Posts tonen met het label Boeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boeken. Alle posts tonen

maandag 5 december 2011

A selection of Rituals-Dolores Ashcroft-Nowicki

Wat zou u doen als u een goedlopende mysterieschool had, waar cursisten tegen niet al te hoge leskosten deelnemen aan de rituelen en lessen, echter na verloop van tijd blijkt dat een aantal ex-leerlingen uw lessen en rituelen gebruiken voor hun eigen mysterieschool. Het gebruik van het lesmateriaal is op zich niet uw bezwaar. U bezwaart zich over het feit dat voor de lessen, die u tegen kostprijs aanbood, nu opeens astronomische bedragen worden gevraagd.

Juist, u zou besluiten om de rituelen en mysteriespelen in de openbaarheid te brengen, zodat deze niet meer exclusief zijn en er minder misbruik van gemaakt kan worden. U vindt het een mooie gedachte dat mensen er zelfstandig mee aan de slag kunnen, zonder dat ze betrokken raken in een bonafide orde of magische groepering.

Zoiets moet de afgelopen jaren door het hoofd van Dolores Ashcroft-Nowicki gespeeld hebben, op het moment dat zij besloot om haar rituelen, ter publicatie, in handen van Debbie Chapnick te geven.

Sommige van Dolores haar ex-cursisten willen ons voor ogen houden dat mysteriespelen en rituelen alleen binnen de muren van een magische orde opgevoerd dienen te worden. Met de openbaring van het materiaal van Dolores wordt resoluut een einde gemaakt aan deze gedachtengang. Het exclusieve en onbereikbare, van de SOL Mysteriespelen en rituelen, wordt hiermee in een klap weggenomen.

Dolores stelt het heel simpel: “Roep een groep belangstellende of vrienden bij elkaar en ga met dit boek aan de slag. Vergeet na afloop vooral de koekjes en wijn niet”. Zo mogen wij het graag zien. Sterzoeker was Dolores al voorgegaan, door een aantal rituelen en mysteriespelen te publiceren. Wij zijn dan ook heel erg blij met dit mooie initiatief van de SOL.

In het rituelenboek staat ook een belofte, dat dit boek de eerste is in reeks van vele. Debbie Chapnick, de uitgeefster, beschrijft dat ze een stapel van zeker zo’n tweehonderd rituelen van Dolores, ter publicatie heeft ontvangen. Hieruit is de eerste van “A selection of Rituals” ontstaan. Ze belooft dat er nog vele zullen volgen. Wij hopen dat er spoedig meer delen volgen, zodat u lekker zelf aan slag kan met rituelen en mysteriespelen.

In het boek staan voor Sterzoeker een aantal bekende rituelen, maar ook nieuw materiaal. Zoals het ritueel geschreven door de dochter van Dolores.

A Selection of Rituals is verkrijgbaar via DaturaPress

Voor wie hier niet genoeg aan heeft, of andere spelen zoekt, heeft Sterzoeker meer in de aanbieding. Wij zijn in het bezit van vele (SOL) rituelen en mysteriespelen. En zoals, door Dolores, in dit boek ook al wordt aangegeven, hier mogen gewoon kopietjes, ter oefening en vermaak, van worden gemaakt.

Aanvulling op : 10-12-1011

Via de mail en via het onderstaande commentaar-veld hebben wij, de afgelopen dagen, vele malen de vraag ontvangen; of wij de rituelen van de SOL willen publiceren. Daarop wil Sterzoeker graag het onderstaande antwoord geven:

@ Anoniem en andere lezers, Sterzoeker gaat de rituelen die zij van de SOL bezit niet online plaatsen en ook niet publiceren, dat doet Debbie Chapnick immers al en zij is hier toe door Dolores gerechtigd en wij niet. We houden ons netjes aan de voorwaarden van Debbie Chapnick en van Dolores Ashcroft-Nowicki. We mogen ze wel ter oefening gebruikt, maar niet ter publicatie.

donderdag 1 september 2011

Rachel of het mysterie van de liefde – Geert Kimpen

Sinds de Da Vinci code is er in verschillende boeken een hausse ontstaan aan belangstelling voor de apocriefe evangeliën en alternatieve interpretaties van Bijbelverhalen. Geert Kimpen zeilt met zijn recentste boek Rachel graag mee op die golven. Dit keer is het niet het leven van Jezus dat centraal staat, maar een nieuwe theorie over het leven van Maria. Kimpen weeft daaromheen een intrige van kwade opzet en misleiding. Hij is daarbij zo bezig met de plot en zijn spectaculaire ideeën over Maria dat hij zijn romanpersonages vergeet.

Door het verhaal te situeren in 1600 keert Kimpen terug naar het Heilige Roomse Rijk en de bloeiperiode van Praag. Gebaseerd op een aantal Joodse legenden rond een zekere rabbi Loew uit die tijd construeert hij een verhaal over de afkeer van de katholieken voor de Joden. In het verhaal figureren verschillende historische personen,onder wie keizer Rudolf II en de Nederlandse schilder Spranger.

Spil in het verhaal en naamgeefster van het boek is Rachel, een nogal naïef joods meisje. Ze raakt in de ban van de katholieke priester Thaddeus, aanjager van de haat tegen de Joden. Hij wil haar inwijden in de geheimen van het christelijk geloof. De reden dat hij haar hiervoor uitkiest wordt gedurende het verhaal duidelijk: Rachel past in een plan om zijn eigen, bij elkaar gefabuleerde visie op het leven van Maria invulling te geven en het Joodse volk de genadeslag toe te dienen. Uiteraard met hemzelf in een hoofdrol.

Rachel is zich in het hele verhaal van geen kwaad bewust. Naïef als ze is, is ze alleen maar op zoek naar liefde en heeft met iedereen het beste voor. Als een willoos poppetje is ze het speeltje van de duistere bedoelingen van Thaddeus. En zij niet alleen: alle personages zijn brave, goedbedoelende mensen die zich als makke schapen voor het karretje van Thaddeus laten spannen. De bordkartonnen personages staan volledig ten dienste van de plot, hun emoties gaan niet diep en variëren in hoog tempo. Rachel kan in korte tijd wisselen van intens boos, naar mak en volgzaam, en dan weer uitgesproken honend. Allemaal niet erg geloofwaardig.

Door gebrek aan tegenspelers haalt Kimpen ook alle mogelijke spanning uit het verhaal: niemand trekt aan Thaddeus, niemand drijft hem in het nauw waardoor hij slinkse wegen moet bewandelen. Hij kan ongestoord zijn gang gaan. Alleen rabbi Loew biedt tegengas, maar die vervult een marginale rol. Kimpen wekt de indruk dat de rabbi alleen in het verhaal aanwezig is omdat die nou eenmaal de persoon is op wie Kimpen zijn verhaal gebaseerd heeft.

Rachel bevat veel uitleg, toelichting en herhalingen, geschreven in een wat gedragen stijl.

‘Nooit eerder had Thaddeus de heiliging zo intens beleefd als die zondagochtend. Op het moment dat hij de wijn uit de kruik in de beker goot, viel er door het glasraam een gouden bundel licht op zijn voorhoofd. Een licht, zo warm en intens als hij reeds twee keer eerder had gevoeld, op de kruispunten in zijn leven. Een ontegensprekelijk teken van God. Er rolden dikke tranen over zijn wangen en zijn handen begonnen te beven.’

De dialogen en wendingen in het verhaal zijn vaak ongeloofwaardig. Zo wordt niet duidelijk waarom Rachel zo in de ban raakt van de merkwaardige Thaddeus dat ze als was in zijn handen is. Het hele boek staat in het teken van de bizarre opvattingen van Thaddeus over het leven van Maria. Daarmee is het een weinig geslaagde roman (zowel in de opzet als in het beoogde effect op de lezer). Het verhaal van het leven van Maria was wellicht beter tot zijn recht gekomen als het in de vorm van een speculatieve non-fictie gegoten was, of wanneer de personages beter uitgewerkt waren.

maandag 7 februari 2011

Sterzoeker Boek

Onlangs kreeg Sterzoeker een kinderboek vanwege de titel "sterzoeker" cadeau. Het betrof het boek; Star Seeker, a Journey to Outer Space , door Therese Heine en geïllustreerd door Victor Tavares, en het is onze favoriete kinderboek van het moment.

Dit boek neemt je mee op een fantastische reis door ons zonnestelsel waar elementen van de wetenschap, mythologie en avontuur worden gecombineerd in een prachtig geschreven verhaal. De illustraties zijn magische en verbeelden perfect de woorden.

Aan het einde van de reis is er een informatief gedeelte over het zonnestelsel, de individuele planeten, de zon, de maan en de sterren. Zo worden astronomische basis begrippen gemakkelijk gemaakt en daar door voor kinderen makkelijk op te nemen. Dit is een geweldig onderhoudend boek, die zeer aan te bevelen is, ook voor volwassenen.


