de sterrenhemel, de ster Mintaka uit de riem van Orion de Jager. Mijn naam betekend Gordel. Zo boven zo beneden ben ik de sterrenkracht achter de kleine Piramide van Mykerinos en vertegenwoordig ik een sleutel tot de sterrenpoort die toegang geeft tot dit Mysterie.

Noord;
Casper, Magus de landen van het Oosten, ontvangen de zegeningen van allen die hier aanwezig zijn; zowel van de geziene en de ongeziene gebieden, voor deze gave en voor uw woorden beide buigen en zitten.

Magus;
Mintaka, Ster van het Kleed van de Godin, ontvang een zegening van allen die hier aanwezig zijn; zowel van de geziene als de ongeziene aanwezigen. Beide buigen en gaan zitten.

De Drie Sterren;
Tezamen vormen zijn de Gordel van De Godin. Wij kondigen de komst van Sirius aan, de Ster uit het Oosten die door de drie Magie werd gevolgd. De naam Sirius stamt af van Osiris. De verlosser het tijdperk van een vorige Aeon.

Magus;
Laten we even dit mysterie op ons laten in werken, en een moment stilte nemen.

West komt naar het altaar en zegent het brood, en de wijn en de kaarsen.

De drie Magi gaan naar het altaar. Baltazar neemt de wijn, Melchior het brood, Caspar de mand met Kaarsen. Zij lopen een ronde in de tempel. Als allen brood, wijn en een kaars ontvangen hebben gaan ze bij het altaar staan en geven ze elkaar brood, wijn en een kaars, en keren dan terug naar hun plaatsen.


Magus ; staat
Broeders en Zusters, help mij om deze tempel te sluiten.
Maak de taper aan aan het altaarlicht, lijkt naar Oost en trekt het vierarmige kruis met de cirkel er omheen.

Ik zegen u, Heilig en dank u Raphaël en de engelenkrachten waarvoor u staat. Ik zegen u, heilig u en dank U Paralda, Heer van Lucht en uw volk. Neem onze gebeden en onze liefdevolle gedachten mee naar de Ene. Keer terug naar uw eigen tijd en plaats. Het Oosten is gesloten.

Zuid; staat
Maak de taper aan aan het altaarlicht, lijkt naar Zuid en trekt het vierarmige kruis met de cirkel er omheen.

Ik zegen u, Heilig en dank u Michaël en de engelenkrachten waarvoor u staat. Ik zegen u, heilig u en dank U Djiin, Heer van vuur en uw volk. Neem onze gebeden en onze liefdevolle gedachten mee naar de Ene. Keer terug naar uw eigen tijd en plaats. Het Zuiden is gesloten.

West; staat
Maak de taper aan aan het altaarlicht, lijkt naar West en trekt het vierarmige kruis met de cirkel er omheen.

Ik zegen u, Heilig en dank u Gabriel en de engelenkrachten waarvoor u staat. Ik zegen u, heilig u en dank U Nixa, Heer van Water en uw volk. Neem onze gebeden en onze liefdevolle gedachten mee naar de Ene. Keer terug naar uw eigen tijd en plaats. Het Westen is gesloten.

Noord; staat
Maak de taper aan aan het altaarlicht, lijkt naar Noord en trekt het vierarmige kruis met de cirkel er omheen
.
Ik zegen u, Heilig en dank u Uriel en de engelenkrachten waarvoor u staat. Ik zegen u, heilig u en dank U Ghob, Heer van Water en uw volk. Neem onze gebeden en onze liefdevolle gedachten mee naar de Ene. Keer terug naar uw eigen tijd en plaats. Het Noorden is gesloten

Muziek aan, Processie uit.

.:._______________________________________________________.:.
Laat uw reactie, ervaring, vraag of opmerking achter, door dubbel te klikken op het woord reacties in onderstaande regel:

vrijdag 11 december 2009

Lady Blackskull

Als je op het internet gaat googlen, om op zoek te gaan naar interessante websites over praktische magie, dan kom je echt van alles tegen. Sterzoeker heeft een analyse gemaakt van een aantal van deze webpagina's en dit is de volgende in deze Blog-serie.

Behalve interessante rituelen of mysterie spelen, kom je soms ook een interessant mens tegen, met een nog verrassender website. Daarover gaat deze blog. Eigenlijk moet ik zeggen; je komt interessante persoonsbeschrijvingen tegen, in plaats van een interessant mens, want de mens of maker laten zich niet altijd persoonlijk zien op zijn of haar website. Soms gaat de maker van een site schuil achter een prachtige nickname.


Al googelend kwam ik een week of twee geleden de site http://blackskull.info/welkom.html tegen. Allereerst valt de naam van deze site al heel erg op. Wat te denken van de naam als; "Blackskull"? Bij een dergelijke naam kan je van alles bedenken, en deze naam verwijst ook niet meteen naar magie of mysteries. Het tegendeel blijkt echter het geval, als we de site nader bestuderen.

Blackskull zou ook een familienaam kunnen zijn. En je kan je af vragen; Is de maker indiaans en verwijst de naam "zwarte schedel", naar deze achtergronden, of is blackskull iemand die zwart is, of is het een verwijzing naar iets duisters, iet sdat in he verborgene is? Het zou ook te maken kunnen hebben met iets wat verbrand is en daardoor zwart geworden is, of met zwarte aarde. Hoe wordt een schedel anders zwart? Een schedel is in de regel namelijk wit. Er zit dus iets afwijkends in de naam van deze site, waardoor het opvalt. Je kan er dus alles bij bedenken. daarover later meer in de nadere analyse van deze webpagina!!!


Aan deze blog wordt nog gewerkt door sterzoeker, morgen weet U meer!! Mocht u iets weten m.b.t het bovenstaande, dan verneemt sterzoeker dat graag.

donderdag 10 december 2009

De Tempel van Yesod

Het onderstaande ritueel is een ritueel, oorspronkelijk afkomstig van de Golden Dawn. Het ritueel behoort bij de sfeer van Yesod.

Over dit soort rituelen wordt binnen sommige orders heel geheimzinnig gedaan, maar wie goed op het internet rondkijkt, heeft kunnen constateren dat de tempeldeuren inmiddels wijd open zijn gegaan en dat de rituelen van de Golden Dawn en andere mysterie scholen niet meer zo geheim en verborgen zijn, maar beschikbaar zijn voor iedereen die hier mee wenst te werken.

Sterzoeker zal de komende tijd een groot aantal rituelen en mysteriespelen van de Golden Dawn en van een aan deze orde gerelateerd magische-mysterie-school vrijgeven.

Lieve mensen dit scheelt u een hoop centjes. Het kan u zelfs goud opleveren als de begeerte toeslaat, want U kan er nu zelf mee aan de slag! Wat u nu nog alleen nodig heeft is de dappere moed om u er in te verdiepen en u kan uw eigen tempelgenootschap of mysterieschool beginnen.

Vergeet als u het goed wilt doen vooral de goodies niet. Ontwerpt u eigen tempellogo. Zodat u en de uwen herkenbaar zijn. Maar let er op dat dit ontwerp niet lijkt een symbool gebruikt door een demagoog in de vorige eeuw, om de door hem aangwezen onderdog mee te merken. Vergeet ook niet de t-shits en tassen met tempellogo..

Verder heeft u alleen nog nodig; een groep lieve vrienden, of belangstellende, of volgelingen, waarmee u deze rituelen en mysteriespelen kunt opvoeren.


De Tempel van Yesod zit half boven en half onder water. Als je over de oppervlakte van het water kijkt vormt de maan een pad van licht op de oppervlakte van water. Dit is het pad dat leidt naar de Maangoden en de Maangodinnen.

Onder water bevindt zich het palies van de god Neptunus. Hij zit op een troon van Koraal en naast hem staan twee pilaren van parelmoer.

In de tempel van Yesod reflecteert alles. De maan reflecteert op het water, en onder water bevindt zich een compleet spiegelend labyrint. In het labyrint staan voorwerpen die met de energieën van Yesod te maken hebben. De Spiegels zijn niet alleen recht, maar er zijn ook holle en bolle spiegels die hun omgeving vertekend reflecteren. Het altaar in het midden heeft ook het oppervlak van een spiegel en hierin wordt de zon weerspiegeld.

Het lijkt op een doolhof op de kermis waarvan je niet direct ziet wat echt is en wat een illusie is. Het is ook niet duidelijk of hetgeen gereflecteerd wordt uit een hogere of lagere sfeer komt. Het is tevens een sfeer van water.

Toch is Yesod het Fundament; de Schatkist van de Visioenen.

Zowel het meest waarachtig als het meest illusionaire heeft een plaats in Yesod.

In de tempel van Yesod bevindt zich een geheime ruimte. De ruimte blijft nu nog geheim en oningevuld/ Maar houd als je de tempel maakt er rekening nee dat er in het altaar iets wonderlijks gebeurt
_________________________________________

Het ritueel van De kelk van Yesod

De opstelling voor dit van Yesod ritueel is al volgt:
Drie tafeltjes (het liefst in de vorm van een driehoek). de tafeltjes worden op gesteld in een driehoek.

Rollen van de deelnemers:
1.Nieth; donkere maan
2. Aradia; wassende maan
3. Isis
4. Artemis
5. Maria
6. Selene volle maan
7. Grabiel
8. Thoth
9. Osiris; afnemende maan
10. Hecate
11. Circe

Alle deelnemers hebben een spiegeltje, als symbool van de maan en de tempel van Yesod.
Iedereen schrijft een invocatie voor een van de maangoden. Op elke tafel met triangel ligt een pen en papier, en per triangel neemt een persoon het op zich om mee te schrijven wat er gezegd wordt.

