dinsdag 22 februari 2011

(2) Zo Boven, zo Beneden in de Egyptische Tempelritus

Terwijl de hogepriester zijn taak in het heilige der heiligen gedurende de morgendienst vervulde, verzorgden de lagere priesters de nevengoden, die in kleine kapellen in de grote tempel werden vereerd. Daar brachten zij de offers heen. Ook ging een deel van de offers naar de beelden van particulieren, die in de tempels stonden opgesteld.

Meermalen valt te lezen in oud Egyptische teksten, dat zij na hun dood offers hopen te krijgen, die van het altaar van de god komen. Wat gebeurde er tenslotte met de offeranden, die niet materieel door de goden of de doden genuttigd waren? Die werden naar bepaalde vastgestelde regels over de priesters verdeeld. Men zou die het salaris van het tempelpersoneel in natura kunnen noemen.

De priesters deden dienst tegen een vergoeding bestaande uit kost en inwoning. Hun woningen stonden op het terrein van het tempelcomplex. De goden hadden het wezenlijke deel aan immaterieel voedsel, de ka-kracht, Maat, het oog van Horus, eruit genoten. Het stoffelijk overschot was goed genoeg voor het tempelpersoneel. Het laatste beetje ka-kracht zal er wel niet uit verdwenen zijn, naar men dacht.

Er zijn gevallen van misbruik bekend, waarbij de priesters zich de offers toe-eigenden, voordat ze aan de goden aangeboden waren. Een tekst uit de tempel van Edfoe spreekt nadrukkelijk uit, dat de priesters mogen leven van de rantsoenen der goden, waarmee bedoeld wordt dat, wat van het altaar komt, nadat de god zich verzadigd heeft.

Door welke gevoelens werd de hogepriester bewogen, wanneer hij zijn taak in het heilige der heiligen vervulde? Volgens het Amonritueel spreekt hij voor het godsbeeld staande de woorden uit:
"Ik werp mij neer uit vrees voor u, ik kijk op uit liefde tot u"
Dit beantwoordt aan de beide aspecten van het heilige, mysterium tremendum en fascinans.

Aan de ene kant is het heilige het huiveringwekkende, dat, wat de mens to boven gaat en wat hem met ontzag vervult. Aan de andere kant voelt de mens zich ertoe aangetrokken, weet zich bij de godheid geborgen. Vrees en liefde mengen zich in het innerlijk van de officiant en bepalen zijn gedrag ten opzichte van de godheid.

Op de monumenten is het vrijwel altijd de koning, die als dienstdoend priester in het heilige der heiligen op de tempelreliƫfs is afgebeeld. Hij was er de aangewezen persoon voor. Naar zijn zichtbare gestalte was hij een mens, maar naar de dogmatische opvatting zoon van de god, door zijn goddelijke vader zelf verwekt. Daarom was hij bij uitstek geschikt, als middelaar tussen god en mens in de cultus dienst te doen. In de praktijk kon hij natuurlijk niet in alle tempels tegelijk aanwezig zijn en werd zijn taak door de koningspriester waargenomen.

In de tempelliturgie werden door een koor hymnen ter ere van de god gezongen. Ook deze hymnen hadden een uitwerking: zij brachten iets op gang in de niet-empirische wereld. Wat de hymnen bezingen, wordt gerealiseerd. Zij werken hetzelfde uit als de offers: de god wordt met lofzangen verzadigd, zoals de teksten zeggen.

Amon wordt vooral gehuldigd in zijn aspekt als zonnegod, dat hij van de oude Heliopolitaanse god Re heeft overgenomen. Hij gaat op in stralend licht. Als schepper brengt hij oneindig veel schepselen uit zich tevoorschijn. Hoewel zichtbaar aan de hemel blijft hij toch naar zijn wezen verborgen.

