zondag 28 november 2010

Iedereen Sinterklaas

maandag 22 november 2010

vrijdag 19 november 2010

Gevallen Engelen

Rond deze periode van het jaar komen we weer overal Engelen tegen. We komen ze tegen in de vorm van kerstboomversiering, beeldjes, lampjes, kaarsenhoudertjes en raam versiering. Soms komen Engelen ook uit de verkleedkist vormgegeven in een mysteriespel.

Engelen worden in alle soorten en maten gemaakt en verbeelden bijna altijd een zekere vorm van perfectie die uitstijgt boven het gewone menselijke. Een engel heeft ook iets kwetsbaar, iets breekbaars bijna. Engelen kunnen dan ook letterlijk vallen en gebroken worden, zoals te zien is op de onderstaande foto's.

De bovenste engel, hier afgebeeld, die vonden wij op het kerkhof van Roermond; een mooie rustplaats voor een gevallen engel. De andere afbeeldingen van gevallen engelen komen uit Engeland, of zijn persoonlijke ongelukjes van de Engelbewaarders.










dinsdag 16 november 2010

Joseph Campbells; A Hero with a Thousand Faces

Een bijzonder interessante studie is welke Joseph Campbell (USA; 1904-1987) deed naar vele duizenden verhalen van over de gehele wereld ongeacht cultuur en religie. Zijn conclusie is dat ondanks de eindeloze verscheidenheid van handeling, plaats en aankleding er een vast patroon ten grondslag ligt aan de mythen en legenden van de hele wereld.

Campbell concludeert uit zijn studie dat de overgang verloopt via drie kerneenheden: scheiding, inwijding en terugkeer.De reis van de held bestaat uit een drietal hoofdstappen met totaal 17 stappen.

Joseph Campbell

Het Vertrek
1. Oproep tot het avontuur: de held ervaart bewust of onbewust de eerste signalen van een verandering. Het kan bijvoorbeeld een toevallige ontmoeting zijn, maar ook een onnozel foutje wat de aandacht trekt. Ook kan het een visioen of sterke herkenning van eigen idealen zijn.

2. Weigering van de oproep: de held geeft geen gehoor aan de oproep. Door verplichtingen, hard werken of culturele druk wordt de oproep genegeerd.

3. Bovennatuurlijke hulp: als de held gehoor heeft gegeven aan de oproep ontmoet hij hulp, meestal een oude man of vrouw. Deze voorziet hem van raad, amuletten en andere beschermers en geluksbrengers.

4. Het overschrijden van de eerste drempel: de held personifieert zich in zijn lot. Hiermee laat hij zich leiden en helpen naar de ‘drempelwachter’. Deze vormt de grens tussen de bekende en de onbekende wereld van het avontuur. De held maakt de stap over de drempel het duister in.

5. De buik van de walvis: definitief afscheidt, een vrijwillige dood, van de bekende wereld en de wedergeboorte van de held in de onbekende wereld.

De Inwijding
6. De weg der beproevingen: de held ondergaat beproevingen en vuurproeven. Hij wordt heimelijk geholpen door raad, de amuletten en de andere beschermers en geluksbrengers van de Bovennatuurlijke hulp. (conceptie)

7. De ontmoeting met de godin: na overwinning van alle hindernissen en monsters is er het ultime avontuur. Dit mystieke huwelijk van de held en de Koningin-Godin van de Wereld kenmerkt zich door de kracht van de onvoorwaardelijke liefde, de universele Moederliefde. Het is de eenwording met zichzelf. (geboorte)

8. De vrouw als verleidster: nu de held het Leven (Koningin-Godin van de Wereld) Kent (te bovengekomen beproevingen) en Beheerst (door eenwording met Zichzelf), weet hij dat zijn Vader en hij één zijn. Hij treedt in de plaats van zijn Vader. De held verkrijgt vergroot bewustzijn. (kind zijn)

9. Eenwording met de vader: de held ontstijgt zijn huidige leven met specifieke blinde vlek en vangt een glimp op van de bron, zijn Vader. Hij aanschouwd het gezicht van zijn Vader en de twee zijn een. De oude Zelf sterft en maakt plaats voor de nieuwe Zelf. (Al het voorgaande leidde hier naartoe, al wat komt hier vanaf). De held ziet de kracht van zijn Calling en wordt er één mee. (bereiken volwassenheid)

10. Apotheose: de staat van verheerlijking en verhevenheid boven elk conflict. Kenmerken zijn rust, vrede en vervulling.

11. Het uiteindelijke geschenk: de held is een vleesgeworden God en treedt de wereld ook zo te gemoed. Alles gaat hem gemakkelijk en foutloos af.