Binnenlopen in drie ronden op de Mantram;

Wij zijn tussen de werelden
Tussen de grenzen van tijd
Waar geboorte en
Vreugde en verdriet een zijn

Nieth roept de maansfeer naar de tempel;
Drie is het getal van de Wassende maan
Drie is het getal van de volle maan
Drie is het getal van de Afnemende maan
De triangel is het symbool van de Grote Moeder
De triangel is haar kelk
De triangel is haar baarmoeder
De triangel is haar troon
De triangel is het getal van Yesod
Drie maal is het Fundament
Driemaal is de Schatkamer der Beelden

Aktiveer de eerste triangel met het symbool van de Maanhoorn
In naam van Shaddai el Chai, de Gorte Levende God
Activeer ik de triangel van de wassende maan.

Triangel van de wassende maan;
Wij zien de Godin als opbloeit aan de Nachtelijk Hemel
Wij zien hoe Zij reist
Met haar schitterende gevolg van duizenden sterren.

Neith Activeert de tweede triangel met de Maanhoorns
In de naam van Levannah, de zilveren vrouwe van de Hemelen Activeer ik de triangel van de volle maan.

Triangel van de volle maan;
Wij zien U als de Zilveren jaagster,
Wij zien U als gij op de witte wolken rijdt te middernacht.
Wij groeten uw hemelse licht.

Neith Activeert de derde triangel met de maanhoorns
Onder de vleugels van Gabriel, de aartsengel der aankondiging Activeer ik de triangel van de afnemende maan.

Triangel van de Afnemende maan;
Wij verwelkomen de Vrouwe van de Nacht,
En wij verwelkomen de dromen die gij ons zendt

Neith; De maan is donker en de godin is nabij in haar meest verborgen aspect.
We zitten in de Tijdloze stilte van Thoth
in de plaats tussen de werelden.
Ik ben al dat geweest is en dat zal zijn.
Geen sterveling is ooit in staat geweest
de sluier op te tillen die mij bedekt.

Alle manen;
Leer ons de donkere geheime Mysteriën
Leer ons de dromen te begrijpen die leiden naar de innerlijke deur
Leer ons de geheime taal van de Goden spreken

Neith;
Hoor de stem waarmee zij fluistert
Zij brengt profetieën en visioenen met zich mee.
Tussen de werelden bouw ik dit heilig altaar,
Buiten de tijd dien ik de Maangodin met dit ritueel.

Hekau, hekau, Woorden van Kracht
Spreken de waarheid in het diepst van de nacht

Aradia;
Koningin der hemelen
Laat mij baden in mijn schitterend licht.
Lerares der magie en wijsheid,
Vul mij met Uw kennis, vul in uw aspect van Aradia.

In de schaduw van de maan
Bouw ik mijn occulte krachten op
De oude krachten de magie
Buiten de tijd spreek ik de oude woorden van kracht

Alle Anderen:
Reciteren de invocatie voor Aradia

Aradia;
Spreekt namens de Godin
………………………………. De deelnemer in de rol van Aradia kan hier iets uit spreken in gedachte van Aradia.

De deelnemers die bij de triangels zitten staan op en lopen een volle ronde met de klok mee, en lopen een plaats door waardoor nu de volle maan voor Neith zit.

Neith;
Hoor de stem waar mee zij fluistert
Zij brengt profetieën en visioenen met zich mee.
Tussen de werelden bouw ik dit heilig altaar,
Buiten de Tijd dien ik de Maangodin met dit ritueel.
Tussen de werelden bouw ik dit heilig altaar
Buiten de tijd loop ik de oude wegen
Naar de Eerste tijd
Naar de eerste geheimen

Hekau, Hekau, woorden van Kracht
Spreken de Waarheid in het diepst van de Nacht

Selene;
Koningin de Hemelen
Laat mij baden in mijn schitterend licht.
Lerares der magie en wijsheid,
Vul mij met uw kennis, vul mij in uw aspect van Selene.

In de schaduw van de maan
Bouw ik mijn occulte krachten op
De oude krachten der magie
Buiten de tijd spreek ik de oude woorden van kracht

Alle anderen;
Reciteren de invocatie voor Selene

Selene;
Spreekt namen de Godin
……………………………………

Triangels staan op en lopen een volle ronde met de klok mee, en lopen een plaats door waardoor nu de afnemende maan voor Neith zit.

Neith;
Hoor de stem waarmee zij fluistert
Zij brengt profetieën en visioenen met zich mee.
Tussen de werelden bouw ik dit heilig altaar,
Buiten de tijd dien ik de Maangoden met dit ritueel.
Gij komt van de sterren
Maar gij zijt opnieuw geboren als een sterveling.
Om de mannen en vrouwen te onderwijzen.

Hekau, Hekau, woorden van kracht
Spreken de waarheid in het diepst van de nacht

Osiris;
Koningin de Hemelen
Laat mij baden in mijn schitterend licht
Lerares der magie en wijsheid,
Vul mij met Uw kennis, vul mij in uw aspect van Osisis.

In de schaduw van de maan
Bouw ik mijn occulte krachten op
De oude krachten de magie
Buiten de tijd spreek ik de oude woorden van Kracht

Alle anderen;
Reciteren de invocatie voor Osiris

Osiris spreekt namens de maangod
……………………………

Triangels staan op en lopen een volle ronde met de klok mee, en lopen een plaats door waardoor nu de wassende maan voor Neith zit. Maar ze draaien tegelijkertijd binnen de triangel een plaats door waardoor Artemis, Thoth en Circe op de punt zitten.

Neith;
Hoor de stem waarmee zij fluistert
Zachtjes bereist gij de nacht
Als Zilveren Moeder, als maagdelijke jageres
Tussen de werelden bouw ik dit heilige altaar,
Buiten de Tijd dien ik de Maangoden met dit Ritueel.

Hekau, Hekau, Woorden van Kracht
Spreken de Waarheid in het Diepst van de Nacht

Artemis;
Koningin der Hemelen
Laat mij baden in mijn schitterend licht
Lerares der magie en wijsheid,
Vul mij met Uw kennis, vul mij in uw aspect van Artemis.

In de schaduw van de maan
Bouw ik mijn Occulte krachten op
De oude krachten de magie
Buiten de tijd spreek ik de oude woorden van Kracht

Alle anderen;
Reciteren de invocatie voor Artemis

Artemis;
Spreekt namens de maangodin
……………………….

Triangels staan op en lopen een volle ronde met de klok mee, en lopen een plaats door waardoor nu de afnemende maan voor Neith zit.

Neith; Hoor de stem waarmee zij fluistert
Vrouwe van de Hoorns
Gij zijt de ketel
Gij zijt de klek en gij zijt de bron
Tussen de werelden bouw ik dit heilig altaar
Buiten de Tijd dien ik de Maangoden met dit Ritueel.

Hekau, Hekau, Woorden van Kracht
Spreken de Waarheid in het Diepst van de Nacht

Circe:
Koningin der Hemelen
Laat mij baden in mijn schitterend licht
Lerares der magie en wijsheid,
Vul mij met Uw kennis, vul mij in uw aspect van Circe.

In de schaduw van de maan
Bouw ik mijn Occulte krachten op
De oude krachten de magie
Buiten de tijd spreek ik de oude woorden van Kracht

Alle anderen;
Reciteren de invocatie voor Circe

Circe;
Spreekt namens de maangod
…………………………………

Triangels staan op en lopen een volle ronde met de klok mee, en lopen een plaats door waardoor nu de wassende maan voor Neith zit. Plus ze draaien nog een plaats door , hierdoor zitten Isis, Hecate en Gabriel op de punt van de triangel.

Neith;
Hoor de stem waarmee zij fluistert
Door U doorgrond ik de geheimen van de Gierenhoofdtooi
Die U kleden in de geheimen van de Zon en de Maan.
Tussen de werelden bouw ik dit heilig altaar,
Buiten de Tijd dien ik de Maangoden met dit Ritueel.

Hekau, Hekau, Woorden van Kracht
Spreken de Waarheid in het Diepst van de Nacht

Isis;
Koningin der Hemelen
Laat mij baden in mijn schitterend licht
Lerares der magie en wijsheid,
Vul mij met Uw kennis, vul mij in uw aspect van Isis.

In de schaduw van de maan
Bouw ik mijn Occulte krachten op
De oude krachten de magie
Buiten de tijd spreek ik de oude woorden van Kracht
Alle anderen;
Reciteren de invocatie voor Isis.

Isis;
Spreekt namens de maangod
…………………………………


Triangels staan op en lopen een volle ronde met de klok mee, en lopen een plaats door waardoor nu de volle maan voor Neith zit.

Neith;
Hoor de stem waarmee zij fluistert
Door U doorgrond ik de geheimen van de Hoorn van Aankondigingen
En van de Kelk de Creatie
Tussen de werelden bouw ik dit heilig altaar,
Buiten de Tijd dien ik de Maangoden met dit Ritueel.

Hekau, Hekau, Woorden van Kracht
Spreken de Waarheid in het Diepst van de Nacht

Gabriel;
Koningin der Hemelen
Laat mij baden in mijn schitterend licht
Lerares der magie en wijsheid,
Vul mij met Uw kennis, vul mij in uw aspect van Gabriel.

In de schaduw van de maan
Bouw ik mijn Occulte krachten op
De oude krachten de magie
Buiten de tijd spreek ik de oude woorden van Kracht

Alle anderen;
Reciteren de invocatie voor Gabriel.

Gabriel;
Spreekt namens de maangodin

Triangels staan op en lopen een volle ronde met de klok mee, en lopen een plaats door waardoor nu de afnemende maan voor Neith zit.

Neith;
Hoor de stem waarmee zij fluistert
Leer mij de geheimen van de schemering
Ik bewandel het verlichte pad over de zee
En ik zie uw Profetische dromen en visioenen,
Tussen de werelden bouw ik dit heilig altaar,
Buiten de Tijd dien ik de Maangoden met dit Ritueel.

Hekau, Hekau, Woorden van Kracht
Spreken de Waarheid in het Diepst van de Nacht

Hecate;
Koningin der Hemelen
Laat mij baden in mijn schitterend licht
Lerares der magie en wijsheid,
Vul mij met Uw kennis, vul mij in uw aspect van Hecate.

In de schaduw van de maan
Bouw ik mijn Occulte krachten op
De oude krachten de magie
Buiten de tijd spreek ik de oude woorden van Kracht

Alle anderen;
Reciteren de invocatie voor hecate.

