zaterdag 2 juni 2012

De Handelroute van Wierook in de Oudheid (B)

Sterzoeker wil in een aantal blogjes aandacht besteden aan de geschiedenis en aan de handel in wierook in de oudheid. Dit is een uitgebreide vervolg op de 5 eerdere blogs over wierook die reeds op Sterzoeker zijn verschenen. U kunt deze eerder blogjes ook vinden door in de kantlijn, in de onderwerpenlijst, op het label "wierook" te klikken. We gaan verder in op de handelsroute die de wierook volgde

Theophrastus (Hist. plant. IX 4, 5) weet te berichten dat de ingezamelde wierook eerst naar de tempel van de zonnegod werd gebracht. Daar legde iedereen dan zijn wierook op een hoopje neer en gaf daarbij het gewicht en de prijs aan. Als een koper het eens was met de prijs legde hij de tegenwaarde neer op de plaats waar hij de wierook vandaan had genomen. Een derde deel van het bedrag werd door de priesters ingehouden voor de godheid. Uit deze gegevens zou men op kunnen maken dat wierook een heilige stof was; als hij voor de export bestemd was moest er aan de goden tenminste een hoog tribuut worden betaald, dat door de tempels werd geheven.

Aangezien de geoogste wierook in de tempels werd opgeslagen en daar ook werd verkocht, ziet het er naar uit dat de priesterschap het alleenrecht op de geproduceerde wierook had. We hebben geen waarborg voor de betrouwbaarheid van dit bericht, maar de uitoefening van een officieel monopolie op de wierookhandel door de tempel past goed in het beeld dat we ons kunnen vormen van de uitzonderlijke positie van deze instelling binnen de Oudzuidarabische maatschappij.

Ook Strabo(Geographica XVI, 4, 19) schrijft dat talrijke Sabeeërs in de aromatahandel werkten; ze zouden niet alleen hun eigen produkten aan de man brengen, maar ook die uit Ethiopië die ze van overzee haalden. Volgens Plinius (Nat. hist.XII, 54) hadden de Mineeërs de wierook handel tot bloei gebracht en hem ook het meeste uitgeoefend, vandaar dat men van de tus Minaeum sprak. Al uit het jaar 261 v. Chr. stamt een Griekse papyrus waarin een hoeveelheid Mineese wierook voorkomt. Weliswaar bestond in de tijd van Plinius het Mineese rijk niet meer, maar in zijn bloeitijd had het door het grootste deel van de wierookroute te controleren een belangrijke rol in de wierookhandel gespeeld.

Pas doordat de Mineeërs door de Sabeeërs tegen het einde van de tweede eeuw v. Chr. werden onderworpen, schijnt de handel over deze route achteruit tezijn gegaan. Als er naast de Mineese wierook ook van Sabeese wierook (tus Sabaeum; bv. Vergilius, Aeneis I, 416 v.) sprake is, dan toont deze benaming slechts aan dat men in de Griekse en Romeinse wereld de naam Saba - het bekendste Oudzuidarabische rijk - eenvoudigweg verbond met de voorstellingen van het wierookland.

Ook Plinius (Nat. hist. XII, 63) bevestigt dat de bij elkaar gebrachte wierook op kamelen naar Sabota, d.W.Z. Sabwa, werd vervoerd; wie afweek van de route maakte zich schuldig aan een halsmisdrijf. Zo werd men gedwongen de voor de westelijke markt bestemde wierook door de Hadramitische hoofdstad te voeren, zodat er daar tol op de waren kon worden geheven. Plinius vervolgt dat de priesters in de stad Sabwa een tiende deel inden voor hun god Sabis (dea quem vacant Sabin); eerder mocht de wierook niet verkocht worden. Van dit geld bekostigde men de openbare uitgaven en ontving men op bepaalde dagen ook vreemden.

Voorts kon de wierook alleen maar via het land van de Gebbanieten, d.w.z. de Qitbanieten of Qatabaniërs, worden uitgevoerd en ook daar moest een deel aan de koning worden afgedragen. De wierook werd dus eerst naar Thomna, de hoofdstad van Qatabהn, gebracht en daaruit blijkt maar al te goed dat men op de door de tolplicht voorgeschreven routes vaak ook nog een aanzienlijke omweg op de koop toe moest nemen. Volgens deze berichten, die op Iuba teruggaan, was de handel overland destijds nog in volle bloei. In elk geval noemt Plinius (Nat. hist. VI, 104) onder de recentere berichten, naast de voor de vaart op Indihist. VI, 104) onder de recentere berichten, naast de voor de vaart op Indië belangrijke Arabische havens Ocelis en Cane, nog een derde havenstad, Muza, de haven van het Himjaritische rijk, die slechts werd aangedaan door handelaars in wierook en aromata.

Waardevolle gegevens over de wierookhandel kunnen we putten uit het anonieme Griekse mercantiele handboek voor zeelieden, de Periplus maris Erythraei, waarvan de eerste versie waarschijnlijk toch eerder uit de tweede helft van de eerste eeuw n. Chr. dateert dat uit de eerste helft van de derde eeuw 19. Volgens de Periplus (§ 27) was de belang rijkste handelsstad aan de Arabische kust Kane. Alle wierook die in het land gewonnen was werd op kamelen naar Sabbatha (= Sabwa) gebracht, waar hij werd opgeslagen en daarna op boten en vlotten van opgeblazen huiden naar Kane vervoerd werd. Deze stad dreef handel met Barygaza, Skythië, Ommana en de naburige Perzische kust; onder de uitgevoerde goederen bevindt zich natuurlijk ook wierook (Periplus § 28). Om de sachalitische wierook in te laden diende bovendien nog de haven Moscha, waarheen vanuit Kane regelmatig schepen voeren. Andere schepen, op de terugweg uit Indiכ, overwinterden als het al laat in het seizoen was in de stad. Zij ruilden dan de waren die ze meegenomen hadden in tegen wierook, die in grote hopen onbewaakt langs de gehele kust lag, maar waarvan niemand het in zijn hoofd zou halen hem zonder toestemming van de koning aan boord van een schip te brengen (Periplus § 32).

Moscha is hoogstwaarschijnlijk de haven van de stad Samarum aan de huidige Khor Rori, die in de Oudzuidarabische inscripties wordt genoemd. Bij opgravingen die in 1952/1953 door de Amerikaanse Foundation for the Study of Man werden uitgevoerd vond men in al-Balid ten oosten van de havenstad Salala in een bepaalde ruimte 49 kg. wierook, die in een laag van drie tot acht cm. dik lag uitgespreid op een geweven mat; de wierook was inmiddels een samenhangende massa geworden met een donkere kleur die van buiten wit geoxydeerd was, maar die bij het verbranden nog dezelfde kenmerken vertoonde als verse wierook.

