maandag 14 maart 2011

(1) Wicca Documentaire: De Nieuwe Heksen.

Op YouTube vonden wij onlangs een documentaire over Wicca en de uitwassen daarvan. Die willen we u niet onthouden. Wij wensen u veel kijkplezier !

deel 1

De Nieuwe Heksen is een documentaire van Dirk Dumon en Jan de Zutter, uitgezonden geweest op de Belgische televisie. Het is al een oudje, maar toch leuk om deze documentaire eens nader te bekijken en te belichten. Het laat ons zien hoe er naar heksen wordt gekeken door programmamakers. Ook laat het zien hoe heksen zichzelf, in de media, naar de buitenwereld toe presenteren. Veel is er op dit gebied niet verandert en daardoor blijkt deze documentaire aardig actueel.

In deel 1 van de Nieuwe Heksen komen een aantal oude bekenden voorbij en opent direct al met een scene van de de coven van Hera en Arguicha, van Greencraft. ( Nee, dit is niet Sterzoeker's Kritische Magier. Een medearbeidster in de Sterzoeker-kunde wees ons op de mogelijke overeenkomsten ;-))

We zien de coven op een geheime plaats. Het is Hera, die de cirkel opent, en Arguicha, die de wachttoren van het Oosten aanroept, met zijn geweldige stemgeluid. Zo geheim als ze het in de video willen doen voorkomen is de plaats waar de opnames gemaakt zijn helemaal niet. Het betreft hier zeer waarschijnlijk een verlaten klooster in Sluis, die bekend staat om het feit dat wicca groepen hier regelmatig rituelen opvoeren. De gemeente Sluis zit daar behoorlijk mee in de maag.

Arguicha geeft uitleg wat mensen in de wicca aantrekt, dat zijn een aantal elementen: het ecologische, het vrouwelijke en het godinnelijke. Hera geeft uitleg over de functie van de hoge priesters: dat is een opleiding geven, inwijdingen, en het vieren van esbats en sabbats, de 8 jaar feesten. Steun en uitwisselen van informatie staat centraal. Daarna zien we Arguicha met de coven een rondedansje doen. Onderwijl vertelt hij dat wicca een religie is en dat Nederland een onderscheid maakt tussen godsdienst in religie. Bij godsdienst stel je jezelf in dienst van een god, wat vaak betekend dat je als het ware vernedert, over de grond kruipt en opkijkt tegen die god. In een religie is het belangrijke woord religare; de verbinding tot stand brengen met... Arguicha verteld dat zij een verbinding tot stand proberen te brengen met de wereld van de goden. Dit sluit verering niet uit, want zij vereren de godin, maar sfeer waarin dat gebeurd is anders.

De documentaire gaat vanaf dit punt verder met een duik in de geschiedenis en laat ons weten dat moderne hekserij terug gaat op het voorchristelijke in Europa. Het geloof van onze voorouders zou gebaseerd zijn op de vruchtbaarheid van de natuur en ze gebruikten destijds kruiden en spreuken. Hun kunde werd genaamd de wise -craft: de kunst de wijzen.

Vervolgens komt Charon aan het woord. Hij is een heks die alleen werkt, een stadsmens die de oude traditie weer heeft opgenomen, waarin hij het evenwicht hervonden heeft tussen het natuurlijke en bovennatuurlijke. Iets wat hij gemist had toen zijn godsdienst overwegend patriarchaal was. Dan zien we Charon de Godin aanroepen en vertellen over de god en de godin. Charon laat zijn huisaltaar zien, waar hij zijn rituelen uitvoert. Dan laat Charon iets zien waar de kijker die niet op de hoogte is met wicca, of hier de spot mee drijft al op zat te wachten.

Charon gaat Sky-clad (in lucht gekleed) op de buis, omdat zijn rituelen altijd zo worden uitgevoerd. We zien Charon nakende een ronde dansje doen. Wat van ons ook niet had gehoeven. We geloven het zo wel. Wij zien liever een mooi gewaad. Het naakt doen van rituelen is volgens Charon een voorschrift uit de charge; gij zijd vrij en teken dat ge waarlijk vrij pent, zult ge rituelen naakt uitvoeren. Charon heeft hiervoor echter zijn eigen excuus en deze is van meer praktische aard. Hij zit op een kleine ruimte en met vuur en gewaden heb je al snel kleine of grote ongelukken.

Dan gaat de documentaire verder met een groepje sjamanen uit de Ardennen. We zien een groepje moderne geklede mensen onsamenhangend dansbewegingen maken. Een dame wil duidelijk niet in beeld, zij verbergt haar gezicht achter de drum van de trommelaar. Hunebedden, dolmen, megalieten, bronnen, of ouden bomen verbinden deze lieden. Zo te horen verbinden ze zich, middels het produceren van de benodigde decibellen, met de voorchristelijke religies: HEAHOA HEAHOA HEAOHA, gaat het op luide aaneengeschakelde toon.... Je zou ze maar zingende in je achtertuin vinden, nee liever maar niet dus. Wij zijn zeer gesteld op de rust in de natuur. Voor Sjamanen, druïden, is de hele kosmos heilig en ze baseren zich op oude tradities om in contact te komen met het bovennatuurlijke.

De Coven Fik Seymus uit Mol, gebruikt de Keltische en Germaanse mythologie als uitgangspunt voor hun rituelen. We zien een aantal covenleden in een Stenencirkel staan. Fik Seymus trekt met een stok een diepe geul om een stenenkring, waarvan we mogen hopen dat deze kring geen monument in uit de oudheid is, want enige respect voor de archeologie van deze plaats ontbreekt in dit plaatje volledig. Fik Seymus is kruidendeskundige en erf-heks. De kennis erfde hij van zijn grootmoeder. Hij noemt zich een hagadessa: een eigenheimer . Dit is iemand die op een grens leeft, die perfect in wereld kan lopen en aan de andere kant meer met de magische wereld in contact staat.

Hij geeft ook lezingen en legt in documentaire aan kinderen uit wat vliegzalf is. Dit lijkt ons gezien de experimentele neigingen die kinderen nogal eens bezitten geen kost om aan kinderen uit te leggen. Dat zou een echte erf-heks toch moeten beseffen, lijkt ons? Een aantal kinderen zie je dan ook heel verstandig kijken van wat moeten wij nu eigenlijk met de theorie van deze meneer. Van de rest weten we het nog zo niet of zij het verstrekte receptje niet zullen uitproberen. Daarmee eindigt deel 1 van deze documentaire en volgt deel 2:

deel 2

Deel 2 begint met een kleine overlap van deel 1. U kan de teller dus doorschuiven naar 2:30. Daar gaat de documentaire verder met de heskenzalf van Fik Seymus De natuur is zijn inspiratiebron en de eigen geest. Als je met de dingen bezig bent groeien spontaan inzichten en dan kun je belaadde rituelen beter inzicht geven. Het ritueel geeft een duidelijker verbinding met die natuur. Hiervan zijn er die je strikpersoonlijk doet, maar ook de met groep. Aldus Fik Seymus.