Hecate;
Spreekt namens de maangodin
…………………………

Triangels staan op en lopen een volle ronde met de klok mee, en lopen een plaats door waardoor nu de wassende maan voor Neith zit. Plus de triangels draaien nog ene plaats door waardoor Maria voor Neith zit

Neith;
Hoor de stem waarmee zij fluistert
Leer mij de geheimen van de Maagdelijke Ontvangenis,
Tussen de werelden bouw ik dit heilig altaar,
Buiten de Tijd dien ik de Maangoden met dit Ritueel.

Hekau, Hekau, Woorden van Kracht
Spreken de Waarheid in het Diepst van de Nacht

Maria;
Koningin der Hemelen
Laat mij baden in mijn schitterend licht
Lerares der magie en wijsheid,
Vul mij met Uw kennis, vul mij in uw aspect van Maria.

In de schaduw van de maan
Bouw ik mijn Occulte krachten op
De oude krachten de magie
Buiten de tijd spreek ik de oude woorden van Kracht

Alle anderen;
Reciteren de invocatie voor Maria.

Maria.;
Spreekt namens de maangodin
…………………………….

Neith;
Hoor nu de woorden van Neith,
Zij is een van de Ouden van achter de diepste sluiers van de Tijd
Zij is de Weefster van het web
Het web der gebeurtenissen
En het Web der Creatie

Neith spreekt
…………………………

Pauze waarin iedereen kort kan mediteren over wat er gezegd is.

Dan gaat Maria de kring rond met de kelk, en iedereen neemt een slok van de wijsheid van de maan godin.


Hecate:
Sluit de derde triangel met de maanhoorns.
Onder de vleugels van Gabriel , de aartsengel der aankondiging
Sluit ik de triangel van de afnemende maan

Triangel van de afnemende maan;
Wij bedanken de Vrouwe van de Nacht,
En wij leren van de dromen die gij ons zendt.

Gabriel;
Sluit de derde triangel met de maanhoorns.
In de naam van Levannah, de Zilveren vrouwe van de Hemelen
Sluit ik de triangel van de volle maan.

Tringel van de volle maan;
Wij bedanken U voor de Uw aanwezigheid als de Zilveren Jaagster,
Wij groeten U als gij op de witte wolken rijdt ter middernacht.

Maria;
Sluit de eerste triangel met de Maanhoorns;
In de naam van Shaddai el Chai, de Grote Levende God
Sluit ik de triangel van de wassende maan

Triangel van de wassende maan;
Wij bedanken de Godin als zij haar hoorns laat schitteren,
Wij verwachten haar komst als zij haar hoorns laat schitteren,
Gekleed in uw gewaad van duizenden sterren .

De deelnemers lopen in processie in drie ronden de tempelruimte uit.

.:._______________________________________________________.:.
Laat uw reactie, vraag of opmerking achter, door dubbel te klikken op het woord reacties in onderstaande regel:

vrijdag 4 december 2009

De Gevechten van Horus met Seth

Het verhaal van de oorlog tusschen Horus en Set is gebeeldhouwd op de binnenkant aan de westzijde van de ringvormigen muur van den tempel van Edfu. De geheele tempel is gewijd aan Horus; ofschoon ongetwijfeld een vroegere stichting, dateert het tegenwoordige gebouw eerst uit het Ptolemeïsche tijdperk. Het werd begonnen door Ptolemeus III Euergetes I en er werden 180 jaren besteed aan het bouwen en decoreeren. De ringvormige muur, waarop deze voorstellingen en opschriften waren gebeeldhouwd, was gebouwd ongeveer 100 v. C., òf door Soter II òf door Alexander I.


De tempel werd opgegraven door Mariette en van alle tempels in Egypte bevindt deze zich in de meest gave toestand, want met uitzondering van de ergelijke verminking van de gezichten, waarschijnlijk door fanatieke Christenen, zijn gebouw en beeldhouwwerk ongeschouden gebleven, behalve door de tijd.

Het opschrift schijnt in legendarische vorm een vrij nauwkeurig verhaal te geven van gevechten tusschen stammen uit een zeer vroeg tijdperk. Ofschoon het tegenwoordige opschrift van later datum is, zijn er vele primitieve gedachten in bewaard gebleven, vooral in de lofliederen van de vrouwen aan Horus.


"Eet het vleesch van den overwonneling, drink zijn bloed", is geen uiting van de beschaving uit de Ptolemeïsche tijden. Menschenoffers schijnen in Egypte in alle tijdperken gebracht te zijn. Offers voor den oogst werden er te Eleithyapolis (El Kab) verbrand. Amasis II van de XXVIste dynastie maakte een eind aan de menschenoffers te Heliopolis; Diodorus zegt, dat er roodharige mannen werden geofferd aan het graf van Osiris; daar de koning de geincarneerde Osiris was, zou dit beteekenen, dat er bij de koninklijke graven menschenoffers werden gebracht, waarschijnlijk bij de begrafenisceremoniën. Het Doodenboek zinspeelt ook voortdurend op menschenoffers.

Te Edfu werd een altaar gevonden, dat besneden was met voorstellingen en offerandes, waarin menschelijke wezens de slachtoffers zijn. Men kent kleine beeldjes, rond gesneden, die den vorm hebben van gebonden gevangenen en waarschijnlijk de methode aantoonen van het binden van een slachtoffer; de beenen zijn gebogen bij de knieën en de voeten tegen de dijen gebogen; de armen zijn bij de ellebogen gebogen en stevig aan het lichaam gebonden. Dit is nu niet de gewone manier om een gevangene te binden, maar is een speciale manier, waarschijnlijk bestemd voor een menschelijk slachtoffer.

De beelden stellen soms mannen, soms vrouwen voor. Naar de voorstellingen en tooneelen op den cirkelvormigen muur te oordeelen werd er een "mysteriespel" gespeeld in den tempel van Edfu, waar de Pharao de hoofdrol, die van Horus, vervulde. Het schijnt meer dan waarschijnlijk, dat in vroegere tijden Set of de Bondgenoot van Set, gespeeld werd door een menschelijk wezen, dat werkelijk gedurende de voorstelling gedood werd. Toen het gebruik van de menschenoffers begon uit te sterven, werd het menschelijk slachtoffer vervangen door een dier. Dit is het geval te Edfu, waar Set een hippopotamus genoemd wordt en voorgesteld wordt als een zwijn.

Het was in het drie honderd drie-en-zestigste jaar na de regeering van den God Ra-Horakhti op aarde, dat de groote oorlog tusschen Horus en Seth plaats greep.

Zijne Majesteit, God Ra, dien de menschen ook Ra-Horakhti noemen, was in Nubië met zijn leger, een groote en ontelbare menigte soldaten, voetknechten en ruiters, boogschutters en strijdwagens. Hij voer in zijn Boot op de rivier; de boeg van de Boot was van palmhout, de achtersteven was van acaciahout en hij landde te Thest-Hor, aan de oostzijde van de Binnenwateren. En tot hem kwam Horus van Edfu, ook Harpoenier en Held genaamd, zoekend naar dien Boosdoener Seth, den moordenaar van Osiris. Lang had hij gezocht, maar Seth was hem steeds ontweken.

Koning Ra had zijn strijdmachten verzameld, want Seth was tegen hem opgestaan en Horus was blijde bij het denkbeeld van een strijd, want hij hield meer van een uur vechten dan van een dag feestvieren. Hij kwam bij Thot, den god van de tooverkunst, en Thot verleende hem de macht zich te veranderen in een gevleugelden discus, een discus die gloeide als een vuurbal, met groote vleugels aan weerszijden, die gekleurd waren als de lucht bij zonsondergang, wanneer het blauw schakeert van donker tot licht en doorschoten is met gouden gloed. De menschen trachten deze tinten na te bootsen, wanneer zij den gevleugelden discus boven de tempeldeuren snijden of er een borstversiersel van maken van goud, ingelegd met turkoos en kornalijn en lazuli. Zoo zat Horus als een groote gevleugelde discus op den voorsteven van de boot van Ra en zijn heerlijkheid schitterde over de wateren en trof zijn vijanden, die in hinderlaag lagen. Op zijn schitterende vleugelen verhief hij zich in de lucht, en sprak tegen zijn listige vijanden een vervloeking uit, een verschrikkelijke en vreesaanjagende vervloeking, zeggende: "Uw oogen zullen blind zijn en gij zult niet zien; en uw ooren zullen doof zijn en gij zult niet hooren."

En plotseling zag elke man, toen hij naar zijn buurman keek, een vreemdeling, en toen hij zijn eigen bekende moedertaal hoorde, klonk het als een vreemde taal en zij riepen, dat zij verraden waren en dat de vijand zich onder hen bevond. Ze keerden hun wapens tegen elkander en in een oogwenk hadden velen opgehouden te leven en de overigen waren gevlucht, terwijl boven hen de glanzende Discus zweefde, die uitkeek naar Seth. Maar Seth was in de moerassen van het Noordelijke Land en deze behoorden slechts tot zijn voorhoede.

Toen spoedde Horus terug naar Ra en Ra omhelsde hem en gaf hem een dronk wijn met water. En tot op dezen dag plengen de menschen op deze plaats een offer van wijn en water voor Horus tot een aandenken. Toen Horus den wijn gedronken had, sprak hij tot Koning Ra en zeide: "Kom en zie uwe vijanden, hoe zij neerliggen in hun bloed." Ra kwam en met hem kwam Astarte, de Meesteres der Paarden, haar vurige rossen mennend; en zij zagen het met lijken bedekte veld, waar de soldaten van Seth elkander verslagen hadden.

