maandag 29 november 2010

Van Rood naar Purper naar Blauw

De kleurcombinatie rood en blauw wordt vaak gebruikt in religieuze voorstellingen en staat ook in de Bijbelse boeken Exodus en Kronieken. Wellicht heeft Mozes deze kleursymbolen op de exodus uit Egypte meegevoerd, omdat ook in Egypte talloze schilderingen in de tempels en graven deze kleuren hebben en vaak de hoofdkleuren van de afbeeldingen zijn.

Uit deze Bijbelse voorstellingen heeft men in de loop der tijden de eerst voorschriften voor het schilderen van iconen afgeleid en daaruit heeft men weer de voorschriften voor de keizerlijke kleding ontwikkeld. Ook de middeleeuwse prachtig geïllustreerde Bijbels zijn overwegend met een roodblauwe versiering gedecoreerd.

Het zo goed kunnen dat de rood-wit-blauwe vlaggen van een aantal belangrijke landen en daarvan afgeleide staten (Frankrijk, Nederland, Engeland, Rusland, USA, enzovoorts) zich daarom wellicht ook baseren op de religieuze symbolische betekenis van deze kleurcodes, die ieder religieus opgeleid persoon in de Middeleeuwen ongetwijfeld onmiddellijk heeft kunnen identificeren. De betekenis van rood-witblauw luidt in een dergelijk geval: “God is met ons”.

Deze kleuren en de meng kleur purper zijn ook veelvuldig terug te vinden in Iconen. Kleur speelt hierin een grote rol naast het gebruik van religieuze symbolen. Iconen beschikken dus over een eigen taal. Het elementaire symbool in deze taal is de heilige, respectievelijk goddelijke identiteit, waarop de icoon berust. Men kan zich in onze moderne tijd nauwelijks voorstellen, welke beduiding de religieuze symboliek voor de middeleeuwse mensen heeft betekend. Ook degenen, die het lezen niet beheersten, waren althans in staat de kleurcodes te “lezen”.

Uitgaand van de Bijbelse voorschriften met betrekking tot de kleuren “blauw, purper en scharlakenrood”, heeft men in de Middeleeuwen een reeks voorschriften geformuleerd om afbeeldingen van God en van de heiligen te kunnen vormen. Om deze redenen worden iconen volgens een traditioneel schema geschilderd. Voor het kleurenschema van rood en blauw gelden o.a. de volgende regels :

• Maria draagt een rode buitenmantel over een blauwe kledij. (op de bovenstaande afbeelding van een schilderij van Gerard David zijn de kleuren omgedraaid. Traditioneel wordt op iconen door Maria rood over blauw gedragen.)
• Christus draagt een blauwe buitenmantel over een rode kledij.
In de zevende en achtste eeuw zijn alle afbeeldingen in de oostelijke en westelijke kerken uitsluitend iconen, zodat de gestalte en vorm strikt aan de onaantastbare, dogmatische regels voldoet. Pas nadat een synode der westelijke kerken het dogma voor de uitvoering van iconen heeft opgeheven, mogen de westerse kunstenaars de religieuze kunst naar eigen fantasie uitvoeren. De latere iconenschilders wijken steeds meer van de traditionele norm af.

Men kan zich afvragen, welke symbolische betekenis de kleuren rood, blauw en purper in de Middeleeuwen hebben gehad. Over deze betekenis vermeldt de Bijbel niets. De kleuren moeten echter een grote rol hebben gespeeld, omdat deze meermaals als goddelijke voorschriften geboekstaafd worden. Kleuren speelden destijds bij het ongeletterde volk kennelijk dezelfde rol als de huidige kleuren voor de politieke partijen: rood voor links en blauw voor rechts. Gezien de Bijbelse traditie, waarin de schepping door zes dagen met opsplitsingen (van hemel & aarde, zon & maan, enzovoorts) heeft plaatsgevonden, mogen wij verwachten, dat de twee tegengestelde kleuren rood en blauw aan de rand van het kleurenspectrum ook met de opsplitsingen samenhangen.