Bij twee havens wordt in de Periplus maris Erythraei (§ 36 en § 39) onder de importgoederen uitdrukkelijk wierook vermeld, en wel bij de steden Ommana in Perzië en Barbarikon in Indië. Men heeft er al eerder op gewezen dat de aanvoer van Arabische wierook eenn van de eerste vormen van contact zou kunnen zijn geweest tussen Indië en de westelijke wereld. Op de bemiddelende rol van de Grieken en de Romeinen bij de zeehandel in dit produkt wijst hoogstwaarschijnlijk het Sanskrit-woord yavana- (oorspronkelijk "Griek, Joniër"), dat ook "wierook" kan betekenen.

Terwijl daarvoor de wierook grotendeels via de karavaanhandel in het Syrisch-Palestijnse gebied terecht kwam, was vanaf de eerste eeuw v. Chr. het transport over zee het belangrijkst. Als stapelplaats was Alexandrië, dat door een kanaal rechtstreeks met de Rode Zee verbonden was, van buitengewoon belang. Daar werd de wierook, zoals de meeste ruwe grondstoffen die vanuit het zuidoosten naar Egypte werden gebracht, tot gebruiksklare aromata verwerkt.

Een sleutelpositie in de wierookhandel namen op grond van hun geografische positie de Nabateeërs in, totdat ze in 106 n. Chr. hun zelfstandigheid verloren. Zij namen de aromata die uit het Gelukkige Arabië werden aangevoerd over en vervoerden ze verder naar de Middellandse Zee (Diodorus, Bibliotheca, XIX, 94, 5). Al in de vierde eeuw v. Chr. was de hoofdstad van de Nabateeërs een belangrijk centrum voor de handel in aromata, specerijen en goud uit Zuid-Arabië.

Volgens Agatharchides (De mare Erytraeo,§ 87) brachten Mineeërs en Gerrheeërs wierook en andere aromata uit OpperArabië naar de golf van Aqaba. Ook de mededeling bij Strabo (Geographica XVI, 4, 26), dat de Nabateeërs dagelijks plengoffers brachten aan hun goden en wierook offerden, wordt archeologisch bevestigd door de vondst van reukaltaartjes. De rol die in Noordwest-Arabië in de wierookhandel door de Nabateeërs gespeeld werd viel in het noordoosten de Gerrheeërs toe. Al in de tijd van Alexander de Grote namen zij een leidende positie in bij de verkoop van Zuidarabische produkten.

Strabo (Geographica XVI, 3, 3) zegt uitdrukkelijk dat de Gerrheeërs over land handel dreven in Arabische aromata, terwijl hij op dezelfde plaats Aristobulos citeert, die beweert dat zij hun waren over zee naar Babylonië brachten, de Euphraat opvoeren en daarmee het hele land verzorgden.

De wierookhandel over de Middellandse Zee was in de oudheid grotendeels in handen van de Feniciërs en de Puniërs, ook na de ondergang van Carthago. Zowel in de Fenicische cultus als in die van de Noordafrikaanse dochterstad werd gebruik gemaakt van wierook.

Een Latijnse-Neopunische bilingue uit Altiburus noemt in de Punische tekst een "maatschappij voor (de verkoop van) reukwerk". Dergelijke maatschappijen verhandelden waarschijnlijk wierook en gros en voorzagen daarmee de cultusplaatsen. Uit een in Herrnopolis in Egypte opgestelde lijst van koopwaar blijkt zelfs dat de wierook in verzegelde zakken werd vervoerd en opgeslagen (Cairo Pap. Zenon nr. 59069, I, 13.16).

Grootgebruikers van wierook, zoals bijvoorbeeld de tempels, betrokken hem ook direkt uit het land van herkomst. Dit valt bijvoorbeeld op te maken uit twee op het eiland Delos gevonden altaaropschriften ter ere van Oudzuidarabische godheden, de ene een Minees-Griekse (M 349 = RES 3570), de andere een Hadramitische (RES 3952). Muntvondsten in Klein-Azië wijzen eveneens op de aanwezigheid van Arabische kooplieden. Terwijl de groothandel over zee over het algemeen niet gespecialiseerd was en men de wierook samen met andere produkten vervoerde, waren er onder de kleine handelaars speciale wierookverkopers.

Sterzoeker over de oorsprong van Wierook (A)

Sterzoeker wil in een aantal blogjes aandacht besteden aan de geschiedenis en aan de handel in wierook in de oudheid. Dit is een uitgebreide vervolg op de 5 eerdere blogs over wierook die reeds op Sterzoeker zijn verschenen. U kunt deze eerder blogjes vinden door in de kantlijn, in de onderwerpenlijst, op het label "wierook" te klikken.
Wierook behoorde in de oudheid in bijna alle landen van het nabije oosten en het middellandse-zee-gebied tot de duurste en meest begeerde aromata.Wierook was niet alleen in de cultus onontbeerlijk als reukoffer aan de goden, maar werd ook bij begrafenissen gebrand en werd niet in de laatste plaats als materia medica gebruikt.


De wierookboom behoort tot de familie der Burceraceeën en hierbinnen tot de orde Boswellia. Deze orde bestaat uit ongeveer 15 soorten, die thuishoren in Zuid-Arabië, Noordoost-Afrika en Voor-Indië. De soorten die wierook leveren zijn echter alleen maar te vinden in het centrale deel van het Zuid- arabische kustgebied - vooral in het bergland van Dhofar - op het eiland Soqotra en aan de Voorindische westkust.Dit zijn gebieden waar de hoeveelheden neerslag door de moessonregen, de temperatuur en de samenstelling van de bodem zo op elkaar zijn afgestemd dat de wierook er kan groeien.

Het hars dat om om zijn geur het meest gewaardeerd wordt en dat bijna als enige in de handel terecht komt, wordt gewonnen van de Boswellia Carterri, de echte wierookboom, is een kleine boom, die twee tot drie meter hoog wordt, met een tamelijk sterke stam waar al even boven de bodem de eerste takken uit voortspruiten. Bij de wierookwinning zoals deze tegenwoordig gebruikelijk is, worden in het hete jaargetijde inkepingen gemaakt in de stam en in de takken, waaruit dan het melkachtig hars in druppels- of  talactietvorm tevoorschijn komt, in de lucht droogt en geelachtig tot roodachtig van kleur wordt. Na zeven tot tien dagen worden de harstranen van de boom af gekrabd en de inkepingen verdiept, zodat er nog ongeveer vijf maanden lang hars uit de boom vloeit die kan worden geoogst.