Nu, dit is de eerste ontmoeting in het Zuiden, maar de laatste groote slag had nog niet plaats. Toen kwamen de bondgenooten van Seth bij elkaar en beraadslaagden en namen de gedaanten aan van krokodillen en nijlpaarden, want deze groote dieren kunnen onder water leven en geen menschelijk wapen kan hun huid doorsteken. Zij gingen de rivier op, terwijl het water achter hen opzwiepte, en wierpen zich op de Boot van Ra om ze te doen omslaan. Maar Horus had zijn afdeeling wapensmeden bij elkaar geroepen en zij hadden bogen en speren vervaardigd van metaal, dat zij eerst gesmolten en geweld, gehamerd en gevormd hadden, terwijl er nog tooverspreuken over uitgesproken waren. Toen de woeste dieren de rivier op kwamen in de golven van schuim, spanden de Volgelingen van Horus hun boogpezen en lieten hun pijlen vliegen; zij wierpen hun werpspiesen en deden een aanval met hun speren. En het metaal drong door de huiden en trof de harten en van deze gevaarlijke dieren werden er zeshonderd vijftig verslagen en de overigen namen de vlucht.

Dit nu is de tweede ontmoeting in het Zuiden, maar de laatste groote slag werd nog niet gestreden.

De bondgenooten van Seth vluchtten, sommigen de rivier op en sommigen de rivier af; hun harten waren versaagd en hun voeten weigerden den dienst uit vrees voor Horus, den Harpoenier, den Held. En zij, wier gezichten naar het Zuidelijk Land gekeerd waren, vluchtten het snelst, want Horus achtervolgde hen in de Boot van Ra, en met hem kwamen zijn Volgelingen met hun wapens in de handen.

Ten zuid-oosten van Denderah, de stad van Hathor, zag Horus den vijand en hij wierp zich op hen met zijn Volgelingen, terwijl Ra en Thot naar de worsteling keken in de Boot.

Toen zei Koning Ra tot Thot: "Zie, hoe hij zijn vijanden wondt! Zie, hoe Horus van Edfu vernieling onder hen brengt!" En naderhand bouwden de menschen een tempel op deze plaats ter herinnering aan het gevecht en de Goden in dezen tempel waren Ra en Min en Horus van Edfu.

Dit nu is de derde ontmoeting in het Zuiden, maar de laatste groote slag had nog niet plaats. Toen wendden zij vlug de Boot en snel dreef ze stroomafwaarts, de vluchtelingen vervolgend, wier gezichten naar het Noordelijk Land gekeerd waren. Een nacht en een dag vervolgden zij ze en ten noord-oosten van Denderah zag Horus hen. En hij haastte zich, hij en zijn Volgelingen en hij viel op hen aan en versloeg hen. Groot en verschrikkelijk was de slachting terwijl hij ze voor zich uit dreef.

Zoo was Seth's leger in het Zuiden in vier groote ontmoetingen vernietigd, maar de laatste groote slag had nog niet plaats. Nu wendden de bondgenooten van Seth hun aangezichten naar het meer en de moerassen van de zee. Horus bevond zich achter hen in de Boot van Ra en zijn gedaante was de gedaante van een grooten gevleugelden discus; en met hem kwamen zijn Volgelingen met de wapens in hun handen. Toen beval Horus stilte en hun monden bewaarden het stilzwijgen.

Vier dagen en vier nachten waren zij op het water om den vijand te zoeken. Maar niemand vonden zij, want hun vijanden hadden de gedaante aangenomen van krokodillen en nijlpaarden en lagen verborgen in het water. In den morgen van den vijfden dag zag Horus hen; op eens gaf hij het sein tot den strijd en de lucht werd vervuld met het rumoer van den slag, terwijl Ra en Thot naar het gevecht keken, terwijl zij wachtten in de Boot.

Toen riep Koning Ra luid, toen hij Horus als een verterende vlam op het slagveld zag: "Zie, hoe hij zijn wapen tegen hen keert; hij doodt hen, hij vernietigt hen met het zwaard, hij snijdt hen in stukken, hij verslaat hen volkomen. Zie en aanschouw Horus van Edfu!" Tegen het eind van het gevecht kwam Horus terug in triomf en hij bracht honderd en twee-en-veertig gevangenen naar de Boot van Ra.

Dit nu is de eerste ontmoeting in het Noorden, maar de laatste groote slag had nog niet plaats. Want de vijanden, die op de Noordelijke Wateren waren, keerden hun aangezichten naar het kanaal om de zee te bereiken en zij kwamen bij de Westelijke Wateren van Mert, waar de Bondgenoot van Seth zijn woonplaats had, Horus achtervolgde hen, uitgerust met zijn blinkende wapens en hij ging in de Boot van Ra en Ra was in de boot met acht lieden van zijn gevolg. Zij bevonden zich op het Noorder Kanaal en voeren achterwaarts en voorwaarts, wendend en nog eens wendend; maar niets hoorden of zagen zij. Toen voeren zij een nacht en een dag noordwaarts en kwamen aan het Huis van Rerhu.

Daar sprak Ra tot Horus en zeide: "Zie, uw vijanden zijn samengekomen bij de Westelijke Wateren van Mert, waar de Bondgenooten van Seth wonen." En Horus van Edfu verzocht Koning Ra in zijn Boot te komen om tegen de Bondgenooten van Seth op te trekken.

Weer reisden zij noordwaarts, waar de nooitondergaande Sterren om een zeker punt in de luchtruimte draaien en aan de oevers van de Westelijke Wateren van Mert waren de Bondgenooten van Seth, gereed voor den strijd. Toen aarzelde Horus van Edfu geen oogenblik, maar wierp zich op den vijand, vergezeld door zijn Volgelingen, die de wapens in de hand droegen. Dood en vernieling brachten zij rechts en links, totdat de vijand voor hen vluchtte. Toen de strijd geëindigd was, telden zij de gevangenen; drie honderd een-en-tachtig waren er gemaakt en deze doodde Horus vóór de Boot van Ra en hun wapens gaf hij aan zijn Volgelingen. Dit nu is de tweede ontmoeting in het Noorden, maar de laatste groote slag was nog niet geleverd. En nu, eindelijk, kwam Seth zelf te voorschijn uit zijn schuilplaats. Woest en wild is hij, listig en wreed, van nature aan een roofdier gelijk, zonder genade of medelijden; en de menschen beelden hem uit met het hoofd van een wild dier, want menschelijk gevoel is hem onbekend. Hij kwam te voorschijn uit zijn schuilplaats en brulde verschrikkelijk. De aarde en de hemelen beefden bij het geluid van zijn gebrul en bij de woorden, die hij uitte, want hij pochte er op, dat hij zelf zou vechten tegen Horus en hem zou vernietigen, zooals hij Osiris vernietigd had.

De wind droeg de woorden van zijn gepoch tot Ra en Ra zei tot Thot, Heer van de Tooverkunst en van de Wijsheid: "Laat deze hooge woorden van den Verschrikkelijke te niet gedaan worden." Toen sprong Horus van Edfu voorwaarts en viel zijn vijand aan en een hevig gevecht woedde en Horus wierp zijn wapen en doodde velen en zijne Volgelingen vochten ook en behielden de overhand. Uit het stof en het gerucht van den strijd kwam Horus te voorschijn en sleepte een gevangene mede; en de armen van den gevangene werden op zijn rug gebonden en de staf van Horus werd over zijn mond gebonden, zoodat hij geen geluid kon geven en het wapen van Horus werd op zijn keel gezet.

Horus sleepte hem voor Koning Ra. En Ra sprak en zeide tot Horus: "Doe met hem, wat gij wilt." Toen wierp Horus zich op zijn vijand en sloeg het wapen in zijn hoofd en in zijn rug, sneed zijn hoofd af, sleepte het lichaam bij de voeten voort en sneed het eindelijk in stukken. Zoo handelde hij met het lichaam van zijn tegenstander, evenals Seth met het lichaam van Osiris gehandeld had. Dit gebeurde op den zevenden dag van de eerste maand van het jaargetijde, wanneer de aarde te voorschijn komt na de overstrooming. En het meer wordt tot op dezen dag het "Meer van den Strijd" genoemd.

Dit nu is de derde ontmoeting in het Noorden, maar de laatste groote slag werd nog niet geleverd. Want het was de Bondgenoot van Seth, dien Horus had gedood, en Seth zelf was nog in leven en hij woedde tegen Horus als een panter uit het Zuiden. En hij stond op en brulde en zijn stem was gelijk de donder en terwijl hij brulde, veranderde hij in een groote slang en kroop in den grond. Niemand zag hem verdwijnen en niemand zag hem veranderen, maar hij vocht tegen de Goden en door hun macht en kennis zijn zij op de hoogte van wat er gebeuren zal, ofschoon geen mensch het hun vertelt. En Ra zei tot Horus: "Seth heeft zich in een sissende slang veranderd en is in den grond gekropen. Wij moeten maken, dat hij er nooit weer uitkomt; nooit, nooit weer!"

De bondgenooten van Seth vatten moed, daar zij wisten, dat hun leidsman in leven was en zij kwamen weer bij elkaar en hun booten vulden het kanaal. De Boot van Ra voer naar hen toe en boven de Boot scheen de glans van den gevleugelden Discus. Toen Horus de vijanden verzameld zag op één plaats, viel hij hen aan, dreef hen op de vlucht en doodde hen in grooten getale.

Dit nu is de vierde ontmoeting in het Noorden, maar de laatste groote slag werd nog niet geleverd.

Toen bleef Horus van Edfu zes dagen en zes nachten op het kanaal in de boot van Ra en zag uit naar de vijanden, maar hij zag hen niet, want zij lagen als lijken in het water.

En tot op den huidigen dag verrichten de menschen ceremoniën ter herinnering aan de Slagen van Horus op den eersten dag van de eerste maand van de overstrooming, op den zevenden dag van de eerste maand van de verschijning der aarde na de overstrooming en op den een-en-twintigsten en vier-en-twintigsten dag van de tweede maand van de verschijning van de aarde. Deze dagen worden heilig gehouden te Ast-abt, dat ten zuiden van Anrudef ligt, waar een van de graven van Osiris is. En Isis sprak een tooverban uit rondom Anrudef, opdat geen vijand in de nabijheid zou komen; en de priesteres van Anrudef wordt ter herinnering genoemd: "De Vrouwe van de Betoovering"; en de wateren worden genoemd: "De Wateren van het Zoeken," want daar zoekt Horus naar zijn vijand.