In de versie van Plato (Symposion) en van de Sohar geeft God de eerst gesplitste mens Adam de opdracht de mannelijke en vrouwelijke helft weer samen te voegen. Deze samenvoeging wordt gesymboliseerd in de purperen kleur, die als mengkleur voor rood en blauw bekend staat en in het spectrum van het zonlicht niet voorkomt. De volkeren der oudheid hebben deze kleuren uit de rand van de regenboog afgelezen, die om deze redenen natuurlijk als goddelijk symbool werd beschouwd.


Van rood naar blauw

Rood is de kleur die het meeste effect heeft op de mens. Dat komt doordat onze verre voorouders grotendeels van vruchten leefden, vermits rijpe vruchten en bessen vaak rood zijn, is het menselijk oog zeer gevoelig geworden voor deze kleur. Ook omdat rood de kleur van bloed en van vuur is, valt ze zo op. Rood trekt zo sterk de aandacht dat het in heel de wereld gebruikt wordt als een signaalkleur, denk maar aan verkeerslichten, verkeersborden, achter-en remlichten, het rode tekentje op de warmwaterkraan.

Rood is de kleur van leven, van warmte en daarom ook de kleur van de liefde en de hartstocht. Rood brengt een stoot adrenaline in het bloed, versnelt de hartslag en verhoogt de bloeddruk. Het windt ons op en wekt onrust. In de Middeleeuwen was rood de kleur van de zonde en van vernietigend geweld. De duivel was daarom ook rood.

Puper heeft als rooms-katholieke liturgische kleur een betekenis die samenhangt met boete doen en wordt gebruikt voor de advent en vasten oftewel veertigdagentijd (de tijd voor Pasen). Als geestelijke complementaire kleur van lichtgroen is het de duiding voor het absolute binnenste van de ziel die met het individuele plan van het leven te maken heeft.

Blauw is ook de kleur van de hemel. In alle tijden en alle culturen is de blauwe hemel de verblijfplaats van de goden en de godinnen. In de klassieke oudheid was blauw de kleur van de oppergod en dus een bovenaardse kleur. Later werd dit dan de kleur van de adel.

Vroeger dacht men dat blauw ook de kracht had om kwade machten te verdrijven, daarom werden de deuren en de luiken van de huizen vaak helblauw geverfd. Nu nog zie je in Zuid-Europa nog veel blauw aan de huizen, maar dit is om de vliegen buiten te houden, want deze vervelende diertjes houden echt niet van blauw.

Nachtblauw is het meest donkerst denkbare blauw. Het is het geheimzinnigste van alle kleuren. Donkerblauw is een veel gebruikte kleur voor uniformen van gezagsdragers en voor maatpakken van de zakenman, omdat deze kleur een serieuze en afstandelijke sfeer oproept.

Blauw wordt over de hele wereld gebruikt als kleur voor openbare mededelingen, pictogrammen en verkeersborden. Wit op blauw is de allerbeste combinatie voor teksten en mededelingen die op afstand gelezen moeten kunnen worden.

zondag 28 november 2010

Iedereen Sinterklaas

maandag 22 november 2010

vrijdag 19 november 2010

Gevallen Engelen

Rond deze periode van het jaar komen we weer overal Engelen tegen. We komen ze tegen in de vorm van kerstboomversiering, beeldjes, lampjes, kaarsenhoudertjes en raam versiering. Soms komen Engelen ook uit de verkleedkist vormgegeven in een mysteriespel.

Engelen worden in alle soorten en maten gemaakt en verbeelden bijna altijd een zekere vorm van perfectie die uitstijgt boven het gewone menselijke. Een engel heeft ook iets kwetsbaar, iets breekbaars bijna. Engelen kunnen dan ook letterlijk vallen en gebroken worden, zoals te zien is op de onderstaande foto's.