Men onderscheid de verschillende  soorten niet alleen naar hun herkomst, ook kleur, vorm en zuiverheid van  de wierook spelen een rol. Wierook bestaat voor ongeveer 60-66%  uit hars, 25-35 % uit gom, galactose, arabinose en bitterstoffen en voor 5-9% uit etherische oliën. Het zijn deze etherische oliën die bij het branden van wierook de karakteristieke geur verspreiden.

Tot nu toe is nog niet met zekerheid aangetoond wat het woord voor wierook is in de Oudzuidarabische inscripties, ook al brengt men nog steeds wel een vermeend Oudzuidarabisch woord lbnt in de betekenins "wierook" naar voren. Weliswaar wordt lbny, dat als opschrift voorkomt op reukaltaartjes, dikwijls met "wierook" vertaald, maar waarschijnlijk moet het woord als libnay gelezen worden en betekent storax, een stof die eveneens als geurstof gebruikt werd.

De oudste plaatsen waar de uit het Semitisch ontleende Griekse woorden voor wierook zijn te vinden is bij de Aeolische lyrica Sappho, zo omstreeks 600 v. Chr. Het eerste woord komt voor in een epithalamium op Hektor en Andromache, waarin staat dat myrrhe, kassie en wierook werden gemengd (Fragment 44, 30, ed. Lobel-Page). Net als in het Grieks wordt ook in een heel aantal semitische talen een leenwoord afkomstig  uit het land van herkomst van de boom gebruikt om wierook mee aan te duiden. Dit geldt voor het Hebreeuwse lebona evenals voor het Rijks- arameese lbwnh en lbwnt' en het Punische lbnt. Al deze vormen kunnen uit een vorm libanat worden afgeleid. Het ligt dan ook voor de hand om aan te nemen dat het Oudzuidarabische woord liban was, ook al omdat er in de idiomen die nu nog in het Zuidarabische wierookgebied worden gesproken, inderdaad een woord liban voorkomt in de betekenis van "wierook". Het zelfstandige naamwoord libiin is afgeleid van de Semitische wortel lbn "witwit zijn", die ook bijvoorbeeld in de moderne zuidarabische talen regelmatig voorkomt, en het zou zoiets als "melkkleurig (wierookhars)" kunnen betekenen.

Zoals Plinius weet te berichten (Naturalis historia XII, 60), werd vooral de witte, in de herfst geoogste wierook hoog aangeslagen. In vroeger tijden zag men vaak het vaderland van de volkeren die handel dreven in aromata tegelijkertijd aan voor het gebied waar deze produkten vandaan kwamen. Zo beweerden bijvoorbeeld de Feniciërs, die een deel van de wierook handel in het Middellandse-Zee-gebied in handen hadden, oorspronkelijk dat wierook uit Syrië  kwam (z. Euripides, Bacchae 144), om zo het werkelijke land van herkomst geheim te houden. 

Op dezelfde manier gingen de Zuidarabieren te werk door de uit Indië  geïmporteerde aromata zoals kassie en kaneel uit te geven voor produkten van hun eigen land en zich zo te verzekeren van het monopolie over deze waren, die slechts in de doorvoerhandel Zuid-Arabië passeerden. De eerste schrijver die het juiste land van herkomst van de wierook noemt is Herodotus (111, 107) in de vijfde eeuw v. Chr. Volgens hem komt wierook nergens anders voor dan in Arabië, hetzuidelijkste land van de aarde. Theophrastus die, gebruikt makend van de wetenschappelijke observaties tijdens de veldtocht van Alexander de Grote, ons een geschiedenis van de planten heeft geleverd, schrijft (Historia plantarum IX, 4, 2) dat wierook in de buurt van Saba, Adramyta, Kitibaina en Mamali voorkomt. De wierookbomen zouden deels wild groeien op een gebergte, deels op afzonderlijke landerijen worden aangeplant aan de voet van dit gebergte, waarmee hij waarschijnlijk het bergland Dhofar (Zufar) bedoelt. Verder vertelt hij dat het gehele bergland de Sabeeërs toebehoorde.

Volgens Eratosthenes in de derde eeuw v. Chr. (bij Strabo, Geographica XVI, 4, 4) komt wierook uit Qataban en myrrhe uit Hadramaut; klaarblijkelijk heeft hij hier de produkten verwisseld, aangezien de wierookboom in Hadramaut voorkomt en de beste myrrhe in het vroegere Qatabaanse gebied.·Strabo (Geographica XVI, 4, 25) deelt Arabia Felix in in vijf rijken, waarvan het laatste het wierookland is, en volgens hem zou de beste wierook dicht bij Perzië groeien; ook deze notitie zou goed op het in het oosten gelegen bergland Dhofär kunnen slaan.

Volgens Plinius (Nat. hist. XII, 51) komt er nergens wierook  voor buiten Arabië, en zelfs daar niet overal; volgens hem ligt het wierookgebied op acht dagreizen van Sabota, de hoofdstad van de Atramitae. Het belangrijkste wierookgebied is ook nu nog het bergland Dhofar, met zijn nevelrijke klimaat, waar de wierookboom gecultiveerd wordt in de Qara-bergen, die door de moessonregens bereikt worden.

Gezien de huidige verspreiding van de wierookboom kan de antieke regio turifera in Zuid-Arabië niet tot buiten de omgeving van Habban in het westen en de oude Mahra-stad Hasik aan de rand van het Dhofárgebergte in het oosten hebben gereikt.

Als we ons nu afvragen wat de Oudzuidarabische inscripties ons over de wierookteelt, de winning van hars en de handel in aromata te vertellen hebben, dan is de informatie die wij op dit moment uit hen kunnen halen uiterst mager.Ook hiervoor zijn we in de eerste plaats aangewezen op de inlichtingen die de klassieke auteurs ons bieden.

De oudste mededelingen over de wierookwinning zijn te vinden bij Theophrastus (Hist. plant. IX, I, 6). Hij vertelt dat men in de hondsdagen, d.w.z. in het heetste jaargetijde inkepingen moet maken in de wierookbomen. Theophrastus beroept zich (Hist. plant. IX, 4, 4) op zeelieden uit Heroönpolis als getuigen die de bomen gezien zouden hebben in de tijd dat de wierook verzameld wordt. Aangezien niemand de plantages bewaakte konden de zeelieden een grote hoeveelheid op de schepen laden en wegvaren.

