Posts tonen met het label Bijen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bijen. Alle posts tonen

zondag 19 mei 2013

De Pauselijke Bijen

Het pauselijk wapen van Paus Urbanus VIII.

Hier boven zien we het Pauselijk wapen van Paus Urbanus VIII, geboren als Maffeo Barberini (Florence, 5 april 1568 - Rome, 29 juli 1644). Hij was paus van 1623 tot 1644. Zijn pauselijk wapen draagt een schild met drie bijen. Dat hij iets met bijen had moge duidelijk zijn, ook gezien het feit dat hij de bij als symbool en als versiering liet verwerken in het baldakijn boven het graf van apostel Petrus.

(dubbelklik op de afbeeldingen om deze in super groot formaat te zien). Het baldakijn van Bernini.

Het baldakijn van Bernini bevindt zich in de Sint-Pietersbasiliek te Rome boven het graf van de apostel Petrus. Het baldakijn werd gebouwd in 1624-1633 met de bedoeling om het verband tussen het graf en de basiliek uit te laten komen. Bernini bouwde in opdracht van Paus Urbanus VIII

Op de zuilen van het het baldakijn van Bernini staan vele bijen.

Bernini verwerkte op verschillende plaatsen het symbool van de bijen in het baldakijn o.a op de zuilen. Op verscheidene plaatsen springen bladeren op uit de zuil, waaruit bijen lijken voort te komen, die lijken op het familiewapen met bijen van de familie Barberini. De nijvere bijen hebben ook te maken met de suggestie van beweging; een barok kenmerk, namelijk Gestalten werden nooit in een rusthouding afgebeeld, maar altijd in beweging en liefst in een beweging die een climax heeft bereikt en dus dramatisch is. Ook de putti (een mollig kinderfiguurtje) op de zuilen hebben betrekking op dit barokke stijlkenmerk. De putti zijn namelijk op zoek naar de bijen en zijn dus in beweging.

Detail van de zuilen.

Detail van de marmeren blokken, waarop de zuilen rusten.

De zuilen staan op marmeren blokken, ter grootte van een mens van gemiddelde lengte. Die marmeren blokken zijn versierd met een schild dat een aantal ornamenten bevat; de pauselijke tiara, een hoge kap omringd door drie kronen met daarop een wereldbol en daarboven een kruis. Daar onder de gekruiste sleutels van Petrus. Deze twee komen samen ook voor in de vlag van Vaticaanstad. Door over heen het schild met de drie bijen die een decoratief verstrooiend motief vormen. En onder aan smelt het onderste gedeelte van het schild samen tot een monsterlijk gezicht. Tussen de zuilen in hangt het baldakijn, dit zijn de uit brons vervaardigde neerhangende kleden. Op dit kleed kun je ook weer de drie bijen en engeltjes zien. Aan de onderkant van het kleed is in het midden een witte duif omringd door engelen weergegeven. Deze witte duif symboliseert de Heilige Geest.

Op de onderkant van het dak van het baldakijn zijn meerdere bijen afgebeeld.

Het dak van het baldakijn wordt door engelen ondersteund. Ook hier kun je weer een van de barokkenmerken zien. De engelen zijn in een lopende houding geplaatst. Ze lijken nu niet alleen het dak te ondersteunen, maar ook nog eens te verplaatsen. De engelen zijn in de richting de vier windstreken geplaatst en drukken de universaliteit uit van de katholieke leer. Dit is een kenmerk van de barok en wordt triomfalisme genoemd. Aan de voorkant van het baldakijn bevinden zich twee putti en aan iedere zijkant nog één putto. De twee putti aan de voorkant van het baldakijn houden een sleutel en een tiara vast, beide voorwerpen die verwijzen naar de pauselijke macht. En één putto aan de zijkant houdt een boek met geschreven spreuken vast.

Het pauselijk wapen van Paus Urbanus VIII.

dinsdag 11 januari 2011

Propolis een geweldig goed goedje

Propolis is een lijmachtige substantie, gemaakt door honingbijen uit knoppen, sap van planten en bomen (meestal hars), en andere botanische bronnen. Propolis wordt door bijen gebruikt om ongewenste kieren en openingen in het nest te dichten. De kleur van propolis varieert per bron, maar donkerbruin komt het meest voor. Rond kamertemperatuur is propolis klevering, maar bij koudere temperaturen is het hard en broos. Aan propolis worden verschillende geneeskrachtige eigenschappen toegeschreven.

De mens kent en benut al eeuwen, zelfs millennia, de geneeskracht van honingproducten. De Indiase geneesheren spraken er drieduizend jaar geleden al over. Net als de Mesopotamiërs, enige tijd later. In Egyptische heeft men papyrus teruggevonden waarop over honing en was als geneesmiddelen wordt gesproken. Er staan zelfs details op van bereidingen op basis van honing om oog-, darm- en nieraandoeningen, evenals problemen met de bloedsomloop, te genezen.

Door te observeren hoe de bijen de kadavers van hun roofvijanden, die in de bijenkorf waren gestorven, met de propolis, een hars afkomstig van bomen, insmeerden, begrepen de Egyptenaren dat deze substantie antibacteriële, antivirale en ontstekingsremmende eigenschappen moest hebben. Sindsdien beschouwden ze de propolis als een echt “natuurlijk antibioticum” dat ze regelmatig gebruikten bij de mummificatie van hun doden.

Volgens de Assyrische medische teksten werd de honing in Babylon bij de hoofdwassing en in de oogheelkunde gebruikt. De Griekse filosofen Democritus, Pythagoras en Xenon, die zeer lang leefden, schreven hun vergevorderde leeftijd aan de honing toe en volgens de “vader van de geneeskunde”, Hippocrates, zelf had de honing een groot aantal therapeutische eigenschappen, zowel bij inwendig als uitwendig gebruik.