De bovenste engel, hier afgebeeld, die vonden wij op het kerkhof van Roermond; een mooie rustplaats voor een gevallen engel. De andere afbeeldingen van gevallen engelen komen uit Engeland, of zijn persoonlijke ongelukjes van de Engelbewaarders.










dinsdag 16 november 2010

Joseph Campbells; A Hero with a Thousand Faces

Een bijzonder interessante studie is welke Joseph Campbell (USA; 1904-1987) deed naar vele duizenden verhalen van over de gehele wereld ongeacht cultuur en religie. Zijn conclusie is dat ondanks de eindeloze verscheidenheid van handeling, plaats en aankleding er een vast patroon ten grondslag ligt aan de mythen en legenden van de hele wereld.

Campbell concludeert uit zijn studie dat de overgang verloopt via drie kerneenheden: scheiding, inwijding en terugkeer.De reis van de held bestaat uit een drietal hoofdstappen met totaal 17 stappen.

Joseph Campbell

Het Vertrek
1. Oproep tot het avontuur: de held ervaart bewust of onbewust de eerste signalen van een verandering. Het kan bijvoorbeeld een toevallige ontmoeting zijn, maar ook een onnozel foutje wat de aandacht trekt. Ook kan het een visioen of sterke herkenning van eigen idealen zijn.

2. Weigering van de oproep: de held geeft geen gehoor aan de oproep. Door verplichtingen, hard werken of culturele druk wordt de oproep genegeerd.

3. Bovennatuurlijke hulp: als de held gehoor heeft gegeven aan de oproep ontmoet hij hulp, meestal een oude man of vrouw. Deze voorziet hem van raad, amuletten en andere beschermers en geluksbrengers.

4. Het overschrijden van de eerste drempel: de held personifieert zich in zijn lot. Hiermee laat hij zich leiden en helpen naar de ‘drempelwachter’. Deze vormt de grens tussen de bekende en de onbekende wereld van het avontuur. De held maakt de stap over de drempel het duister in.

5. De buik van de walvis: definitief afscheidt, een vrijwillige dood, van de bekende wereld en de wedergeboorte van de held in de onbekende wereld.

De Inwijding
6. De weg der beproevingen: de held ondergaat beproevingen en vuurproeven. Hij wordt heimelijk geholpen door raad, de amuletten en de andere beschermers en geluksbrengers van de Bovennatuurlijke hulp. (conceptie)

7. De ontmoeting met de godin: na overwinning van alle hindernissen en monsters is er het ultime avontuur. Dit mystieke huwelijk van de held en de Koningin-Godin van de Wereld kenmerkt zich door de kracht van de onvoorwaardelijke liefde, de universele Moederliefde. Het is de eenwording met zichzelf. (geboorte)

8. De vrouw als verleidster: nu de held het Leven (Koningin-Godin van de Wereld) Kent (te bovengekomen beproevingen) en Beheerst (door eenwording met Zichzelf), weet hij dat zijn Vader en hij één zijn. Hij treedt in de plaats van zijn Vader. De held verkrijgt vergroot bewustzijn. (kind zijn)

9. Eenwording met de vader: de held ontstijgt zijn huidige leven met specifieke blinde vlek en vangt een glimp op van de bron, zijn Vader. Hij aanschouwd het gezicht van zijn Vader en de twee zijn een. De oude Zelf sterft en maakt plaats voor de nieuwe Zelf. (Al het voorgaande leidde hier naartoe, al wat komt hier vanaf). De held ziet de kracht van zijn Calling en wordt er één mee. (bereiken volwassenheid)

10. Apotheose: de staat van verheerlijking en verhevenheid boven elk conflict. Kenmerken zijn rust, vrede en vervulling.

11. Het uiteindelijke geschenk: de held is een vleesgeworden God en treedt de wereld ook zo te gemoed. Alles gaat hem gemakkelijk en foutloos af.

De Terugkeer
12. De weigering om terug te keren: de verleiding om het Goddelijke verkregen geschenk (de Vinding) te blijven waar de held is in plaats van het terug te brengen naar de bekende wereld en te integreren in het dagelijkse leven.