Plinius (Nat. hist. XII, 54) voegt aan de mededelingen van Theophrastus nog toe, dat er niet meer dan 3000 families waren die door erfopvolging aanspraak konden maken op het recht om wierook te oogsten, en dat die families daarom heilig werden genoemd; wanneer zij inkepingen in de bomen moesten maken mochten zij zich noch door het samenzijn met vrouwen, noch door begrafenissen verontreinigen. Sommigen beweren - zo bericht Plinius verder - dat de wierook in de bossen van de Zuidarabische volkeren gemeenschappelijk was, anderen dat het recht daarop jaarlijks bij toerbeurt opnieuw verdeeld werd.

Toen de wierookhandel nog niet zo levendig was zamelde men de wierook maar één keer per jaar in, maar door de grote vraag werd een tweede oogst noodzakelijk (Plinius, Nat. hist. XII, 58). In de periplus maris Erythraei (par. 29) 10 wordt bericht dat de wierook werd ingezameld door slaven van de koning en door veroordeelden die speciaal om dit werk te doen gedeporteerd waren; de reden hiervoor was dat de wierookgebieden zeer ongezond zouden zijn -zelfs wie langs de kust vaart zou er nadeel van ondervinden -, en dat wie daar werken moest er naar het heette bijna altijd stierf. Dit soort legendes, die werden gepropageerd om mensen af te schrikken van de weg naar het wierookland, zijn er misschien ook schuldig aan dat de inheemse naam Hadramt buiten het land zelf al vrij vroeg verbasterd werd tot Hadramaut, wat men met "plaats des doods" vertalen kan.

De wierook die bij de oogst op uitgespreide palmmatten wordt opgevangen is - zo schrijft Theophrastus (His. plant. IX, 4, 4) - doorzichtig en helder, maar wat wordt opgeraapt van de bodem is van mindere kwaliteit, evenals wat van de bomen wordt afgekrabd, omdat dit door stukken schors verontreinigd is. De wierook die geoogst wordt van jonge bomen is volgens Plinius (Nat.hist. XII, 60) witter, maar die van oudere welriekender. Uitvoerige informatie over de verschillende soorten wierook is te vinden in het farmacognostische werk van Dioskurides uit het midden van de eerste eeuw na Christus. 

Deze soorten komen gedeeltelijk met hun Griekse namen ook bij Plinius (Nat. hist.~II, 62) voor. De eerste plaats neemt de mannelijke wierook in: hij is vannature rond, niet gedeeld, wit, bij breuk van binnen vettig en gemakkelijk aante steken bij het wierook branden (Dioskurides, Materia medica I, 68, I). De druppelvormig afhangende wierook heette volgens velen masculum vanwege de gelijkenis in vorm met teelballen. De meest geliefde soort was volgens Plinius (Nat. hist. XII, 61) de borstvormige wierook, die ontstaat wanneer zich aan een hangende traan een volgende hecht; als men de wierook niet te snelweghaalt, maar hem genoeg tijd geeft om zich te vormen, kan zo'n bouwsel de hele hand vullen. 

Wierook werd echter ook kuntsmatig rond gemaakt; daartoe moest men hem in rechthoekige stukken snijden en die dan in aardewerken potten zo lang heen en weer laten rollen tot ze een ronde vorm hadden aangenomen (Dioskurides, Materia medica I, 68, I). De stukjes die bij het schudden en rollen van de wierook werden afgeslagen om hem kunstmatig een korrelvorm te geven en het daardoor gevormde poeder werden manna genoemd (Plinius, Nat. hist. XII, 62). Ook dit werd bij offers gebruikt. Ook de schors van de wierookboorn kwam in de handel; men vond hem volgens Dioskurides (Materia medica I, 68, 5) het beste als hij dicht, vet en geurend, fris en glad en daarbij niet vezelig of vellig was. Men gebruikte hem farmaceutisch en hij werd, omdat hij ook een welriekende geur verspreidt, net als wierook gebrand. Ook het winnen van wierookroet wordt door Dioskurides (Materia medica I, 68, 7) uitvoerig beschreven.

De omstandigheid dat wierook in andere landen, waar men hem juist zo zeer begeerde, niet kon worden geproduceerd, leidde tot de ontwikkeling van een drukke en ver-reikende handel, die weer tot een politiek van expansie van de Oudzuidarabische rijken naar het noorden toe, langs de zogenaamde wierookroute, en tot een aanhoudende onderlinge rivaliteit over de beheersing van de handelswegen leidde. De beroemde wierookroute, liep voor het grootstedeel parallel met de Rode Zee naar het noorden. Daarbij hield zij rekening met de klimatologische en topografische omstandigheden, en vermeed zij zowel het hoogland als de ongezonde kustvlakte. Vanaf Dhofar, waar de wierook vandaan kwam, baande er zich een weg over land naar Wadi Hadramaut;  daarnaast kon men over zee langs de kust naar haven Qana reizen, en vandaar over land via Maifa'a en de hoogvlakte Gol naar Sabwa gaan. In de hoofdstad van Hadramaut waar de verschillende wegen bij elkaar kwamen, begon de eigenlijke wierookroute die daarna zo verliep, dat zij al naar gelang de macht van de afzonderlijke Oudzuidarabische rijken ook langs hun hoofdsteden voerde, zoals Timna' in Qataban en Marib in Saba. 

Van Marib leidde de ene weg langs een reeks van drinkplaatsen aan de oostelijke rand van het gebergte, vervolgens in noordelijke en dan in noordwestelijke richting naar het volgende grotere doel, Nagran. Als men voor een dagreis ongeveer dertig kilometer rekent, had men negen dagen nodig om op deze noord-oostelijke route van Marib naar Nagran te reizen; dit is hetzelfde aantal dagen als de Romeinse veldheer Aelius Gallus volgens Strabo (Geogra- phica XVI, 4, 24) op de terugweg van zijn expeditie voor het zelfde stuk nodig had.

Een andere route voerde van Marib in noordwestelijke richting naar de Mineese metropool Qarnawu in de Gauf, en vandaar verder naar de oase van Nagran. Een door de beide leiders van de Mineese commune in Dedan in de eerste helft van de vierde eeuw v. Chr. aan de stadsmuur van Baraqis, hetantieke Yatull, bevestigde bouwinscriptie werpt licht op het conflict tussen Saba en Ma in over de beheersing van de wierookroute.

