dinsdag 22 juli 2014

Ina Custers in de Tempel met Zwarte Magie

Sterzoeker kijkt voor u in de duistere krochten van de magie. Soms valt er vanuit die diepte niets te melden en dan melden we dus ook niets. Maar sterzoeker houdt zelfs in slaap een oog gericht op de magische kookpot. Zo zagen wij onderstaande filmopname, van een ritueel gebeuren, in The Temple of Starlight van Ina Custers-van Bergen. Deze zwart magische ogende opstelling is zo opmerkelijk dat we dit kiekje graag met u delen.

Wat zien we op deze video? Welnu, dit is een blik in Ina Custers haar magische tempel. Het is haar zolderkamer, omgebouwd tot tempel. Het betreft hier een zogenaamde rituele opstelling voor de vliegrampslachtoffers van de MH17. Of de nabestaanden van de MH17 slachtoffers, op een dergelijke zwarte magische ogende toestand zitten te wachten is de vraag.

Mevrouw Custers zou mevrouw Custers niet zijn als ze niet alle populaire aangelegenheden aangrijpt om publieke aandacht te trekken. Een nationale ramp wordt zonder schaamte door haar gebruikt. Net als dat ze zo gemakkelijk schrijft bij een lezing aanwezig te zijn geweest van een of andere bekende professor. Het maakt Custers niet uit zo lang het maar belangstelling trekt.

Dat Custers graag aandacht trek is een feit, maar een kijkje in haar privé tempel dat is opmerkelijk. Dat hadden we nog niet eerder gezien. Zelf haar trouwe volgelingen mogen dit domein niet betreden. Nu is het dus Ina Custers zelf die een filmpje,met de geheime tempel, op internet zet.

Aan het begin zien we Custers haar blote voetje. Zo dien je dit zwarte hol blijkbaar te betreden. Zwart magisch oogt het wel. Zusterlijk naast een beeld van de heilige Madonna zien we een duistere Afrikaans ogende zwarte-godinnenbeeld staan. Haar buik is een groot verslindende gat. Ze is omhangen met een lange ketting van kleine schedeltjes. Deze kennen we van de Hindoestaanse Godin Kali. Dit beeld zou niet misstaan in een VooDoo-tempel. Het hoort zeker niet thuis in de westerse mysterie traditie, waar Custers zo prat op gaat.

Custers lijkt met dit filmpje op een andere toer te gaan. Waren het eerder vooral filmpjes en blogjes over hoe je je leven kon beteren, door bij haar op cursus te gaan. Ze richt zich meer op het persoonlijk leven van de toeschouwer. Eerder zagen we dwingende puntenlijstjes met een opsomming van waarom zij de beste docent is, en waarom zij de voornaamste magische school heeft. Iedere blog eindigde steevast met een link naar een cursus pagina's.

Ina Custers moet doorhebben hebben dat deze manier van reclame maken niet actueel meer is. Het leverde haar meer vijanden dan vrienden op. Het liet zien dat het enkel commercieel belang was.. 

Nee, tegenwoordig gaat Ina Custers wat geraffineerder te werk. De agressie-advertenties zijn geheel verdwenen. De huidige blogjes lijken persoonlijke verhaaltje, uit Custers haar persoonlijk leven.  Het lijkt allemaal heel intiem. De goede verstaander ziet echter, dat het in deze op het oog persoonlijke aanpak nog steeds draait om de verkoop van het product “Ina Custers- van Bergen”.

Onderwijl gaat de “Custers verkoop" door, via meerdere facebook pagina’s, verschillende websites en andere sociale media. Custers haar cursusprijzen, voor 5 lessen, zijn zo schandalig hoog, dat ze de prijs zelfs niet altijd vermelden op haar pagina. De belastingdienst is immers nooit ver weg is. Het lesgeld gaat ver boven het budget van de meesten. Wij kunnen u melden, dat de prijs van Custers  haar tempellessen, momenteel,375 euro bedraagt, en dat voor 5 lessen.

Veel getrouwe leden kunnen dit ook nauwelijks betalen. Het zorgt er voor dat er bijna geen aanwas meer is aan nieuwe leden en dat oud-leden afhaken. Het ledenaantal is zo dramatisch gezakt is dat ze geen volwaardige groepen meer heeft. Vandaar ook de soberheid op foto 's van de laatste Anubis workshop en maanmagie workshop. Er zijn nog maar weinig leden die zich inzetten voor het maken van de decoratie en de aankleding van haar workshops. Het geheel oogt daardoor een stuk minder dan de eerdere workshops. De laaste jaren zijn er helemaal geen foto's meer van de weekenden gepubliseerd.