En Horus zond zijn Volgelingen uit en zij achtervolgden den vijand en brachten gevangenen mede, honderd zes uit het Oosten en honderd zes uit het Westen. Deze doodden zij in tegenwoordigheid van Ra op de heilige plaatsen.

Toen gaf Ra aan Horus en zijn strijders twee steden, die tot nu toe de Mesen-steden genoemd worden, want de Volgelingen van Horus zijn Mesentiers, de Metaalwerkers.

In de tempels van de Mesen-steden heeft men Horus als God en zijn geheime plechtigheden worden vier keer per jaar gehouden. Groot en heilig zijn deze dagen in de Mesen-steden, want zij zijn een herinnering aan de Gevechten van Horus, die hij voerde tegen Seth, den moordenaar van Osiris.

Nu verzamelden deze vijanden zich weer in het Oosten en zij reisden naar Tharu. Toen werd de Boot van Ra te water gelaten om hen te achtervolgen en Horus van Edfu veranderde zich in de gedaante van een leeuw met het gezicht van een man; zijn armen waren als van steen en op zijn hoofd droeg hij de Atefkroon, welke is de witte diadeem van het Zuidelijke Land, versierd met veeren en horens en aan weerszijden een gekroonde slang. En hij snelde zijn vijanden achterna en versloeg hen en voerde honderd-twee-en-veertig gevangenen mede.

Toen zeide Ra tot Horus van Edfu: "Laten wij noordwaarts reizen naar de Groote Groene Wateren en den vijand daar vernietigen, zooals wij hem in Egypte vernietigd hebben."

Noordwaarts trokken zij nu en de vijand vluchtte voor hen en zij bereikten de Groote Groene Wateren, waar de golven braken op het strand met het geluid van den donder. Toen stond Thot op en hij stond midden in de Boot en hij zong vreemde woorden over de booten en barken van Horus en zijn Volgelingen en de zee werd kalm, toen het geluid van de woorden over haar golven klonk. En er heerschte stilte over de Groote Groene Wateren, want de wind was gaan liggen en niets was in zicht dan de booten van Ra en van Horus. Toen sprak Koning Ra: "Laten wij rondom de geheele uitgestrektheid van het land zeilen, laten wij naar het Zuidelijke Land zeilen," En zij wisten, dat Ra den vijand bespeurde. Zij haastten zich en zeilden bij nacht naar het Zuidelijk Land, naar het land Ta-kens en zij kwamen aan de stad Shaïs, maar voordat zij Shaïs bereikten, zagen zij niets van den vijand. Shaïs nu, ligt aan de grens van Nubië en in Nubië lagen de wachtposten van den vijand. Toen veranderde Horus van Edfu zich in een grooten gevleugelden Discus met uitgespreide schitterende vleugels en naast hem kwamen de godinnen Nekhbet en Uazet en haar gedaante was de gedaante van groote gekroonde slangen; op het hoofd van Nekhbet prijkte de witte kroon van het Zuidelijke Land, op het hoofd van Uazet rustte de roode kroon van het Noordelijke Land.

En de Goden in de Boot van Ra riepen luid en zeiden: "Zie, o Gij, die de tweemaal groote zijt, hij heeft zich tusschen de twee godinnen geplaatst. Zie, hoe hij zijn tegenstanders overvalt en hen vernietigt".

Dit nu is de ontmoeting in Nubië, maar de laatste groote slag had nog niet plaats.

Toen kwam Ra in zijn Boot en hij legde aan te Thest-Hor en gaf bevel, dat de menschen in iederen tempel van de Twee Landen den Gevleugelden Discus zouden uithouwen en rechts en links van den Discus zouden Nekhbet en Uazet zich bevinden als groote gekamde slangen, met kronen op de hoofden. En de tempel op de punt van Thest-Hor wordt ter herinnering tot op dezen dag "Het Huis van Horus in het Zuiden" genoemd, en een groot offer is daar gebracht aan Ra en Horus. En Ra gaf aan Horus de provincie van "Het Huis van het Gevecht" en Ast-Abt en de Mesen-steden in het Oosten en het Westen en Edfu in het Noorden en Tharu en Ganti en de "Zee van het Zeilen" en Opper Shasu en Edfu-van-het-Huis-van-Ra.

En van het meer ten zuiden van Edfu-van-het-Huis-van-Ra brengt men water naar de twee Huizen van den Koning op den dag van het Seth-feest. En Isis droeg Ar-steen van zand naar Thest-Hor. Ar-steen van de Ster was het; en in elke plaats van het Zuidelijke Land, waar Horus naar toe ging, wordt tot op dezen dag Ar-steen gevonden.

Sommigen nu zeggen, dat de laatste groote slag nog komen moet en dat Horus Seth eindelijk zal dooden en dat Osiris en al de Goden op aarde zullen regeeren, als hun vijand vernietigd is. Naar anderen zeggen, dat de strijd reeds geëindigd is en dat Horus den grooten en kwaadaardigen Vijand doodde, die hun allen ellende en droefheid berokkend had.

En dit is het, wat zij zeggen: Na maanden en jaren groeide Horus het Kind op tot een man. Toen kwam Seth met zijn bondgenooten en hij daagde Horus uit in tegenwoordigheid van Ra. En Horus verscheen en zijn Volgelingen kwamen met hem mee in hun booten, in hun wapenrusting en met hun blinkende wapens met gevesten van besneden hout en hun bogen en hun speren.

En Isis maakte gouden versierselen voor den voorsteven van de boot van Horus en zij bevestigde ze met tooverwoorden, zeggende: "Goud zit aan den boeg van uw boot, de groote boot van Horus, de boot van de vreugde. Moge de dapperheid van Ra, de kracht van Shu, de macht en de vrees met u zijn. Gij zijt overwinnend, o zoon van Osiris, zoon van Isis, want gij strijdt voor den troon van uw vader."

Toen nam Seth de gedaante aan van een rood nijlpaard, groot en machtig, en hij kwam uit het Zuidelijke Land met zijn bondgenooten, en reisde naar het Noordelijke Land om Horus van Edfu te ontmoeten. En te Elephantine stond Seth op en sprak een erge vervloeking uit tegen Horus van Edfu en tegen Isis en zeide: "Laat er een sterke wind komen, een hevige noordenwind en een woedende storm"; en het geluid van zijn stem was gelijk de donder in het Oosten van den hemel.

Zijn woorden werden geroepen aan den zuidelijken hemel, een woord en een kreet van Seth, den vijand van Osiris en van de Goden.

Plotseling brak er een storm los over de booten van Horus en zijn Volgelingen; de wind bulderde en het water werd in groote golven opgezwiept en de booten werden heen en weer geworpen als stroohalmen. Maar Horus liet zich niet van den weg afbrengen; en door de duisternis van den storm in het schuim van de golven schitterde de gouden voorsteven als de stralen van de zon.

En Horus nam de gedaante aan van een jongen man, zijn lengte was acht el; in zijn hand hield hij een harpoen; het ijzer was vier el, de steel twintig el lang en een keten van zestig el was er aan bevestigd. Boven zijn hoofd zwaaide hij het wapen, alsof het een riet was, en hij wierp het naar het groote, roode nijlpaard, dat in de diepe wateren stond, gereed om Horus en zijn Volgelingen te vernietigen, zoodra de storm hun booten zou doen vergaan.

En bij den eersten worp drong het wapen diep in het hoofd van het groote, roode nijlpaard en raakte de hersenen. Zoo stierf Seth, de Booze, de vijand van Osiris en van de Goden.

En tot op dezen dag zingen de priesters van Horus van Edfu en de dochters van den Koning en de vrouwen van Busiris en de vrouwen van Pé een loflied en slaan de trom voor den overwinnenden Horus.

En dit is hun zang: "Verheugt u, o vrouwen van Busiris! Verheugt u, o vrouwen van Pé! Horus heeft zijn vijanden overwonnen!

"Juicht, bewoners van Edfu! Horus, de groote God, Heer van den hemel, heeft den vijand van zijn vader gedood!

"Eet het vleesch van den overwonnene, drinkt zijn bloed, verbrandt zijn gebeente in de vlammen van het vuur. Laat hem in stukken snijden, en geeft zijn beenderen aan de katten, de stukken van zijn vleesch aan de kruipende dieren.

"O Horus, de Dappere, de eerste der Goden, de Harpoenier, de Held, de Prijsmaker van gevangenen, Horus van Edfu, Horus de Wreker!

"Hij heeft den Booze verslagen, hij heeft een poel gemaakt van het bloed van zijn vijand, zijn pijl heeft een prooi gemaakt. Ziet, aanschouwt Horus op den boeg van zijn boot. Gelijk Ra, schijnt hij aan den horizon. Hij is getooid in groen linnen, in fijn linnen en zijde. De dubbele diadeem rust op uw hoofd, de twee slangen op uw voorhoofd, o Horus, de Wreker!

"Uw harpoen is van metaal, de steel is van den sycomore der woestijn, het touw is gevlochten door Hathor van de Rozen. Gij hebt gemikt naar rechts, gij hebt geworpen naar links. Wij prijzen u hemelhoog, want gij hebt de boosheid van uwen vijand geketend. Wij prijzen u, wij aanbidden uwe majesteit, o Horus van Edfu, Horus de Wreker!"

zondag 29 november 2009

Seth het Zwarte Zwijn

Het zogenaamde Dodenboek is een verzameling teksten, die, geschreven op papyrussen of op doodkisten, gevonden zijn in de graven. Geen uitgave is er bekend, die alle stukken bevat; de volgorde is dus samengesteld door vergelijking met vele voorbeelden.