In deze tekst danken de stichters de Mineese goden, dat die henzelf en hun bezittingen gered hebben van de overvallen die Saba en Haulan tegen hen, hun waren en hun kamelen op de karavaanroute tussen Ma in en Nagran ondernomen hadden, dat wil zeggen, op dezelfde route als waarover zojuist gesproken is. Voordat Hadramaut werd ingelijfd door het Sabees-Himjaritsche rijk, aan het einde van de derde eeuw na Chr., trokken er ook karavanen van Hadramaut -deleverancier van de wierook- direkt naar Nagran, via het ver in de woestijn vooruitgeschoven station al-Abr. Vanuit Nagran voerde een aftakking door de Wadi Dawasir, al-Aflag en de Yamarna naar Gerrha en de Perzische Golf en verder naar Mesopotamie.

Bij Ibn al-Mugawir, in de 13e eeuw (Ta'rih al-mustabsir, ed. O. Lofgren, 214), wordt de instelling van de toendertijd niet meer gebruikte route van Nagran naar de Satt al-Arab toegeschreven aan koningen van voor de Islam. De belangrijkste 'tak van de karavaanweg volgde vanuit Nagran over Tumal en Qarn al-Manazil het later, sinds de veldtocht van Abraha, olifantenroute genoemde trajekt op een niet altijd met zekerheid vast te stellen route naar Yatrib, het islamitische Medina.

Of in de oudheid ook Mekka werd aangedaan valt -ondanks de wijdverbreide mening dat dit het geval was - te betwijfelen, aangezien dit een omweg zou hebben betekend. Ten noorden van Yatrib liep de wierookroute verder over Dedan, het huidige al- 'Ula in de Higaz, waar de Mineeërs hun noordelijkste kolonie bezaten, tot in het kerngebied van de Nabateeërs rond Petra. Van hier voerde een aftakking langs de Jordaan naar Damaskus en naar de Fenicische kust; de hoofdweg liep echter verder richting middellandse Zee naar Ghazza (Gaza), de stapelplaats voor Arabische handelswaar. 

Uit de Zenon-papyri blijkt dat er in Ghazza een beambte was, en die als functie waarschijnlijk de controle op de invoer van wierook naar Egypte en het opzicht over het aromata-monopolie had. In Ghazza aangekomen had men - zoals Plinius (Nat. hist. XII, 64) ons vertelt - sinds het verlaten van de Qatabaanse hoofdstad Thomna 65 kameelstations gepasseerd en bij elkaar een afstand 2.437.500 passus afgelegd.

Volgens moderne berekeningen was de wierookroute tussen Sabwa en Ghazza ongeveer 2.750 kilometer lang, waarvoor men dan tussen de 69 en 88 dagen nodig moet hebben gehad. Als men daarbij de route overland tussen Dhofar en Sabwa optelt, levert dat ongeveer 3.400 kilometer op, die men in een tijdspanne van minstens 85 en hoogstens 118 dagen aflegde. 

Beweringen - zoals ze bij tijd en wijlen nog steeds worden gedaan -dat er al vanaf de vroegste tijd via de wierookroute in Arabië handel werd gedreven vallen in deze vorm nauwelijks vol te houden. Een regelmatig karavaanverkeer op deze route, die door grote stukken woestijn voert, is namelijk zonder dromedarissen als lastdieren ondenkbaar; de effectieve domesticatie van deze kameelachtige heeft echter waarschijnlijk niet voor de late bronstijd, d.w.z. het midden van het tweede millenium v. Chr. plaats gehad.

magiër Offline


Sterzoeker zag vanochtend bovenstaande foutmelding; De magiër is hiermee "offline". Sommige magiërs hebben blijkbaar dus niet alles onder controle en laten zich wat rondrommelen op het internet. Zou zwarte magie hier deelgevallen zijn, of komt de magiër zo direct terug met nog mooiere valse beloftes?

Over het rondrommelen op Internet, van de Magiër, daar wil Sterzoeker het in een latere blog over hebben, maar eerst gaan we in de volgende blog schrijven over wierook. Een ware magiër behoeft immers niet bewierookt te worden.

Nu voorlopig even genieten van het uitzicht op het offline-scherm van de magiër. Mocht dit voorbijgaan, dan hebben we als dankbare herinnering, aan dit moment, de bovenstaande printscreen....

donderdag 26 april 2012

Beltane


De lente is volop bij ons en de versterkende energie van de lente groeit en vloeit al haar kracht naar de aarde en zo ook naar ons.  Beltane markeert het begin de van de zomer. Vruchtbaarheid en de groeiende krachten van de lente kunnen gevierd en geëerd worden, in de context van de spirituele speurtocht. De hoogste tijd dus voor Sterzoeker om een Beltane rituaal op te nemen.

In de Wicca wordt het feest op 30 april meestal aangeduid als Beltane. Het lichtfeest of Beltane is het laatste van de drie voorjaarsfeesten (Imbolc, Ostara, Beltane). Het lichtfeest Beltane is de tegenhanger van het schemerfeest Samhain. De nadruk licht op het nieuwe leven dat zich voor onze ogen ontwikkelt: een overvloed aan witte bloemen, het graan dat net boven de grond uitkomt, de eerste groenten, die onder glas geteeld worden. Het gaat daarbij met name om de bevruchting, alles in de natuur is of wordt in deze tijd bevrucht.

Tijdens Beltane wordt het begin van de zomer gevierd. Een van de voornaamste aspecten die tijdens Beltane naar voren komt is vruchtbaarheid en bevruchting. Tekenen hiervan kun je overal om je heen zien. De weiden staan vol jonge dieren. De bomen zijn gevuld met bloesems. Insecten vliegen af en aan. Het zaad begint diep in de aarde te ontkiemen. De eerste planten zullen snel boven de grond uitkomen.

De naam Beltane komt van het Ierse Bealtaine dat 'Bel-fire' (Bel-vuur) betekent, afgeleid van de God Bel. Bel (ook wel Beli, Belenus of Belanos genoemd) is de Keltische God van licht en genezing. Hij wordt 'de schijnende' genoemd. Beltane begint wanneer de zon op 30 april onder gaat (bij de Kelten begon de nieuwe dag bij zonsondergang). Beltane is een feest van vuur. Na zonsondergang werden er overal vuren ontstoken. Vee werd tussen twee van zulke vuren door gedreven om vruchtbaarheid te garanderen. Beltane is, net als Imbolc en Ostara, een vruchtbaarheidsfeest.

In verschillende tradities kun je de strijd tussen licht en donker terugvinden. De Keltische traditie spreekt van Gwynn ap Nud. Zijn naam verwijst naar het licht. Hij ontvoert de bruid van zijn rivaal Gwythyr ap Gwreidawl. Zij bevechten elkaar tijdens elke Calan Mai, tot het eind van de wereld daar is. Dan mag de overwinnaar de hand van de bruid opeisen. Anderen geloofden dat de geesten van licht en donker het in deze tijd van het jaar tegen elkaar opnamen. Er zouden kwaadaardige feeën rondwaren tegen wie men zich moest beschermen. Daarnaast wordt de heer der chaos, die verantwoordelijk is voor kou en vorst, voor een laatste maal geëerd. Hij draagt zijn heerschappij tijdens Beltane over aan de vegetatiegod.