13. De magische vlucht: terugkeer of ontsnapping naar de bekende wereld met sterke ondersteuning van de raad, de amuletten en de andere beschermers en geluksbrengers van de Bovennatuurlijke hulp.

14. Redding van buitenaf: hulp vanuit de bekende wereld voor de held. Misschien is de held gewond of verzwakt, misschien heeft de bekende wereld de Vinding hard nodig, misschien wil de held op het laatst niet terugkeren. Hoe dan ook, de held hoort de roeping van het leven uit de bekende wereld.

15. Terug over de drempel: de realisatie dat de bekende wereld en onbekende wereld één zijn. Het besef dat de zin van de daad van de held deze ontdekking is. De integratie van de Vinding in de bekende wereld en de dag van alledag is een extreem moeilijk deel van de reis. 16. Meester van twee werelden: het kunnen oversteken van de grenzen tussen beide werelden zonder ze met elkaar te besmetten. In mensentaal is dat de balans houden tussen je innerlijke en de externe wereld.

17. Vrijheid om te leven: beheersing van de twee werelden leidt tot verzoening van het individuele bewustzijn met de universele wil van leven en dood. Het creëert een zelfbeeld van het individu zonder er een waarde aan toe te kennen anders dan onvoorwaardelijk liefde en mogen zijn. Het maakt een zinvol en liefdevol leven mogelijk.

donderdag 11 november 2010

Vrijheid

Vrijheid, een complex begrip. Bij Vrijheid hoort Verantwoordelijkheid. “Vrijheid en Verantwoordelijkheid” is dan de titel van het regeerakkoord van de nieuwe Nederlandse regering. We kunnen afvragen om welke vrijheid het gaat, want in feite bestaan er maar twee soorten vrijheid de vrijheid van de ander en de vrijheid van jezelf, al het andere is daarvan afgeleid. Deze twee soorten vrijheid zijn voortdurend met elkaar in conflict. Individueel en collectief.

Vrijheid en Verantwoordelijkheid het één kan niet zonder het ander. Volgens Jean-Paul Sartre heeft iedereen de morele opdracht de vrijheid te bewaren door het kiezen van het eigen leven en daar de verantwoordelijkheid voor te nemen. Want vrijheid is de kern van de mens en tegelijk ook de grootste opdracht die hij te vervullen heeft. Niemand kan enig excuus aanvoeren om zichzelf van die vrijheid te ontlasten.

Niet voor niets merkt Sartre dan ook op dat we tot haar veroordeeld zijn. Deze verantwoordelijkheid is zo zwaar dat mensen daaraan op allerlei manieren trachten te ontsnappen. Een van de manieren om te ontsnappen aan de vrijheid is de verantwoordelijkheid af te schuiven op de omstandigheden, of op een identiteit die we zouden bezitten. “Ik ben nu eenmaal zo-en-zo”,. Ik kan niet anders zijn dan wat ik ben en doen dan wat ik doe”, zeggen we dan.

Wie zulke smoesjes gebruikt is volgens Sartre te kwader trouw. Hij wil niet langer een vrij mens zijn, maar doet alsof hij een ding is, dat geen keuze heeft.
Maar omdat wij - anders dan de dingen – een bewustzijn bezitten kunnen we altijd op onszelf reflecteren. We plaatsen ons als het ware op een afstand van onszelf, en in die afstand huist onze vrijheid. We kunnen “nee” zeggen tegen wat we zijn: niet omdat ik zou kunnen ophouden te zijn wie ik was, maar omdat ik daaraan niet willoos ben overgeleverd. Ik kan van datgene wát ik ben maken wat ik wil: dat is de fundamentele keuze vrijheid die Sartre het “levensproject” noemt.