De gehaltes aan vitaminen, oligo-elementen, minerale zouten,
enzymen, proteïnen, koolhydraten, vetten zijn nauwgezet bepaald, waardoor het mogelijk was om de verschillende therapeutische werkingen van honing te verklaren.
kregen.


pro polis “voor de stad”: dat is de exacte betekenis van dit woord van Griekse oorsprong. Een soort onneembare vestingmuur, dus. We spreken ook wel van het harnas van de korf, een waarlijk natuurlijk antibioticum. Hoe kan het ook anders? Je zou verwachten dat een zodanig kleine ruimte, bevolkt door tienduizenden insecten die er in- en uitvliegen en koortsachtig werken in een omgevingstemperatuur die tussen 35°C en 38°C ligt, waar de luchtvochtigheid 70 % bedraagt en er veel suiker aanwezig is, een ware kweekbodem is.

Toch is het dankzij de propolis een zeer hygiënische omgeving. Deze stof met buitengewone eigenschappen is afkomstig van de dunne harslaag van de knoppen van berken, in onze land verzamelen bijen propolis van elzen, paardenkastanjes, eiken, populieren, wilgen en de schors van sparren, die door de bijen verzameld wordt in de eerste dagen van de lente en de herfst. De samenstelling van propolis verschilt per gebied, seizoen, en bijennest. De meest gangbare kleur is donkerbruin, maar groen, rood, zwart en wit komen ook voor.

Voor het maken van propolis kunnen een groot aantal substanties worden gebruikt, wat bijdraagt aan de variatie. Vaste grondstoffen zijn balsem, pollen, was en etherische olie. In noordelijke gebieden verzamelen bijen vaak de benodigde materialen van coniferen en de populier. In warmere streken worden de materialen vaak verzameld van de Clusia en Dalechampia.

De bijen bijten deze hars in kleine stukjes zodat ze hem, net als de pollen, kunnen meenemen in de mandjes aan hun achterpoten. De bijen vermengen dit vervolgens met speeksel en een variabele hoeveelheid was om een soort kit te maken die gebruikt wordt om de bijenkorf mee te desinfecteren. Deze mengeling van hars en plantaardige balsem (55 %), plantaardige was (30 %), etherische oliën (5 tot 10 %), stuifmeel (5 %) en andere organische en minerale stoffen (5 %), bestaat uit 150 verschillende elementen.

Het is een onuitputtelijke bron van antioxidanten, die in onze streken het sterkst worden vertegenwoordigd door de flavonoïden, en van fenolverbindingen, aromatische verbindingen en een grote hoeveelheid spoorelementen. Maar we kunnen net zo min over “de” propolis praten als over “de” honing of “het” stuifmeel, omdat er meerdere varianten bestaan die allemaal verschillende effecten hebben.

Om de indeling gemakkelijker te maken, gebruikt men gewoonlijk een kleurencode.Ook hier uiteraard de belangrijkste werkingen van elke soort propolis worden bepaald, maar het is wel duidelijk dat de Natuur niet in een strak schema kan worden vastgelegd, en dat de verschillende eigenschappen van propolis door elkaar lopen en dat zij allemaal hun Bijzondere kenmerken hebben.
- rode propolis, met specifiek antivirale eigenschappen,
- groene propolis, met specifiek ontstekingsbestrijdende eigenschappen.
- Bruine propolis, met specifiek antibacteriële eigenschappen,

Van propolis wordt tevens beweerd dat het goed is voor het versterken van het hart en de kans op een cataract kan verminderen. Een stukje propolis in de mond houden zou helpen tegen een zere keel.

Meerdere van deze medische eigenschappen die aan propolis worden toegewezen zijn reeds onderzocht. Onderzoek is echter lastig daar propolis zo sterk verschilt in samenstelling per regio en bijennest, waardoor vergelijkingen lastig zijn.
Afhankelijk van de locatie kan propolis werken als een antibioticum of antimycoticum. Studies hebben tevens aangetoond dat propolis kan helpen bij het bestrijden van brandwonden.

In de tandheelkunde wordt tevens onderzoek gedaan naar de eigenschappen van propolis. Er zijn aanwijzingen dat propolis zou kunnen helpen tegen cariës. Het kan ook worden gebruikt voor de behandeling van aften.

Propolis wordt met name door winkels gespecialiseerd in natuurproducten aangeprezen als natuurlijk medicijn. Beoefenaars van natuurlijke en/of alternatieve geneeswijzen gebruiken vaak propolis voor de behandeling van uiteenlopende kwalen, waaronder ontstekingen, maagzweer, en virale ziektes.

Propolis wordt door sommige instrumentenmakers gebruikt om de zichtbaarheid van de draad in het hout te versterken. Tevens wordt het gebruikt om kauwgum van te maken.

dinsdag 14 september 2010

Bijen en hun Symbolen.

Soms komt Sterzoeker op zijn woorden terug, meestal is omdat het een onderwerp betreft die ons niet los laat en waar heel veel over te schrijven valt, zo ook over de honingbij. Hier volgt dus wederom een blogje over de bij het bijenvolkje.

Allereerst wil Sterzoeker in deze Blog beginnen met een korte uitleg over het wel en wee van een bijenvolkje. Te beginnen bij de winter: In die periode spreken we van een wintervolk. Dit kan sterk of zwak zijn.

Afhankelijk van:
A.weersgesteldheid
B.Voedselvoorraad
C.Ziekten

Hoe kouder het is hoe kleiner de tros (formatie van bijeen geklonterde bijen in de winter) wordt, omdat de bijen dan nog dichter opelkaar gaan zitten om elkaar warm te houden.De tros is nooit volkomen in rust,er is dus geen sprake van winterslaap, zoals zo veel mensen denken.De bijen eten gewoon gedurende de winter.De temperatuur in de tros is 's winters 15 tot 25°C.

Het volk bestaat 's winters uit een koningin,de moer geheten en werkbijen, plm. 15 à 20.000.Darren,de mannetjes,overwinteren meestal niet mee, soms alleen, Bij zeer sterke of moerloze volken gebeurt dit wel eens.