De Terugkeer
12. De weigering om terug te keren: de verleiding om het Goddelijke verkregen geschenk (de Vinding) te blijven waar de held is in plaats van het terug te brengen naar de bekende wereld en te integreren in het dagelijkse leven.

13. De magische vlucht: terugkeer of ontsnapping naar de bekende wereld met sterke ondersteuning van de raad, de amuletten en de andere beschermers en geluksbrengers van de Bovennatuurlijke hulp.

14. Redding van buitenaf: hulp vanuit de bekende wereld voor de held. Misschien is de held gewond of verzwakt, misschien heeft de bekende wereld de Vinding hard nodig, misschien wil de held op het laatst niet terugkeren. Hoe dan ook, de held hoort de roeping van het leven uit de bekende wereld.

15. Terug over de drempel: de realisatie dat de bekende wereld en onbekende wereld één zijn. Het besef dat de zin van de daad van de held deze ontdekking is. De integratie van de Vinding in de bekende wereld en de dag van alledag is een extreem moeilijk deel van de reis. 16. Meester van twee werelden: het kunnen oversteken van de grenzen tussen beide werelden zonder ze met elkaar te besmetten. In mensentaal is dat de balans houden tussen je innerlijke en de externe wereld.

17. Vrijheid om te leven: beheersing van de twee werelden leidt tot verzoening van het individuele bewustzijn met de universele wil van leven en dood. Het creëert een zelfbeeld van het individu zonder er een waarde aan toe te kennen anders dan onvoorwaardelijk liefde en mogen zijn. Het maakt een zinvol en liefdevol leven mogelijk.

donderdag 11 november 2010

Vrijheid

Vrijheid, een complex begrip. Bij Vrijheid hoort Verantwoordelijkheid. “Vrijheid en Verantwoordelijkheid” is dan de titel van het regeerakkoord van de nieuwe Nederlandse regering. We kunnen afvragen om welke vrijheid het gaat, want in feite bestaan er maar twee soorten vrijheid de vrijheid van de ander en de vrijheid van jezelf, al het andere is daarvan afgeleid. Deze twee soorten vrijheid zijn voortdurend met elkaar in conflict. Individueel en collectief.

Vrijheid en Verantwoordelijkheid het één kan niet zonder het ander. Volgens Jean-Paul Sartre heeft iedereen de morele opdracht de vrijheid te bewaren door het kiezen van het eigen leven en daar de verantwoordelijkheid voor te nemen. Want vrijheid is de kern van de mens en tegelijk ook de grootste opdracht die hij te vervullen heeft. Niemand kan enig excuus aanvoeren om zichzelf van die vrijheid te ontlasten.

Niet voor niets merkt Sartre dan ook op dat we tot haar veroordeeld zijn. Deze verantwoordelijkheid is zo zwaar dat mensen daaraan op allerlei manieren trachten te ontsnappen. Een van de manieren om te ontsnappen aan de vrijheid is de verantwoordelijkheid af te schuiven op de omstandigheden, of op een identiteit die we zouden bezitten. “Ik ben nu eenmaal zo-en-zo”,. Ik kan niet anders zijn dan wat ik ben en doen dan wat ik doe”, zeggen we dan.

Wie zulke smoesjes gebruikt is volgens Sartre te kwader trouw. Hij wil niet langer een vrij mens zijn, maar doet alsof hij een ding is, dat geen keuze heeft.
Maar omdat wij - anders dan de dingen – een bewustzijn bezitten kunnen we altijd op onszelf reflecteren. We plaatsen ons als het ware op een afstand van onszelf, en in die afstand huist onze vrijheid. We kunnen “nee” zeggen tegen wat we zijn: niet omdat ik zou kunnen ophouden te zijn wie ik was, maar omdat ik daaraan niet willoos ben overgeleverd. Ik kan van datgene wát ik ben maken wat ik wil: dat is de fundamentele keuze vrijheid die Sartre het “levensproject” noemt.