Ondergang en opgang van de zon verlopen volgens een waste periodiciteit. Elke nieuwe morgen is gelijk aan de eerste opgang bij het begin van de schepping, toen de zonnegod verscheen uit het oerwater. Aan het begin van de dag wordt de zonnegod als kind herboren.Zijn loop is er een van periodieke zelfvernieuwing. Hij bracht de goden voort door zich to bevruchten met zijn eigen zaad en zijn mond diende hem tot moederschoot.

Hij is een androgyne god, man en vrouw in een gestalte. Wanneer hij iets voortbrengt, is hij onafhankelijk van een partner. De mensen ontstonden uit de tranen van zijn oog, toen hij weende, het oud Egyptisch woord voor mens mensen ia; rm1; en voor wenen; rmj. De goden zijn dus evenzeer zijn schepselen als de mensen en aan hem ondergeschikt. Hij is bij uitstek god, de unieke. Bij zijn verschijnen begroeten de mensen hem met gejuich. Zij behoeven dus niet naar een tempel to gaan, om de god eer to bewijzen. Zij kunnen dat overal doen, waar zij hem aan de hemel zien opgaan. Het fragment van de hymne luidt aldus:

" Wees gegroet, zielevogel, onderscheiden van verschijningsvorm,
zonneschijf, stralend van licht,
heer van verschijning met fonkelend ornaat,
goddelijkste god, die zichzelf heeft gebaard.
Die kwam als een enkele en tot miljoenen schepselen werd.
Elke andere god ontstond uit hem.
Grote verborgene, wiens beeld men niet kent,
die aan het hoofd staat van het gehele negental goden.
Die opgaat aan de hemel,
opdat hij zijn stralen vertoont en de aarde verlicht met gouden schijn.
Die in de morgen komt en zichzelf opnieuw tot kind maakt,
die zich verjongt en de eeuwigheid doorloopt.
Die uit het oerwater opkwam, toe de aarde nog in het duister was.
Door de stralen van wiens pupil men ziet.
De goden komen uit zijn mond to voorschijn
en de mensen uit zijn oog.
Zij kussen de aarde uit ontzag voor hem.
Hij schiep de aardbodem, om zich daarop neer to laten,
de eerste maal, dat hij ontstond.
Die dit land schiep en alle dingen baarde,
die zorgt voor het levensonderhoud van zijn bewoners.
Men heft gejuich aan, omdat gij opgaat uit het oerwater,
en lofgezang uit ontzag voor u.
De goden van de omtrek des hemels werpen zich voor u neer.
Allen, die door u zien, wanneer gij u vertoont in het lichtland,
zijn vroeg op, om u to aanbidden.
Het welgevallen aan u vergaat niet in de harten,
sedert gij de aarde bevolkt hebt met dat, wat uit u voortkwam.
Gij zet hun handen aan het werk.
Wat gij bevolen hebt beklijft.
Wat gij voleindigd hebt, is voleindigd.

Een hymne uit het Amonritueel luidt aldus;
"Hoog, hoog, hoog zijt gij in het lichtland.
Re heeft u het scheppingswoord en kennis gegeven.
Welbeminde, gij hebt offers en spijzen ontvangen.
Gij verzadigt u in het offerveld.
De hemelingen komen tot u in gejuich.
Zij beschouwen u als hun vader, zij onderkennen u als hun
heer.
Gij zijt ontstaan als hun meerdere in uw naam van Chepre.
Zij naderen tot u in uw naam van Re.
Zij zijn niet verre van u in uw naam van Atoem".


De zonnegod wordt hier met verschillende namen genoemd als morgen-, middag- en avondzon. Op deze namen worden woordspelingen gemaakt, die in een vertaling niet tot hun recht komen.

Dit is het tweede deel, uit een serie van blogjes, over de dagelijkse tempelrites in het oude Egypte.
Zie ook:
Deel een. over de dagelijkse ochtend rituelen.
Deel drie. over de rituelen rond dood en begraven

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Vergelijkbare Blogs

Related Posts with Thumbnails