Beltane is een feest van wervelende passie, van puur genieten. Bevruchting. Voortplanting. Het samenkomen van de energieën die nodig zijn om te zorgen voor het voortbestaan van de soorten. Animus ontmoet anima, yin ontmoet yang, geven ontmoet nemen en wij ontmoeten de natuur, niet alleen het kleine volk (nu de sluier tussen hen en ons één dag op z'n dunst is), maar ook in onszelf, onze eigen aard. Een prachtig feest dus om samen te vieren.


Beltane Rituaal:

Allen: komen de cirkel binnen in het westen Eerst het oosten, lopend met de zon mee.

Noorden:
Hierbij verklaar ik de ceremonie van beltane voor geopend.

Oosten:
laat de stralende zon schijnen boven deze cirkel

Westen:
laat de aarde, onze moeder, onze getuige zijn.

Zuiden
laat ons beginnen met het geven van vrede aan de 4 windrichtingen zonder vrede kunnen wij niet beginnen.

Oosten richt zich naar elke windrichting, zo ook elke deelnemer
mag er vrede zijn in het noorden
mag er vrede zijn in het zuiden
mag er vrede zijn in het westen
mag er vrede zijn in het oosten

Allen richten ons naar het midden:
mag er vrede zijn in de hele wereld

Noorden:
laat ons het druïden gebed opzeggen

Oosten: zegt 1 regel, allen herhalen deze regel:
goddelijke, geef bescherming
en in bescherming, kracht
en in kracht, begrip
en in begrip, kennis
en in kennis, echtvaardigheid
en in rechtvaardigheid, de liefde
en in de liefde, de liefde voor alles wat leeft
en in de liefde voor alles wat leeft, de liefde voor het goddelijke

Noorden:
zie de godin is verschenen
met groen heeft ze het land bedekt
een geur van bloesems komt ons tegemoet
de merel, het hert, de zalm en de vos gehoorzamen haar roep
de god beantwoordt de getijden van haar kracht waarin al ons begin besloten ligt

Oosten: iedereen richt zich naar het oosten en strekt de armen opzij en omhoog
laat de adem van leven deze poort in het oosten openen en laat ons geïnspireerd zijn door het element lucht

Zuiden: iedereen richt zich naar het zuiden en strekt de armen opzij en omhoog
laat het oog van het licht deze poort in het zuiden openen en laat ons verwarmd zijn door het element vuur.

Westen: iedereen richt zich naar het westen en strekt de armen opzij en omhoog
laat het hart van liefde deze poort in het westen openen en laat ons vervuld zijn door het element water

Noorden: iedereen richt zich naar het noorden en strekt de armen opzij en omhoog
laat de hand van recht deze poort van het noorden openen en laat het element aarde bij ons zijn.

Oosten:
in het midden van de cirkel branden de 2 vuren van beltane
man en vrouw, godin en god, hemel en aarde;
allen in elk van ons
laat ons nu in liefde en vertrouwen
kracht en vrede vinden in onszelf

Meditatie

Oosten:
laten wij luisteren naar het noorden

Noorden:
in de naam van de godin, oppermachtig beschermster van het land

Zuiden:
in de naam van de god, beschermer van het wild

Westen:
bij lucht, water, aarde en vuur

Oosten:
bij de ene die wij dienen

Stilte

Oosten:
laten wij in deze cirkel getuige zijn van de verbinding van deze krachten
de god van het leven en de godin van het land.

Noorden:
ik roep op de zaaier van het zaad
de god van het wild
ik roep op de vader van het levend brengend in de baarmoeder
van vrouw tot man
van godin tot god

Zuiden:
ik zoek geen koninkrijk maar als wachter zal ik antwoorden
ik laat het wild in de wildernis achter
ik zal een vader voor het kind zijn
ik zal echtgenoot zijn van het land
ik ben de god van de godin en zal haar hand vasthouden

Westen:
de krachten van liefde zorgen ervoor dat we man en vrouw zijn

zuiden en noorden geven elkaar een hand, lopen door de 2 vuren naar het noord-westen

stilte

Zuiden en noorden lopen door de 2 vuren naar het zuid-oosten
daar pakken ze een mandje met stenen en keren terug naar het midden

Allen beginnend vanuit het oosten
elke deelnemer loopt de cirkel rond naar het noordwesten
lopen door de vuren heen naar de god en godin
elke vrouw krijgt een steen van de god
elke man krijgt een steen van de godin
ieder loopt (met de zon mee) terug naar zijn plek.

Oosten:
in de diepe aarde groeien sterren, oplichten in het donker tussen de 2 vuren van man en vrouw, god en godin staat de spirit, de heldere ene

Westen:
deze steen is een teken
vul elke steen met je wens
wanneer de tijd daar is breng je je wens in het universum,
door de steen terug te geven aan de aarde of het water

Noorden en zuiden keren met de zon mee terug naar hun plaats

Oosten:
de godin laat ons opnieuw 3 kanten van haar zijn zien
de els, de zilverberk en de meidoorn
in deze tijd eren we haar en onszelf met haar meidoornbloemen.

Westen geeft elke deelnemer een takje van de meidoorn

Oosten:
wij bedanken voor ons leven op deze aarde
wij vragen aan de ene, de grote spirit of hij ons en degenen die wij liefhebben ons wil vullen met heilige kracht
ons wil zegenen met wijsheid
mogen wij deze krachten gebruiken voor iets goeds
verlicht ons van binnen, zodat we met dit licht de wereld kunnen verlichten
wij vragen dit in de naam van vader hemel
en moeder aarde en die ene die licht brengt

AWEN

Allen geven elkaar een hand

Pauze

Oosten: zegt 1 regel, allen herhalen deze regel
We swear by peace and love to stand
Heart to heart and hand in hand
Mark, o spirit and hear us now
Confirming this, our sacred vow. (3 x)

Oosten:
Laat ons zingen voor het zuiverend vuur

Allen: zingen
a-oh-wen awen 3 x met beweging

Oosten:
nu is het tijd om elkaar heeling te geven met de krachten van het element vuur

Oosten:
het is het uur van beëindiging
laten we de vuren doven

Zuiden dooft de vuren

Oosten:
laat het vuur gloeien in je hart
mogen wij ons herinneren wat onze ogen gezien hebben
onze oren gehoord hebben
en onze harten gevoeld hebben.