In de winter moet er volkomen rust heersen bij de bijenkasten, anders lopen de bijen uit elkaar en verkleumen door de kou. Het bijenvolk is een eenheid. De wijze van overwinteren duidt hierop. Zodra er in het vroege voorjaar dracht komt,d.w.z. bloeiende planten en bloemen, voor nectar en stuifmeel,gaat het volk groeien. De groei van een wintervolk begint reeds zeer vroeg,al voor het bloeien van de bloemen, zo ± tweede helft januari.

De moer legt haar eerste eitjes in het midden van de tros, vanwege de warmte, die in het broednest ± 35°C is. Eind januari,begin februari bij een temperatuur van 8 à 9°C. In de schaduw verlaten de bijen tegelijk de woning om de endeldarm te ledigen, dit is de zogenaamde reinigingsvlucht. De moer gaat niet mee, zij krijgt geprepareerd voedsel.De reinigingsvlucht duurt meestal niet langer dan een uur.

Bij de werksterbijen heeft men voedsters en-bouwbijen. De voedsters voeren het broed en de bouwbijen bouwen de raten. Deze taken worden normaal verricht door jonge bijen, na de winter Zijn dit "oude" bijen, d.w.z. bijen die in het najaar geboren werden en dus nog niet gewerkt hebben en daardoor (het waarom leg ik later uit) jong gebleven zijn.

In het voorjaar sterven de "oude" bijen,maar in dezelfde tijd worden er ook veel jonge bijen geboren. Soms is er zeer vroeg in het voorjaar, maart-april,een hongerzwerm. Deze zwermen zijn zeer aggressief. De ontwikkeling van een volk neemt eigenlijk pas goed toe omstreeks mei, vooral als het weer meespeelt en er genoeg nectar en stuifmeel te halen valt.

Bij een zeer sterke uitbreiding ontstaat ruimtegebrek en dwingt het volk om zich te gaan delen, d.w.z. zwermen. Dit ziet men in de kast, omdat de bijen omstreeks die tijd, darreraat en koninginnecellen gaan bouwen. Darrecellen zijn groter dan de gewone werkstercellen. En een koninginnecel is een soort druppel, meestal onderaan de raat en het zijn er altijd meerdere.

Een zwerm bestaat uit een koningin en de helft van het volk. Dit herhaalt zich verschillende malen. De eerste zwerm heeft de oude koningin bij zich. De volgende zwermen en het achtergebleven volk(je) hebben jonge onbevruchte moeren. Na tien tot veertien dagen begint de jonge,inmiddels bevruchte moer met de bouw van een nieuw broednest, en na 6 à 8 weken is het volk weer flink groot.

De bevruchting geschiedt tijdens de paring met een acht tot tiental darren buiten de woning hoog in de lucht,tijdens de zog. bruidsvlucht. Na de bruidsvlucht komt de moer terug in de kast.Deze paring gebeurt voor het hele leven van de moer, die als enige bij vier à vijf jaar oud kan worden. De voorbereiding van de winterrust begint ± half augustus.

De darren bevruchten de koningin, helpen het broednest warm te houden en worden door de werksters van voedsel voorzien. Aangezien half augustus het broednest kleiner wordt, er voedsel wordt opgeslagenvoor de wintervoorraad,en de darren omdat zij niets doen,teveel zijn,worden de darren omstreeks die tijd de kast uitgejaagd of gedood.

Het hele volk is verder actief bezig met bevoorraden,raten repareren of bijbouwen en voedsel verzegelen.Dan treedt na verloop van tijd de rust in en volgt de vorming tot een tros,die blijft zitten tot het volgende seizoen. Zoals Sterzoker al schreef, leeft een moer 4 à 5 jaar. Een dar ± 3 tot 4 maanden en een werk- sterbij 6 weken.

De functie van een moer en de darren is al eerder genoemd.De functie van de werksters is veel uitgebreider. De eerste 2 à 3 dagen poetsen zij de cellen en verwarmen het broed.De volgende 3 dagen voeren zij de oude larven,en hierna voeren zij ± 6 dagen de jonge larven. Dit voeren van de larven eist veel van de bijen.

In de wintertros is geen broed, hoeft niet te worden gevoerd en blijven de bijen dus jong, zodat ze in de winter wel 4 à 5 maanden kunnen worden. Na het voeren der larven moeten de werksters ± 6 dagenlang was produceren, voedsel opbergen en de woning schoonhouden. Vervolgens 2 à 3 dagen lang orienterings vluchten en wachtbij bij de vliegplank en als laatste functie,± 21 dagen lang, halen ze voedsel en water. Hierna volgt de dood buiten de woning als de bij ± 40 dagen oud is.

In het bijenvolk kunnen we een aantal symbolen symbolen herkennen. Deze symbolen werden gebruikt in mythen en ook werd de bij door een antal religies gebruikt als symbool. Aan de wijze waarop het bijenvolk georganiseerd is ontleende men symbolieken en eigenschappen die symbool staan voor nijverheid en vernuft.

De bijenkorf is het symbool van nijverheid, ijver en vlijt. In een samenleving of binnen een religieuze stelsel beveelt men vaak sterk aan en herkent men dat ijver door alle levende wezens wordt gebezigd. Zo werd de bij als voorbeeld genomen voor een vlijtig en werksaam leven. Bezigen komt overigens van het stamwoord bij. Een bezige bij is als zodanig een pleonasme!

Ook staat de bij symbool voor de perfectie en als dusdanig voor de mens die streeft naar perfectie. De bij maakt de raten, dit is een geometrische perfectie, zijn zeszijdige cellen van was creeren meer opslagplaats voor honing, dan enig ander ontwerp zou kunnen bewerkstelligen. Dit is zeker een teken van nijverheid en een symbool voor perfectie. Indien men de zeshoekige cellen mathematisch narekent,komt men zelfs op de Gulden Snede uit.