Helaas is naar sterzoekers weten dit boek nog niet in een Nederlandse vertaling verschenen.

donderdag 2 december 2010

Paulo Coelho: Aleph

De Alef is de eerste letter uit het Hebreeuwse alfabet, dat ontstaan is uit het Fenicisch alfabet. In de verzamelingenleer - sinds begin van de 20e eeuw één van de grondslagen van de wiskunde - wordt met de letter alef de kardinaliteit van oneindige verzameling weergegeven. De kardinaliteit van een verzameling is een maat voor het aantal elementen in een verzameling.

In het boek van Paulo Coelho wordt met Aleph bedoeld: een letter zonder vorm of klank, waar je altijd een tweede letter nodig hebt. Aleph staat voor het begin, de oorsprong van de dingen. Aleph verwijst naar de adem, naar de geest die vooraf gaat aan het scheppend spreken. Met de adem begint het leven. In zijn blog schrijft Paulo Coelho dat de Aleph is waar tijd en ruimte samenvallen. Daarbij verwijst hij ook naar een verhaal van Jorge Luis Borges uit "De Aleph en andere verhalen" (een bundel filosofische verhalen met bovennatuurlijke verrassingen). De Aleph staat in dat verhaal voor: die alles bevat wat ooit is geweest en wat ooit zal zijn. Om het duidelijker te maken: voorin het boek Aleph van Paulo Coelho is een citaat opgenomen uit het verhaal :De Aleph, van Jorge Luis Borges:

De Aleph had een diameter van twee, drie centimeter,
maar bevatte wel het hele Universum zonder dat dit aan
omvang inboette. Elk ding ... was oneindig veel dingen,
want ik zag het helder en duidelijk vanuit iedere hoek van het Universum.


In zijn boek legt Paulo Coelho nader uit wat we onder de Aleph dienen te verstaan, daarbij onderscheid makend tussen de kleine en de grote Aleph.

Aleph, het boek van Paulo Coelho
Bij uitgeverij De Arbeiderspers is op 25 augustus 2011 het boek Aleph van Paulo Coelho verschenen. Het boek verschijnt tegelijkertijd ook in meer dan 60 andere landen, wat wel iets zegt over de vermaardheid van Paulo Coelho als spiritueel schrijver.

Je zou denken dat je, naarmate je ouder wordt, je in een zeker equilibrium in je denken en doen, in je persoonlijke innerlijke ervaring mag verheugen. En als je dat evenwicht weet te bewaren, is dat fijn. Maar het kan ook zijn dat er iets gaat knagen, dat je in een sleur terechtkomt; in een zekere mate van verveling, het gevoel dat je niet meer echt leeft. Het moment waarop je je afvraagt of je bent waar je wilt zijn en of je doet wat je wilt doen. Dat is wat Paulo overkomt: een geloofscrisis, een depressie. Zijn leermeester J. geeft hem een duwtje. Paulo gaat op een maandenlange pelgrimstocht, waarvan het traject van de Trans-Siberische Spoorlijn deel uitmaakt. Aleph is het verslag van deze pelgrimstocht, niet in de zin van een reisverslag maar eerder in de zin van een verslag van de reis van zijn ziel. Die reis van zijn ziel begint eigenlijk, wanneer hij Hilal, een jonge vrouw van Turkse origine, in de groene ogen kijkt. (Zij beweert dat Paulo en zij elkaar kunnen redden. Hilal ligt ook met zichzelf in de knoop door gebeurtenissen uit haar verleden). "Ik kijk naar het licht, naar een heilige plek, en een golf komt op me af, vult me met vrede en liefde, al gaan die dingen bijna nooit samen. Ik zie mezelf en tegelijkertijd zijn daar olifanten in Afrika, hun slurf in de lucht, kamelen in de woestijn, mensen die in een bar in Buenos Aires aan het praten zijn etc. ........... Ik ben in de Aleph, het punt waar alles samenvalt in ruimte en tijd".
Paulo heeft Hilal in een vorige incarnatie ontmoet en wil weten wat er toen gebeurd is. Het is iets waarvoor hij haar vergiffenis vraagt. Door de oefening met de lichtring keert Paulo terug naar zijn incarnatie als Jezuïet tijdens de Inquisitie en komt er vervolgens achter wat hij gedaan heeft of liever gezegd nagelaten heeft t.o.v. Hilal.

De boodschap voor de lezer
Zoals Paulo's leermeester hem een duwtje in de rug gaf, moet dit boek de lezer stimuleren om te kiezen voor verandering, een volgende stap te zetten, in je dromen te geloven en het onbekende te overwinnen. Als je jezelf vragen blijft stellen en bewust leeft, is elk moment een nieuw begin. Deze en meer slogans die op de achterkant van het boek staan, zouden door iedere goeroe geroepen kunnen worden. Coelho levert met Aleph een inspiratiebron dát je geen genoegen moet nemen met een sleets (ziele)leven. Die inspiratie is o.a. terug te vinden in de intensiteit waarmee Coelho beschrijft dat hij voelt hoe hij weer leeft. "Ik huil omdat er geen andere manier is om uit te drukken wat ik voel: ik leef. In elke porie, in elke vezel van mijn lijf leef ik, ik ben nooit geboren en nooit gestorven". Aleph is geen handboek hóe je jezelf/je ziel weer tot leven brengt; dat blijft je eigen pakkie-an. Want laten we eerlijk zijn, het is niet iedereen gegeven om een lange reis te maken, laat staan de Aleph te betreden en je vorige incarnaties te (her)beleven. Dat eerste - een lange reis maken - kun je ook overdrachtelijk zien: het leven is een weg en een zoektocht, die je vormt en verandert, aldus Coelho. Maar aan het laatste - de Aleph betreden en door middel van een oefening in een vorige incarnatie terechtkomen - is de conditio sine qua non verbonden dat je dat ook moet willen en daarvoor ook over een bepaalde kennis moet beschikken. In zijn nawoord waarschuwt Coelho voor de oefening met de lichtring "omdat elke terugkeer naar het verleden zonder een minimale kennis van het gebeuren rampzalige consequenties kan hebben". Overigens is Coelho daarin eerlijk; hij schrijft dat hij opnieuw verbonden is met zichzelf en het magisch Universum om hem heen, maar dat je dat ook net zo hard weer kunt vergeten en dan weer opnieuw op zoek moet naar de schatten en wonderen, die het leven interessant maken. Vallen en opstaan, heet dat in goed Nederlands.

Aleph is een mooi spiritueel relaas geworden, op overtuigende wijze op papier gezet door de begenadigde, inspirerende schrijver die Paulo Coelho nu eenmaal is

Geert Kimpen - De Kabbalist

De Vlaamse Geert Kimpen kwam in aanraking met het levensverhaal van Chaim Vital door een oude Russische Kabbalameester. Deze vroeg hem Vitals geschiedenis te schrijven. Kimpen theaterschrijver, columnist en auteur van onder andere Het Liefdesdagboek zag hierin een taak weggelegd en werd algauw gegrepen door het personage van Vital. Van de een op de andere dag wijdde hij zich fulltime aan het schrijven en aan het overbrengen van de universele boodschap van de kabbala.

De manier waarop deze roman tot stand is gekomen is opvallend te noemen, stof voor een roman op zichzelf als het ware. Kimpen zwierf jarenlang in het spirituele circuit, maar vond er geen bevredigende antwoorden. Op een dag (bijzonder sprookjesachtig) zei hij tot God dat hij hem nu graag echt wilde leren kennen, als dat zou gebeuren, zo beloofde Kimpen, schreef hij er een boek over. Meteen daarna ontving hij een mailtje van een Amsterdamse Kabbalaleraar en zag hierin een teken. Hij ging lessen volgen bij deze oude Russische professor binnen zijn selecte groep van leerlingen en ontdekte er het verhaal van Chaim Vital.

Chaim Vital
Chaim Vital werd naar verluidt in het jaar 1542 in het plaatsje Tsfat geboren. Nadat hij eerst de alchemie bestudeert en de kabbala afzweert, komt hij uiteindelijk toch in de leer bij de kabbalameester Cordovero. Na zijn overlijden ontmoet Vital Itschak Luria, een kabbalakenner die na een voorspelling naar Tsfat is verhuist. Deze voorspelling luidde dat Luria een man zou ontmoeten die zijn kabbalalessen op papier kon zetten; deze man is Chaim Vital. Dit boek zou een schat aan kabbalistische wijsheid toegankelijk maken voor de gehele mensheid.

Hier begint de belangrijke taak voor Chaim. De kabbalalessen zijn zwaar en ingewikkeld. Er een coherent boek van maken is allesbehalve een makkelijke opgave. Bovendien voert hij een innerlijke strijd met zichzelf waardoor hij regelmatig de kabbalawijsheid uit het oog verliest en gegrepen wordt door twijfel en verlangens. De grootste test komt echter op het moment dat het boek af is. Luria claimt het als zijnde van hem met het zogenaamde doel Vital het ultieme offer te laten brengen: dat van zijn ego.