We zien de groep weer in de stenenkring en Fik Seymus vertelt dat tussen de graan en hooi oogst, er weinig oogt is en dat men op moment in Europa het spirituele, de ether krachten bij elkaar haalde in de vorm kan een kuidentuil. Deze oude kruidentuil van het vorig jaar wordt verbrand, als de nieuwe kruiden geoogst zijn, als teken van vernieuwing. Daar drinken de heksen samen graag een hieldronk op, op de oogst. Dit maakt deel uit van de cake and wine ceremonie, waarmee de goden bedankt worden voor hun rijke voedselgaven.

Fik Seymus vertelt dat er in Limburg nog heel in wat kerken de magische kruidentuil wordt aangereikt. We zien beelden van een katholieke priester die bossen met kruidentakken zegent met de wijwaterkwast. Fik Seymus heeft dit niet nodig, omdat zij het geheel naar kosmische zegening zelf doen.

De documentairestem vult aan dat de kerk wel meer uit de oude religie heeft overgenomen en dat op heiligenbronnen kapellen werden gebouwd en dat lokale goden Christelijke heiligen werden. En in haar pogingen om de voorchristelijke religies uit te roeien is de kerk ongemeen wreed te werk gegaan. Van de 15e tot en met de 16e eeuw werden duizenden mannen en vooral vrouwen gefolterd en vermoord. In die tijd kreeg het woord heks een negatieve bijklank.

Vervolgens zien we beelden van de Heksenstoet in Beselare, een vreemd jaarlijks terugkerende lokale volksgebruik, van onze zuiderburen. Hierbij worden de heksenverbrandingen feestelijk herdacht.

Heks Hera, die met Arguicha bij dit feest aanwezig is, geeft hierop terecht commentaar; Heks is een geuzennaam. In solidariteit tegenover vervolgden toen en vandaag plaatst ze zich in een zeer moeilijke positie in de buitenwereld. Omdat ze zich heksen noemen is dit een duidelijke keus. Ze durfden naar voren te komen en ze zijn niet als de meesten kwa geloof en ze respecteren wel de kerk en andere geloven, en ze verwacht ook gerespecteerd te worden, maar dat is nog steeds niet echt het geval. Dus ben je heel kwetsbaar als je jezelf heks noemt, maar het is een duidelijke keus omdat te durfden.

Arguicha merkt op dat hij wel achter het folkloristische aspect staat, maar dat het hetzelfde is alsof je een klein concentratiekampje opricht in de zomer om te herdenken wat er met de Joden is gebeurd in de oorlog. Arguicha vindt dat je hier toch wel voorzichtig mee om moet gaan. Enthousiasme en vreugde bij het verbranden van meestal onschuldige mensen, die eigenlijk met hekserij niets te maken hadden, maar die om allerlei andere redenen vervolgt werden. daar kan wel een reukje aan zitten.

Hera merkt op dat mensen ontwetend zijn over de leed van de slachtoffers, wat heel wreed is. Zij voelt dat en is van overtuigt dat ze dit zelf eerder heeft meegemaakt, vanuit het slachtoffer in een vorig leven en dat doet pijn.

Wij zouden er aan toe willen voegen; Blijf ver weg bij dit vreemde Beselarese volksvermaak en waag je er beslist tussen, ook niet als je wordt gevraagd om deel te zijn van een documentaire.

De documentairestem vertelt ons tot slot dat de laatste Belgische heksenproces plaatshad in Turnhout, in de jaren 50.

donderdag 10 maart 2011

Papyrusvellen Maken

In deze blog wordt stap voor stap, aan de hand van illustraties, uitgelegd hoe papyrusvellen worden gemaakt. In een eerder blog genaamd Papyrus kan u alles lezen over de achtergronden en het gebruik van Papyrus en u kunt hier lezen over de groei en bloei van papyrusplant zelf.

In de oudheid werd de hele plant, vanaf de wortel in de oogsttijd, uit de grond getrokken. Het is onbekend op welk moment van het jaar de oude Egyptenaren papyrus werd geoogst, of dat oudere papyrus, werd verkozen boven jonge papyrus.

Een voor papyrus geschikte papyrusstengel wordt geoogst.

De steel van papyrus is losgemaakt van de basis. De driehoekige vorm van het papyrus riet is duidelijk zichtbaar.

De afgesneden papyrus stengel.

De papyrus stengels worden in gelijke stukken gesneden in de grote van de te maken papyrus.

In oude tijden, zou de harde buitenste laag zijn gebruikt voor andere toepassingen. Strips van deze laag kunnen door elkaar geweven worden voor gebruik van allerlei nuttige voorwerpen, zoals manden of sandalen. Voor het maken van papyrus wordt echter alleen het binnenste zachte gedeelte van het riet gebruikt, om het schrijfmateriaal te maken.

Op de foto ziet u (van links naar rechts) een ongeschilde papyrus stengel, compleet met bloemen, twee geschilde papyrus stengels, en verschillende groenstroken van de papyrus buitenste laag.

Zodra de buitenste laag wordt verwijderd, wordt het binnenste gedeelte van het papyrusriet in reepjes gesneden. Niemand is helemaal zeker welke methode werd gebruikt in de oudheid. In plaats van het snijden van het riet, zoals hierboven weergegeven, wordt door sommige gesuggereerd dat de driehoekige stengel werd geschild in reepjes.

Verscheidene gesneden reepjes van de papyrus stengel. De stroken moeten allemaal rond dezelfde lengte en dikte gesneden worden, met het oog op een consistente vorm voor te maken blad.

De reepjes worden enige dagen in het water geweekt.

Onderdompelen en het weken van van de papyrusstroken in water is belangrijk voor het verzachten van de papyrus en het activeren van de natuurlijke plantsappen, die fungeren als lijm voor het bij elkaar houden van de stripen. In de Egyptische oudheid dacht men dat de mystieke Nijl wateren van essentieel belang waren bij het papyrus-maakproces, echter met elk andere water lukt het ook.

Nadat de stroken een paar dagen in het water geweekt zijn, wordt een houten deegroller gebruikt om het de papyrus vezels plat te persen en het water er uit de persen.