Aan het maken van keuzes ontkomen we nooit, volgens Sartre. Bij het maken van keuze komt het er vooral op aan of wij de consequenties van onze keuze kunnen aanvaarden. De consequenties kunnen klein zijn. B.v. een kind dat bij het opgroeien zijn vrijheitjes begint op te eisen en daarbij af en toe in conflict komt met zijn ouders. Hij zal dan de consequenties moeten aanvaarden dat pappa en mamma hem niet meer onvoorwaardelijk het lieve kindje vinden.
Of heel groot een verzets- of vrijheidsstrijder die de uiterste consequentie kiest en bereid is zijn leven te offeren voor de vrijheid. Zijn drang naar vrijheid, niet alleen voor zichzelf maar ook voor anderen, blijkt dan zelfs groter dan de drang om te overleven. Vrijheidsdrang wordt dan door te willen en kunnen sterven de ultieme levensopdracht.
Ook wie volgens Sartre te kwader trouw leeft heeft hiervoor gekozen. Hij doet alleen alsof dat geen keuze was, maar een soort noodzakelijkheid. Probleemloos is deze vrijheid niet. Nog afgezien van de vraag of de last die Sartre op ieders schouders legt niet zo zwaar is dat ieder daaraan op den duur moet verzaken of ten onder gaan, krijgt zijn vrijheidsideaal het moeilijk op het moment waarop er een ander mens verschijnt.

Ook die ander heeft immers zijn vrijheid, net als ikzelf. En beide vrijheden kunnen elkaar gevoelig in de weg zitten. Telkens staat de vrijheid van de één of van de ander op het spel. Iedere verhouding is een voortdurende strijd tussen heer en slaaf, aldus Sartre. Hij bracht die gedachte onder woorden met de gevleugelde zin: “De hel, dat zijn de anderen”. Sartre is voortdurend blijven zoeken naar een manier waarop de ander niet per sé de hel hoefde te zijn.

In de oorlog hebben zijn ervaringen in krijgsgevangenschap hem de ogen geopend voor de solidariteit die tussen mensen wel degelijk kan bestaan. Hij heeft daarbij ook zijn toevlucht gezocht in het Marxcisme maar hij is er nooit helemaal in geslaagd die manier te vinden. Zijn werk blijft vooral een indrukwekkend moreel appél, dat korte metten maakt met de al te menselijke neiging de eigen verantwoordelijkheid te ontlopen, en een hartstochtelijk pleidooi vóór het ideaal van de vrije, autonome mens.

Sartre zag de hel in de ander terwijl de Joodse filosoof Emanuel Levinas juist zegt: “Ik ben pas vrij in het gelaat van de ander”. Hij zegt: “Het gelaat toont de menselijke kwetsbaarheid. Die kwetsbaarheid roept op tot mededogen Het gelaat is een onmiddellijk appél, een oproep tot vrijheid. Omdat de andere mens door zijn verschijning als gelaat een engagement betekent.

Levinas vraagt zich af of vrijheid de afwezigheid van dwang is of dat vrijheid de mogelijkheid voor een persoon betekend om het appél gericht aan de persoon te beantwoorden door iets te doen wat niemand anders in zijn plaats kan doen. In wat hij benoemt als de goedheid die voorafgaat aan iedere keuze, en die zijn verantwoordelijkheid is, daarin is hij als de uitverkorene, als de enig onvervangbare, de enige die kan doen wat hij doet t.a.v. de ander.

Iets doen wat niemand anders in je plaats kan doen, dat is volgens hem de fundamentele vrijheid. Dat is de vrijheid van het goede die hij vindt in het gelaat van de ander. De ander is niet de hel maar het goede. Door op deze manier keuzes te maken zouden we wel eens in navolging van Sartre veroordeeld kunnen zijn tot vrijheid en tot het goede.