Aan het maken van keuzes ontkomen we nooit, volgens Sartre. Bij het maken van keuze komt het er vooral op aan of wij de consequenties van onze keuze kunnen aanvaarden. De consequenties kunnen klein zijn. B.v. een kind dat bij het opgroeien zijn vrijheitjes begint op te eisen en daarbij af en toe in conflict komt met zijn ouders. Hij zal dan de consequenties moeten aanvaarden dat pappa en mamma hem niet meer onvoorwaardelijk het lieve kindje vinden.
Of heel groot een verzets- of vrijheidsstrijder die de uiterste consequentie kiest en bereid is zijn leven te offeren voor de vrijheid. Zijn drang naar vrijheid, niet alleen voor zichzelf maar ook voor anderen, blijkt dan zelfs groter dan de drang om te overleven. Vrijheidsdrang wordt dan door te willen en kunnen sterven de ultieme levensopdracht.
Ook wie volgens Sartre te kwader trouw leeft heeft hiervoor gekozen. Hij doet alleen alsof dat geen keuze was, maar een soort noodzakelijkheid. Probleemloos is deze vrijheid niet. Nog afgezien van de vraag of de last die Sartre op ieders schouders legt niet zo zwaar is dat ieder daaraan op den duur moet verzaken of ten onder gaan, krijgt zijn vrijheidsideaal het moeilijk op het moment waarop er een ander mens verschijnt.

Ook die ander heeft immers zijn vrijheid, net als ikzelf. En beide vrijheden kunnen elkaar gevoelig in de weg zitten. Telkens staat de vrijheid van de één of van de ander op het spel. Iedere verhouding is een voortdurende strijd tussen heer en slaaf, aldus Sartre. Hij bracht die gedachte onder woorden met de gevleugelde zin: “De hel, dat zijn de anderen”. Sartre is voortdurend blijven zoeken naar een manier waarop de ander niet per sé de hel hoefde te zijn.

In de oorlog hebben zijn ervaringen in krijgsgevangenschap hem de ogen geopend voor de solidariteit die tussen mensen wel degelijk kan bestaan. Hij heeft daarbij ook zijn toevlucht gezocht in het Marxcisme maar hij is er nooit helemaal in geslaagd die manier te vinden. Zijn werk blijft vooral een indrukwekkend moreel appél, dat korte metten maakt met de al te menselijke neiging de eigen verantwoordelijkheid te ontlopen, en een hartstochtelijk pleidooi vóór het ideaal van de vrije, autonome mens.

Sartre zag de hel in de ander terwijl de Joodse filosoof Emanuel Levinas juist zegt: “Ik ben pas vrij in het gelaat van de ander”. Hij zegt: “Het gelaat toont de menselijke kwetsbaarheid. Die kwetsbaarheid roept op tot mededogen Het gelaat is een onmiddellijk appél, een oproep tot vrijheid. Omdat de andere mens door zijn verschijning als gelaat een engagement betekent.

Levinas vraagt zich af of vrijheid de afwezigheid van dwang is of dat vrijheid de mogelijkheid voor een persoon betekend om het appél gericht aan de persoon te beantwoorden door iets te doen wat niemand anders in zijn plaats kan doen. In wat hij benoemt als de goedheid die voorafgaat aan iedere keuze, en die zijn verantwoordelijkheid is, daarin is hij als de uitverkorene, als de enig onvervangbare, de enige die kan doen wat hij doet t.a.v. de ander.

Iets doen wat niemand anders in je plaats kan doen, dat is volgens hem de fundamentele vrijheid. Dat is de vrijheid van het goede die hij vindt in het gelaat van de ander. De ander is niet de hel maar het goede. Door op deze manier keuzes te maken zouden we wel eens in navolging van Sartre veroordeeld kunnen zijn tot vrijheid en tot het goede.

De filosoof Ian Buruma de formuleerde vrijheid als volgt; ” Vrijheid is een kwestie van leven en laten leven, compromissen sluiten of marchanderen “. Buruma voelt zich aangetrokken tot wat de Britse liberale denker Isaiah Berlin over vrijheid heeft geschreven. Hij onderscheidt negatieve en positieve vrijheid. Het eerste is de vrijheid om met rust gelaten te worden, het is de tolerantie van leven en laten leven. Het tweede is veel omvattender: vrijheid betekent ook dat mensen de mogelijkheid krijgen om zich te ontplooien, de wereld te verbeteren en idealen te verwezenlijken.