De stroken platgeslagen, geweekt papyrus worden neergelegd in twee lagen die loodrecht op elkaar staan​​. Deze techniek is absoluut van essentieel belang om papyrus te maken, en maakt dat papyrus haar karakteristiek uiterlijk en gevoel geeft.

Hierbij overlapt elke strook papyrusvezel de volgende zo´n 1,5 cm.

Wanneer de stroken allemaal zijn neergelegd, worden deze bedekt met een lap linnen en een lap vilt, en vervolgens tussen twee houten platen in een pers geplaatst, welke stevig aangedraaid wordt. De plaat blijft een paar dagen in de pers tot het geheel droog is.

De plaat blijft een paar dagen in de pers. Tussendoor wordt het vilt dagelijks vervangen voor een droge lap vilt, wat bijdraagt om het droogproces te versnellen. Zodra het papyrusvel droog is, wordt deze verwijderd uit de pers.

Aanvankelijk is het oppervlak van de papyrus nogal ruw. Het kan iets worden gepolijst met een steen, en dan is het papyrusvel klaar om op te schrijven.

De papyrusvel is klaar voor gebruik en de schrijver of kunstenaar kan aan het werk!

zaterdag 5 maart 2011

Independent Religious Institutions Professional

Op internet komen wij de laatste tijd steeds vaker de term "Independent Religious Institutions Professional" tegen en dat Independent Religious Institutions Professional is een echte doordenkertje. Het is een nieuwe term die een aantal new age bewegers zichzelf hebben toegemeten. Op linkedin kom je deze lui veelvuldig tegen.

Je moet toch wel een behoorlijk gespleten persoonlijkheid hebben wil je jezelf dit predicaat toemeten.
Wat is een Indipendent Religion? Hoe doe je dat? Independent van WAT?
Wat is een Indepentent Institution? Een onafhankelijke looney bin/gevangenis/tehuis voor gevallen jongens en meisjes?
Is nu de institutie onafhankelijk, of is de religie van de institutie onafhankelijk?
Is het een Institutie met een onafhankelijke religie (en daar de professional van)?
Of is het een onafhankelijke institutie - met - de - bijbel (of een ander heilig boek naar keuze)?

Maar misschien moet eerst iemand even uitleggen wat een onafhankelijke religie is. Dat zou absoluut nieuw zijn. Want daar zijn we toch wel heel erg benieuwd naar, waar die religie dan NIET afhankelijk van is. Want een onafhankelijke religie is nog nooit vertoond.

Er zijn vast lezers onder u die godsdienstwetenschappen gestudeerd hebben, Sterzoeker is een amateur, en u lezer bent wellicht een professional.

Nou, is dit een breinbrekertje voor op de late avond of niet?

woensdag 2 maart 2011

Aan de Wandel

De gebaande paden slaan we af.
Op de hoek van de straat
is waar we in tweestrijd staan,
dus de richting is daar
om nergens anders heen te gaan.

Sterzoeker is weer aan de natuurwandel
en zal u in komende blogjes veel vertellen
over plant en dierensymbolieken.

Waardoor u reeds kennis heeft kunnen maken met de Bijen, de Lotusbloem, Palmboom, bijzondere dieren, Papyrus, en andere bijzondere planten

Papyrus

Papyrus is een vroege vorm van papier. Het wordt gemaakt van de stengels van de papyrusplant, Cyperus papyrus L. De papyrusplant (mehyt) stond in het oude Egypte symbool voor: vreugde, het was de toverstaf van godinnen, De plant werd met blijdschap en jeugd geassocieerd en voor al het nieuwe leven dat uit het oerwater voortkwam. De voorstelling van een papyrusstengel (waadj) gebruikt om er het begrip groen, fris en bloeien mee uit te drukken. De papyrusplant was een koninklijk gewas, symbool van Beneden- Egypte. De papyrusplant groeide in grote weelde en werd daarmee symbool voor vruchtbaarheid en het leven zelf en is symboolplant van god Hapi en de hemel werd gedragen door zuilen van papyrus.

Papyrus werd naast Hapi met vele goden geassocieerd. De godinnen Hathor, Bastet en Neith dragen vaak een wAD-scepter in hun handen. De koegodin Hathor draagt, als de godin van de hemel, vaak een papyrusbundel tussen haar koeienhoorns. De papyrusbundel neemt hier de plaats in van de zonneschijf. Isis baart haar zoon in het papyrusrietveld, omdat zij zich moet verbergen voor Seth. Het papyrusrietveld had hierdoor ook symbolische betekenis als de plaats voor geboorte en wedergeboorte.

Op de achterzijde schminkpalet van koning Narmer (ca. 3100 v.Chr.) treffen we een voorstelling aan waarbij de vijand van de koning wordt afgebeeld. Deze deltabewoner wordt voorgesteld als een mensenhoofd Het hoofd lijkt uit een object gegroeid te zijn dit is een landtong waarop de uitwaaierende papyrusbloemen spruiten. De papyrusbloem kunnen tevens verwijzen naar de moerassen van de Nijldelta waar de slag kon plaats gevonden hebben. De papyrusbloem kan ook voor een getal staan, en wijzen op het aantal slachtoffers in deze strijd. Dit alles is tekenend voor het belang van de papyrusplant in de mythologie en in de geschiedenis van Egypte.

Papyrus en werd in de oudheid gebruikt om op te schrijven. De tekst werd bewaaird als boekrol, bekend als een papyrusrol. Het maken van dit paupyrua papier werd uitgevonden door de oude Egyptenaren en deze uitvinding stond aan de wieg van de moderne beschaving. Het gebruik van papyrus begon 5000 jaar geleden in Egypte. Tot op de dag van vandaag worden de duurdere soorten papier (perkament) nog steeds gemaakt van payrus met behulp van de oorspronkelijke technieken. De oudst bekende papyrusrol is gevonden in Sakkara in het graf van Hemaka, een hoge ambtenaar uit de tijd van de 1ste dynastie (ca. 3000 v.Chr.). Deze rol is niet beschreven maar vertoont wel alle kenmerken van het fabricageproces.

Papyrusrollen zijn tijdens opgravingen onder andere gevonden in graftombes, huizen en afvalhopen uit de oudheid, en hebben al veel over de geschiedenis van met name het oude Egypte en omstreken verteld. Met name de vondsten te Oxyrrhynchus vormen een bron van informatie over het dagelijks leven. papyrus was superieur was aan de veel zware en breekbare kleitabletten. Het schrijven met inkt is speciaal voor dit materiaal ontworpen De papyrusplant groeide in de oudheid alom in de Egyptische moerassen.