Synchroniciteit
Hetzelfde overkwam Kimpen, zo vertelt hij in een interview voor Imagine. Nadat hij zijn manuscript bij de Russische Kabbalameester had achtergelaten, terwijl hij samen met zijn gezin een laatste bezoek bracht aan Tsfat, ontdekte hij terug in Nederland dat de Kabbalameester het boek had laten drukken in eigen beheer uitgegeven met zijn naam op de kaft. Kimpen was verbijsterd. Hij had zich als Chaim gevoeld tijdens het schrijven en nu overkwam hem precies hetzelfde! Door middel van een kort geding kreeg Kimpen zijn manuscript terug, maar de vriendschap met de man wiens lessen hij volgde en die hem net zoals Luria voorspelde dat iemand het verhaal van Vital op papier zou zetten, is voorbij.

De historische figuur van Luria is voor de joden wat Jezus voor de niet-joden is. Kimpen geeft hem een onbestemde kant. Hij maakt hem tot een diepgelovige kabbalist die bijna niet meer van deze wereld is. Grote wijsheid gaat samen met grote verantwoordelijkheid en Luria lijkt deze op momenten niet het hoofd te kunnen bieden. Zijn acties worden enkel geleid door het hogere belang: het verbeteren van de wereld.

Voor die betere wereld huwelijkt hij zijn dochter tegen haar zin uit, ziet hij zijn vrouw alleen als een heilig voertuig in plaats van als vrouw en zet hij het boek van Chaim op zijn eigen naam. Of hij echt de grote wijsheid heeft die hij claimt te hebben klinkt misschien door in zijn woorden, maar spreekt veelal niet uit zijn acties en dat maakt zijn personage moeilijk te doorgronden. De geestelijke worsteling van Chaim komt veel beter uit de verf, hij is een mens bij wie de vlam van wijsheid wordt aangestoken. Hij is het ook die niet verbrand in het licht van de Schechina (de vrouwelijke kant van God) als hij in diepe meditatie oog in oog met haar staat.

De verborgen krachten van het universum
De Kabbalist is een opvallend boek te noemen alleen al vanwege zijn ontstaansgeschiedenis. Het spiegelt als het ware zijn inhoud en dat is een griezelig, maar tegelijkertijd prachtig gegeven. Stel je voor dat dit boek er (net zoals het boek dat Vital zo veel jaren geleden schreef) inderdaad moest komen, dat de mensheid opnieuw de kans krijgt kennis te nemen van deze oude esoterische stroming en van Chaim Vitals aandeel daarin. Stel je voor dat de krachten van het universum samengewerkt hebben dit boek tot stand te brengen! Dan heeft God Kimpens verzoek in ieder geval gehoord. In dat geval heeft Kimpen een heel belangrijk boek geschreven!

Paulo Coelho is een van de favoriete schrijvers van Kimpen en dat is te merken aan zijn schrijfstijl. Hij schrijft bloemrijk, maar enigszins moralistisch. Daar moet je van houden, de moraal druipt er in beeldende zinnen van het papier. De wijsheid is niet verborgen, je hoeft er niet naar op zoek. Dit boek reikt antwoorden aan. Dat is prachtig voor degenen die ze aanpakken, voor de rest zijn het waarschijnlijk parelen voor de zwijnen. De gelaagdheid van het boek zal niet door iedereen worden ontdekt. De oppervlakkige lezer zal er gewoon een boekje over vroeger in lezen. Desalniettemin is dit een belangrijk boek. Kimpens leermeester schijnt zelfs een film en groot succes voorspeld te hebben. De rechten van De Kabbalist zijn al verkocht aan Scandinavië en het boek is in Nederland inmiddels toe aan zijn derde druk. Dit boek bevat misschien wel een kabbalistische schat aan wijsheid voor de gehele mensheid!

dinsdag 16 november 2010

Joseph Campbells; A Hero with a Thousand Faces

Een bijzonder interessante studie is welke Joseph Campbell (USA; 1904-1987) deed naar vele duizenden verhalen van over de gehele wereld ongeacht cultuur en religie. Zijn conclusie is dat ondanks de eindeloze verscheidenheid van handeling, plaats en aankleding er een vast patroon ten grondslag ligt aan de mythen en legenden van de hele wereld.

Campbell concludeert uit zijn studie dat de overgang verloopt via drie kerneenheden: scheiding, inwijding en terugkeer.De reis van de held bestaat uit een drietal hoofdstappen met totaal 17 stappen.

Joseph Campbell

Het Vertrek
1. Oproep tot het avontuur: de held ervaart bewust of onbewust de eerste signalen van een verandering. Het kan bijvoorbeeld een toevallige ontmoeting zijn, maar ook een onnozel foutje wat de aandacht trekt. Ook kan het een visioen of sterke herkenning van eigen idealen zijn.

2. Weigering van de oproep: de held geeft geen gehoor aan de oproep. Door verplichtingen, hard werken of culturele druk wordt de oproep genegeerd.

3. Bovennatuurlijke hulp: als de held gehoor heeft gegeven aan de oproep ontmoet hij hulp, meestal een oude man of vrouw. Deze voorziet hem van raad, amuletten en andere beschermers en geluksbrengers.

4. Het overschrijden van de eerste drempel: de held personifieert zich in zijn lot. Hiermee laat hij zich leiden en helpen naar de ‘drempelwachter’. Deze vormt de grens tussen de bekende en de onbekende wereld van het avontuur. De held maakt de stap over de drempel het duister in.

5. De buik van de walvis: definitief afscheidt, een vrijwillige dood, van de bekende wereld en de wedergeboorte van de held in de onbekende wereld.

De Inwijding
6. De weg der beproevingen: de held ondergaat beproevingen en vuurproeven. Hij wordt heimelijk geholpen door raad, de amuletten en de andere beschermers en geluksbrengers van de Bovennatuurlijke hulp. (conceptie)

7. De ontmoeting met de godin: na overwinning van alle hindernissen en monsters is er het ultime avontuur. Dit mystieke huwelijk van de held en de Koningin-Godin van de Wereld kenmerkt zich door de kracht van de onvoorwaardelijke liefde, de universele Moederliefde. Het is de eenwording met zichzelf. (geboorte)

8. De vrouw als verleidster: nu de held het Leven (Koningin-Godin van de Wereld) Kent (te bovengekomen beproevingen) en Beheerst (door eenwording met Zichzelf), weet hij dat zijn Vader en hij één zijn. Hij treedt in de plaats van zijn Vader. De held verkrijgt vergroot bewustzijn. (kind zijn)

9. Eenwording met de vader: de held ontstijgt zijn huidige leven met specifieke blinde vlek en vangt een glimp op van de bron, zijn Vader. Hij aanschouwd het gezicht van zijn Vader en de twee zijn een. De oude Zelf sterft en maakt plaats voor de nieuwe Zelf. (Al het voorgaande leidde hier naartoe, al wat komt hier vanaf). De held ziet de kracht van zijn Calling en wordt er één mee. (bereiken volwassenheid)

10. Apotheose: de staat van verheerlijking en verhevenheid boven elk conflict. Kenmerken zijn rust, vrede en vervulling.

11. Het uiteindelijke geschenk: de held is een vleesgeworden God en treedt de wereld ook zo te gemoed. Alles gaat hem gemakkelijk en foutloos af.

De Terugkeer
12. De weigering om terug te keren: de verleiding om het Goddelijke verkregen geschenk (de Vinding) te blijven waar de held is in plaats van het terug te brengen naar de bekende wereld en te integreren in het dagelijkse leven.

13. De magische vlucht: terugkeer of ontsnapping naar de bekende wereld met sterke ondersteuning van de raad, de amuletten en de andere beschermers en geluksbrengers van de Bovennatuurlijke hulp.

14. Redding van buitenaf: hulp vanuit de bekende wereld voor de held. Misschien is de held gewond of verzwakt, misschien heeft de bekende wereld de Vinding hard nodig, misschien wil de held op het laatst niet terugkeren. Hoe dan ook, de held hoort de roeping van het leven uit de bekende wereld.

15. Terug over de drempel: de realisatie dat de bekende wereld en onbekende wereld één zijn. Het besef dat de zin van de daad van de held deze ontdekking is. De integratie van de Vinding in de bekende wereld en de dag van alledag is een extreem moeilijk deel van de reis. 16. Meester van twee werelden: het kunnen oversteken van de grenzen tussen beide werelden zonder ze met elkaar te besmetten. In mensentaal is dat de balans houden tussen je innerlijke en de externe wereld.

17. Vrijheid om te leven: beheersing van de twee werelden leidt tot verzoening van het individuele bewustzijn met de universele wil van leven en dood. Het creëert een zelfbeeld van het individu zonder er een waarde aan toe te kennen anders dan onvoorwaardelijk liefde en mogen zijn. Het maakt een zinvol en liefdevol leven mogelijk.

maandag 4 oktober 2010

Duiveltje uit een Doosje

Soms kan een mens bezeten zijn van een onderwerp, nou ja niet echt bezeten. Het is een passende term om te verwoorden dat als je het over de duivel hebt dat je hem op zijn staart trapt. Die als een dief in de nacht uit het niets komt opduiken.