De filosoof Ian Buruma de formuleerde vrijheid als volgt; ” Vrijheid is een kwestie van leven en laten leven, compromissen sluiten of marchanderen “. Buruma voelt zich aangetrokken tot wat de Britse liberale denker Isaiah Berlin over vrijheid heeft geschreven. Hij onderscheidt negatieve en positieve vrijheid. Het eerste is de vrijheid om met rust gelaten te worden, het is de tolerantie van leven en laten leven. Het tweede is veel omvattender: vrijheid betekent ook dat mensen de mogelijkheid krijgen om zich te ontplooien, de wereld te verbeteren en idealen te verwezenlijken.

Dat klinkt heel mooi, maar juist hieraan kleeft volgens Berlin het gevaar van zendingsdrang. Wie een duidelijk beeld heeft van wat vrijheid is, maar merkt dat een ander een andere opvatting heeft kan denken: die moet ik toch even helpen. Want hij heeft het niet goed begrepen, en zal zich zo nooit kunnen ontplooien. Ik moet hem voor zijn eigen bestwil op het juiste pad zetten.
Maar hoe ver gaat dat, want ook uit goede principes om mensen te bevrijden en te verlichten kan de grootste dwang voortkomen.

Wie zo overtuigd is van wat vrijheid is dat hij ook anderen wil bevrijden, kan heel goed handelen uit integere motieven. Toch kan het resultaat desastreus zijn als niet langer ruimte wordt gelaten aan andere meningen of overtuigingen. Als dit geloof verhardt tot een dogma, en vrijheid wordt gehanteerd als een vorm van absolutisme, dan zullen we zien dat ook de beste ideeën eindigen in een catastrofe.

“Vrijheid is een kwestie van leven en laten leven, compromissen sluiten of marchanderen “, “We zijn tot vrijheid veroordeeld” , “Ik ben pas vrij in het gelaat van de ander “ en “”De hel, dat zijn de anderen”. Vier uitspraken die, alle vier een grond van waarheid hebben maar ook grote valkuilen in zich bergen.

Als we ons heen kijken dan zie we voortdurend mensen die aan het marchanderen zijn, compromissen sluiten en veroordeeld zijn tot het maken van keuzes. de kunst is om hier in een moot evenwicht te vinden, zodat vrije keuze ook vrij voelen en als vrijheid ervaren worden.

dinsdag 9 november 2010

Vrijmetselarij belastingvrij

Vandaag stond in de Telegraaf het onderstaande opmerkelijk bericht, geschreven door Sameer van Alfen. Een trouwe sterzoekerlezeres gaf ons hier over een tip, waarvoor onze dank. Dit is een opmerkelijk berichtje en de vraag is welke genootschappen in de voetsporen van de Vrijmetselarij gaan treden. Hopende dat zij dan net als de vrijmetselarij goede doelen daadwerkelijk een warm hart toedragen. Nu is het zo dat wat zich "goede doelen" noemt, meestal het geld wat binnenkomt ook daadwerkelijk uitgeeft aan de goede doelen die zij steunen. Het is algemeen bekend dat de vrijmetselaren altijd al veel geld aan goede doelen heeft geschonken. Dit kent een lange geschiedenis. Wellicht dat de vrijmetselarij juist om die reden vanaf gisteren officieel te boek staat als goed doel

De Orde van Vrijmetselaren hoeft voortaan geen belasting meer af te dragen over ontvangen giften. Het genootschap staat sinds gisteren te boek als goed doel.

Staatssecretaris Weekers (Financiën) liet weten dat hij zijn cassatieberoep bij de Hoge Raad heeft ingetrokken. Hiermee staakt de bewindsman zijn jarenlange verzet. Met als gevolg dat het gezelschap definitief het etiketje 'algemeen nut beogende instelling' krijgt opgeplakt. Het kan nu aanspraak maken op allerlei fiscale voordeeltjes.
De orde is een 'religieus' gezelschap voor uitsluitend mannen, dat nadenkt over belangrijke levensvragen. Het staat bekend als een elitaire club voor onder anderen politici, schrijvers en cultuurfilosofen. Ons land telt ongeveer 6000 vrijmetselaars. De bijeenkomsten zijn veelal besloten.