Voor het maken van schrijfmateriaal werden de ongeveer drie meter hoge stengels losgetrokken van de wortelstok, geschild en in moten gesneden van tenminste 40 cm lengte. Het sponzige merg werd dan in de lengterichting in plakjes gesneden of spiraalsgewijs afgerold tot een velletje. Deze werden geplet en in water geweekt tot ze een halfdoorzichtig voorkomen kregen. Het kleverige plantensap fungeerde als bindmiddel. Een aantal lagen van deze in lange repen gesneden en geweekte papyrusstengels werden als een weefwerk op elkaar gelegd, en terwijl ze nog nat zijn samengedrukt. Twee lagen plakjes of velletjes werden dan op elkaar gelegd, zodanig dat de vezels van de onderlaag haaks op die van de bovenlaag liepen. Door walsen, hameren of persen vormde zich een blad schrijfmateriaal.

Als het blad droog was werd het papyrusoppervlak behandeld met een soort lijm, waardoor de inkt niet ging lopen, en glad gepolijst. Twintig of meer van zulke vellen, aan elkaar geplakt met Arabische gom, vormden een boekrol. Het hele fabricageproces is tegenwoordig op experimentele wijze herontdekt en wordt toegepast om papyri te maken voor de toeristenindustrie.

In een droog klimaat zoals dat van Egypte is papyrus goed te bewaren. In een klimaat met een hogere luchtvochtigheid zal papyrus gaan schimmelen. Daarom zijn de meeste vondsten van papyrus in het woestijnklimaat van het Midden-Oosten gedaan. In het natte Europa is bijna alle papyrus uit vroeger tijden vergaan. Papurus bedekt de vochtigste delen van de Nijldelta en speelt een belangrijke rol in het dagelijkse leven van de Egyptenaren. Men maakte behalve schrijfmateriaal; sandalen, lendendoeken en manden van, eet het zachte deel van de stengel. De wortels doen dienst als brandstof en het merg uit de stengel werd gebruikt om pitten voor fakkels te maken.

Papyrus was ook voor de scheepsvaart van belang, want het werd gebruikt voor het dichtmaken van gaten, voor de productie van zeilen en touwen en voor de bouw van de kleine vlotten waarop men zich in het moeras verplaatste. Maar verwerkt tot een wit, sterk soort papier, schrijfmateriaal voor het hiërogliefen schrift, is papyrus het meest waardevol gebleken, omdat het de mogelijkheid schiep om teksten die kennis en inzicht in de Egyptische beschaving verschaffen door te geven.

Papyrus groeit vooral in de moerassige delen van de Nijldelta. Het vormt heuse papyruswouden met toppen die wel 5 toto 6 meter hoog kunnen worden. In een Egyptische mythe kunnen we dan ook lezen dat Achtervolgd door de woede van Seth, de broer en moordenaar van Osiris, vinden Isis en haar zoon Horus bescherming in het dichte papyruswoud dat de Nijldelta bedekt.

In het oude Egypte werkten de “papyrusplukkers” midden in een woud van weelderig groen, papyrus. Zij trokken van bos naar bos om er een voor een de stengels van de kostbare plant te kappen. Het was zwaar werk, want de rietsnijders konden zich alleen met grote moeite door het moerasgebied verplaatsen; dode zijarmen, modderkuilen en meertjes vormen grote gevaren die kost wat kost vermeden moesten worden, net als ontmoetingen met nijlpaarden, krokodillen, cobra’s en andere gevaarlijke dieren die de rust en de klamme warmte tussen het papyrusriet verkozen.

Aan het eind van de dag liepen de rietsnijders gebukt onder het gewicht van reusachtige schoven over smalle droge paadjes die alleen zij kennen terug naar de ateliers. Pas daarna keerde ieder op zijn vlot van aan elkaar geknoopte papyrusstengels naar huis terug.

Om papyrus tot papier te verwerken vereist kennis en vaardigheid die de Egyptenaren sinds het ontstaan van hun land van generatie op generatie aan elkaar hebben doorgegeven. Al voor de tijd van de dynastieën waren de Egyptenaren in staat uit de vezelachtige kern van de papyrusstengels een wit, soepel maar sterk papier te maken, dat geen inkt opzuigt en de tand des tijds doorstaat.

Omdat de productie erg kostbaar was, werd papyrus maar zeer beperkt gebruikt en alleen voor belangrijke teksten, zoals archiefstukken, boekhoudkundige documenten, godsdienstige, wetenschappelijke en literaire werken. Als in een graf papyrus aangetroffen wordt, duidde dit op een hoge status van de dode

de papyrusstengel wordt in stukken gehakt die even lang zijn als de gewenste hoogte van het papier. Papyrusmakers snijden het merg van de plant in fijne stroken die vervolgens met een hamer platgeslagen worden. De doorzichtige stroken worden in twee lagen kruiselings over elkaar gelegd. Het blad dat zo ontstaat wordt vochtig gehouden en lang beslagen. Als het eenmaal droog is worden de vellen aan elkaar geplakt tot een papyrusrol (medjat), waarvan de langste tot 40 meter lang konden zijn. De banen worden opgerold met de horizontale vezels - de kant die beschreven gaat worden - naar binnen. De bladspiegel van de meeste papyrusrollen zijn 38 in cm hoogte bewijst dat is de maat van een onversneden rol zoals die uit de werkplaats van de papyrusmakers kwam. In het Nieuwe Rijk gebruikten de Egyptenaren voor de meeste literaire of administratieve teksten rollen die in de hoogte waren gehalveerd; voor brieven werd zelfs vaak een 'kwarto'-formaat gekozen.

Hieronder nog even de stappen op een rijtje voor het maken van papyrus;
1. Snijd de stengel van de papyrusplant in verschillende stukken.
2. Snijd van die stukken dunnen repen af
3. Sla die stukken met een hamer plat.
4. Leg dit enige tijd in water te weken.
5. Leg de stroken op elkaar.
6. Maak dat allemaal goed nat.
7. Breng er dwars overheen een tweede laag stroken aan.
8. Pers beide lagen op elkaar.
9. Polijst het papyrus met een steen.