In de vrijmetselarij komen we ook het symbool van de bij tegen. In het boek, The early maconnic cathechismus, wordt al in 1724 bij een uiteenzetting in Ierland, de bij in de Maçonnerie aangehaald. Dit luidt als volgt: "A Bee has in all ages and Nations been the Grand Hyerogliphick of Masonry, because it excells all other living creatures in the Contrivance and Commodiousnous of its habitation or combe .... may masonry or building seems to be of the very essence or nature of the bee, for her building not the ordinary way of all other living creatures is the generative cause, which produces the young ones. For this reason, the kings of France both pagean and christian, always eminent freemasons, carried three bees for their arms.What modern masons call a lodge, was for the above rasons by antiquity called a hive of freemasons, and for the same reasons when a dissention happens in a lodge, the going of and forming of another lodge is to this day called: swarming".

In het kort komt het hier op neer:de bij is door de eeuwen heen altijd een voorbeeld voor de Vrijmetselarij geweest, o.a. vanwege de kundigheid en vindingrijkheid der bijen. Zelfs de koningen van Frankrijkhadden altijd drie bijen in hun wapens.

Het opzetten van een nieuwe (Bouw) loge noemde men in de middeleeuwen; zwermen. De korf symboliseert hoe de cathedraalbouwers bouwden en de manier waarop zij bouwden. De bij is zeker zeer nijver. Ze werkt hard en onvermoeibaar niet voor haarzelf, maar voor het volk. Zij heeft een kennis van materialen die bijna niet te evenaren is. Zij werkt in complete samenwerking en zonder enige verdeelheid met haar medezusters (broeders) Zij verdedigen de koningin, weigeren vijanden de toegang tot de korf, bouwen, maken honing en leven in een gemeenschap, geregeerd door wet en orde.

Wat de bijen doen, kan worden vergeleken met de cathedraalbouwers van eeuwen geleden. Niemand werkte daar voor zichzelf, maar met zijn kameraden samen om een gezamelijk doel te bereiken. Ze werkten onder omstandigheden, waaronder moderne bouwers en architecten niet zouden kunnen werken. Ze hadden alleen mensen, dieren en touwen om de stukken aan elkaar te breien. Iedere man had zijn eigen deel aan het werk, klein of groot. Een man had niets kunnen bereiken.

Ongetwijfeld zagen de werkzame metselaars en mystici en riligieuze leiders hun evenbeeld in de bijen. Ze herkenden in de honingmakers het symbool voor nijverheid wat zij zelf als bouwers van grote cathedralen bezigden.

In de Franse maconnerie heeft de korf in de afbeeldingen een hoge, smalle punt. In de Engelse maconnerie is de korf rond afgebeeld, zoals de nog steeds bestaande korf in Nederland. Zo kan men nog steeds zien of de afbeelding uit Frankrijk of uit Engeland afkomstig is.

Nu wil ik overgaan op hetgeen ik zelf zie aan symbolen binnen een magische loge en het Bijenvolk. Een bijenvolk moet altijd een koningin,weksters en darren hebben, anders kunnen zij niet bestaan. Dit ziet men weer terug binnen de magie. Ook hier kan men pas een nieuwe loge beginnen, een als men drie aspecten bijeen heeft. De Magister Templi en zijn of haar helpers; de oficieren en de overige deelnemers aan het ritueel.

De Wachters van de Poort, ook dit ziet men terug in de korf. De wachter laat geen Broeders of Zusters binnen zonder dat deze zich d.m.v. woord en gebaar hebben doen kennen als lid van de orde. Pas hierna mogen zij de tempel betreden. De wachters bij de bijen laten geen bijen van andere volkeren toe. Zij herkennen hun eigen bijen d.m.v. gebaar (dans) en voáal geur. Alleen de darren mogen bij andere volken visiteren, dit o.a. om degeneratie te voorkomen.

Een bij alleen is niets, kan niets, en overleeft zelfs niet. Bijen overleven alleen als ze samenwerken, pas dan kunnen ze zich ontwikkelen tot een groot en sterk volk. Bij de mensen die bezig zijn met magie of wicca zou dit ook zo moeten zijn; samen zijn wij sterker en beter in staat om onze doelen te verwezelijken. Samenwerkn en delen is hier in het toverwoord. Helaas is dit nog lang niet zover en is de de verleiding van de persoonlijke hebzucht van sommige Magisters groot.

De werksterbijen doorlopen alle functies in de kast. Vanaf het schoonmaken van de cellen tot het halen van voedsel. Ook binnen een magische orde klim je qua functie naar een hogere tree, die weer meer ontwikkeling eist. Hierin schuilt een zekere rangorde, zo ook bij de bijen. Men heeft de moer, dat is de belangrijkste functie bij de bijen, want zonder moer is er geen ontwikkeling, groei van een volk. Deze functie kan men dus vergelijken met de functie van de hoofd van een tempel. Dan de overige zes functies, deze kan iedere lerling in de magie inzichzelf herkennen.

Om hier een paar te noemen in vergelijk met het bijenvolkje zouden we hier in kunnen herkennen:
* De begeleiders van de Leerlingen en zij die nieuw binnenkomen, zij brengen het voedsel aan om de geest te laten werken en zich te ontwikkelen. (Het voedsel halen der bijen.)
* Zij die verantwoordelijk voor het inwendige van de Werplaats. Zoals o.a. zorgen dat-alle voorwerpen die nodig zijn bij een ritueel of Inwijding op de juiste plaats staan. De bijen die binnen de korf de cellen poetsen, schoonmaken, dat deze cellen klaar zijn voor een volgende taak, hetzij voor een eitje of voor het opslaan van voedsel.
* Nadat een ritueel is geschreven wordt deze eerst altijd goedkeuren,voordat het mag worden uitgevoerd. Hij of zij die hier aan werken oriënteerd zich steeds.Dit kan men vergelijken met de oriëntatievlucht van de bijen.
* Dan zijn er nog mensen die praktische zaken doen en alles kwa notuelen en papier werk bij houden.Alles wordt nagekeken opgeborgen. Dit is te vergelijken met het wasproduceren en het voedselopbergen der bijen.
* De functie van de tempel wachters heb ik al eerder genoemd.