De oude naam van deze teksten is: "Hoofdstukken over het Aanschouwen van het Levenslicht"; de moderne naam is: "Doodenboek", daar het klaarblijkelijk een handleiding is voor de behandeling van de dooden. Het bevat een serie gebeden, lofzangen, magische formulieren en toespelingen op mythologische verhalen, die men, naar men meende, noodzakelijk moest kennen om te ontsnappen aan de gevaren van het leven hiernamaals. Het is klaarblijkelijk zeer oud, want zelfs in de oudst bekende voorbeelden, de Pyramiden Teksten van de VIde dynastie, is de tekst dikwijls zeer gebrekkig. De Pyramiden Teksten vertoonen sporen van zeer primitieve gebruiken en eerediensten, waarvan er vele verloren gegaan zijn in de latere vormen van het Doodenboek.

De geschiedenis, die verhaald wordt onder de naam van het Zwarte Zwijn, heeft betrekking op een voorval in de oorlog tusschen Horus en Set en is nergens anders bekend. Waarschijnlijk waren er veel zulke legenden in omloop in het oude Egypte, maar weinig zijn er ongeschonden bewaard gebleven. Horus was de groote helden-god, en zooals bij de helden van andere landen het geval is, werden de legenden van andere kampioenen op hem overgedragen. Sommige van zijn heldendaden en avonturen schijnen zoo bekend te zijn geweest, dat een toespeling reeds voldoende was om ze de lezer in 't geheugen terug te roepen.

Somtijds wordt er een kort en voor ons verward verhaal gegeven, zooals in hoofdstuk CXIII van het Doodenboek, waarin verteld wordt, hoe Horus zijn handen en armen, die hij verloren heeft in een moeras, terugkrijgt, op een manier, die de modernen lezer weinig zegt.
Een groot aantal legenden zijn bewaard gebleven in magische papyrussen, maar zelfs onder deze is het aantal aanduidingen en toespelingen grooter dan het aantal complete legenden. Zoo staat er in de Demotische Papyrus te Londen en te Leiden een bezwering tegen koorts, die aldus begint: "Horus reed op een middag in het groene seizoen een heuvel op, gezeten op een wit paard. Hij treft de goden aan bij het eten en zij noodigen hem uit deel te nemen aan de maaltijd, maar hij weigert, omdat hij koorts heeft." Dit is alles, wat er gezegd wordt, maar het is klaarblijkelijk een zinspeling op een heel bekende geschiedenis.

De reden, waarom de stad Pé aan Horus gegeven werd, weet ik en zal ik u vertellen.

Er bestaat tusschen Horus en Seth vijandschap en haat, oorlog en strijd. Altijd duurt de strijd voort en de strijders gaan woedend te keer en de overwinning is nog door geen van beiden behaald, hoewel de Goden met Horus zijn.

Seth is listig en sluw en tracht meer door slimheid dan door moed en ervarenheid in de strijd te overwinnen, en verder bezit hij de macht een willekeurige gedaante aan te nemen, zoodat hij zoowel de menschen als de Goden misleiden kan. Deze macht bezit Seth, maar de macht van Horus is niet dezelfde; want de rechtschapenheid en de waarheid zijn eigenschappen van Horus; bedrog en valschheid worden bij hem niet gevonden. Wie in de blauwe oogen van Horus kijkt, kan daarin de toekomst weerspiegeld zien en zoowel de Goden als de menschen zoeken Horus op om te vernemen, wat de toekomst zal brengen.

Seth kwam te weten, dat Ra Horus raadplegen wilde en hem dunkte, dat dit een goede gelegenheid was Horus kwaad te doen, indien hij de gedaante aannam van een Zwart Zwijn.

Woest was zijn voorkomen, lang en scherp zijn slagtanden en zijn kleur was zwart als een onweerswolk; wild en kwaadaardig was zijn blik en vervulde de harten der menschen met vrees.

Toen kwam Koning Ra tot Horus en sprak tot hem, zeggende: "Laat mij in uw oogen zien en aanschouwen, wat er gebeuren zal." En hij keek in de oogen van Horus en hun kleur was die van de Groote Groene Wateren, wanneer de zonnelucht er zich in weerspiegelt. En terwijl hij keek, ging het Zwarte Zwijn voorbij. Ra wist niet, dat het de Booze God was en hij riep tot Horus: "Kijk eens naar dat Zwarte Zwijn! Nooit heb ik zoo'n groot en woest beest gezien".

En Horus keek: ook hij kende Seth niet in deze vreemde gedaante en dacht, dat het een wilde beer was uit de bosschen van het Noordelijke Land. Hij was dus niet meer op zijn hoede en weerloos tegen zijn vijand.

Toen wierp Seth een vuurstraal in het oog van Horus en Horus schreeuwde luid van de pijn, die veroorzaakt werd door het vuur en kermde hevig en riep: "Het is Seth en hij heeft mij vuur in de oogen geworpen".

Maar Seth was er niet meer, want hij had zich uit de voeten gemaakt en het Zwarte Zwijn werd niet meer gezien. En Ra vervloekte het zwijn om Seth en zeide: "Laat het zwijn door Horus verafschuwd worden".

En tot op dezen dag offeren de menschen het zwijn, wanneer de Maan vol is, omdat Seth, de vijand van Horus en de moordenaar van Osiris, zijn gedaante aannam om de blauwoogigen God kwaad te doen. En om deze reden zijn ook de zwijnehoeders onrein in het land van Egypte; nooit mogen zij de tempels betreden en aan de Goden offeren en hun zonen en dochters mogen niet huwen met de aanbidders der Goden.

En toen de oogen van Horus genezen waren, gaf Ra hem de stad Pé en hij gaf hem twee priester in de stad Pé en twee priesters in de stad Nekken om bij hem te zijn als eeuwige rechters.

Toen was het hart van Horus blijde en hij verheugde zich en door de blijdschap van Horus tooide de aarde zich met bloemen en onweerswolken en regen kwamen niet voor.

woensdag 25 november 2009

De Schorpioenen van Isis

Dit opschrift is gebeiteld op een rond-toeloopende stèle van marmer, geplaatst op een vierkant voetstuk. In het begin van de negentiende eeuw werd ze gevonden te Alexandrië en werd in 1828 door Mahomed Ali aan Prins Metternich ten geschenke gegeven. De voorzijde, de achterzijde en de zijkanten, zoowel van de stèle, als van het voetstuk, zijn bedekt met horizontale en vertikale regels schrift en met mythologische figuren.

De stèle behoort tot een klasse van amuletische voorwerpen, die gewoonlijk Cippi van Horus genoemd worden; ze zijn beschreven met bezweringen tegen alle dieren "die bijten met hun mond of steken met hun staart". Deze stèle is de grootste Cippus van Horus, die bekend is. Op de voorzijde is in hoog-relief het beeld van Horus uitgehouwen, die voorgesteld wordt als een naakt kind, staande op twee krokodillen en een leeuw, een gazelle, schorpioenen en slangen in zijn handen houdend. Hij staat in een tempel, waar het hoofd van Bes op staat. Isis en Thot, de godinnen van het Zuiden en van het Noorden en andere mythologische figuren en zinnebeelden bevinden zich binnen in en buiten op de tempel. Boven deze voorstelling zijn horizontale registers, gevuld met figuren, die mogelijk tooneelen voorstellen uit legenden, die nu verloren gegaan zijn.

De tekst, die de geschiedenis van de schorpioenen van Isis bewaart, is gegrift achter op het tablet. De stèle dateert ongeveer uit 370 v. C. onder de regeering van Necta-nebo I, van de XXXste dynastie.


Ik ben Isis, de groote Godin, de Meesteres van de Magica, de Zegster der tooverspreuken.

Ik kwam uit mijn huis, dat mijn broeder Seth mij gegeven had, want Thot, de tweemaal groote, die machtig in de waarheid is op aarde en in de hemel. Hij riep en ik kwam te voorschijn, toen Ra in volle glorie naar de westelijken horizon daalde en het avond werd.

En met mij kwamen de zeven schorpioenen en hun namen waren Tefen en Befen, Mestet en Mestetef, Petet, Thetet en Matet. Achter mij stonden Tefen en Befen; aan weerszijden bevonden zich Mestet en Mestetef; vóór mij waren Petet, Thetet en Matet, om den weg vrij te maken, opdat niemand mij zou belemmeren of hinderen. Ik riep luid tot de schorpioenen en mijn woorden klonken door de lucht en drongen in hun ooren: "Hoedt u voor de Zwarte, roep de Roode niet, kijk noch naar kinderen, noch naar eenig klein hulpeloos schepsel."

Toen trok ik door het land van Egypte, Tefen en Befen achter mij, Mestet en Mestetef aan weerszijden van mij, Petet, Thetet en Matet vóór mij; en wij kwamen te Per-sui, waar de krokodil God is en in de Stad van de Twee Sandalen, die de stad is der Tweeling-Godinnen. Hier beginnen de poelen en moerassen van het Noordelijke Land, waar velden met papyrusriet zijn en waar de moerasbewoners huizen; van hier tot aan de Groote Groene Wateren strekt zich het Noordelijke Land uit.

Toen kwamen wij bij huizen, waarin de moerasbewoners woonden en de naam van een der vrouwen was "Roem", ofschoon sommigen haar ook "Kracht" noemden. Zij stond voor haar deur en van ver zag zij mij aankomen, moe en afgemat als ik was, en ik zou gaarne hebben willen nederzitten in haar huis om te rusten. Maar toen ik op het punt was tot haar te spreken, sloot zij de deur dicht, want zij was bang voor de zeven schorpioenen, die mij vergezelden.

Ik trok verder en een der vrouwen opende haar deur voor mij en in haar huis rustte ik. Maar Mesten en Mestetef, Petet, Thetet en Matet en ook Befen kwamen bij elkaar en legden hun vergif op de angel van Tefen; zoo had de angel van Tefen zevenvoudige kracht. Toen keerde Tefen terug naar het huis van vrouw "Roem", die haar deur voor mij gesloten had; de deur was nog gesloten, maar tusschen de deur en den drempel was een nauwe opening. Door deze nauwe opening kroop Tefen en drong het huis binnen en stak met een angel van zevenvoudige kracht de zoon van vrouw "Roem". Zoo sterk en brandend was het vergif, dat het kind stierf en er brand uitbrak in het huis.