Papyrus had een aantal eigenschappen die het heel aantrekkelijk maakten als schrijfmateriaal. Het was zo sterk als pakpapier, opmerkelijk kreukbestendig en veerkrachtig genoeg om eeuwen lang keer op keer te worden ontrold en weer opgerold. Een verse papyrusrol was helderwit van kleur en vergeelde slechts zeer langzaam; men moet zich niet laten misleiden door het huidige aanzien van papyri, die door een lang verblijf in de grond heel donker kunnen zijn. Papyrus was lichter in gewicht dan enig ander schrijfmateriaal uit de oudheid. Het oppervlak was glad gepolijst en bood geen weerstand aan penseel of pen. Bovendien zoog het de inkt enigszins op, zodat het een grote duurzaamheid van het opschrift garandeerde.

Tenslotte veroorzaakte dit materiaal een soort technologische en culturele revolutie: een volk dat papyrus leerde kennen hoefde niet langer moeizaam letter voor letter in steen, hout of metaal te griften of in klei te drukken, maar kon verder toe met pen en inkt. Het schrijven met inkt leidt tot een veel grotere schrijfsnelheid, tot een grotere productie, en maakt daardoor pas de ingewikkelde administratie mogelijk die de grondslag vormt voor een hoogontwikkelde maatschappij.

De oudste beschreven papyri stammen uit de 4de dynastie (ca. 2500 v.Chr.). Het zijn afrekeningen van een landgoed bij Gebelein, geschreven in een al volledig ontwikkelde vorm van het hiëratische schrift. Dat duidt erop dat dit schrift al een hele ontwikkeling achter zich had, en inderdaad tonen zelfs de cursieve hiërogliefen uit de 1ste dynastie hoe vaardig de schrijvers van dat moment al met penseel en inkt omgingen.

De inkt werd vervaardigd van roet en water, met Arabische gom (hars van de Nijlacacia) als bindmiddel. Voor speciale passages, titels en opschriften gebruikten de schrijvers rode inkt, gemaakt van oker. Zulke rode passages worden rubra genoemd (Latijns ruber = rood); ons woord rubriek is ervan afgeleid. De inkt werd verwerkt in de vorm van inktblokjes die met een nat penseeltje werden bevochtigd. Deze penselen maakten de Egyptenaren van de stengels van een biezensoort (Juncus maritimus). Ze waren ongeveer l ,5 mm dik bij een lengte van zo'n twintig centimeter. Een der uiteinden werd schuin bijgesneden en tot een kwastje uitgekauwd.

Inktblokjes en penselen werden bewaard in een speciaal houten schijfpalet. Een afbeelding van palet, penseelkoker en waterpotje vormt ook de hiëroglief voor de woorden 'schrijven' of 'schrijver'. Pas in de Griekse tijd werd de hardere rietpen geïntroduceerd, waardoor de handschriften spichtiger worden (zoals op mummiewindsels en papyrus).

Gaandeweg ontwikkelden de schrijvers allerlei vaste tradities. Door het productieproces heeft een papyrusrol één zijde waar de vezels in de lengte lopen; deze zijde wordt recto genoemd en komt bij het oprollen aan de binnenkunt. De keerzijde (verso) heeft de vezels overdwars en komt aan de buitenkant van de rol. Bij het schrijven van hiëratisch werd tot in het Middenrijk wel in kolommen gewerkt, maar daarna genoten horizontale regels de voorkeur De tekst werd geschreven van rechts naar links, vermoedelijk omdat dit voor een rechtshandige het meest logisch is.

Gestart werd op de recto-zijde omdat de tekst dan bij het oprollen beter beschermd was; bij het schrijven in regels ondervond bovendien de penseel minder weerstand van de vezels, die immers net als de schrijfregels in de lengterichting liggen. Bij lange teksten werd echter vaak voortgegaan op het verso, of dit werd voor een ander document gebruikt (bijvoorbeeld in religieuze en magische teksten). Papyrusrollen werden geleverd in hoogten tussen de 32 cm (in het Middenrijk) en 42 cm (in het Nieuwe Rijk).

Alleen voor de belangrijkste overheidsdocumenten, archiefstukken en religieuze teksten (zoals hymnen en mythologieën)gebruikte de schrijver zo'n integrale rol. Voor literaire teksten en correspondentie sneed hij de rol overlangs in tweeën of zelfs in vieren. Brieven staan vaak op zulke smalle stroken, die bovendien een kwartslag werden gedraaid zodat de vezels haaks op het opschrift staan. Na voltooiing werden ze opgerold, dubbelgevouwen en verzegeld met een touwtje en een klontje klei.

In de loop van het Nieuwe Rijk kwam de Egyptische papyrusexport op gang. Deze was voornamelijk gericht op een nieuwe ster aan het politieke firmament. Op de kust van de Libanon was de macht van de Phoeniciërs in opkomst, een volk dat door zijn handelsactiviteiten sterk onder invloed stond van de Egyptische levenswijze. Zo lezen we in het bekende reisverhaal van de Egyptische priester Wenamon dat deze rond 1070 v.Chr. vijfhonderd papyrusrollen meenam op zijn handelsmissie naar het Phoenicische Byblos. Over het alfabetische schrift van de bewoners van deze kust is hierboven al gesproken.

Gedurende de volgende eeuwen ontwikkelden de Phoeniciërs zich tot de grootste handelsnatie van de Middellandse Zee. Zo werden zij de tussenpersonen bij de verdere verspreiding van papyrus en van het alfabet. De Grieken namen beide culturele verworvenheden onmiddellijk over van hun handelspartners. Zij hadden twee benamingen voor het schrijfmateriaal. Het Griekse woord papyrus is vermoedelijk een verbastering van het Egyptische pa-per-aä, het 'koninklijke materiaal', zo genoemd omdat de papyrusfabricage een koninklijk monopolie was. Daarnaast kenden de Grieken het materiaal ook eenvoudigweg als byblos, omdat de schepen uit de gelijknamige Phoenicische havenstad het aanvoerden. Biblion werd de gewone term voor 'boek', onze woorden Bijbel en bibliotheek zijn ervan afgeleid.

De Romeinse republiek leerde papyrus kennen als een van de exportproducten van de internationale haven Alexandrië. Zelf schreven de Romeinen tot dusver op rollen boombast (liber, dat later 'boek' ging betekenen), lood of doek. Maar drie eeuwen later moest de Romeinse geleerde Plinius de Oude (23-79 na Chr.) erkennen dat 'de beschaafde samenleving met name voor haar administratie fundamenteel afhankelijk is van het gebruik van papyrus'. Dat wordt wel bewezen door een gebeurtenis ten tijde van keizer Tiberius (14-37 na Chr.). Toen er door onduidelijke oorzaken in Rome een papyrustekort ontstond. stelde de keizer onmiddellijk een senaatscommissie in voor het uitvaardigen van rantsoeneringsmaatregelen, omdat het leven anders een chaos zou worden, zoals Plinius dat uitdrukte.