De bijen zijn onmisbaar als bevruchters van planten en gewassen. Zonder bevruchting krijgen de planten geen vruchten. Magiërs bevruchten d.m.v. hun kennis en o.a. hun studie de geest van andere deelgenoten in het magisch werk. Hieruit ontstaat kennis. Ook naar buiten toe probeert men kennis te brengen, door de wijze waarop men in het dagelijkse leven staat schittert, als het goed is, deze verworven wijsheid door.

Alles van een volk blijft binnen de korf. Dit gebeurt ook binnen de (magische) loge, alles geschiedt oder de roos.

De bijen zijn blij in de zomer, ze vliegen veel om voedsel te halen, wat in deze tijd overvloedig aanwezig is. Ook is er in deze periode veel broed,dus het volk breidt zich uit. De kast heeft een zo groot mogelijke opening naar het licht.Ook de geboorte van jonge bijen kan men zien als het zoeken naar het licht,d.w.z.het openknagen van de cel, dit vereist veel arbeid van de jonge bij, de weg naar het licht.

Men zegt altijd, dat bijen dansen in de zon, dit klopt echter niet. Bijen geven d.m.v. een dans de plaats aan van de voedselbron t.o.v. de zon. Dit gebeurt op de vliegplank.

In de winter zitten de bijen op elkaar in een tros. Het is donker in de kast, er is geen broed en de bijen vliegen niet. Ze zijn in rust, misschien een innerlijke rust in donker dagen. Ook de ingang is tot het uiterste verkleind. Vooral die innerlijke rust in donkere dagen zie ik als een voorbereiding op het nieuwe (volk) en het licht van de zomer.

Noord passief, is ogenschijnlijk passief, heeft meer met innerlijk werk te maken. Binnen of binnenin jezelf dus. Een kast met de opening naar het Noorden gericht functionnert niet zo goed. Dit is oon een interessant gegeven om in beschouwing te nemen voor Magiërs die vanuit het noorden werken!

Zuiden actief, is meer naar buiten gericht. Een kast op het Zuiden gericht, functionneert veel beter, Er wordt drukker gevlogen omdat het licht eerder in de kast schijnt dan wanneer deze naar het Noorden gericht is.

Nu nog even iets over de oudheid: ln Griekenland werd Demeter vereerd als schenkster van de honing. Haar Priesteressen werden de Melissai genoemd, wat bijen betekent. De medegod heette Melicertes, het geen honingversnijder betekent. En de oude naam van Malta, vanwaar de Maltheser Ridders stammen, is Melita, wat honingland betekent.

Nu nog enige citaten uit het B.d.H.K.die Sterzoeker gevonden heb:
Deut.l:44: zij vervolgden U als bijen en versloegen U.
Ps. 118:12: Zij omringden mij als bijen.
Jes. 7:18: Dat de Here de bijen in het land Assu, tot zich fluiten zal.

Bijen treden elkaar tegemoet in harmonie en gelijkheid. Men zou kunnen zeggen: Zij
ontmoeten elkaar in waardigheid. Hier zou menig mens een voorbeeld aan kunnen nemen!

Sterzoeker hoop hiermede u iets meer te hebben doen kennismaken met het bijzonderheden van het bijenvolkje. Mocht u ervaring hebben met het houden van bijen of veel weten over bijen, schroom dan niet om Sterzoeker uw bevindingen of leuke wetenswaardigheden te mailen. We nemen ze graag op als blog!!

zaterdag 10 oktober 2009

Bijen en hun Symboliek(2)

In de St. Barbarakapel, in het klooster naast de oude kathedraal van Salamanca, hangt een schilderij uit het tweede deel van de 17e eeuw met daarop afgebeeld Maria met een appel in de hand en Christus op haar schoot. Zij zitten voor
een dikke eik en om hen heen vliegen vijf honingbijen.


Maar wat doen die bijen op dit religieuze schilderij? Net zoals in ander mystieke een afbeelding van een dier of plants nooit toeval is, zo hebbenook de bijen op dit schilderij een bedoeling. In de 17e eeuwstond het honingbijenvolk symbool voor de kerk, de werksters voor de mensen en de koning voor Christus.

De honingbij mag dan een lang bekend en zeer populair insect zijn, het heeft tot 1673geduurd eer de Hollandse entomoloog Jan Swammerdam concludeerde dat de vermeende
koning van de honingbijen een koningin is. Ook Napoleon adopteerde de bij als symbool. Hij deed dit waarschijnlijk in navolging van de Frankische koning
Childerik I. In het graf van Childerik (overleden in 481) werden 300 gouden bijen aangetroffen.

Een oude Bretonse legende vertelt dat honingbijen ontstonden uit de tranen van Christus. Mogelijk dacht ook Napoleon nog dat het goed georganiseerde bijenvolk geleid werd door een koning: tegenwoordig kun je in Parijs in de Sainte Chapelle nog een goudkleurige bij als broche kopen, als souvenir aan Napoleon.

De bij wordt nog steeds gebruikt als staatkundig symbool. Minstens zestien staten van de VS hebben de honingbij gekozen als het ‘insect van de staat’.

in de oudheid werdeb er bijen gehouden in aarden vaten, stukken holle boomstam en gevlochten korven. Tot in de middeleeuwen gold vrij algemeen de opvatting dat een bijenvolk niet door een koningin maar door een koning werd geregeerd. Men vond het frappant dat de bijen in een goed georganiseerd geheel samenwerkten om honing en was te produceren. Een vergelijking lag voor de hand.

De Griekse filosoof Aristoteles noemde het bijenvolk een voorbeeld voor de volmaakt ingerichte politieke staat. In dezelfde trant hebben christelijke schrijvers de korf met bijen als een symbool gezien van de kerk van Christus. Zo vergelijken de kerkvaders Ambrosius en Augustinus de gemeenschap van gelovigen met een bijenvolk, waarvan Christus de koning is.

In een latere preek zegt de predikant tot zijn toehoorders: ‘U lijkt op wijze bijen die zich trouw naar de korf van Christus spoeden om de zoetheid van geestelijke honing te ontvangen die in de goddelijke geschriften is neergelegd. U komt met veel devotie samen in de bijenkorf van de kerk voor de zoete honingraat van Christus.’