Noorden: iedereen richt zich naar het noorden en strekt de armen opzij en omhoog
bij het noorderlicht en de glinsterende sterren van de midwinter
bij de diepe en vruchtbare aarde
hef ik deze poort van het noorden op
mag het licht van deze poort zich verspreiden

Zuiden: iedereen richt zich naar het zuiden en strekt de armen opzij en omhoog
bij de zon op midzomer
op het heetst van de dag
hef ik deze poort naar het zuiden op
mag het licht van deze poort zich verspreiden

Westen: iedereen richt zich naar het westen en strekt de armen opzij en omhoog
bij de maan die opkomt in de schemering
bij de avondster
bij de zee met haar getijden
hef ik deze poort in het westen op
mag het licht van deze poort zich verspreiden

Oosten: iedereen richt zich naar het oosten en strekt de armen opzij en omhoog
bij de opkomende zon in de dageraad
bij de morgenster
hef ik deze poort in het oosten op
mag het licht van deze poort zicht verspreiden.

Oosten: heft de cirkel op
ik verklaar hierbij het feest van beltane in de verschijnende wereld en in deze cirkel voor gesloten
mogen jullie deze inspiratie uitdragen

het is ten einde.

Noorden:
niets eindigt

Allen verlaten de cirkel tegen de zon in, in het westen

Door: Promoterre

vrijdag 13 april 2012

Ik ben heks op mijn eigen manier

In Trouw van vrijdag 13 April, stond een interview, over heksen met Miranda Huivenaar. Het interview is geschreven na aanleiding van de lezing die Miranda, als tweede spreker, heeft gehouden op het symposium getiteld; "Hekserij in Holland", aan de Universiteit van Leiden. Het symposium werd georganiseerd door het Leids Instituut voor Godsdienstwetenschappen in het kader van het vak Nieuwe Religieuze Bewegingen en New Age.


Klik met de muis op de afbeeldingen om deze in groot formaat te lezen.

donderdag 12 april 2012

Morgana; de Allerbelangrijkse Heks

In het Algemeen Dagblad, van donderdag 12 April staat op pagina 11 een groot interview over heksen, met Lesley Boocock alias Morgana. Het interview is geschreven na aanleiding van een lezing die Morgana op dezelfde dag heeft gehouden, op een symposium getiteld; "Hekserij in Holland", aan de universiteit van Leiden. Het symposium werd georganiseerd door het Leids Instituut voor Godsdienstwetenschappen in het kader van het vak Nieuwe Religieuze Bewegingen en New Age. Morgana/ Lesley, profileerde zich in haar lezing als Wicca-hogepriesteres en International Coordinator van de Pagan Federation International en sprak over de traditionele Wicca en de geschiedenis van moderne hekserij in Nederland. Het symposium was georganiseerd door Markus Davidsen.  Miranda Huivenaar  was de tweede spreker op het symposium. Zij studeerde Wereldsgodsdiensten in Leiden en is net begonnen met promotieonderzoek naar Asatru, een geloofsysteem dat zich baseerd op de oude voorchristelijke Germaanse mythologie. Zij was de tweede spreekster op het symposium. In het AD-artikel komt echter alleen Lesly aan bod. In de zijlijn lezen we een aantal uitspraken van Davidsen.



Klik met de muis op de afbeeldingen om deze in groot formaat te lezen.

Het artikel, van Luuk Kortekaas, opent met dat een heks niet meer in een holle boom woont en dat ons land naar schatting honderden officiële ingewijde heksen kent, die gewoon naar school of naar hun werk gaan. Hiermee wil de verslaggever aangeven hoe gewoon hedendaagse heksen zijn.

Morgana heeft zo onderwijl de aller-flauwste grappen wel gehoord en wordt er moe van en toch begint dit artikel dus weer met de bezemstelen en zwarte katten, waar ze eigenlijk niet over wil beginnen. Doe het ons dan ook niet aan, om er wel over te beginnen. Zonde van de ruimte.

 Morgana laat weten dat het wellicht niet zo slim is om jezelf heks te noemen, aan de andere kant heb je wel meteen ieders aandacht en dat heeft Morgana aandacht met dit artikel. Ze stond niet voor niets als “opperheks” genoteerd en als spreker op het symposium “"Hekserij in Holland".

Morgana betiteld als “de Allerbelangrijkste heks van Nederland”. Laten we hopen dat dit niet de letterlijk woorden zijn, die de verslaggever uit de mond van Morgana heeft opgetekend, want dan lijdt Morgana aan grootspraak en aan grootheidswaanzin. Nederland kent namelijk geen opperheksen, want “de heksen” zijn namelijk helemaal niet landelijke georganiseerd.

De uitspraak “de allerbelangrijkste heks” slaat de plank dan ook volledig mis. Geen enkele wicca of heks kan zich in Nederland laten betitelen als zijnde “de allerbelangrijkste heks”, hoe graag iemand zich ook belangrijk wil doen lijken. Voor Morgana gelden dan ook dezelfde regels als voor alle andere heksen; Men kan hooguit de belangrijkste heks in eigen coven zijn.

Zoals wij hier boven al schreven, heksen zijn niet landelijk georganiseerd en kennen dus geen landelijke leider of hogepriesteres. Morgana haar uitspraak is ook dubieus, omdat het indruist tegen de principe die in een gezonde coven gelden. In de wicca gaat men uit van het gelijkwaardigheidprincipe. Al moeten wij toegeven dat het in sommige covens ver te zoeken is.

Wicca kent wel hoogwaardigheidsbekleders, onder haar gelederen, in de vorm van een Hogepriester of Priesteres en werkt met graden, maar een Hogepriesteres zal zich zelf nooit boven haar covenleden verheven en zichzelf als belangrijker betitelen dan de andere leden van de coven. Laat staan dat dit met een landelijke titel wordt benadrukt . Een “Hogepriesteres van de wiccabeweging in ons land”, zoals in het artikel wordt omschreven, bestaat dus domweg niet.

De wiccabeweging, in de zin van een landelijk beweging, zoals het in dit artikel wordt voorgesteld bestaat niet. Er bestaan geen officiële regels of richtlijnen in de wicca, die landelijk worden gehanteerd. Er zijn echter wel regels en voorschriften die alleen binnen een bepaalde coven gelden. In die zin zijn er ook geen officiële richtlijnen van wat iemand tot heks of wicca maakt. Morgana geeft dit in feite weer door haar uitspraak: Dat de invulling van de religie vooral een individuele keuze is, en aan een ieder zelf, welke natuurkrachten hij of zij vereert. Iedereen kan zich heks noemen en iedereen kan in feite een coven starten. Wicca kent als stroming dan ook geen lange voorgescheidenis, en een vergelijk met de Vrijmetselarij loopt op alle vlakken mank, maar daarover later meer.