Het Romeinse keizerrijk verspreidde het gebruik van papyrus, en daarmee van het schrijven met pen en inkt, over de hele toenmaals bekende wereld. Wel kwam daarnaast het gebruik van perkament op, speciaal geprepareerde geiten- of schapenhuiden die wat beter dan papyrus bestand zijn tegen vouwen en innaaien in een boekband. Zo was het de opkomst van het gebonden boek (codex) in de 3de en 4de eeuw na Chr. dat na meer dan drieduizend jaar een einde maakte aan de monopoliepositie van het Egyptische papyrus.

De doodslag werd gegeven door de verbreiding van het papier, een Chinese vinding die door tussenkomst van de Arabieren vanaf de 8ste eeuw naar het westen kwam. Rond 1150 schreef Eustathius, aartsbisschop van Thessaloniki: Papyrusfabricage is onlangs een verloren ambacht geworden. Maar ook deze Byzantijnse geleerde schreef zijn woorden met pen en inkt, en het papier waaraan hij zijn gedachten toevertrouwde, is vernoemd naar het Egyptische papyrus. Sommige Egyptische tradities hebben het eeuwige leven!

Papyrus wordt zoals wij schreven gemaakt van de papyrusplant. Papyrus is een statige waterplant, die behoort tot de familie van de zegge. Dat is een grasachtige soort, die zowel bladverliezend als groenblijvende kruidachtige plant, die behoort tot de cypergrassen. De meest opvallende kenmerken van de papyrus is de felgroene kleur, de lange stengels, die tot 40 mm dik kunnen zijn aan de basis en wel tot 5 meter lang kunnen worden. Bovenaan bevinden zich een waaier van groene langwerpige sprieten, als een paraplu. Hieruit vormen zich ook de bloemetjes en later het zaad.

De familienaam Cyperaceae (zegge), waartoe het papyrusriet behoort, bestaat ongeveer uit 5000 soorten wereldwijd. In Zuid-Afrika zijn er al ongeveer 400 soorten. De bekendste soort vindt men in Egypte en Soedan. In zijn natuurlijke omgeving groeit het papyrusriet in grote bossen, in vochtig en moerasachtig gebied en langs rivieren. De bloei van de plant trekt veel zaadetende vogels en op deze manier wordt de plant ook verspreidt. Maar de meeste verspreiding van het zaad wordt door de wind gedaan.

Papyrus was ook het materiaal waarmee in oude Egypte boten werden gemaakt en daar verwijst de profeet Jesaja in de Bijbel naar als hij zegt “Dat gezanten zendt over de zee, en in schepen van biezen op de wateren!” (Jes. 18:2). Met deze schijnbaar broze schepen gingen ze niet alleen naar afgelegen eilanden als Taprobane maar volgens sommigen zoals Thor Heyerdahl zelfs naar de andere kant van de Atlantische oceaan.

Hier nog wat tips voor als je zelf papyrus wilt verbouwen. In de meeste tuincentra's hebben pypyrus planten te koop. De plant kan men het beste telen met een modderige of zanderige ondergrond van minsten een halve meter diep, zodat de stengels niet omvallen, maar de wortels zich stevig verankerd hebben in de grond. Ze hebben de volle zon nodig en dienen beschut te worden tegen al te harde wind, als je ze in de zomer buiten zet. Om optimaal te kunnen uitgroeien tot een grote bos riet.

Vlak voor de winter kan men de oude en droge stengels afsnijden. In de lente zal de plant weer nieuwe scheuten vormen en verder uitgroeien. Omdat er steeds nieuwe stengels komen vanuit de wortels kan men de planten makkelijk bij de wortels scheuren, om zo weer een nieuwe plant te hebben. De plant wordt gemakkelijk geteeld voor middelgrote tot grote waterpartijen, mat name in warmere gebieden en klimaten. Maar ook in Nederland doen de papyrusplanten het goed, al zullen ze strenge winters niet overleven als de wortels niet beschermd worden tegen de vorst.

Als kamerplant is de papyrus ook goed te houden, als men de plant maar nat houdt. Met de juiste verzorging is de papyrus een makkelijke en dankbare groeier en je zal deze plant niet snel verzuipen door over begieting, want het is een echte waterliefhebber.

donderdag 24 februari 2011

Werkbijen Humor


dinsdag 22 februari 2011

(3) Zo Boven, zo Beneden in de Egyptische Tempelritus

Een ander belangrijk ritueel is dat van de begrafenis. In confrontatie met de dood bevindt de mens zich in een grenssituatie. Ook hier zoals bij de goden raakt hij aan een wereld, die over de grenzen van het aantoonbare ligt.
Het begrafenisritueel is een rite de passage, een van Overgang naar een nieuwe fase van bet bestaan, zoals riten bij geboorte, puberteit en huwelijk. De Egyptenaar was zich zeer bewust van zijn eindbestemming aan genezijde van de dood. Alleen door een rituele begrafenis was men in het oude Egypte zeker van een goed lot in bet hiernamaals.

Zeer sterk was het geloof, dat bet leven na de dood werd voortgezet. Wij zien in de graven afbeeldingen van oorden in bet hiernamaals, waar bet goed toeven is, waar bet koren hoog groeit en overvloed van water is. Maar daar to komen, ging niet vanzelf. en zeer vaststaand ritueel moest dit realiseren. Dat ritueel is in de loop der tijden aangevuld en gedemocratiseerd, maar is in grote trekken, zoals dat bij een ritueel past, zichzelf gelijk gebleven.

Alles hangt of van bet nakomen van de voorschriften, Ook hier bestaat bet ritueel uit een vaste orde van traditionele handelingen, die naar de zin boven zichzelf uitreiken en uitwerking hebben tot over de grenzen van bet eindige. Tot de riten behoorde de mummificatie, die niets anders is dan een duurzaam maken van bet lichaam, dat voor een voortbestaan nodig was.

In Egypte gaat bet niet om een onsterfelijke ziel, die zoals bij de Grieken de kerker van bet lichaam verlaat en dit als minderwaardig stoffelijk overschot achterlaat. Om to kunnen leven, moet iemand een huis hebben. Zo is ook voor de dode het grafgebouw van betekenis. Het graf noemde de Egyptenaar zijn 'eeuwig huis'. Gewone huizen werden van kleitichels gebouwd. Zij waren vergankelijk. Maar bet graf werd van duurzame natuursteen gemaakt of uitgehouwen in een rots en men begon al tijdig gedurende zijn leven met de aanleg.