Met de bijenkorf wordt hier vooral het kerkgebouw bedoeld, waar de eucharistie en het geloofsonderricht als zoete en voedzame honing worden aangeboden. In de 13e eeuw schreef Thomas van Cantimpré zijn ‘Bienboeck’, waarin hij zegt dat de bijenkorf van de kerk maar één koning heeft, Jezus Christus, die nagevolgd moet worden. Ook past hij deze symboliek toe op de paus van Rome en op de overste van een kloostergemeenschap.

In de beeldende kunst komt de kerk als bijenkorf nauwelijks voor, tenzij als spotprent vanaf de 16e eeuw. Zo staat hij als titelprent in ‘Den Byencorf der H. Roomsche Kercke’ van Philips van Marnix van St. Aldegonde. Deze hervormingsgezinde schrijver en raadsheer van Willem van Oranje schreef dit boek in 1569 als een felle satire tegen de kerk van Rome. Over kerkelijke personen zegt hij: ‘Ze gelijken zeer op gewone honingbijen, want ze hebben allen één koning die ze Papam (paus) noemen.’

.:._______________________________________________________.:.
Lees reacties of laat uw reactie, vraag of opmerking achter, door dubbel te klikken op het woord reacties in onderstaande regel:

donderdag 8 oktober 2009

Bijen en hun Symboliek (1)

De bij wordt als symbool beschouwd van onsterfelijkheid, wedergeboorte, vlijt, ordening en organisatie, reinheid en zuiverheid, de ziel, maagdelijkheid en kuisheid, omdat men vroeger meende, dat de bij zich ongeslachtelijk voortplantte. In oude mythen brengen bijen hemelse gaven naar de aarde; de honing geldt ook als de offergave, bestemd voor de meest verheven goden.

Bijen verbeelden de sterren aan de hemel, of worden aangezien voor gevleugelde boodschappers die berichten van de aarde naar de hemelsferen overbrengen. Hier en daar bestaat de uitdrukking: 'Dit moeten we de bijen vertellen...': daarmee wordt bedoeld, dat een belangrijke gebeurtenis als een gebed of een boodschap naar de hemelse geesten moet worden overgebracht.

Bij de Chinezen waren de bijen het symbool van arbeidzaamheid en spaarzaamheid.

Bij de Egyptenaren waren zij 'levengevers'; vandaar dat zij symbool waren voor geboorte, dood en wederopstanding; de tranen van de zonnegod, die op de aarde terechtkwamen, veranderden in werkbijen.

Bij de joodse sekte der Essenen werden de bijen beschouwd als priesterlijke ambtenaren.

Bij de Grieken symboliseerden ze ijver en welstand; daarnaast onsterfelijkheid (omdat men geloofde, dat de ziel van een gestorven mens in een bij kon binnengaan); reinheid: de godin Demeter had als eretitel: 'reine moederbij'; soms werd ze ook wel als bijenkoningin betiteld en de priesteressen droegen dan de titel 'melissa's' (= honingbijen); de Pythia in Delphi heette ook wel de 'Bij van Delphi'; daarnaast waren de bijen ook de Vogels der Muzen: zij werden dus ook gezien als de inspiratie voor de kunstenaars; van Zeus wordt verteld dat hij in een bijengrot is geboren en door bijen is grootgebracht; soms is de bij ook de bezorger van de liefde: ze zwermen rond Cupido die door een bij is gestoken (variant voor de beroemde pijl...!).

Bij de Hindoes vormt de bij gezeten op een lotusbloem het symbool voor Vishnoe, de alomtegenwoordige godheid; blauwe bijen op het voorhoofd zijn symbool van Krishna; ook hier worden bijen in verband gebracht met liefde.

In de wereld van de Islam worden de gelovigen wel als bijen afgebeeld; daarnaast is de bij ook symbool van de intelligentie, de wijsheid en de onschuld; bijen zijn nuttig, maken gebruik van de vruchtbaarheid, werken overdag, verbruiken zelf niets, verafschuwen vuiligheid en achterklap en zijn gehoorzaam aan de heerser(es); zij haten het duister van de onbescheidenheid, de wolken van de twijfel, de storm van de opstand, de sluier van wat verboden is, het water van de overvloed, en het vuur van de lust, aldus de mohammedaanse denker Ibn al-Athir.



Bij de Kelten geldt de bij als symbool van een geheime wijsheid, die afkomstig is uit een andere wereld.

Bij de Romeinen zijn bijenzwermen voorboden van ongeluk, maar volgens de romeinse dichter Vergilius is de bij de adem van het leven; de politicus Seneca moet bij bijen denken aan democratie.

In de christelijke cultuur is de bij symbool van de ijver, van ordening en organisatie en van reinheid; van kuise maagden, moed, gezond verstand, samenwerking, zoetheid, gelovig kunnen spreken; van de goed georganiseerde geloofsgemeenschap; de bij was symbool voor de maagdelijkheid van Maria die Christus heeft voortgebracht: hier wordt Christus dan weer vergeleken met hemelse honing; van de bij geloofde men, dat zij nooit sliep, zodat ze ook symbool werd van de waakzaamheid en van de geloofsijver der christenen; omdat de bij door de lucht vliegt werd zij ook gezien als belichaming van de ziel die naar de hemel opvliegt om er binnen te gaan.

In de christelijke kunst worden minstens drie heiligen afgebeeld met een bijenkorf:

1. Verreweg het vaakste vindt men de bijenkorf bij Ambrosius, bisschop van Milaan († 397; feestdag: 7 december, de dag van zijn bisschopswijding in het jaar 374; hij stierf op 4 april); hij was beroemd om zijn honingzoete preken; ook de betekenis van zijn naam doet daaraan denken: 'vol van amber (= godenspijs)': hij heeft de bijenkorf als attribuut dus te danken aan zijn preekkunst.