Belastingexpert Monique Ligtenberg van Fiscaal Up to Date noemt het toekennen van de anbi-status opmerkelijk. "Het gaat hier niet om een goed doel als het Rode Kruis of de Dierenbescherming. Het genootschap maakt onderscheid tussen mannen en vrouwen en dient nou niet bepaald een algemeen belang

maandag 8 november 2010

Heka & het Verenigen van de Twee Landen

In het oude Egypte droegen goden en farao's droegen een zweepje of vlegel (flagellum) en een kromstaf of heka-staf. In het hiëroglyfenschrift staat het symbool van de kromstaf, heka, voor 'heersen'. Heka en vlegel symboliseerden de heersende macht van de farao. Veel Egyptische ceremoniële attributen symboliseren rijkdom, macht, overvloed, vruchtbaarheid, geluk of seksualiteit. De symbolische betekenis komt vaak voort vanuit een letterlijke betekenis of praktische situatie. Een gebruiksvoorwerp wordt in een andere context geplaatst en metaforisch uitgelegd. In Egypte werd de farao uitgebeeld met gesel en kromstaf. Ook de god Osiris, die de vergoddelijkte koning na zijn dood voorstelde, droeg deze heersersattributen.


De gesel, die vooral is gewijd aan de goden Osiris en Min, werd afgebeeld als vliegenzwaaier, waarmee vliegen werden verdreven. Symbolisch werden op deze manier kwade geesten verjaagd. Met de kromstaf werden de onschuldigen beloond; de vlegel diende evenals de roe om de schuldigen te straffen. Ook andere goden, zoals het maankind Chons, werden met gesel en kromstaf afgebeeld.

De farao wordt gewoonlijk afgebeeld met vlegel en kromstaf, maar op de oudste weergaves van koninkijke ceremonies komt soms alleen een vlegel voor. Dat geldt bijvoorbeeld voor de koning Den van de eerste dynastie, die is afgebeeld terwijl hij wacht tot hij als proeve voor zijn geschiktheid zijn hardlooptest moet verrichten voor zijn Sed-feest.

De precieze oorsprong van het zweepje is niet bekend. Er werd wel gedacht dat het ging om een dorsvlegel. Dat is een steel waaraan een eind hout flexibel bevestigd is, zodat ermee kan worden geslagen op het koren, dat na de oogst op de dorsvloer wordt gelegd. Door dit 'dorsen' worden de zaden gescheiden van het kaf. Osiris, die met de vlegel wordt uitgebeeld, was in Egypte de god van het koren. De Grieken stelden hem gelijk aan de wijngod Dionysos. Ook Osiris' voorganger in Boesiris, de god Andjety, werd al afgebeeld met kromstaf en vlegel.

Er wordt ook gedacht dat het gaat om een zweepje dat werd gebruikt door herders, om de kudde in bedwang te houden. De kromstaf was van oorsprong een herdersstaf, en de krul diende om weglopende schapen terug te voeren. De koning werd in de oudheid voorgesteld als een herder, die zijn kudde, het volk, leidde en beschermde, maar ook strafte.

heersers van heka

Om die reden stammen de heerserssymbolen af van herdersattributen. De verwisseling tussen heerser en koning is ook te herkennen in de vertaling van het woord Hyksos, een volk van 'vreemdelingen' dat tijdens de vijftiende dynastie in het deltagebied de macht had gegrepen en een buitenlandse koning op de troon had gezet. Hyksos, of zoals de Egyptenaren schreven Heka Khasoet, wordt tegenwoordig vertaald als 'heersers (van heka) uit vreemde landen', maar in de oudheid werd het woord verward met herders, en werd het vertaald als 'herder-koningen'. Die vertaling ligt voor de hand, omdat het woord heka voor heersen werd uitgebeeld door de de gekromde herdersstaf. Volgens nog andere interpretatie zou de vlegel een soort vliegenmepper kunnen zijn, of zelfs een attribuut om de hars uit gomplanten mee te verzamelen.

Het bijeenbinden van een bundel planten om de kracht van de eenheid te symboliseren werd al gedaan door de vroegste dynastieën van de Egyptenaren. Met het symbool wordt verwezen naar de vereniging van de twee Egyptische rijken, het noorden en het zuiden, die nu gezamenlijk worden overheerst door één farao. Sema betekent verenigen of binden. Het woord sema wordt weergegeven door een hiëroglief die de longen en luchtpijp voorstellen. Tawy verwijst naar de twee landen. Tawi is etymologisch verwant met ons woord 'twee' of 'duaal'.