De dode woonde in zijn graf. Daar brachten nabestaanden de spijsoffers, die hem in leven moesten houden. Het gehele begrafenisritueel omvatte niet minder dan 16 fasen, die hier alleen beknopt aangeduid kunnen worden.

1. Het verlaten van het sterfhuis, waarin een emotionele dodenklacht had plaatsgevonden, zoals men nog in de hele wereld van het Nabije Oosten bij een begrafenis luid uiting geeft aan zijn gevoelens.

2. De sarcofaag wordt op een schip gezet en naar de balsemingsplaats getrokken, die reinigingstent of godshal wordt genoemd. Daar wacht de dodengod Anubis in de gestalte van een priester met een jakhalsmasker. Het is deze god, die over de balseming waakt en die ook het dode lichaam van de god Osiris geconserveerd heeft.

3. In de 'Hal der Vereniging' worden offers ten gunste van de dode gebracht. Hierbij zijn ook twee roofvogels, twee wouwen, betrokken, die Isis en Nephthys voorstellen, de zusters van Osiris, die hun dode broeder door zangen opwekten uit de dood.

4. De processie gaat op weg naar een heilige stad in de Delta, Sais. Dit alles stamt uit een zeer oud koningsritueel, waarbij de gestorven koning een rituele reis maakte naar de vier heilige steden van Noord-Egypte, Sais, Buto, Mendes en Heliopolis, bekend als Butische begrafenis.

5. De volgende episode was dan ook de reis naar Buto. De sarcofaag wordt op een slede gezet en door runderen over land voortgetrokken. Voor de dode wordt melk geplengd en hij wordt bewierookt.

6. Een bijzonder soort dansers, de Muu, ontvangen de sarcofaag met de dode. Zij dragen rieten kronen. Het zijn de gestorven Butische koningen, die hun overleden opvolger in hun midden ontvangen.

7. De processie begeeft zich naar Heliopolis, de zonilestad. De dode bevindt zich in een schrijn op een boot, die door vier mensen getrokken wordt. Aan boord bevinden zich priesters. Deze scene is een van de meest afgebeelde. De mummie wordt uit het begrafenisschip getild. Vaak zien we de mummievormige doodkist naar het graf gedragen worden. Daar wordt deze rechtop gezet. Rechtop gezet worden is op zich zelf al een rite van verrijzenis. De weduwe is in een grauw en gescheurd rouwgewaad gekleed. Nu zien we to midden van het ritueel een zeer menselijk gebeuren. De weduwe omklemt de voeten van de mummievormige doodkist en laat haar tranen de vrije loop.

Er zijn dodenklachten van weduwen bekend, die luiden:
"Hoe kon je me toch alleen laten en gaan naar het oord van het zwijgen?"
Het is, of het ritueel bij de ontroostbare vrouw niets uitwerkt. In elk geval is dit een merkwaardigheid in het gedrag van de deelnemers. Een priester verricht de reiniging van de mummie door er water over to plengen uit de nemset-kruiken. Ook werd voor de dode gewierookt. Ongetwijfeld heeft men in het oude Egypte hierbij gedacht aan leven schenken. Voor de kist stonden grote boeketten opgesteld

Een boeket heet in het Egyptisch anch, een woord, dat ook 'leven' betekent. De boeket was een drager van leven en deelt dit aan de dode mee. Het geven van een boeket was dus een uiterst zinvolle rite de passage.

Een zeer bijzonder onderdeel is de rite van de mondopening. Een bepaalde dodenpriester, de sem, gekleed in een pantervel, raakt met een beeldhouwersdissel de mond van de mummie aan. Daardoor wordt de mond geopend en kan weer spreken. Dit is zeer belangrijk voor de dode, want hij krijgt in zijn dodenboek spreuken mee, die hem in het hiernamaals tegen gevaren moeten beschermen en hem moeten laten participeren in een gelukzalig leven. Hij is nu in staat deze spreuken to reciteren.

Eigenlijk is dit een ritueel, dat aan de begrafenis voorafging en in de beeldhouwerswerkplaats thuis hoort. Daar werden de grafbeelden gemaakt, die als dubbelganger, ka, van de dode gelden. Zij zijn een tweede ik en dragers van ka-kracht.

8. Evenals bij de goden in de tempelcultus wordt de ka, de levenskracht in de offers, op de ka van de dode overgedragen en zo wordt hij bewaard in het leven. Een beeldhouwer heet in het Egyptisch seanch, d.w.z. levendmaker. Hij bewerkt niet slechts een stuk steen, maar schept leven. Hij is in de meest letterlijke zijn creatief. In het beeldhouwersritueel klinken dan ook de woorden: "Pas op, kwets hem niet, sla zijn hoofd niet". Als de beitel uitschiet, zou hij de persoon kunnen doden en meer kwaad dan goed doen.

Het mondopeningsritueel laat niet alleen de mond functioneren, maar het hele lichaam. De armen kunnen zich weer bewegen, de voeten reppen zich. Zo wordt de dode tot nieuw leven gewekt. De werking van de rite is uitermate dynamisch.

9. In de negende fase wordt de sarcofaag door priesters in verschillende richtingen heen en weer getrokken, naar het Noorden en naar het Zuiden. Misschien wijst dit op contact met kosmisch leven.

10. De tiende episode is een ceremonie van de tekenu, een merkwaardige hurkende figuur in een dierenvel gehuld, door een priester voorgesteld. Hij stelt de stieregestalte van de zonnegod voor.

11. De elfde scene is het aandragen van de canopenkruiken. Dit zijn vier kruiken met als stoppen het hoofd van de dode. Zij bevatten de afzonderlijk geprepareerde ingewanden. Ook die moeten bewaard blijven, want de spijsvertering moet doorgaan bij het nuttigen van het offermaal.

12. In de twaalfde fase worden voor de mummie dodenoffers gebracht. Dit zijn spijs- en drankoffers, zoals ze aan de goden aangeboden werden. Door hun ka-kracht wordt de dode gevoed. Bij een graf behoorde soms een hele stichting met landerijen, om de dode van voedsel to voorzien. Afzonderlijke ka-priesters onderhielden deze voedseloffers. In grafspreuken worden lieden bedreigd, die het graf zouden willen schenden of de offers zouden onderbreken. Hierop berusten verhalen, dat archeologen, die graven hebben geopend, door de vloek van de dode getroffen zouden zijn.