De legende van Ambrosius:
In de tijd, dat de dienaar Gods, Ambrosius, nog maar een kind was, openbaarde zich de hand van de Heer.

Op een dag - aldus de legende - werd hij als baby in zijn wiegje buiten in de tuin van zijn vader's ambtswoning gezet. Het kind sliep met de mond open. Plotseling kwam er een zwerm bijen aangevlogen en ging over zijn hele gezicht zitten. De bijen vlogen zelfs zijn mond in en uit. Op dat moment het kind toevertrouwd aan de zorgen van het kindermeisje. Zijn vader maakte juist een wandelingetje in de tuin samen met zijn vrouw of met zijn dochter. Het kindermeisje kwam in paniek aangehold. Toen vader in allerijl kwam kijken, verbood hij haar de bijen weg te jagen. Hij was namelijk bang dat ze het kind dan weleens kwaad zouden kunnen doen. Tegelijk was hij als liefhebbende vader nieuwsgierig hoe dit wonder zou aflopen. Na een poosje vlogen de bijen weer weg. Ze gingen zo hoog de lucht in, dat ze met het blote oog niet meer te zien waren. De vader was verbluft en sprak: "Als dit kind in leven blijft, zal er iets heel groots uit hem groeien."

Zo moest vervuld worden wat geschreven staat: "Wijze woorden zijn als honingraat."

Het was namelijk de zwerm bijen die ervoor gezorgd heeft, dat wij nu zulke mooie geschriften van hem bezitten, waarin zo prachtig de hemelse vreugde wordt bezongen en die de geest van de mensen weten te verheffen van het aardse naar het hemelse.

Overigens komen we in de Griekse mythologie ditzelfde gegeven tegen bij Pindarus. Als jongen was deze Pindarus eens onderweg naar Thepsiae. Het was hoogzomer, en op het heetst van de dag werd hij door vermoeidheid en slaap overvallen. Daarom ging hij gewoon even in de berm langs de weg liggen. Maar in zijn slaap kwamen er bijen aangevlogen; ze bleven enige tijd zitten en toen ze weer wegvlogen, lieten ze honingzoete was op zijn lippen achter. Zo komt het dat van dat ogenblik af Pindarus liederen begon te maken.

Andere namen weleke verbonden zijn met Bijen:
2. Bernardus van Clairvaux, abt († 1153; feestdag: 20 augustus);

3. Johannes Chrysostomus, bisschop en beroemd predikant te Constantinopel († 407; feestdag 14 oktober); zijn bijnaam duidt op zijn welsprekendheid, want het griekse woord 'chryso-stomos' betekent 'gulden-mond'.

Ook in andere culturen komt de 'bij' in namen voor: Apio (Latijn), Biene (Duits), Imme (Duits/Nederlands), Melissa of Melitt(in)a (Grieks).
Zie ook Melissa.


Bijen op munten en penningen:
Het is mij opgevallen dat het symbool "bij" voor verschillende doeleinden gebruikt wordt op munten en penningen. Niet enkel als symbool van spaarzaamheid of ijver maar ook als symbool van de weerbaarheid, de eendracht, de onsterfelijkheid. Zo kan men de bij vinden op medailles van bank en verzekeringmaatschappijen, als symbool van spaarzaamheid.

Industriemedailles, schoolmedailles en eretekens van de arbeid gebruiken de bij of bijenkorven als teken van ijver. Dit is vrij logisch. In de renaissance echter werd de bijvooral gebruikt werd als symbool van de weerbaarheid. Op verschillende penningen van de lage landen wordt dit kleine insect meestal gebruikt om haar steeklustigheid.

Op medailles en penningen van Vrijmetselaars Loges, waar meestal meerdere symbolen op staan, staatregelmatig een bijenkorf afgebeeld, als teken van eendracht en broederschap.

De strooipenningen die uitgegeven werden tijdens de regeerperiodes van Lodewijk XIV tot XVI, gebruiken regelmatig een bijenzwerm die een bijenkoning volgen. Toen reeds bekend dat een bijenvolk 1 grotere bij had, maar men dacht toen nog dat het de koning van het volk was. Een bijenvolk was het ideale voorbeeld van een volk dat haar koning volgt en beschermt, met hun wapens.

Van de oude Grieken is een 20 seniti muntje gevonden met de afbeelding van een bij. Maar het zijn niet enkel de betaalmiddelen die een bij als symbool dragen. Ook medailles, rekenpenningen, jetons enz. dragen regelmatig een bij als symbool. Soms staat de bij of bijenkorf centraal op de munt. Soms is het maar een klein bijtje als muntmeesterteken (Het munthuis van Straatsburg dat zeer lang een bij als muntteken heeft gedragen).

Er zijn mij nu reeds dan 2500 verschillende munten, medailles en penningen bekend met de afbeelding van de bij.

Het symbool “bij” wordt voor verschillende doeleinden gebruikt werd. Niet enkel voor spaarzaamheid of ijver (zoals ze vooral in de vorige eeuw werden gebruikt), maar ook als symbool van weerbaarheid, de eendracht, onsterfelijkheid, landbouw, nijverheid, kunstvaardigheid, enz.

Vanaf dat de Oude Grieken begonnen zijn met het uitgeven van geld, gebruikten zij vooral dieren als symbool op hun betaalmiddelen. De bij was er als van de eerste welke gebruikt werd op deze munten. Vooral de stad Ephesus heeft decennia lang een bij als muntteken gedragen.

De godin Artemis was de beschermheilige van deze stad. De meest voorkomende symbolen voor deze natuurgodin waren de bij en het hert. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de hogepriester van de tempel van Ephesus de naam droeg van Ηεδδην, wat betekend bijenkoning. Terwijl de maagdelijke priesteressen de naam droegen van Melissea of honingbijen. Er zijn dan ook verschillende typen munten met een bij bekend.

Niet enkel de stad Ephesus droeg een bij op haar munten, maar ook verschillende andere steden. Soms ook als muntteken van de heersende magistraat, zoals op de tetradrachme van Alexander III te Babilon 325 - 323 v.C. . Men vindt het bijtje terug net onder de arm van de zittende god Zeus.