Custers haar tempelgroep in Dordrecht zit en Haarlem nog zijn al samengevoegd tot 1 groep. Aan outsiders heeft Custers altijd al willen doen geloven dat ze een zeer grote en wereldomvatten orde heeft. Dat is het nooit geweest. De Tempel of Starlight is een eenmanszaak, die geen enkele geschiedkundige verband of banden heeft met enige echte occulte, magische of mysterie-ordes.

De TOS is niet meer dan een creatie van een mevrouw, een artiest, met een vlotte leugenachtige babbel. Dat maakt dat het niet wil beklijven, en leden weggaan. In haar hoogtijd dagen had ze meer dan 40 leden. Nu zijn dat er niet meer dan 15. Over het ware ledenaantal heeft Custers altijd geheimzinnig gedaan.

Natuurlijk heb je altijd minder oplettende mensen, die oprecht zijn gaan geloven uit wat Custers blogt en post, dat ze verandert is. Dat zie je ook aan det aantal likers op haar facebook pagina. Mensen die haar eerst niet lusten, wegens haar commerciële en onmenselijke sektarisch aanpak, liken en babbelen nu gezellig met haar mee. Er is niets zo veranderlijk (lees verraderlijk) (en onstabiel) als de  zoekende mens. Op facebook is ze zeer actief, ze heeft een eigen facebook pagina : Western Mystery Tradition. Hier deelt ze voornamelijk postings van anderen die betrekking hebben op het thema van de groep.

Maar we dwalen af, we gaan terug naar het filmpje. Ondanks dat het filmpje eigenlijk helemaal niet veel laat zien van de ruimte zelf,  geeft het toch zeer goed de sfeer en de zwarte elementen weer waarmee Custers graag speelt en dat zijn nu eenmaal niet de lekkerste.

vrijdag 20 juni 2014

AMORC eist Sterzoeker bezit op.

Over de arrogantie van sommige ordes schreef sterzoeker al vaker. AMORC maakte het recent wel heel erg bont, door zich de eigendommen van Sterzoeker toe te willen toe-eigenen. Wij waren nog zo netjes om de ons gekochte boekjes tegen onze kostprijs aan AMORC te willen overhandigen. Gekgenoeg werd daar niet op ingegaan. De boekwerkjes die wij in een boekwinkel gekocht hebben worden door AMORC als hun eigendom gezien Hier volgt het relaas.


Enige tijd geleden ontving Sterzoeker onderstaand bericht van een Amorc lid:
Door een van onze leden zijn we reeds een aantal keren attent gemaakt op de aanbieding via sterzoeker van een pakketje incidentele AMORC- monografieën.

Zoals u op de buitenkant van deze monografieën kunt lezen zijn deze het eigendom van de A.M.O.R.C., en kunnen ze dus niet te koop zijn.

Wij vragen u daarom de tekst met betrekking tot deze monografieën zo spoedig mogelijk te verwijderen van uw site, en de monografieën zelf te retourneren naar het volgende adres:

Rozekruisers Orde AMORC
Groothertoginnelaan 36
2517 EH  Den Haag

Vriendelijke groet,

 TSK

Rozekruisers Orde AMORC


Daarop heeft Sterzoeker uiteraard netjes geantwoord:
Beste T,
Een medewerker van Sterzoeker trof deze Monografieën aan in een antiquariaat. Het betreft een aardige stapel en daar moest ook een aardig bedrag voor betaald worden.

Wij hebben trouwens naast "het pakketje AMORC" nog groot een aantal boeken en monografieën. Ook bezitten we een aantal rituele voorwerpen, afkomstig van AMORC.  Deze staan (nog) niet op Sterzoeker. Ook hier is in geïnvesteerd en wij zullen dit materiaal dus niet zomaar van de hand doen.

Wij kunnen en willen de Monografieën dan ook niet zondermeer aan AMORC retourneren, gezien ze in een reguliere boekenwinkel gekocht zijn en er kosten voor zijn gemaakt.

Sterzoeker biedt de monografieën trouwens ook helemaal niet te koop aan, maar beschrijft de bijzondere vondst, want bijzonder is het, blijkens uw schrijven.
 