Beneden-Egypte was de noordelijke Nijl-delta, die uitmondde in de Middellandse Zee. Dit vruchtbare gebied werd Ta-mehu genoemd, het Land van de papyrus. Ook de bij was een symbool van Beneden-Egypte.
Boven-Egypte, het zuiden, strekte zich uit in zuidelijke richting langs de oevers van de Nijl vanaf het Moerismeer in de oase van Fayoem, zo'n 80 km ten zuiden van Caïro, en bereikte meer dan duizend kilometer de grens in Nubië, het noorden van het huidige Soedan. Het gebied werd Ta-shema genoemd, 'Land van het riet'.

Toen de landen werden verenigd, werden riet en bij verenigd tot één symbool. In de latere gestandaardiseerde vorm van het sema-tawi-teken werden een rietstengel (noorden) en een lotus (zuiden) verenigd via het sema-teken, de longen en de luchtpijp.

Menes

In het zuiden was in de predynastieke tijd al langer een strijd gaande om het vergroten van de macht en het uitbreiden van het gebied. De noordelijke delta bestond uit verschillende losse eenheden die zich bezighielden met het drijven van handel. Hier was niet echt sprake van 'een Egyptisch rijk'. In de loop van de tijd werd ook het deltagebied toegevoegd aan het rijk van de zuidelijke koningen. Achteraf werd naar deze ontwikkeling verwezen met de mythe dat de koning Menes de twee pre-dynastieke Egyptische rijken als eerste verenigde.

Menes zou de stichter zijn van de eerste dynastie van het Oude Rijk, met Memphis als de hoofdstad. Hij zou de troon hebben geërfd van Horus. Maar zijn naam wordt in vroege bronnen, zoals de koningslijst van Palermo van de vijfde dynastie, nog niet voor. Pas in latere bronnen wordt zijn naam genoemd. In veel latere koningslijsten wordt hij genoemd als de eerste heerser van Egypte. De Griekse schrijver Herodotus noemde hem Min, de naam van een bekende fallische Egyptische god. Ook zijn er op enkele onduidelijke potscherven na geen archeologische vondsten die getuigen van een farao met de naam Menes.

Palet van Namer

Tegenwoordig wordt ook wel gedacht dat Menes een naam of titel was van de koning Aha, die ook wel wordt gezien als de eerste koning van de eerste dynastie en de eerste koning van de twee rijken, of van Narmer, een zuidelijke koning die voor het eerst het noorden wist te veroveren en aan zijn rijk toe te voegen. Voor deze koningen is veel archeologisch bewijs. Aha of Horus-Aha was de eerste koning die regeerde over de twee Egyptes. Narmer, zijn voorganger, regeerde ongeveer 3100 jaar voor onze jaartelling.

Het narmerpalet, waarop de oorlogsdaden van de farao Narmer zijn vastgelegd, laat zien hoe de koning het noordelijke land aan zich onderwierp. De koning wordt op de ene kant getoond met de rode kroon van Beneden-Egypte (het noorden) en op de andere kant met de witte kroon van Boven-Egypte (het zuiden). Op de afbeelding die hier linksboven te zien is draagt Narmer de rode kroon (deshret) van het noorden, een soort vlegel en een net.

Tijdens zijn opvolger Aha werden de twee rijken al gesymboliseerd door de deltagodin Wadjet, de cobra die als ureaus deel uitmaakt van de kroon van de farao's en koningen, en de zuidelijke godin Nekhbet, de gier, die ook wordt toegepast op de kroon. De nebty-naam van de koning verwees naar deze godinnen, en dus naar zijn positie als heerser van de twee landen. Op de afbeelding uit de Horustempel van Edfoe links is te zien hoe Nekhbet en Wadjet de koning kronen met de dubbele kroon van Boven- en Beneden-Egypte (pschent).