Afbeeldingen van bijen, uit de middeleeuwen, op munten zijn zeer summier en stellen meestal enkeleen Christusfiguur of een heilige voor. Vanaf de Renaissance komt daar vlug verandering in, en vinden we ook weer de bij en de bijenkorf terug op munten en penningen. Enkel mooie voorbeelden uit onze contreien zijn de penningen van Philips de Croy, Hertog van Aarschot en de penning van de familie d’Oyenbrugge te Brussel.

Antwerpen: Filips de Croy, hertog van Aarschot
anno: ca. 1567


De penning van Philips de Croy stelt de hand Gods voor die uit een wolk komt. Hij biedt eenbijenkorf aan met rondvliegende bijen. Als bijschrift: DULCIA MIXTA MALIS geen lief zonder leed (of geen honing zonder steken).


Brussel: penning familie d'Oyenbrugge anno 1630

De penning van de familie d’Oyenbrugge stelt een bijenkorf voor met rondvliegende bijen die wordt aangevallen door een beer. Met als bijschrift: PATIOR UT POTIAR (ik blijf volharden). De reden voor het slaan van deze penning kan misschien gezocht worden in het feit dat de heer d’Oyenbrugge vanaf 1620 tot 1625 schepen was in de stad Brussel. In 1629 en 1630 (het jaar dat de penning is geslagen) zat hij niet in de magistratuur. In het jaar 1635 was hij burgemeester van Brussel.

De Franse koningen gaven blijkbaar nogal graag munten en penningen uit. En ook hier vinden we regelmatig weer een bij terug. Vooral op de penningen “Ordinaire des Geurres” en “Trésor Royal” komt de bij voor als symbool van de monarchie. Meestal staat op deze penningen 1 grotere bij afgebeeld met eromheen vliegende diverse kleinere bijen. Net als bij de Oude Gieken dacht men in deze periode nog dat de bijenkoningin in een volk de koning van het volk was.

Er is steeds maar 1 koningin in het bijenvolk en ze is groter dan de andere bijen. Daarnaast zijn er enkele darren (mannelijke bijen en ook iets groter dan de werksters) waarvan men dacht dat dit de adel van het bijenvolk is. Een mooi voorbeeld is de medaille op afbeelding, waar de koning bovenaan staat afgebeeld met links en rechts het volk dat de bijenkorf (Frankrijk) door dik en dun
zal verdedigen.

Utrecht: rekenpenning
anno 1596


Ook in Nederland komt men een zeer mooie penningen met bijtjes tegen. De rekenpenning uit de stad Utrecht is hier een mooi voorbeeld van. De "hardhuidige" schildpad wordt aangevallen door verschillende bijen. De begeleidende tekst: PERFER ET OBDURA (verdraag en volhard). Deze penning is ontstaan nadat de Utrechtenaren zeer hoge lasten zijn opgelegd geworden door de toenmalige regeerders van Holland. De schildpad steld de stad Utrecht voor en de bijen stellen de lasten voor. Ook hier weer wordt het symbool bij gebruikt als aanvaller.

Madrid: wederinname van de stad anno 1710

Maar ook in de oorlogskunst wordt de bij gebruikt als symbool van weerbaarheid. Als voorbeeld nemen we de medaille van Karel III koning van Spanje. Nadat hij de stad Madrid weer in zijn bezit heeft gekregen laat hij volgende medaille slaan. In het midden een bijenkorf (voorstellend de stad Madrid). Links van deze korf: een zwerm bijen (soldaten) met koning, wegvluchtend. Van rechts komend: een zwerm met koning die de korf in bezit nemen. Met als begeleidende tekst: MELIOR NUNC REGNAT IN AULA (een beter koning heerst nu in het hof). Onderaan de afsnede staat de volgende tekst: MADRITO ITERUM RECEPTO MDCCX (Madrid andermaal in bezit genomen 1710).

Al vanaf de 17e eeuw werden schoolmedailles uitgereikt aan de beste leerlingen die afstudeerden. Vele van deze medailles hadden de bij of een bijenkorf als centrale figuur als symbool van ijver.

Zodra de industrialisatie zijn intrede doet, worden er regelmatig medailles uitgegeven met de bij of bijenkorf als symbool. Een voorbeeld hiervan is de tentoonstellingen van nijverheidsproducten die Koning Leopold I vanaf het bestaan van ons land (om de vijf jaar) organiseerde. Eveneens een mooi voorbeeld is de medaille van 50-jaar Nederlandsche Huishoudmaatschappij. Waarop de nijverheid (steunend op een bijenkorf) gekroond wordt door een vrouw in antiek gewaad.

Vanaf het einde van de vorige eeuw tot WO I werden regelmatig veeprijskampen gehouden. De uitgegeven medailles droegen haast steeds een bijenkorf met rondvliegende bijen. Er zijn er veel van deze medailles bekend. Ook het FAO (Internationaal Voedsel– en Landbouworganisatie) brengt regelmatig medailles uit met de bij als één van de symbolen. Een zeer mooie medaille is de medaille in het jaar van de gehandicapte.

Een bij op een bank– of verzekeringsmedaille is geen zeldzaamheid. Vooral op het einde van de 19e eeuw en vorige eeuw zijn er verschillende van deze medailles geslagen. Het symbool bij wordt hier vooral gebruikt voor haar spaarzaamheid. De bijenkorf op het embleem van de ASLK is er een mooi voorbeeld van

Vanzelfsprekend komen de bij en de bijenkorf regelmatig terug op imkermedailles. Vanaf dat de imkers zich beginnen te verenigen (einde 19e eeuw) ziet men ook regelmatig imkermedailles opduiken. Soms als prijsmedaille bij imkerwedstrijden, soms als herinneringsmedailles van verenigingen.

.:._______________________________________________________.:.
Lees reacties, of laat uw reactie, vraag of opmerking achter, door dubbel te klikken op het woord reacties in onderstaande regel:

Vergelijkbare Blogs

Related Posts with Thumbnails