Met vriendelijk groet, 
Sterzoeker

Op ons antwoord kwam een tegenreactie van AMORC:
Beste Magister Templi en Sterzoeker (naam?),

Dat jullie er geld voor hebben betaald klopt natuurlijk niet.
Ze zijn en blijven eigendom van de AMORC, of het nu bij een antiquariaat ligt of niet.
Rituele voorwerpen zijn in elke vrijmetselaarstempel en ook bij de Magister Templi te vinden, zo bijzonder is dit niet.
Voor wat betreft de boeken: elke goede boekwinkel en/of antiquariaat heeft interessante mystieke boeken te koop, waar ieder geïnteresseerde zijn hart op kan halen. Ook dit is niet bijzonder.

Vriendelijke groet,
TSK


Dit is een vreemd antwoord omdat de mevrouw in kwestie geheel niet ingaat op waar het haar in eerste instantie om te doen was: dat ze de Monografieën van AMORC terug wil hebben. Ze schijnt niet snappen wat wij schrijven; dat we er geld voor betaald hebben. We willen de Monografieën haar wel overhandigen, onder voorwaarde dat ze ons het bedrag van 75 euro betaalt, waar wij het voor gekocht hebben.  Dat wij ook in het bezit zijn van een andere, wellicht nog veel interessantere  AMORC-oudheden en boekenwerken, schijnt haar niet te boeien. Een aparte reactie vinden wij wel, dat de rest er niet toe doet, voor iemand die nogal gebrand is op het terugvorderen van AMORC materiaal. Daarom voelde Sterzoeker zich genoodzaakt er nog even een mailtje tegen aan te gooien:

Beste T,

Wat u schrijft klopt niet helemaal, iets waar wij netjes voor betaald hebben, in een reguliere boekhandel, is wel degelijk (ons) privé eigendom. De betreffende monografieën kan u wettelijk gezien dus niet zomaar opeisen. U kunt daarhalve ook niet zondermeer verwachten dat iemand zijn boekenkast voor u gaat uitruimen en u uw vermeende eigendommen terugstuurt, zonder dat de gemaakte kosten vergoed worden, zou men al bereid zijn u de monografieën te doen retourneren.

U zou dit eerst eens netjes kunnen vragen, of men bereid is hiertoe te onderhandelen. De opzet, in uw eerste schrijven, was in die zin zeer brutaal gesteld, om te doen versonderstellen dat u deze retournage zonder meer kan afdwingen.

In deze ligt het probleem in feite niet bij de Sterzoeker medewerker, maar bij AMORC. Een van uw leden heeft zich duidelijk niet aan uw orderegels gehouden, door de boekwerkjes af te leveren bij een antiquariaat. Onze medewerker is geen AMORC lid en behoeft zich dus niet aan de regels van AMORC te houden.

Bovendien, als het zoals u schrijft niet zo bijzonder is, waar maakt AMORC zich dan druk om?

Wij vernemen graag hoe AMORC dit verder wenst op te lossen, maar zondermeer retourneren zal dus niet gebeuren.

Met vriendelijke groet,Sterzoeker


Mevrouw gaf het daarna wel heel snel op. Ze deed nog een poging om op ons sentiment in spelen.  Ze liet ons weten dat een enkel antiquariaat haar monografieën retourneren en dat ze het bij ons niet kan afdwingen. Daar heeft ze helemaal gelijk in want dat kan ze inderdaad niet.  Maar wat voor probleem voorziet zij. Over voor wat voor nette vraag?  Wij zagen het niet. Zie hier het antwoord van mevrouw AMORC:
Beste anonieme antwoorder,

We krijgen ook wel direct de monografieën retour van een enkel antiquariaat zonder dat ze deze te koop aanbieden, als ze zo netjes zijn.

Natuurlijk kan ik niet afdwingen dat u ze terugstuurt; ik heb het netjes gevraagd, als u hier niet op in wilt gaan dan is dat uw probleem.

Vriendelijke groet,
TSK


Hoogste tijd dus dat Kritische Magier zich er mee ging benoemen. Hij schreef als volgt:
Beste mevrouw SK,

De kwestie van de AMORC monografieën is aan mij ter beoordeling voorgelegd. Wilt u van het volgende goede nota nemen?