De oudst bekende afbeelding van het sema-tawy-symbool dateert al van de eerste faraodynastie. De hiëroglief 'sema' die een papyrus en een andere plant verbindt komt voor op een vat uit de tijd van de koning Adjib, een van de laatste koningen van deze dynastie. Op de vaas van Khasekhem, die mogelijk dateert uit de tijd van de laatste koning van de tweede faraodynastie, is te zien hoe de planten zijn samengebonden rond het sema-teken.

sema-tawi

Het symbool werd vooral afgebeeld op de flanken van de troon van de farao, die model stond voor het centrale gezag van de twee Egyptes. Een belangrijke titel van de farao was nesut bity, dat ongeveer wordt vertaald als 'koning van de twee landen'. De oudste troon waarop sema-tawy te zien is, is die van de farao Khafre (Chefren) uit de vierde dynastie. Hij is bekend als een van de drie farao's die zijn piramide in Gizeh liet bouwen, bij de grote piramide van Cheops.

In een latere tijd werden de twee landen gepersonifieerd door twee menselijke figuren. Een reliëf van Ramses II in de Amuntempel in Karnak toont hoe de landen worden vertegenwoordigd door hun beschermgoden; het zuiden door de dodengod Thot met het ibishoofd, het noorden door Horus, de god met het valkenhoofd.

Op andere reliëfs wordt de Nijlgod Hapi in androgyne vorm links en rechts gespiegeld weergegeven, terwijl hij de rijksplanten bijeenbindt. Ook andere goden of menselijke figuren die de rijken symboliseren komen in aanmerking, zoals Seth en Horus. Als onderdeel van het inwijdingsceremonieel moest de farao om de beurt, getooid met zijn scepter en vlegel, plaatsnemen op twee verschillende tronen, eenmaal gekroond met de zuidelijke en eenmaal met de noordelijke kroon. Ook twee priesters die Horus en Seth representeerden volgden dit ritueel.

Horus vertegenwoordigde het noorden, Seth het zuiden. Horus en Seth vervullen de rituele handeling van het verenigen van de rijken door de rijksplanten te verbinden rond het sema-teken, de longen en de luchtpijp. De Egyptenaren beeldden de longen uit door een vorm die wij kennen als een hart.

De verenigde Egyptes onder de heerschappij van de farao stonden voor orde en harmonie. Het land buiten Egypte, werd voorgesteld als de woestijn, waar Seth, de broer en moordenaar van Osiris heerste. Seth was enerzijds een belangrijke god, die al werd vereerd in de predynastieke Nabaqa-cultuur, maar hij werd tevens geassocieerd met de vijanden van Egypte, met wanorde en barbaren.

Als vertegenwoordiger van het duister en de chaos stond Seth tegenover Maat, de godin van de orde en harmonie. Om Maat, de harmonie van het rijk, te herstellen, moesten de vijanden van Egypte worden verslagen. Bij de tempel van Ramses II in Aboe Simbel is afgebeeld hoe de Nubiërs en Assyriërs worden verslagen en meegevoerd, precies onder de afbeeldingen waar de dubbel uitgevoerde nijlgod Hapi de planten verbindt. Seth is in de bijbelse geschiedenis terecht gekomen als de 'satan', de 'tegenstrever' van god, en bij ons verder geëvolueerd tot de duivel.

Het verenigen van de twee landen speelde in de Egyptische nationalistische symboliek altijd een grote rol. Toch betreft het waarschijnlijk geen historische gebeurtenis, maar een proces dat een langere periode in beslag heeft genomen. Egypte heeft drie belangrijke periodes gekend waarin het noorden en zuiden onder centraal gezag stonden, die bekend staan als het Oude Rijk, het Middenrijk en het Nieuwe Rijk.

Tijdens de 18e dynastie werden de twee landen voor het laatst bijeengebracht door de heersers van het zuidelijke land, die als hoofdstad Thebe hadden. Deze periode staat bekend als het Nieuwe Rijk. In deze periodes vormde Egypte een belangrijke oorlogsmacht, breidde het rijk de grenzen steeds verder uit, en werden de omringende landen gekoloniseerd, schatplichtig gemaakt en geëxploiteerd, terwijl vele bewoners gevangen werden genomen en tot slaaf werden gemaakt. Het voeren van imperialistische oorlogen en het beroven van landen van hun grondstoffen werd in die tijd niet gezien als misdaad, maar als bewijs van kracht en grootsheid. In de tussenliggende periodes brokkelde het gezag af en grepen lokale heersers de macht.

Vergelijkbare Blogs

Related Posts with Thumbnails