De verschillende Covens zijn in de meeste gevallen geheel zelfstandig en kennen geen overkoepelde orgaan in de vorm van verenging of enig andere bestuurvorm en men kent dus geen hogepriesteres die hoofd is van alle wicca covens in zijn totaal. Iedere coven kent zijn eigen leiders en in de meeste gevallen hebben covens onderling niets of weinig met elkaar van doen. Soms zijn Covens niet eens op de hoogte van elkaars bestaan of herkennen ze elkaar niet, omdat er strijd is over wie nu wel een echte ingewijde is en wie niet.

Hoe deze boute uitspraken tot stand zijn gekomen is Sterzoeker dan ook een groot raadsel. Als Morgana gezegd heeft dat zij de “Hogepriesteres van de wiccabeweging” is, dan wil zij zichzelf een stuk belangrijk maken dan dat ze in werkelijkheid is en wil ze de wicca mooier en groter doen voorkomen dan dat het is.

Er klopt nog iets niet in het artikel. Morgana was met haar Merlin helemaal niet de grondlegger van de Wicca In Nederland. Wel waren zij de eerste met een wicca gerelateerd tijdschrift "Silver Crircle", maar dat is geen reden voor de claim van "grondlegger van de Nederlandse wicca". Elsie Kloeg was echt eerder met Wicca dan Morgana en Merlin.

Aan de rechterkant naast de foto van Morgana, lezen wij een stukje interview met Markus Davidsen. Hij is organisator van het symposium. Davidsen laat ons weten dat hekserij een onderdeel is van het vak nieuwe religieuze bewegingen en new age, en dat wicca een van de alternatieve stromingen is. Hij stelt dat Wiccans zich identificeren met de vervolgde heksen uit de middeleeuwen. Waar uit hij dit concludeerde, is Sterzoeker een raadsel. Zijn er werkelijk wiccans die dit beweren? Wij kennen er geen een. Heeft Davidsen wellicht dezelfde wetenschappelijke onderzoeksmethode gehanteerd als Diederik Stapel? Ook dat Wiccans beweren, dat de vervolgde heksen leden waren van een vruchtbaarheidsreligie,  is geen standaard uitspraak van een doorgewinterde Wicca. Een beetje gestudeerde moderne heks kent zijn/haar klassiekers en weet maar al te goed dat de morderne Wicca, in haar huidige vormen, ergens bij Gerald Gardner is begon en niet stamt uit de duistere middeleeuwen.

Davidsen trek vervolgens een vergelijk tussen de vrijmetselarij en heksen; "Heksen zijn erg op zichzelf,waardoor hun aantal moeilijk is in te schatten. In dit opzicht zijn ze te vergelijken met de Vrijmetselarij", zo stelt Davidsen.

Deze jammerlijke vergelijking raakt kant nog wal. Wicca en Vrijmetselarij is kwa organisatie totaal niet met elkaar te vergelijken. Dat zou een godsdienstwetenschapper, als Davidsen moeten weten, lijkt ons?  Dat het aantal Wiccans moeilijk in te schatten is, daar heeft Davidsen mogelijk een punt, maar dat de Vrijmetselarij erg op zichzelf zou zijn en dat hun ledenaantal moeilijk in te schatten zou zijn betreft een onwetenschappelijke kul uitspraak.

Als Davidsen de moeite genomen zou hebben, om zich in de Vrijmetselarij te verdiepen, dan was hij nooit tot deze conclusie gekomen. Blijkbaar heeft hij iets in zijn studie gemist, want in Leiden wordt aan dezelfde faculteit ook de college vrijmetselarij gegeven.

Wat Davidsen dus blijkbaar niet weet is dat de vrijmetselarij van oudsher een perfect georganiseerde verenigingsstructuur kent en dat hierdoor, per loge, per land, precies na te gaan is hoeveel leden zij telt. Dit geldt overigens ook voor de verschillende obediënties binnen de vrijmetselarij. Zelf per bijeenkomst is bij vrijmetselarij na te gaan hoeveel leden er aan of aanwezig waren. Hier wordt namelijk een nauwkeurige presentielijst, per loge, per bijeenkomst van bijgehouden. Ook liggen de ritualen bij de vrijmetselarij vast en kan men het rituele beleven,  niet zoals morgana over de Wicca zei,  binnen de vrijmetselarij, naar eigen individuele keuze invullen.

Zodoende is de geschiedenis van de vrijmetselarij zeer zorgvuldig gedocumenteerd en staat zij niet op zichzelf, dat kunnen we van de geschiedenis van de moderne heksen niet zeggen. Vandaar ook dat Morgana met de valselijk claim kan komen, dat zij de belangrijkste heks/ Wicca Hogepriesters van Nederland is, en komt het dat dit blijkbaar schaamteloos door wetenschappelijk Nederland, om ook maar even te generaliseren, wordt aangenomen en wordt gedoceerd aan de studenten van de faculteit voor Godsdienstwetenschappen te Leiden.

Haaks op Davidsen zijn uitspraak; dat het aantal heksen  moeilijk is in te schatten, staat dan ook dat ook zijn volgende uitspraak; "Nederland telt er op dit moment zo'n duizend".  Dus toch de natte vinger Diederik Stapel-methode?

Tot slot wil Sterzoeker nog toevoegen, dat we het wel erg laf  vinden dat Lesley Boocock alias Morgana, de in dit AD-artikel,  zelfbenoemde belangrijkste heks/ Hogepriester van Nederland het in 2012 nog steeds noodzakelijk acht, dat zij (notabene zij, spreekpersoon van de Wicca beweging), om niet met haar echte naam naar buiten te treden, omdat; "hekserij soms nog ingewikkeld ligt".  Beetje vreemd, vindt u ook niet, voor iemand met deze vooraanstaande positie?

Ach, wat maakt lesley zich onnodig bezorgd, iedereen in lala- land weet zo langzamerhand wel, dat haar echte naam Lesley Boocock luidt. Bovendien is de heksen vervolging al rond 1750 gestopt. Doe dan ook niet net alsof.... 

De Telegraaf: Heksen doen boekje open op symposium Leiden

In de telegraaf van 12 april aandacht voor het Symposium "Heksen in Holland" in Leiden". Deze zelfde aankondiging stond in meerdere kranten en dagbladen.

Klik met de muis op de afbeeldingen om deze in groot formaat te lezen.

Vergelijkbare Blogs

Related Posts with Thumbnails