Sinds kort ben ik me aan het verdiepen in een nogal speciaal boekje met de titel “ Duivels Dagboek” van Nicolas D. Satan. Wat me van nieuwsgierigheid laat branden, wat er dan al niet beschreven staat dat het dagboek zo duivels interessant maakt om te lezen?

Het is grappig om te zien dat bij het openslaan van de eerste bladzijde, dat er een ondertekend contract van de duivel in waar te nemen valt, die duidelijk stelt om te genieten van alle verleidingen die er te bedenken zijn en dat na het overlijden het contract dient te worden vervuld doordat er een deel van de innerlijke ziel verschuldigd wordt, voor de duur van de eindeloosheid of de eeuwigheid eigendom van de duivel zal worden zodra het contract is ondertekend.

Kortom na even vluchtig door het boekje te hebben gebladerd zou een mens haast genoegens kunnen opwekken, om alles te doen wat god verboden heeft en om het duivelse gedrag in de praktijk te brengen door alle wetten en regels inwendig aan de laars te lappen en te doen waar je als mens gewoon zin in hebt, zonder dat er beperkingen zijn.

Helaas is de duivel niet meer dan een verzonnen fantasie die door de kerk tot leven is gewekt, om de symboliek te verwoorden, om de mensen van honderden jaren er onder te houden, door angst te zaaien; wie zich niet braaf aan de wetten van de kerk hield, na het lichamelijke overlijden, naar de hel zou worden verbannen.

In dat geval lijkt het me wel prettig om naar de hel te worden verbannen, omdat de hemel vol zit met gelovige zieltjes, die niets anders hebben gedaan dan door de weeks de medemens uit te buiten en te gebruiken en zondag's als eerste in de kerk vooraan in de rij zaten om schijnheilig vergeving te vragen voor de zonden die in de afgelopen week waren begaan.

Natuurlijk wordt het na zondag ook weer gewoon maandag, waarna het zondigen van de gelovige medemens onverminderd doorging, tot het weer zondag was en het riedeltje weer compleet was om vergiffenis voor de begane zonden te vragen, die waren begaan.

GOD staat voor het lichtsymbool die met het goede staat verbonden. Het vagevuur is een tussenwereld die tussen de duisternis en het licht verkeerd, om verdwaalde zielen te reinigen en ze na het uitzitten van de strafverbanning de kans te geven om het pad van het goddelijke licht te bewanderen.

De duivel staat symbolisch voor alles wat GOD verboden heeft en wordt daarmee automatisch aan het kwade en negatieve gekoppeld als aanduiding. Alles wat de duivel representeert zou met het kwade te maken hebben.

In de donkere middeleeuwen waren er maar weinig mensen die konden leven en schrijven, zodat de kerk een middel moest gebruiken om met beeldplaatjes een representatie te maken, waarmee men in de kerk de mensen angstig kon maken om vooral braaf naar de pijpen van de kerk en de pastoor te blijven dansen, omdat als je als gelovige dit niet deed dat het slecht met je zou aflopen, omdat je dan eeuwig in de hel zou branden, tot de eindeloosheid.

Met het schrijven van dit stuk voel ik me een duiveltje uit het doosje, omdat de geschiedenis enorm veel te vertellen heeft over de ware rol van de kerk en dat er rustig kan worden gesteld dat de kerk een machtig instituut is gebleken die zich regelmatig met duivelse praktijken bezig heeft gehouden, terwijl een stel aangeklede clowns zich daar uitgaf als rechtstreekse diennaars, die uit naam van de scheppers vijanden en ongelovigen op de meest gruwelijke wijzen moesten uitroeien, omdat het woord uit naam van GOD gegeven was.

Natuurlijk begrijpt iedereen anno 2010 dat de kerk enorm veel fabeltjes heeft bedacht om de gelovige enorm veel angst aan te jagen, omdat er spelletjes gespeeld werden om de macht van de kerk in stand te houden en gelovige zieltjes ten koste van alles vast te blijven houden.

Kortom maak ik hierbij de opmerking “Hel en duivel” laat de kennismaking met Satan, Lucifer, Seth en Bëëlzebab maar eens een feit worden, door eens wat te googelen op het internet, om meer te weten te komen over de duivel, die ontstaan is uit een kerkelijke doosje vol met machtige luitjes, die rijk zijn geworden door de uitbuiting van de mensheid en daar anno 2010 nog steeds miljarden in omloop zijn, die sinds de donkere eeuwen zijn vergaard.

Als ik het contract met de duivel eens goed heb doorgenomen dan is het me duidelijk dat ik met mijn levensstijl als ongelovige anarchist al heel vroeg onbewust een pact met de duivel moet zijn aangegaan, door dat een hoop slechte gewoontes me hebben geleerd om lak te hebben aan angst en paniek, waarmee ik wederom heb geleerd om niet bang te zijn voor een duivelse mythe die anno 2010 niet meer dan een fabeltje betreft.

Natuurlijk zijn er altijd bijzondere clubjes mensen die in het Satanistme geloven en zich met het fenomeen zwarte magie bezig houden om daarmee de krachten van het kwaad te vereren.

Het wordt helemaal belachelijk dat er complete kerkgenootschappen bestaan die zich duivels aanbidders noemen en zich met rituelen bezighouden om het kwade te aanbidden door bloederige offer rituelen uit te voeren.

Het woord was bij GOD. De brandende hel vol dolende zielen is eigendom van de duivel, echter kunnen de kerk en Satan me beiden gestolen worden, om de belachelijke situatie dat GOD, de kerk en de duivel zich in de afgelopen jaren als ware monsters hebben gevormd, waar de hellegat honden zelfs geen brood meer zouden lusten, als ze al zouden bestaan.

Als ik aan het duivelse denk dan komt als eerste het beeld naar boven van liegende politici, die allerlei valse loze beloftes maken, waarna de kiezer wordt voorgelogen dat de beloftes slechts een duivels gebakken luchtje waren, om de kiezer te overtuigen, om uit verleidelijke idealen op een politieke partij te gaan stemmen, waarmee de duivelse gewoonte kan worden voortgezet, om alles en iedereen op verkeerde been te zetten en blij te maken met een dood vogeltje, wat vervolgens afkomstig uit de hel bleek te zijn, waar een nare zwavel smaak omheen heeft gezeten.

Geschreven door:
Dokter Satan van Lucifer Duivelstein, aka Chaos

Ps. Mijn favoriete uitspraak “Verduiveld nog aan toe, dit komt van een duvel uit een doosje”

donderdag 20 mei 2010

Gustave Doré Bijbel en andere boeken op Scribd

Sterzoeker is een groot liefhebber van Digitale boeken en snort graag het internet af opzoek naar mooie boeken. Verweg de mooiste digitale boeken site is Scrib.com. Een echte aanrader voor de boekenwurmen onder ons. Het enige wat je hoeft te doen, om deze boeken te kunnen downloaden, is je even aan te melden op de site. Als je zelf beschikt over digitale boeken kan je deze hier ook uploaden. Er zijn geen kosten aan verbonden.

Op scibd kan je zoeken op onderwerp of op titel en met een beetje geluk staat het gezochte boek op scribd. Hier onder een mooi voorbeeld van de Gustave Doré Bijbel.

Ook boeken die zeldzaam zijn of out of print exemplaren, zijn te vinden op Scribd! Scribd is een leesparadijs voor de digitale boekenliefhebber!

The Doré Bible Illustrations by Gustave Doré

zaterdag 1 mei 2010

Triumph of the Moon van Hutton

Wicca is een vorm van neopaganisme. Moderne hekserij wordt vaak als synoniem gebruikt voor Wicca, ook door Ronald Hutton in zijn boek Triumph of the Moon van Hutton (zie ondertitel), maar dit klopt niet helemaal. Wicca is één vorm van moderne hekserij, tegenwoordig bestaan er ook veel andere vormen..

Het bestaan van Wicca als religie werd bekend door het verschijnen van Witchcraft Today in 1954. Dit was het werk van Gerald Brousseau Gardner (1884-1964). In het boek presenteert hij zichzelf als een antropoloog die groepen van heksen, ‘covens’ genaamd, heeft ontdekt, en toestemming heeft van die heksen om een deel van hun geheimen te onthullen. In dit werk spelt hij Wicca nog met één c. In H10, ‘What are witches?’, zegt hij ‘Witches were the Wica or wise people, with herbal knowledge and a working occult teaching usually used for good’. Volgens Gardner zijn er heksen geweest in alle tijden en alle landen, en stammen sommige heksen rechtstreeks af van heksen uit het Stenen Tijdperk.

Iedereen is het er over eens dat Gardner Wicca gepopulariseerd heeft, maar de meningen verschillen over of hij Wicca heeft ontdekt, gereconstrueerd of gecreëerd. Waarschijnlijk was het een combinatie van dit alles (zie bronnen Witchcraft Today). Er bestonden al lange tradities van ideeën die uiteindelijk hun weg vonden naar Wicca, en dat is de reden dat Gardner en zijn werk in het boek van Hutton ook pas halverwege aan bod komen.