Toen riep en klaagde vrouw "Roem", maar niemand luisterde naar haar en de Hemel zelf zond water op haar huis. Een groot wonder was dit water van de Hemel, want de tijd voor de overstroomingen was er nog niet.

Zoo schreide en klaagde zij en haar hart was vol verdriet, toen zij zich herinnerde hoe zij voor mij de deur had dicht gedaan, terwijl ik, moede en afgemat als ik was, had willen rusten in haar huis. En haar klaagtonen drongen in mijn ooren en mijn hart zwol op van verdriet over haar verdriet en ik keerde terug en ging met haar naar de plaats, waar het doode kind lag.

En ik, Isis, de Meesteres van de tooverkunst, wier stem de dooden kan doen ontwaken, ik riep luid de Woorden, die Macht hebben, de Woorden, die zelfs de dooden kunnen hooren. En ik legde mijn handen op het kind, opdat ik het Leven mocht terugroepen in het levenlooze. Koud en stil lag het neder, want het zevenvoudig vergif van Tefen was in hem. Toen sprak ik tooverspreuken tot het vergif van de schorpioenen, zeggende: "O vergif van Tefen, verlaat hem en val op de grond! Vergif van Befen, ga niet voort, dring niet verder door, verlaat hem en val op de grond! Want ik ben Isis, de groote Toovenares, de Zegster van tooverspreuken. Val neer, o vergif van Mestet! Haast u niet, vergif van Petet en Thetet! Nader niet, vergif van Matef. Want ik ben Isis, de groote Toovenares, de Zegster van tooverspreuken. Het kind zal leven, het vergif zal sterven! Zooals Horus sterk en gezond is voor mij, zijn moeder, zoo zal dit kind sterk en gezond zijn voor zijn moeder!" Toen werd het kind beter en het vuur werd gebluscht en de regen hield op. En vrouw "Roem" bracht al haar rijkdom, haar armbanden en haar halssieraden, haar goud- en zilverwerk naar het huis van de moeras-vrouw en legde ze neer aan mijn voeten als teeken van berouw, dat ze de deur voor mij gesloten had, toen ik, moede en afgemat, aan haar huis gekomen was.

En tot op de huidigen dag maken de menschen deeg van weitenmeel, vermengd met zout, en leggen het op de wonde, die veroorzaakt is door de steek van een schorpioen, en dan zeggen zij de Tooverwoorden op, die ik uitsprak over het kind van vrouw Roem, toen het zevenvoudige vergif in hem was. Want ik ben Isis, de groote Toovenares, de Meesteres van de tooverkunst, de Zegster der tooverspreuken

donderdag 19 november 2009

Osiris & Seth

De verhandeling over Isis en Osiris werd door Plutarchus, zelf een ingewijde in de Osiris-mysteriën, geschreven aan een medeingewijde, een vrouw, Klea genaamd. Dit werd in de tweede eeuw v. C. geschreven te Delphi. Het is het eenige samenhangende verhaal, dat er overgebleven is van de dood van Osiris en de omzwervingen van Isis. Ofschoon het van zoo laten datum is, heeft men gevonden, dat het over het geheel juist is, wanneer men het vergelijkt met de opschriften en beeldhouwwerken uit de tijden van de Pharao's.

Het zoogenaamde Ritueel van Denderah is onze voornaamste bron voor de aanbidding van Osiris in de voornaamste tempel van Egypte bij gelegenheid van de feesten in de maand Khoiakh. Het Ritueel is gebeiteld op de muren van de tempel van Denderah en geeft lot in bijzonderheden de plechtigheden, die in gebruik zijn, weer, tot zelfs de afmeting en het materiaal van de symbolische voorstellingen. Het opschrift dateert uit het Ptolemeïsche tijdperk, maar het Ritueel is aanzienlijk veel ouder.

"Mysterie-spelen" naar aanleiding van de dood van Osiris en van de overwinning van Horus op Set schijnen bij zekere groote gelegenheden gehouden te zijn in de voornaamste centra van godsdienst. De voornaamste rol was die van Horus, die in de hoofdstad werd vervuld door de Pharao zelf en in de provincies door de plaatselijke notabelen.

In de beginne vervloekte Ra Nut en zijn vervloeking bestond hierin, dat geen harer kinderen geboren zou worden op eenigen dag van eenig jaar. En Nut smeekte Thot om hulp, Thot, die haar lief had, de god van de tooverkunst, de geleerdheid en de wijsheid, hem, dien de Grieken Hermes Trismegistus noemden. Ofschoon de vervloeking, die eens door de grooten God Ra geuit was, nimmer herroepen kon worden, opende Thot door zijn wijsheid een uitweg. Hij begaf zich naar den Maangod, wiens luister bijna gelijk was aan dien van de Zon zelf en daagde hem uit tot een dobbelspel. Groot was de inzet aan beide zijden, maar die van de Maangod was het grootst, want hij verwedde zijn eigen licht. Spel na spel speelden zij en altijd was het geluk aan de zijde van Thot, totdat de Maan niet meer wilde spelen. Toen verzamelde Thot het licht, dat hij gewonnen had en door middel van zijn macht en grootheid verdeelde hij het over vijf dagen. En sedert dien tijd heeft de Maan geen licht genoeg om de heele maand te schijnen, maar neemt af, totdat hij geheel duister is en groeit dan weer langzaam aan tot zijn vollen glans; want het licht van vijf heele dagen was hem afgenomen. En deze vijf dagen plaatste Thot tusschen het eind van het oude jaar en het begin van het nieuwe, zoodat hij ze afgescheiden hield van beide; en op deze vijf dagen werden de vijf kinderen van Nut geboren: Osiris op de eersten dag, Horus op de tweeden, Seth op de derden, Isis op de vierden en Nephthys op den vijfden. Zoo werd de vervloeking van Ra tegelijk vervuld en te niet gedaan, want de dagen, waarop de kinderen van Nut geboren werden, behoorden tot geen jaar.

Toen Osiris geboren werd, werden er teekenen en wonderen gezien over de geheele wereld, want een stem weerklonk over de geheele aarde: "De Heer van het Heelal komt tot het licht". En een vrouw, die water putte op het heilige voorplein van de tempel, werd vervuld met een goddelijke inspiratie en snelde weg, roepende: "Osiris, de Koning is geboren".

Nu was Egypte een barbaarsch land, waar de menschen elkaar bevochten en menschenvleesch aten; niets wisten zij van de goden, wetteloos waren zij en onbeschaafd. Maar Osiris werd Koning van Egypte en hij toonde zijn volk, hoe zij het land moesten bebouwen en koren zaaien en de wijnstok planten en hij leerde hun, welke eer zij de Goden verschuldigd waren, en maakte wetten en vernietigde hun barbaarsche en onbeschaafde gebruiken. Waarheen hij zich begaf, boog het volk voor hem neer, want zij hadden tot zelfs de grond lief, waarop zijn voeten traden; en wat hij ook voorschreef, zij deden het. Zoo regeerde Osiris over de Egyptenaren; met ontrolde banieren en klinkende muziek trok hij uit Egypte, ten einde alle landen onder zijn scepter te brengen.

Maar Seth haatte zijn broeder Osiris en hij verzamelde twee-en-zeventig samenzweerders; en onder hen bevond zich Aso, koningin van Ethiopië. En zij vatten het plan op, dat, wanneer Osiris terugkeerde, zij hem zouden dooden en Seth op de troon zetten; maar zij hielden hun plannen geheim en trokken Osiris met vriendelijke gezichten tegemoet, toen hij Egypte in triomf weer binnentrok. In het verborgen hielden zij telkens samenkomsten, in het verborgen ook brachten zij een kist in gereedheid, gemaakt van kostbaar hout, beschilderd en versierd met rijke teekeningen en gloeiende kleuren, een mengeling van tinten en een overvloed van kunstig handwerk, zoodat allen, die ze zagen, verlangden ze in hun bezit te hebben. Seth, de Booze, had in het geheim de maat genomen van het lichaam van Osiris en de kist was zoo gemaakt, dat het lichaam van de Koning er in paste, want dit behoorde tot het plan.

Toen alles gereed was, noodigde Seth zijn broeder en de twee-en-zeventig samenzweerders uit op een feest in zijn groote feesthal.

Toen het feest voorbij was, zongen zij het lied van Mancros, zooals de gewoonte was, en slaven boden ronde bekers wijn aan en wonden bloemkransen om de hoofden der gasten en stortten reukwerken over hen uit, totdat de feestzaal doortrokken was van heerlijke geuren. En terwijl er vreugde heerschte, traden er slaven binnen, die de kist droegen, en alle gasten uitten een kreet van bewondering op het zien van haar schoonheid.

Toen stond Seth op van zijn zitplaats en zeide: Hem, die in deze kist gaat liggen en die er in past, zal ik haar geven. Zijne woorden waren honigzoet, maar in zijn hart was de bitterheid van het kwade.

Eén voor één gingen de samenzweerders onder gescherts en gelach in de kist liggen; de een was zij te lang, een ander was te kort, een derde was zij te wijd en een vierde te nauw.

Toen was de beurt aan Osiris en geen kwaad vermoedend legde hij er zich in neer. Plotseling pakten de samenzweerders het deksel beet en sloegen het dicht; eenigen spijkerden het stevig vast, terwijl anderen gesmolten lood in alle openingen goten, opdat hij niet zou kunnen ademen en leven. Zoo stierf de groote Osiris, die Unnefer, de Zegevierende, wordt genoemd, en na zijn dood kwam hij in de Duat en werd Koning der Dooden en Heerscher over hen, die in het Westen wonen.

De samenzweerders hieven de kist, die nu een doodkist was, op en droegen haar naar de rivier. Zij slingerden haar ver in het water en Hapi, de Nijl-god, ving haar op en droeg haar op zijn stroom naar de zee; de Groote Groene Wateren namen haar op en de golven droegen haar naar Byblos en lichtten haar in de tamarinde, die aan het strand groeide. Toen groeiden er uit de boom groote takken, die bladeren en bloemen droegen, ten einde een geschikte rustplaats voor de God te vormen en de faam van zijn schoonheid verbreidde zich door het geheele land.

