donderdag 11 november 2010

Vrijheid

Vrijheid, een complex begrip. Bij Vrijheid hoort Verantwoordelijkheid. “Vrijheid en Verantwoordelijkheid” is dan de titel van het regeerakkoord van de nieuwe Nederlandse regering. We kunnen afvragen om welke vrijheid het gaat, want in feite bestaan er maar twee soorten vrijheid de vrijheid van de ander en de vrijheid van jezelf, al het andere is daarvan afgeleid. Deze twee soorten vrijheid zijn voortdurend met elkaar in conflict. Individueel en collectief.

Vrijheid en Verantwoordelijkheid het één kan niet zonder het ander. Volgens Jean-Paul Sartre heeft iedereen de morele opdracht de vrijheid te bewaren door het kiezen van het eigen leven en daar de verantwoordelijkheid voor te nemen. Want vrijheid is de kern van de mens en tegelijk ook de grootste opdracht die hij te vervullen heeft. Niemand kan enig excuus aanvoeren om zichzelf van die vrijheid te ontlasten.

Niet voor niets merkt Sartre dan ook op dat we tot haar veroordeeld zijn. Deze verantwoordelijkheid is zo zwaar dat mensen daaraan op allerlei manieren trachten te ontsnappen. Een van de manieren om te ontsnappen aan de vrijheid is de verantwoordelijkheid af te schuiven op de omstandigheden, of op een identiteit die we zouden bezitten. “Ik ben nu eenmaal zo-en-zo”,. Ik kan niet anders zijn dan wat ik ben en doen dan wat ik doe”, zeggen we dan.

Wie zulke smoesjes gebruikt is volgens Sartre te kwader trouw. Hij wil niet langer een vrij mens zijn, maar doet alsof hij een ding is, dat geen keuze heeft.
Maar omdat wij - anders dan de dingen – een bewustzijn bezitten kunnen we altijd op onszelf reflecteren. We plaatsen ons als het ware op een afstand van onszelf, en in die afstand huist onze vrijheid. We kunnen “nee” zeggen tegen wat we zijn: niet omdat ik zou kunnen ophouden te zijn wie ik was, maar omdat ik daaraan niet willoos ben overgeleverd. Ik kan van datgene wát ik ben maken wat ik wil: dat is de fundamentele keuze vrijheid die Sartre het “levensproject” noemt.

Aan het maken van keuzes ontkomen we nooit, volgens Sartre. Bij het maken van keuze komt het er vooral op aan of wij de consequenties van onze keuze kunnen aanvaarden. De consequenties kunnen klein zijn. B.v. een kind dat bij het opgroeien zijn vrijheitjes begint op te eisen en daarbij af en toe in conflict komt met zijn ouders. Hij zal dan de consequenties moeten aanvaarden dat pappa en mamma hem niet meer onvoorwaardelijk het lieve kindje vinden.
Of heel groot een verzets- of vrijheidsstrijder die de uiterste consequentie kiest en bereid is zijn leven te offeren voor de vrijheid. Zijn drang naar vrijheid, niet alleen voor zichzelf maar ook voor anderen, blijkt dan zelfs groter dan de drang om te overleven. Vrijheidsdrang wordt dan door te willen en kunnen sterven de ultieme levensopdracht.
Ook wie volgens Sartre te kwader trouw leeft heeft hiervoor gekozen. Hij doet alleen alsof dat geen keuze was, maar een soort noodzakelijkheid. Probleemloos is deze vrijheid niet. Nog afgezien van de vraag of de last die Sartre op ieders schouders legt niet zo zwaar is dat ieder daaraan op den duur moet verzaken of ten onder gaan, krijgt zijn vrijheidsideaal het moeilijk op het moment waarop er een ander mens verschijnt.

Ook die ander heeft immers zijn vrijheid, net als ikzelf. En beide vrijheden kunnen elkaar gevoelig in de weg zitten. Telkens staat de vrijheid van de één of van de ander op het spel. Iedere verhouding is een voortdurende strijd tussen heer en slaaf, aldus Sartre. Hij bracht die gedachte onder woorden met de gevleugelde zin: “De hel, dat zijn de anderen”. Sartre is voortdurend blijven zoeken naar een manier waarop de ander niet per sé de hel hoefde te zijn.