Hutton begint met de geschiedenis van de centrale concepten binnen Wicca, als eersten die van de godin en de god. Het concept van de godin zoals we dat nu kennen stamt volgens Hutton uit de Metamorphosen van Apuleius, uit de laatste helft van de tweede eeuw na Christus. In dat werk wordt de godin voorgesteld als de belichaming van alle (of de belangrijkste) andere godinnen. Ze wordt geïdentificeerd met de maan en met het geheel van de natuur. Hutton stelt vast dat dit beeld overheerst aan het begin van de 19e eeuw, en dat komt volgens hem mede door de Romantiek. (Hij stelt voor dat iemand een studie doet naar de invloed van de Romantiek op het vrouwelijke concept van het goddelijke.)

Via Engelse dichters kwam dit concept bij Duitse classicisten, en in de tweede helft van de 19e ontstaat daar de idee dat achter alle godinnen van het antieke Griekenland één godin stond. Deze godin zou het symbool geweest zijn voor Moeder Aarde. Aan het begin van de 20e eeuw werd in Engeland geopperd dat men in prehistorisch Europa de Grote Moeder Aarde vereerde, in verschillende aspecten. [Sir Edmund Chambers: 2; creatrix – destroyer, Jan Ellen Harrison: 3; Maiden – Mother – unnamed]. Uiteindelijk werd, tussen 1840 en 1940, het beeld van neolithische spiritualiteit gevormd als christendom, maar christendom dat tegenovergestelde kwaliteiten benadrukte (vrouwelijk – mannelijk, aarde – lucht, natuur – beschaving).

Tijdens de Romantiek werd ook de god Pan gepopulariseerd, door dezelfde dichters die over de godin schreven. Hij werd gezien als god van het idyllische platteland, maar volgens Hutton nooit helemaal getemd. Zijn beestachtige kant bleef aantrekkelijk.

Hutton vervolgt zijn geschiedenis met een kort overzicht van geheime genootschappen in Engeland in de 18e en 19e eeuw, specifiek de Vrijmetselarij en aanverwante organisaties. Wicca is volgens hem de nieuwste vorm van een traditie die begon met het ‘Mason’s Word’ in het 17e eeuwse Schotland.

Daarnaast bestond er in Europa een magische traditie, die door Hutton in vijf stadia wordt ingedeeld.

Ancient (basisideeën: cirkel, punten kompas, elementen, elementals, engelen & demonen, rituele gereedschappen, spreuken, etc.)
Medieval (Renaissance, 12e e., nieuwe nadruk op complexe rituelen, grimoires)
Early Modern (nadruk op magus als individu, spiritueel volwassen + zeer geleerd)
Enlightenment (magi en grimoires worden verdrukt door geheime genootschappen)
Modern

In de moderne tijd herleefde de rituele magie. Tussen 1750 en 1850 hield bijna niemand in Engeland zich bezig met ceremoniële magie. Maar in 1855 werd in Frankrijk Doctrine et Rituel de la Haute Magie van Eliphas Levi gepubliceerd. Levi stelde dat de mensheid ooit bijna goddelijke krachten had gehad, maar deze over de eeuwen heeft laten atrofiëren. Volgens hem konden deze krachten worden herwonnen door studie en oefening. Hij was van mening dat ware kennis over de aard van het universum was overgeleverd door geheime genootschappen sinds het oude Egypte. Hij verbond de religie van het oude Egypte met de Tempeliers en de Heilige Graal, en mengde kabbala en tarot. Levi noemde zijn ideeën ‘occultisme’ en bood hiermee een middenweg tussen defensief orthodox christendom en de opkomende wetenschap.

De herleving van rituele magie in Engeland kwam met de oprichting van de Societas Rosicruciana in Anglia, rond 1867. Deze organisatie claimde de middeleeuwse Duitse Gold und Rosenkreuzer als ‘ouderorde’. Alle leden waren hoge vrijmetselaars. Drie leden van deze organisatie richtten begin jaren ’90 van de 19e eeuw, samen met een vierde persoon die niet lid was, een nieuwe organisatie op, de Hermetic Order of the Golden Dawn. Intussen was ook de Theosophical Society opgericht (1875), en er was wederzijdse beïnvloeding.

Naast de ‘hoog’ magische traditie was er ook een ‘laag’ magische traditie in Engeland, die van de ‘cunning folk’. Naar mijn idee is ‘cunning craft’ synoniem met ‘sorcery’. Van deze cunning folk werd een zekere geleerdheid verwacht, en dat ze een boek hadden waar die kennis uit kwam. Naast cunning folk waren er ook charmers. Volgens Hutton identificeren moderne heksen zich ten onrechte met deze tradities; de cunning folk en charmers werden gezien als personen die in meer of mindere mate heksen bestreden.

Onder invloed van het Duitse Romanticisme werd in de laatste helft van de 19e eeuw het concept geopperd van volksgebruiken als overblijfselen uit het verleden. (Tylor, Frazer). Onder invloed van de toenemende industrialisatie werd het platteland steeds meer geïdealiseerd. Classicisten en folkloristen waren op zoek naar een cultuur die het tegengestelde en tegelijk onderdeel was van de eigen cultuur. De voorchristelijke religie werd vergelijken met de dierlijke natuur van mensen. Het was de basis voor wat er later kwam, zat in het moderne leven opgesloten, en kon er ook weer uit komen. Door de import van Duitse volksverhalen veranderde in Engeland het beeld van heksen. Het resultaat was de idee dat de heksen van de heksenvervolgingen vertegenwoordigers waren van de oude voorchristelijke religie.

De heersende interesse in folklore uitte zich breder in een interesse voor de ideeën en gebruiken van stammensamenlevingen. Er ontstonden organisaties als de scouts die deze samenlevingen probeerden in ere te herstellen. De vergelijking van de voorchristelijke religie met een dierlijke natuur leidde ook tot de idee dat men eerst een goede heiden moest zijn voordat men een goede christen zou kunnen zijn.

Aan het begin van de 20e eeuw komen we nu bij de ‘God & Goddess Parents’, zoals Hutton ze noemt. Vier personen die van invloed zijn geweest op het latere Wicca: Aleister Crowley (1875-1947), Violet Firth (1890-1946), Robert Graves (1895-1985), en Margaret Murray (1862-1963). Firth is beter bekend als Dion Fortune. De eerste twee zijn beide magiërs, hoewel zeer verschillend. Graves was een mainstream dichter en schrijver, en zijn invloed op Wicca hangt vooral af van The White Goddess (1948). In dat werk stelt hij dat de drievoudige godin kan terugkeren als genoeg mensen weer in haar geloven.

Murray was in eerste instantie Egyptologe, maar haar werk met betrekking tot hekserij heeft zeer veel invloed gehad. The Witch Cult in Western Europe (1921) presenteerde Wicca als een vruchtbaarheidsreligie gecentreerd rond een gehoornde god die de generatieve kracht van de natuur voorstelde. Volgens Murray was het een vrij uniforme religie die in Europa had overleefd tot in de 17e eeuw, georganiseerd rond covens van 13, en met meerdere covens samen onder één leider. Uit haar boeken stammen veel beelden van heksen die nu bijna stereotypen zijn geworden.

Met het vervolg, The God of the Witches (1933), hernieuwde ze haar theorie, dit keer gericht op het grote publiek. Hekserij wordt positief gepresenteerd, ten koste van het christendom. Ook legt ze nu een grotere nadruk op de aard van de godheid.

Daarnaast werd Murray uitgenodigd om het lemma ‘Witchcraft’ te schrijven in de Encyclopaedia Britannica. Daarin stelde ze haar theorie voor als algemeen geaccepteerd feit, en dit lemma verscheen in herdrukken tot in de jaren 1960. Haar theorie is bekend geworden als de ‘witch-cult hypothesis’ of de ‘Murray thesis’. Haar ideeën waren het invloedrijkst in de jaren ’40 en ’50, de periode waarin de boeken van Gardner gepubliceerd werden.

In 1960 werd een boek gepubliceerd met de titel Gerald Gardner: Witch. Dit boek is geschreven door Idries Shah onder het pseudonym van Jack Bracelin, maar vrijwel alle informatie er in is direct van Gardner afkomstig. In dat boek werd voor het eerst de ontstaansgeschiedenis van Wicca verteld. Leden van het Rosicrucian Theatre zouden Garner voorgesteld hebben aan ‘Old Dorothy’, de leider van een coven van een oeroude religie. Haar volledige naam zou Dorothy Clutterbuck zijn, maar de identiteit van deze vrouw is onzeker. Er was een Dorothy Clutterbuck, maar die voldoet niet aan het beeld dat Gardner van haar geeft.

Er is één andere persoon waarvan bewezen kan worden dat ze samen met Gardner hekserij beoefende vóór de publicatie van Witchcraft Today. Deze persoon is een vrouw die door Gardner ‘Dafo’ werd genoemd. Ze was de leidster van het Rosicrucian Theatre en bevriend met Gardner. Zij trok zich steeds meer terug uit de openbaarheid naarmate Gardner vastberadener werd hun activiteiten openbaar te maken. Hutton heeft besloten haar (zeer christelijke) nabestaanden met rust te laten.