In Byblos regeerde Koning Malkander en zijn vrouw, Koningin Athenaïs. Zij gingen naar het strand om de boom te zien, want niets kon men zien dan bladeren en bloesems, die de kist voor het oog verborgen. Toen gaf Koning Malkander bevel, dat de boom omgehakt en naar het Koninklijke paleis gebracht zou worden. Iedereen was verbaasd bij het zien van haar schoonheid, ofschoon niemand wist, dat ze het lichaam van een God bevatte.

Isis was buitengewoon bevreesd voor Seth. Zijn vriendelijke woorden misleidden haar niet en zij kende zijn vijandschap jegens Osiris, maar de groote Koning wilde niet gelooven aan de slechtheid van zijn broeder. Toen de ziel van Osiris het lichaam verliet, wist Isis terstond, dat hij dood was, hoewel geen mensch het haar verteld had. Zij nam haar zoontje, die Harpocrates of het Kind Horus genoemd wordt en vluchtte met hem naar de moerassen van de Delta en verborg hem in de stad Pé. Oud en grijs was de stad Pé en ze stond op een eiland; daar woonde de godin Uazet, die ook Buto en Latona genoemd wordt, want zij wordt aangebeden onder vele namen. Uazet nam het kind onder haar bescherming en Isis maakte door haar goddelijke macht het eiland los en het dreeft op de oppervlakte der Groote Groene Wateren weg, zoodat niemand kon zeggen, waar het te vinden was. Want zij vreesde de macht van Seth, die het kind zou kunnen vernietigen, zooals hij de vader vernietigd had.

Daar de zielen der menschen geen rust kunnen vinden, voordat de begrafenisplechtigheden zijn vervuld en de begrafenisoffers zijn gebracht, reisde zij eenzaam en alleen om het lichaam van haar echtgenoot te zoeken en het te begraven volgens zijn rang en grootheid. Vele menschen ontmoette zij, zoowel mannen als vrouwen, maar niemand had de kist gezien en in deze zaak hielp haar macht niet. Toen bedacht zij, het aan de kinderen te vragen en dadelijk vertelden zij haar van een beschilderde kist, die in de Nijl dreef. En tot op dezen dag hebben de kinderen een profetische kracht en kunnen de wil van de Goden verklaren en de dingen, die nog zullen komen, vooruitzien.

Zoo kwam Isis, steeds de kinderen ondervragend, te Byblos. Zij zat aan Groote Groene Wateren en de maagden van Koningin Athenaïs kwamen baden en spelen in de golven. Toen sprak Isis tot haar en vlocht haar haren en maakte haar juweelen vast; de adem van de Godin was zoeter dan de geuren van het Land Punt en hij deelde zijn geur mede aan het haar en de juweelen en de kleeren van de maagden. Toen zij terugkwamen in het paleis, vroeg Koningin Athenaïs haar, hoe zij dat reukwerk hadden gekregen en zij antwoordden: "Eene vrouw, vreemd en bedroefd, zat aan het strand, toen wij gingen baden en zij vlocht onze haren en maakte onze juweelen vast en van haar kwam het reukwerk, hoewel wij niet weten hoe." Koningin Athenaïs ging naar het strand om de vreemde vrouw te zien en sprak met haar en zij praatten met elkaar zooals moeders praten, want ze hadden beiden een zoontje; de zoon van Isis was ver weg en de zoon van Athenaïs was doodziek.

Toen stond Isis, de Machtige in de Tooverkunst, de bekwame Genezende op, en zeide: "Breng mij bij uw zoon!" Samen keerden de Godin en de Koningin terug naar het paleis en Isis nam de kleine Diktys in haar armen en zeide: "Ik kan hem sterk en gezond maken; maar op mijn eigen wijze wil ik het doen en niemand mag er zich mede bemoeien."

Iederen dag verbaasde Koningin Athenaïs zich over haar zoon. Van een klein, schreiend kind werd hij een sterke en gezonde jongen, maar Isis sprak geen woord en niemand wist, wat zij deed. Athenaïs ondervroeg haar maagden en zij antwoordden: "Wij weten niet, wat zij doet, maar dit weten wij, dat zij hem voedt en 's nachts grendelt zij de deuren toe van de zaal, waar de zuil staat, en stapelt houtblokken op het vuur en wanneer wij luisteren, kunnen wij niets hooren, dan het gesjilp van een zwaluw."

Athenaïs was vol nieuwsgierigheid en verborg zich 's nachts in de groote zaal en keek toe, hoe Isis de deuren grendelde en de houtblokken op het vuur stapelde, totdat de vlammen hoog oplaaiden. Toen maakte zij, voor het vuur zittend, een open ruimte tussen de vlammende houtblokken, een open ruimte, die gloeiend rood was en in die ruimte legde zij het kind en zich in een zwaluw veranderend, vloog zij om de zuil, treurend en klagend, en het geklaag was als het gesjilp van een zwaluw. Koningin Athenaïs uitte een kreet en greep het kind uit het vuur en keerde zich om, om te vluchten. Maar vóór haar stond Isis, de Godin, groot en verschrikkelijk.

"O dwaze moeder!" sprak Isis. "Waarom greept gij het kind? Slechts een paar dagen nog en alles, wat sterfelijk was in hem, zou verteerd zijn door het vuur en hij zou geweest zijn gelijk de Goden, onsterfelijk en eeuwig jong".

Een diepe eerbied beving de Koningin, want zij wist, dat zij een van de goden aanschouwde. Zoo nederig mogelijk smeekten zij en Koning Malkander de Godin, een geschenk aan te nemen. Al de rijkdommen van Byblos werden voor haar uitgespreid, maar zij waren haar onverschillig.

"Geeft mij", zeide zij, "wat deze zuil bevat en ik zal tevreden zijn".

Dadelijk werden werklieden ontboden, ze haalden de zuil omver, hieuwen ze open en lichten de kist er uit. En Isis nam welriekende specerijen en geurende bloesems, deze strooide ze over de zuil, wikkelde ze toen in fijn linnen en gaf ze aan de Koning en de Koningin. En alle menschen uit Byblos aanbidden ze tot op dezen dag, omdat ze eens het lichaam van een God bevatte.

Maar Isis nam de kist mede op een boot en zeilde weg van Byblos en toen de golven van de rivier Phaedrus, opgezeept door de wind, de kist dreigden weg te spoelen, deed zij het water opdroogen door haar tooverspreuken. Toen, op een eenzame plaats, opende zij de kist en het gezicht van de doode God aanschouwend, treurde en klaagde zij.

Nu zeggen sommigen, dat, toen Isis Byblos verliet, ze Diktys medenam en dat hij uit de boot viel en verdronk. Anderen zeggen, dat haar geweeklaag zoo vreeselijk klonk in zijn bittere smart, dat zijn hart brak en hij stierf. Maar ik denk, dat hij in Byblos bleef, en omdat hij gelegen had in de armen der Goddelijke Moeder en door het reinigend vuur was gegaan, groeide hij op tot een groot en edel Koning, die zijn volk met wijsheid regeerde.

Toen verborg Isis de kist en reisde naar de stad Pé, op het drijvende eiland, waar haar zoontje Harpocrates veilig was onder de hoede van Uazet, de Godin van het Noordelijke Land. En terwijl zij weg was, kwam Seth om op wilde beren te jagen met zijn honden. Hij joeg bij maanlicht, want hij hield van de nacht, wanneer alle slechte demonen te voorschijn komen; en de lucht was vervuld met het geschreeuw en het hallo der jagers en het geblaf der honden, die hun prooi achterna joegen. En toen Seth voorbijrende, zag hij de geschilderde kist, waarvan de kleuren glinsterden en schitterden in den maneschijn. Op dat gezicht kwamen haat en toorn over hem gelijk een roode wolk en hij raasde als een panter uit het Zuiden. Hij sleepte de kist van de plaats, waar zij verborgen was, en brak ze open; hij greep het lichaam en scheurde het in veertien stukken en door zijn machtige en goddelijke kracht strooide hij de stukken door het land Egypte. En hij lachte en zeide: "Het is niet mogelijk het lichaam van een God te vernietigen, maar ik heb het onmogelijke gedaan: ik heb Osiris vernietigd". En zijn gelach weerklonk door de wereld en zij, die het hoorden, vluchtten en beefden.

Toen Isis terugkeerde, vond zij niets dan de vernielde kist en wist, dat Seth dat gedaan had.

Haar zoeken moest nu weer opnieuw beginnen. Zij nam een kleine sloep, gemaakt van papyrusstengels, die samengevoegd waren, en zeilde door de moerassen, om de stukken van Osiris' lichaam te zoeken, en al de vogels en dieren gingen met haar om haar te helpen; en tot op de huidigen dag zullen de krokodillen geen boot aanraken van papyrusstengels, want zij denken, dat het de moede Godin is, die nog altijd aan het zoeken is.

Machtig en listig was haar vijand en alleen door beleid kon hij overwonnen worden; daarom bouwde zij, overal waar zij een deel van het goddelijke lichaam vond, een prachtig grafmonument en vervulde de begrafenisplechtigheden, alsof zij het lijk daar had begraven. Maar in werkelijkheid nam zij de stukken mede, en toen zij na lange omzwervingen ze alle gevonden had, vereenigde zij ze alle weer tot één lichaam door de groote kracht van haar tooverkunst.

Want, wanneer Horus het Kind opgegroeid zou zijn tot een man, dan zou hij vechten met Seth en zijn vader wreken; en nadat hij de overwinning zou behaald hebben, zou Osiris weer levend worden.


Maar tot op dien dag zal Osiris in de Duat wonen, waar hij de Dooden even wijs en edel regeert als hij het de levenden deed, toen hij nog op aarde was.

Want, ofschoon Horus met Seth strijdt en de gevechten hevig woeden, is er nog geen beslissende overwinning behaald en is Osiris nimmer op aarde teruggekeerd.

Vergelijkbare Blogs

Related Posts with Thumbnails