In de oorlog hebben zijn ervaringen in krijgsgevangenschap hem de ogen geopend voor de solidariteit die tussen mensen wel degelijk kan bestaan. Hij heeft daarbij ook zijn toevlucht gezocht in het Marxcisme maar hij is er nooit helemaal in geslaagd die manier te vinden. Zijn werk blijft vooral een indrukwekkend moreel appél, dat korte metten maakt met de al te menselijke neiging de eigen verantwoordelijkheid te ontlopen, en een hartstochtelijk pleidooi vóór het ideaal van de vrije, autonome mens.

Sartre zag de hel in de ander terwijl de Joodse filosoof Emanuel Levinas juist zegt: “Ik ben pas vrij in het gelaat van de ander”. Hij zegt: “Het gelaat toont de menselijke kwetsbaarheid. Die kwetsbaarheid roept op tot mededogen Het gelaat is een onmiddellijk appél, een oproep tot vrijheid. Omdat de andere mens door zijn verschijning als gelaat een engagement betekent.

Levinas vraagt zich af of vrijheid de afwezigheid van dwang is of dat vrijheid de mogelijkheid voor een persoon betekend om het appél gericht aan de persoon te beantwoorden door iets te doen wat niemand anders in zijn plaats kan doen. In wat hij benoemt als de goedheid die voorafgaat aan iedere keuze, en die zijn verantwoordelijkheid is, daarin is hij als de uitverkorene, als de enig onvervangbare, de enige die kan doen wat hij doet t.a.v. de ander.

Iets doen wat niemand anders in je plaats kan doen, dat is volgens hem de fundamentele vrijheid. Dat is de vrijheid van het goede die hij vindt in het gelaat van de ander. De ander is niet de hel maar het goede. Door op deze manier keuzes te maken zouden we wel eens in navolging van Sartre veroordeeld kunnen zijn tot vrijheid en tot het goede.

De filosoof Ian Buruma de formuleerde vrijheid als volgt; ” Vrijheid is een kwestie van leven en laten leven, compromissen sluiten of marchanderen “. Buruma voelt zich aangetrokken tot wat de Britse liberale denker Isaiah Berlin over vrijheid heeft geschreven. Hij onderscheidt negatieve en positieve vrijheid. Het eerste is de vrijheid om met rust gelaten te worden, het is de tolerantie van leven en laten leven. Het tweede is veel omvattender: vrijheid betekent ook dat mensen de mogelijkheid krijgen om zich te ontplooien, de wereld te verbeteren en idealen te verwezenlijken.

Dat klinkt heel mooi, maar juist hieraan kleeft volgens Berlin het gevaar van zendingsdrang. Wie een duidelijk beeld heeft van wat vrijheid is, maar merkt dat een ander een andere opvatting heeft kan denken: die moet ik toch even helpen. Want hij heeft het niet goed begrepen, en zal zich zo nooit kunnen ontplooien. Ik moet hem voor zijn eigen bestwil op het juiste pad zetten.
Maar hoe ver gaat dat, want ook uit goede principes om mensen te bevrijden en te verlichten kan de grootste dwang voortkomen.

Wie zo overtuigd is van wat vrijheid is dat hij ook anderen wil bevrijden, kan heel goed handelen uit integere motieven. Toch kan het resultaat desastreus zijn als niet langer ruimte wordt gelaten aan andere meningen of overtuigingen. Als dit geloof verhardt tot een dogma, en vrijheid wordt gehanteerd als een vorm van absolutisme, dan zullen we zien dat ook de beste ideeën eindigen in een catastrofe.

“Vrijheid is een kwestie van leven en laten leven, compromissen sluiten of marchanderen “, “We zijn tot vrijheid veroordeeld” , “Ik ben pas vrij in het gelaat van de ander “ en “”De hel, dat zijn de anderen”. Vier uitspraken die, alle vier een grond van waarheid hebben maar ook grote valkuilen in zich bergen.

Als we ons heen kijken dan zie we voortdurend mensen die aan het marchanderen zijn, compromissen sluiten en veroordeeld zijn tot het maken van keuzes. de kunst is om hier in een moot evenwicht te vinden, zodat vrije keuze ook vrij voelen en als vrijheid ervaren worden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Vergelijkbare Blogs

Related Posts with Thumbnails