Gardner heeft ook een korte periode met Crowley samengewerkt, en over de directe invloed van Crowley op Gardner wordt gediscussieerd. Gardner publiceerde de geheimen van de heksen als eerste in romanvorm, High Magic’s Aid (1949). Witchcraft Today volgde vijf jaar later. Inmiddels werd Gardner bijgestaan door Doreen Valiente (1922-1999), en zij is verantwoordelijk voor een groot deel van het Book of Shadows. Gardner heeft, in tegenstelling tot de geruchten, dus niet Crowley betaald om het te schrijven. In de tweede helft van de jaren ’50 hield Gardner zich vooral bezig met het promoten van Wicca.

Wicca werd vijandig ontvangen, en soms gelijkgesteld met satanisme. In de jaren 1920 circuleerden er in Engeland verhalen van slechte magiërs, bedacht door de occultisten zelf. Van daar was het maar een kleine stap naar het idee dat deze werkelijk bestonden. De werken van Dennis Wheatley (1897-1977) speelden hierin een grote rol. Crowley was één van de personen die hem (onbedoeld!) hielp dit beeld te creëren. Gardner zelf deed hier ook in mee door te stellen dat hekserij echt werkte, en dat Wiccans vertrouwd konden worden dat ze het alleen voor goede doeleinden zouden gebruiken. Dit impliceerde dat niet-Wiccans het wel voor slechte doeleinden zouden kunnen gebruiken.

Niet alle reacties waren negatief; met name Murray en later Carlo Ginzburg (1939-) droegen het idee uit dat de heksenvervolgingen het gevolg waren geweest van een vorm van massahysterie, en dat hekserij niet per definitie slecht was. In de jaren ’50 en ’60 werd in academische kringen ook weer het idee populair dat men in prehistorisch Europa één grote moedergodin had vereerd.

Volgens Hutton zijn er twee grote vragen in het onderzoek naar het ontstaan van moderne hekserij: (1) “heeft Gardner werkelijk een bestaande religie ontdekt?” en (2) “bestonden er groepen van heksen die geen verband hebben met Gardner toen hij de zijne vormde?” Hij noemt twee kandidaten voor zo een traditie. De eerste is de coven rond een man bekend onder de naam Robert Cochrane, genaamd ‘The Clan of Tubal Cain’. Deze traditie is ook bekend onder de naam ‘Cochrane’s Craft’. De tweede traditie is die rond Alex Sanders (1927-1988). Deze vorm van hekserij is bekend geworden onder de naam ‘Alexandrian Wicca’.

Vanaf de jaren ’70 is het zwaartepunt van Wicca verschoven van Engeland naar de V.S.. Daar fuseerde het met Amerikaans feminisme, en eind jaren ’70 ontstond daar het concept van de patriarchale revolutie. De eerste stap hierin was de vernietiging van de oude godin religie, de tweede stap de heksenprocessen, die bedoeld waren om de laatste resten ervan te verwijderen. In de jaren ’80 ontstonden daar vormen van feministische hekserij door het werk van auteurs als Starhawk (The Spiral Dance, 1979) en Zsuzsanna Budapest. Deze ideeën beïnvloedden Wicca, en vestigden zich ook in Engeland. Deze nieuwe hekserij stond soms vijandig tegenover Wicca.

In de jaren ’80 werd het idee van de oude religie steeds meer als metafoor gezien, onder meer door het werk van Margot Adler (1946-). Haar werk Drawing Down The Moon (1979) werd op dezelfde dag gepubliceerd als The Spiral Dance van Starhawk. Eind jaren ’80 publiceerde Vivianne Crowley haar eerste boek, Wicca: The Old Religion in the New Age (1989). Zij presenteerde Wicca als een soort neoplatoonse mysteriën. In hetzelfde jaar kwam Persuasions of the Witches’ Craft van Tanja Luhrman uit. Luhrman beschouwde de Murray thesis als verouderd. Het werk zorgde voor een toenadering tussen neopaganisten en academici. Ook in dat jaar (1989) publiceerde ook Doreen Valiente haar geschiedenis van de hekserij, The Rebirth of Witchcraft. Valiente vermeed steun te geven aan het idee van een continue traditie. Ze benadrukte dat zij zelf de centrale teksten van Wicca had geschreven.

Tegenwoordig zijn er vele vormen van hekserij. De tradities die bestonden in de jaren ’60 (Gardnerian, Cochranian, Alexandrian) bestaan nog steeds, er zijn nieuwe stromingen bij gekomen. Er zijn veel covens gesticht door lezers van de boeken van onder meer Gardner, Valiente, en Starhawk.

Volgens Hutton bestaat er tegenwoordig een spectrum aan heksen: aan het ene uiterste heksen (veelal Wiccans) die hun religie zien als een moderne ontwikkeling, aan het andere uiterste heksen die claimen in een traditie te werken die sinds de oudheid heeft bestaan.

In de tweede helft van de jaren ’90 maakte het oude beeld van heksen plaats voor een positiever beeld in de populaire cultuur (boeken, series, films). Dit beeld overheerst tegenwoordig nog steeds, en hekserij wordt hiermee steeds meer gemeengoed.

Er staat ook een boeksbespreking over "Triumph of the Moon van Hutton" op: http://www.skepsis.nl/heksenbeweging.html

vrijdag 22 januari 2010

Léo Taxil en Duivels Vrijmetselarij



In de boekenkast(en) van Sterzoeker staan veel vreemde boeken. Een van de meest obscure boeken, over de vrijmetselarij, in deze kast, is wel het boek van Léo Taxil; "De geheimen van de vrijmetselarij". (Ned. vert.)

Léo Taxil was een bijzonder mens, die bijzonder dingen schreef. Taxil was met zijn opruiinge boeken niet bij iedereen even geliefd. Léo Taxil was dan ook niet vies van relletje. Allemaal redenen die zijn persoon en boeken interessant maken, om er eens nader in te duiken.



Het boek; "De geheimen van de vrijmetselarij" van Léo Taxil, beschrijft uitgebreid de "duister praktijken van de vrijmetselarij" Het boek is rijk geïllustreerd met spectaculaire afbeeldingen van de, in Taxil's ogen, beschreven duivels vrijmetselarij rituelen.


Léo Taxil

De verspreiding van de oorspronkelijke franse editie van "De geheimen van de vrijmetselarij" getiteld “Les Mystères de la Franc-Maçonnerie” werd door de auteur en uitgever groots aangepakt. Teniend eeen groot publiek te bereiken, en aanschaf mogelijk te maken voor mensen met smalle beurs, verschijnt het werk in afleveringen, in drie verschillende edities, in prijs variërend van 10 tot 75 centimes. Het is niet verkrijgbaar in de boekhandel, maar op het station, waar de afleveringen belanden tussen de stuiverromans. Taxil was daar een bekende. Hij had al de nodige erotische schrijfsels het licht doen zien.

Léo Taxil: Les Mystères de la Franc-Maçonnerie

Om het werk commercieel aantrekkelijk te maken, werden een tekenaar en een graveur aangetrokken, die zich uitleefden in sensationele, vaak gruwelijke prenten, waarop mooie vrouwen veelvuldig aanwezig zijn. Naast mooie plaatjes moest ook de tekst extra boeiend zijn. Er moest gezorgd worden dat de lezers reikhalzend zouden uitkijken naar de volgende aflevering.

Het boek verscheen in meerdere talen en landen.

Levendige beschrijvingen van grotendeels verzonnen rituelen-Taxil bedacht zelfs een compleet vrouwelijk orde! –Ook moord en doodslag nemen een belangrijke plaats in. Gevolg was, dat weer een bestseller aan Taxils successen kon worden toegevoegd.
In het buitenland bleef het boek niet onopgemerkt; nadat het in 1887 compleet was, verschenen vertalingen in Spanje, Italie en Nederland.

Net als de oorspronkelijke uitgave verscheen de Nederlandse editie in afleveringen. Omdat de uitgever, de Liedse antiquaar J.W. van Leeuwen, niet kon beschikken over het Franse illustratiemateriaal, gaf hij de plaatselijke lithograaf opdracht 85 getrouwe kopieën te vervaardigen.

Pagina uit:Léo Taxil "Les Mystères de la Franc-Maçonnerie"

Om het boek voor de Nederlandse markt aantrekkelijk te maken, werd een aanhangsel toegevoegd over de Nederlandse vrijmetselarij. Helaas is niet te achterhalen wie dit supplement heeft samengesteld. De Nederlandse aanvulling is niet anti maçonniek, maar onthult wel geheimen; ritualen voor de leerling-, gezel en meester-graad, een ontwerp van de “Algemene Wet der Orde”, een maçonniek woordenlijst, en nog enkele documenten waarin een aantal vrijmetselaren met name genoemd worden.