Dat klinkt heel mooi, maar juist hieraan kleeft volgens Berlin het gevaar van zendingsdrang. Wie een duidelijk beeld heeft van wat vrijheid is, maar merkt dat een ander een andere opvatting heeft kan denken: die moet ik toch even helpen. Want hij heeft het niet goed begrepen, en zal zich zo nooit kunnen ontplooien. Ik moet hem voor zijn eigen bestwil op het juiste pad zetten.
Maar hoe ver gaat dat, want ook uit goede principes om mensen te bevrijden en te verlichten kan de grootste dwang voortkomen.

Wie zo overtuigd is van wat vrijheid is dat hij ook anderen wil bevrijden, kan heel goed handelen uit integere motieven. Toch kan het resultaat desastreus zijn als niet langer ruimte wordt gelaten aan andere meningen of overtuigingen. Als dit geloof verhardt tot een dogma, en vrijheid wordt gehanteerd als een vorm van absolutisme, dan zullen we zien dat ook de beste ideeën eindigen in een catastrofe.

“Vrijheid is een kwestie van leven en laten leven, compromissen sluiten of marchanderen “, “We zijn tot vrijheid veroordeeld” , “Ik ben pas vrij in het gelaat van de ander “ en “”De hel, dat zijn de anderen”. Vier uitspraken die, alle vier een grond van waarheid hebben maar ook grote valkuilen in zich bergen.

Als we ons heen kijken dan zie we voortdurend mensen die aan het marchanderen zijn, compromissen sluiten en veroordeeld zijn tot het maken van keuzes. de kunst is om hier in een moot evenwicht te vinden, zodat vrije keuze ook vrij voelen en als vrijheid ervaren worden.

dinsdag 9 november 2010

Vrijmetselarij belastingvrij

Vandaag stond in de Telegraaf het onderstaande opmerkelijk bericht, geschreven door Sameer van Alfen. Een trouwe sterzoekerlezeres gaf ons hier over een tip, waarvoor onze dank. Dit is een opmerkelijk berichtje en de vraag is welke genootschappen in de voetsporen van de Vrijmetselarij gaan treden. Hopende dat zij dan net als de vrijmetselarij goede doelen daadwerkelijk een warm hart toedragen. Nu is het zo dat wat zich "goede doelen" noemt, meestal het geld wat binnenkomt ook daadwerkelijk uitgeeft aan de goede doelen die zij steunen. Het is algemeen bekend dat de vrijmetselaren altijd al veel geld aan goede doelen heeft geschonken. Dit kent een lange geschiedenis. Wellicht dat de vrijmetselarij juist om die reden vanaf gisteren officieel te boek staat als goed doel

De Orde van Vrijmetselaren hoeft voortaan geen belasting meer af te dragen over ontvangen giften. Het genootschap staat sinds gisteren te boek als goed doel.

Staatssecretaris Weekers (Financiën) liet weten dat hij zijn cassatieberoep bij de Hoge Raad heeft ingetrokken. Hiermee staakt de bewindsman zijn jarenlange verzet. Met als gevolg dat het gezelschap definitief het etiketje 'algemeen nut beogende instelling' krijgt opgeplakt. Het kan nu aanspraak maken op allerlei fiscale voordeeltjes.
De orde is een 'religieus' gezelschap voor uitsluitend mannen, dat nadenkt over belangrijke levensvragen. Het staat bekend als een elitaire club voor onder anderen politici, schrijvers en cultuurfilosofen. Ons land telt ongeveer 6000 vrijmetselaars. De bijeenkomsten zijn veelal besloten.

Belastingexpert Monique Ligtenberg van Fiscaal Up to Date noemt het toekennen van de anbi-status opmerkelijk. "Het gaat hier niet om een goed doel als het Rode Kruis of de Dierenbescherming. Het genootschap maakt onderscheid tussen mannen en vrouwen en dient nou niet bepaald een algemeen belang

Vergelijkbare Blogs

Related Posts with Thumbnails