De voedseloffers gaan dus na de begrafenis door. Soms is het al voldoende, de offerformule hardop to lezen: "1000 broden, 1000 kruiken bier voor de dode NN, die hier begraven ligt. Oproepen daartoe aan grafbezoekers of passanten staan op de graven: Lees voor mij de offerformule. Adem van de mond, d.w.z. enkel woorden, is nuttig voor de dode en bet kost u niets".

13. Bij de dertiende episode wordt de grafuitrusting aangedragen. Het graf als huis van de dode moet van meubilair voorzien worden. Daarbij zijn bergkisten, vaatwerk, amuletten, kleren en zalven. Ook worden de grafbeelden van de eigenaar meegevoerd, Deze functioneren a1s reservelichaam en hebben dezelfde zin als de geconserveerde mummie. Er zijn ook beelden van mythische figuren bij zoals de leeuwegodin Sechmet, die in bet kroningsritueel de kroon bewaakte. Dit gedeelte wordt afgesloten met bet slachten van een offerrund, waarvan bet hart en een schenkelstuk naar bet brandofferaltaar in bet graf worden gebracht.

14. In de veertiende scene wordt de sarcofaag bet graf ingedragen door de traditionele vrienden. Zij roepen: Naar bet Westen, naar bet Westen, bet land der rechtvaardigen, na bet uitvoeren van een schone begrafenis.

15. De vijftiende episode is de vaart naar Abydos, een heilige stad van de dodengod Oriris. Deze rituele vaart wordt uitgevoerd met een beeld van de dode, dat in bet graf wordt bijgezet.

16. De zestiende en laatste rite is een slotrite ter bescherming van de dode. Deze vindt plaats in een apart gebouw, 'bet huis van de tentpalen'. Er worden wierookoffers gebracht. De leespriesters citeren spreuken uit bet boek getiteld 'De bescherming vande god is om mij been'. De leespriesters kenden bet hiëroglyfenschrift en schreven de heilige boeken over. Zij kenden de teksten met magische uitwerking.

Veel uit dit ritueel was oorspronkelijk voor de koning bestemd. Voor minder goed gesitueerde mensen was bet to kostbaar en werd bet in verkorte vorm uitgevoerd, waarom bet niet minder effectief behoefde to zijn. Het oorspronkelijke koningsritueel werd steeds meer gedemocratiseerd. Het balsemingsproces duurde 70 dagen.

Alle riten hadden ten doel, bet voortbestaan van de dode mogelijk to maken. Rituele vaarten met de mummie of met een beeld van de dode namen een voorname plaats in. Zij hadden ten doel reizen naar de heilige steden van Osiris, Busiris in het Noorden en Abydos in het Zuiden. Evenals deze dodengod zou de overledene sterven en herleven. Het varen werd ook in verband gebracht met de vaart van de zonnegod in een boot langs de hemel. Deze boot deed hem zegevieren over gevaren, die hem bedreigden, en gold dan op zich zelf als een redder van de dood.

In teksten van het dodenboek, dat met de mummie werd meegegeven, komt een spreuk voor, die hem een plaats bij Re in de zonneboot garandeert, zodat hij met de god de macht van de duisternis overwint en in de cyclus van het kosmische leven wordt opgenomen (Dodenboek, spreuken 130 en 131).

Wat het gedrag van de deelnemers betreft, dit zal zeer emotioneel zijn geweest. De leden van het cortege laten korte oproepen horen, wensen voor een goede reis naar het Westen, het dodenrijk en de necropolis op de westelijke oever van de NijI tegenover Thebe. Het ritueel werd gedragen door een grote dynamiek. Het diende immers, om dat te bewerken, wat met eindige middelen onmogelijk was: de overwinning op de dood.

Naar het geloof van de deelnemers reikte de kracht van het ritueel en van de heilige spreuken daarin vervat tot over de grenzen van de eindigheid. Een grotere dynamiek van menselijk handelen is nauwelijks denkbaar. Des to merkwaardiger is de inhoud van een aantal liederen, die door blinde harpisten bij de uitvaart werden gezongen. Zij getuigen van scepsis aan de doeltreffendheid van de dodenverzorging. De moraal is "carpe diem", "pluk de dag",

Een van Deze liederen zouden stammen uit het graf van koning Antef, die regeerde aan het begin van de tweede tussenperiode ± 1640 v.Chr.;

"Hij is gelukkig, deze goede vorst,
de dood is een gunstig lot.
De ene generatie gaat voorbij,
een andere blijft sedert de tijd van de voorouders.
De goden, die weleer waren, rusten in hun graven,
gezegende edelen zijn ook begraven in hun tomben.
En toch, zij, die graven bouwden,
hun plaatsen zijn vergaan.
Wat is er van hen geworden?
Ik heb de woorden van (de oude wijzen)Imhotep en Hardedef gehoord,
wier uitspraken in hun geheel worden geciteerd.
Wat is er van hun plaatsen geworden?
Hun muren zijn ingestort, hun grafsteden zijn vergaan,
alsof zij er nooit waren geweest.
Niemand komt terug van daarginds,
om van hun toestand to vertellen,
om to verhalen van hun noden
en onze harten gerust to stellen,
totdat wij daarheen gaan, waar zij heengingen.
Daarom: Verblijd u van harte,
vergeten doet u goed.
Volg uw wensen, zo lang geleefd!
Plaats myrrhe op uw hoofd,
kleed u in fijn linnen.
Zalf u met olie, zoals die bij een god past.
Stapel uw vreugde op,
last de moed niet zinken!
Volg uw wensen en uw geluk,
doe dingen op aarde, naar uw hart u ingeeft.
Wanneer die dag van betreur tot u komt,
de Vermoeide van Hart(de dodengod Osiris)
hoort hun rouwklacht niet.
Geween redt niemand van de groeve.
Vier een blijde dag,
Word er niet moede van.
Zie, niemand mag zijn bezittingen met zich mee nemen,
zie, niemand, die heengaat, komt terug".


De laatste regels gaan lijnrecht tegen het ritueel in. Ook wij zeggen van ons bezit tegen de achtergrond van de dood: Je kan het niet meenemen. De riten zijn juist gebaseerd op het geloof: je kan het wel meenemen. De dode had alles bij zich in zijn graf, wat hij ook in het aardse leven gebruikt had, een tafel en een stoel, een rustbed en landbouwgereedschap en alles voor een goede maaltijd, zodat het leven
voortgang kon hebben".

Dit is het derde deel, uit een serie van blogjes, over de dagelijkse tempelrites in het oude Egypte.
Zie ook:
Deel een. over de dagelijkse ochtend rituelen
Deel twee. over de rituelen voor de minder belangrijke Egyptische goden.

Vergelijkbare Blogs

Related Posts with Thumbnails