Het succes waarop de uitgever hoopte , bleef uit. Taxil was in Nederland onbekend, het publiek was niet gewend aan publicaties in afleveringen en het boek was domweg te dik en te duur. Toen het in 1890 als compleet boek te koop was koste het fl. 7.70 een voor die tijd astronomisch bedrag. Een faillissement was het gevolg.

Pagina uit: Léo Taxil "Les Mystères de la Franc-Maçonnerie"

De bekende Rotterdamse uitgever D. Bolle nam voor een habbekrats de nog n stapels aanwezige losse afleveringen over, liet een nieuwe band ontwerpen en probeerde alsnog een succes te behalen. Ook dat werd een mislukking.
Inmiddels is het boek totaal vergeten, maar ook zeldzaam. Verzamelaars die niet als Sterzoeker geluk hebben zullen een exemplaar bezitten.

Duivels was de vrijmetselarij in de ogen van Léo Taxil, want het boek "de geheimen ven de Vrijmetselarij" bevat in werkelijkheid vele leugens en Taxil schreef het boek om de vrijmetselarij in een kwaad daglicht te stellen.


Reclame poster voor het boek van Léo Taxil: Les mysteres de la Franc-Maconnerie. Deze kreeg in Nederland de titel: "geheimen van de Vrijmetselarij".

Taxil was eerst zelf lid geweest van een vrijmetslaars loge, maar hij werd kort na zijn inwijding in de loge “Le Temple de l’Honneur Français” er weer uitgegooid wegens wangedrag.Hier uit voortkomende schreef hij een reeks boeken met de meest waanzinnige verdachtmakingen aan het adres van de Vrijmetselarij.

Taxil beweerde dat vrijmetselaars de duivel Baphomet aanbaden en beschuldigde Albert Pike, de toenmalige Grootmeester van de Grootloge, ervan dat hij de wereld wilde veroveren met de hulp van Lucifer. Hij werd door paus Leo XIII in audientie ontvangen en was een graag geziene gast op katholieke, anti-maçonnieke vergaderingen

De auteur van dit merkwaardig boek, de Fransman Léo Taxil (1854-1907). Taxil werd geboren als Marie-Joseph Gabriel Antoine Jogand-Pagès op 21 maart 1854 in Marseille (F). Hij volgde school aan het Jezuïtencollege. Na een financieel schandaal slaagde hij erin om naar Frankrijk te ontkomen en belandde aan in Genève (Zwitserland) waar hij zijn naam veranderde in Léo Taxil. Na ook uit Zwitserland te worden gezet wegens fraude, had hij ondertussen amnestie verkregen in Frankrijk en keerde in 1879 terug naar zijn land.

In de hevige antiklerikale sfeer die toen heerste in heel Frankrijk, meende Taxil dat het moment rijp was om antiklerikale publicaties te verspreiden. Hij schreef antikatholieke satires en maakte grappen over kerkelijke leiders. In de hoop om meer antikerkelijk materiaal te vinden trad hij in 1881 toe tot de vrijmetselaarsloge Le Temple de L'Honneur Français van Parijs. Zijn ware aard kwam snel naar boven en nog voor hij zijn 1ste graad kon behalen, werd hij er prompt weer uitgezet.

La Bible amusante

De voorbije jaren hadden zijn antiklerikale schrijfsels en boeken hem een bescheiden inkomen bezorgt maar hij had eveneens de ergernis van de kerk op zijn nek gehaald. Taxil had nood aan een ander doel voor zijn literaire talent.

Léo Taxil: Confessions d’un ex-libre-penseur

Op 23 april 1885 bekende Léo Taxil schuld en berouw voor de 'zonden' (lees: laster en leugens) die hij had begaan door zijn antiklerikale schrijfsels. Vanaf dan richtte hij zijn pijlen op de vrijmetselarij en schreef een hele reeks boeken. Titels zoals Les Mystères de la Franc-Maçonnerie, Le diable au XIXè siècle, Le Anti-christ et l'Origine de la Franc-Maçonnerie enz.
Titelpagina: Le Diable au XIXe Siècle.

Illustraie van Baphomet uit; Les Mystères de la Franc-Maçonnerie

Zijn favoriete onderwerp was de duivel Baphomet die volgens hem in de besloten loges door de vrijmetselaars werd aanbeden. In zijn boeken beschreef hij de tempels die aangekleed werden met de doodshoofden van Jezuïten en er zouden zich afschuwelijke rituelen afspelen. In andere publicaties had Taxil het over de duivelse eenheid van alle loges en Obediënties waar ook in de wereld.

Beroemd werd ook zijn valselijke beschuldiging aan het adres van Albert Pike, de toenmalige Grootmeester van zijn Orde die volgens Léo Taxil zou gezegd hebben: "Op 14 juli 1889 heeft Albert Pike, de Soevereine Opperpriester van de Universele Vrijmetselarij, zich gewend tot de 23 Allerhoogste Raadsleden van de Confederatie, en hen de volgende instructies overhandigd. [..] Dat de Religie van de Vrijmetselarij door alle geïnitieerden van de hoogste graad, zich moeten houden aan de zuiverheid van de Luciferiaanse Doctrine...enz.".

Titelpagina: La Vie de Jesus


Op het hoogtepunt van de hele hetze werd er in 1896 in Trente zowaar een anti-maçonniek congres georganiseerd. Maar liefst 36 bisschoppen, 50 episcopale afgevaardigden en meer dan 700 gedelegeerden, waarvan de meerderheid tot de clerus behoorde, waren hierop aanwezig Taxil's boeken werden een groot succes en hij oogstte zoals verwacht veel bijval in katholieke kringen maar viel weldra door de mand.

Le Fils De JésuiteTitelpagina: Le Fils De Jésuite

Op 19 april 1897 gebruikte Léo Taxil zijn immense populariteit om een grote meeting te houden in Parijs. Vele journalisten alsook leden van de katholieke hiërarchie kwamen er op af. Tot ieders verbazing verkondigde Taxil op deze meeting, dat elk woord dat hij de voorbije twaalf jaren had geschreven over die zogenaamde maçonnieke duivelsaanbidders kompleet verzonnen was, inclusief de beschuldigingen aan Albert Pike, en "dat alles ontsproten was aan zijn vruchtbare verbeelding.

Een Parijse krant publiceerde de daarop volgende week de 33 bladzijden tekst van zijn speech. De onverbeterlijke opportunist en fraudeur werd genoopt om Parijs te verlaten en hij trok zich terug in een statig landhuis op het platteland, waar hij een comfortabel leven leidde tot aan zijn dood in 1907.

U begreep het waarschijnlijk al; Sterzoeker is een groot verzamelaar van boeken van Léo Taxil. in de boekenkast van Sterzoeker zijn o.a te vinden. (Daarnaast een aantal vertalingen in het Nederlands en in het Engels):
•Confessions d’un ex-libre-penseur (?)
•À bas la calotte ! (1879)
•Les Soutanes grotesques (1879)
•La Chasse aux corbeaux (1879)
•Le Fils du jésuite (1879)
•Calotte et calotins (1880-1882). Histoire illustrée du clergé et des congrégations.
•Les Borgia (1881)
•Les Pornographes sacrés : la confession et les confesseurs (1882)
•La Bible amusante (1882)
•Un Pape femelle (1882)
•L'Empoisonneur Léon XIII et les cinq millions du chanoine (1883)
•La Prostitution contemporaine (1883)
•Pie IX devant l'Histoire (1883)
•Les Amours de Pie IX (1884) Livre publié sous le pseudonyme d'A. Volpi mais désavoué par Léo Taxil.
•Les Maîtresses du Pape (1884)
•La Vie de Veuillot immaculé (1884)
•Les Mystères de la Franc-Maçonnerie(1887)

woensdag 23 september 2009

Symbolen uit The Lost Symbol van Dan brown (3)

Hoofdstuk 79:
Het beeld Luke Skywalker’s dark father, in de Washington National Cathedral.







Hoodsrtuk 127

Kryptos, James Sanborn

zondag 20 september 2009

Symbolen uit The Lost Symbol van Dan brown. (2)

In het boek van Dan Bown : The Lost Symbol, worden heel veel symbolen besproken. In deel twee van deze blog-serie ga ik verder met het bespreken van een aantal van deze symbolen en locaties.

In Hoofdstuk 38 komt de kamer van overpijnzing te sprake. Deze wordt ook wel de donkere kamer genoemd. Laten we nu een aantal symbolen met betrekking tot deze kamer eens nadere gaan bekijken.

De profaan (kandidaat vrijmetselaar) die op het punt staat tot vrijmetselaar te worden ingewijd gaat als vorens hij wordt ingewijd eerst de donkere kamer in. Dit is kamer van overdenking.

Voor dat het rituaal een aanvang neemt de kandidaat -vrijmetselaar plaats in deze de donkere kamer. Voordat hij dat doet moet de hij al dus al zijn metalen afleggen. Alchemistische gezien corresponderen metalen met de planeten en met de eigenschappen van de mens. Door het afleggen van de metalen wordt de Kandidaat geplaatst in zijn natuurstaat en ontkoppeld van de betreffende planeet invloeden van de afgelegde metalen.

Het afleggen van de metalen is alchemistisch gezien ook het reinigen van de grondstof voor de bewerking. In een alchemistisch proces brengt de Alchemist allereerst de grondstof ( prima materia) in een kolf ( Filosofisch ei of hermetisch vat) die dan hermetisch wordt afgesloten. Er wordt een zwarte stof verkregen. Dit zien we in het leerlingen rituaal uitgebeeld doordat de Kandidaat de donkere kamer in gaat ter overdenking. Hier sterft zijn verleden.

De symbolische dood gaat vooraf aan een geboorte van de nieuwe Mens die de Ingewijde is. Hij gaat reizen maken, waarbij obstakels en tegenwerkende krachten in hem zelf moeten worden opgeruimd, een reiniging dus.

Het afleggen van metalen krijgt nog een wijdere betekenis als we dit zien als een symboliek van de bewerking van metalen in de alchemistische praktijk: geen stoffelijk edele metalen mogen worden binnengesmokkeld in het alchemistische laboratorium (Letterlijk: werkplaats.) Slecht onze ‘Prima materia’. Onze onvolmaakte persoonlijkheid mag worden gebruikt als grondstof voor de bereiding van het geestelijk goud.


-In de donkere kamer staat op de tafel, een bakje met zout, dit staat in de alchemie symbool voor het lichaam. Het is het symbool van de mens op de aarde, drager van wijsheid en het vernuft van de geest. Oorspronkelijk hoort er in de kamer ook een bakje met zwavel te staan. Zwavel is het principe voor het inwendige vuur.

-Er staat een afbeelding van een ‘haan’. De haan is de aankondiger van een nieuw dag en kondigt aldus het licht aan. Ook Hermes wordt uitgebeeld door het zinnebeeld van de haan. Hermes is dezelfde persoon als Toth. In de rol van Toth was hij de geleider van de zielen en was de inwijder in de ongeziene werelden. Hij was het die de twee werelden met elkaar verbond. Hermes is ook Mercurius, dus het alchemistische kwik. Het staat symbool voor datgene wat naar binnen gaat.

-In de kamer zijn ook de 4 elementen, aarde, water, lucht en vuur te vinden.

-Brood staat voor het alchemistische element aarde. Brood is ook het symbool voor broederlijk welkom.

-De kruik met water vertegenwoordigt water. Water in het reinigende principe en het oplossend vermogen.

-De spreuken die de kandidaat vrijmetselaar in de kamer vindt vertegenwordingen het denken. Denken valt onder het element lucht. Hier kunneen verschillende spreuken te vinden zijn. Zoals: Ken U zelfe, of b.v. Waakzaamheid en Volharding.

-De kaarsvlam staat symbool voor het element vuur.

-Verder vindt de kandidaat-vrijmetselaar hier symbolen voor het zuiveringsproces, zoals het doodshoofd met de doodsbeenderen en een zandlopen. De zandloper is het symbool voor het wegvleitende leven, symbool van tijd en het leven dat achterblijft. Zij symboliseren beide de dood van de profaan, welke herboren zal worden in het geestelijke leven.

-Soms wordt de afkorting V.I.T.R.I. O.L. op de muur afgebeeld. Dit staat voor: Vista Interiora Terra, Rectificando, Invenies Occultum Lapidum. Wat wil zeggen zoek het inwendige der aarde, onderga een zuivering, en gij zult de verborgen steen vinden.

De donkere kamer leert de vrijmetselaar meer dan de weg uit de duisternis naar het licht. De kamer staat ook symbool voor de duistere grot, waar bescherming wordt gevonden. Of voor de baarmoeder, waarin nieuwe leven kan ontstaan. De duistere kamer laat zien duisternis ook goed kanten heeft.

Het evenwicht tussen licht en luisternis wordt symbolisch hersteld door het samen brengen van de 4 elementen en van het licht en de duisternis, wat resulteert in wat de alchemisten de steen der wijzen noemen, of het ‘filosofisch huwelijk’. Dit is het samenbrengen van het mannelijke, de passer en het vrouwelijke, de winkelhaak, maar ook het samen brengen van Wijsheid en Kracht, tot schoonheid.

In hoofdstuk 39 wordt gesproken over de niet afgemaakte pyramide, welke afgebeeld staat op het dollarbiljet.

In hoofdstuk 68 komt de gravure uit 1514, met de titel, Melancholia I, van Albrecht Dürer ter sprake.

Klik op deze afbeelding om de details in groot formaat te zien:
1514, Albrecht Dürer, Melancholia I

zaterdag 19 september 2009

Symbolen uit The Lost Symbol van Dan brown. (1)

In het boek van Dan Bown : The Lost Symbol, worden heel veel symbolen besproken. Het verhaal speelt zich af op verschillende locaties in Washington. In deze blog zal ik trachten een aantal van deze symbolen en locaties onder de loep te nemen.

In hoofdstuk 11 wordt wordt gesproken over de Hand van de Mysteriën. Een afbeelding van de hand van de Mysteriën werd, in oude tijden, overhandigt aan zij die een uitnodiging kregen om toe te treden tot een geheim genootschap.

In de alchemie staat de hand symbool voor de formule van de voorbereiding van de tinctuur physicorum. De vis is het symbool voor kwik en de vlam-begrensde zee waarin hij zwemt is zwavel. Elk van de vingers draagt het embleem van een Goddelijke principe, middels een combinatie van deze principes, wordt het grote werk volbracht.

Er wordt wel gezegd dat de wijzen hun eed aflegden door deze hand, opdat zijn hun Kunst niet zouden onderrichten zonder gelijkenissen te maken.

Voor de Kabbalist is deze hand het symbool van de werking van de Ene Goddelijke Kracht. Dit wordt gesymboliseerd door Gekroonde duim en de Vier Werelden (de vingers met hun emblemen).

Naast alchemistische en kabbalistische betekenissen symboliseert de hand ook het symbool van een Meester Vrijmetselaar, het is de hand waarmee hij Hiram Abiff, Bouwheer van de Goddelijke Huis, middels de leeuwengreep 'opheft' uit de marteldood.

Filosofisch, symboliseert de sleutel het mysteriën zelf,zonder wier steun men niet de vele kamers van zijn eigen wezen kan ontgrendelen.

De lantaarn is de menselijk kennis, want het is de vonk van de Universele vuur, gevangen in een "kunstmatige voorwerp" de lantaarn. het is het licht van degenen die wonen in de lagere universum en met behulp waarvan zij trachten te volgen in de voetsporen van de Waarheid.

De zon, die kan worden aangeduid als het "licht van de wereld", vertegenwoordigt de luminescentie van de schepping, waardoor de mens kan leren van de mysterie van alle schepselen die zich uitdrukken door vorm en aantal.

De ster is de Universal Licht die Kosmische en Hemelse Waarheden onthult.

In hoofdstuk 21 komt -The Apotheosis of Washington— (1865 Constantino Brumidi) ter sprake. Klik op de afbeelding hier onder om deze in super formaat te bekijken.

Op de freso zien we George Washington in het midden afgebeeld staan, op een wolk verheven, boven de gewonen stervelingen. Hij wordt omringd door dertien maagden.

In een ring daarom heen zien we een aantal Goden uit de oudheid, welke de Amerikaanse voorvaderen kennis en wetenschappen aanbieden. We zien Minerva die Ben Franklin, Robert Fulton, en Samuel Morse, technische inspiratie aanbiedt. Vulcan helpt om de stoommachine te ontwikkelen. Neptunes leert ze de trans-Atlantische kabel te leggen. Ceres geeft de kennis over graan en voedsel, zodat Amerika werelds grootste voedsel producent kan worden.

In hoofdstuk 21 worden drie schilderijen van Leonardo da Vinci genoemd, waarop het symbool van de hand van de Mysteriën staat afgebeeld.

Leonardo da Vinci’s, Laatste Avondmaal

Leonardo da Vinci’s, Aanbidding van de Magi

Leonardo da Vinci’s, Johannes de Dooper

Hoodstuk 21, George Washington Zeus:
George Washington uit gebeeld als Zeus. Zijn rechterhand is het symbool van de hand van de Mysteriën.

Hoofdstuk 30, De ring van een drieëndertigste graad Vrijmetselaar.
In het boek word gesproken over een ring met een dubbel koppige adelaar, met het getal 33 en de opschrift; Ordo Ab Chao.

Er bestaan verschillende ontwerpen van de drieëndertigste graad ring. Hieronder volgen twee voorbeelden. Het eenvoudige ontwerp (onderste afbeelding), met de drie ringen, waarop in een zwarte driehoek, het getal 33 staat, wordt het meest gedragen door leden van de drieëndertigste graad. Deze ring wordt meestal aan de pink gedragen






.:._______________________________________________________.:.
Lees reacties, of laat uw reactie, vraag of opmerking achter, door dubbel te klikken op het woord reacties in onderstaande regel:

Vergelijkbare Blogs

Related Posts with Thumbnails