De betreffende boeken zijn op rechtmatige wijze verworven, de koper had geen reden om aan te nemen dat de boeken op onrechtmatige wijze verworven zou hebben. De huidige eigenaar van de boeken is daarom de rechtmatige eigenaar.

Mocht u aan het bovenstaande twijfelen dan staat het u vrij om u hieromtrent nader juridisch te laten informeren.
Ruimte voor interpretatie is er vanzelfsprekend altijd. Echter, zomaar komen binnenvallen met een ongegronde vordering op de betreffende boeken getuigt niet bepaald van een overtuigend niveau. U doet het voorkomen alsof u het AMORC vertegenwoordigt, dat zouden wij natuurlijk willen verifiëren. Gesteld natuurlijk dat u onze aandacht ook zou hebben.

U heeft onze informatie en dat lijkt mij voor nu voldoende.

Hoogachtend

De Kritische Magier namens het Sterzoekerteam

Daarna bleef het nog lang stil rond AMORC, totdat een ex- AMORC lid sterzoeker aanbood om al zijn monografieën voor ons in te scannen. Zo geschiede het. Zo konden wij wat ontbrak in het geheel complementeren. Maar of mevrouw AMORC hier nu zo blij van wordt, dat betwijfelen wij ten zeerste .

maandag 2 juni 2014

De Christelijkheid van de Magie

Is het u wel eens opgevallen hoe truttig het magische leven is? Nee? Dan wil ik eens een woordje wagen aan de discussie over witte versus zwarte magie, Linker versus Rechter hand-magie, goed en kwaad, kortom mijn stek versus jouw stek.

Elke discussie hierover is doorgaans een serieuze poging om mij dood te vervelen. Ik veronderstel dat men leest, ook al volgt men een “ervaringspad”. Ik veronderstel dat een mevrouw die er een mysterieschool op na houdt op – zo beweert zij – Kabbalistische grondslag, toch een beetje haar klassieken kent. Ik veronderstel dat ieder wat vermogen tot zelfreflectie heeft. Waarom doe ik dat? Omdat de hedendaagse magische stromingen zich afzetten tegen de christelijke leer. Daar is dan ook een persoonlijke reden voor.

Onder de magische bevolking bevinden zich opmerkelijk veel leden die in hun jeugd stevig volgegoten zijn met de strenge versie van de Christelijke leer: mensen die als kind in sektes gezeten hebben, streng gereformeerden en slagvaste Katholieken. Er zijn er ook van het Jezus-is-je-vriendje-type, maar die voeren niet de boventoon als de kwestie van Goed en Kwaad of Zwart en Wit aan de orde is. Die lezen gewoon een boekje extra.

Tja, hoe kom ik er nou bij dat men zich in deze discussie afzet tegen de Christelijke leer?

Omdat in de discussie direct zichtbaar wordt dat men het Goed en het Kwaad kan herkennen. Definities volgen dan vanzelf om duidelijk te maken wat een boosaardig volk zich aan de andere kant van de streep bevindt.

Niemand schijnt in de gaten te hebben dat men precies dat doet wat het christendom altijd al van het niet-christendom gescheiden heeft: men personifieert het kwaad of de duistere zijde. Ja, Harry Potter hebben ze onder de knie, dat wel.

De mevrouw met haar troebele mysterieschool zou ik aanraden om haar school te sluiten.

Ik mag veronderstellen dat iemand die zich in mysterieen verdiept heeft iets beters te bieden heeft dan scheldwoorden voor de andere partij. Wie ooit geld betaald heeft voor haar lessen mag dit nu terug gaan vragen. Het enige echte mysterie is hoe het zo ver heeft kunnen komen dat zij naam heeft kunnen maken met wat hapsnap teksten uit boeken waar ze totaal niks van begrijpt.

Wanneer het over het verschil tussen witte en zwarte magie gaat dan lijkt men in de magie met de vingers in de knoop te zitten.

Elke discussie draait steevast uit op betonnen stellingen zoals: wit is het goede, zwart is het slechte. Vervolgens verschanst men zich achter de eigen traditie waar - vanzelfsprekend - het slechte zo slecht helemaal niet is. Aan het goede wordt geen aandacht meer besteed want dat is ... goed. Ja, dan weten we allemaal waar het over gaat en zijn we het eens want het probleem zit niet in het goede. Het is de zwarte magie die de oprispingen veroorzaakt.

Er wordt wat ongemakkelijk heen en weer gekaatst over persoonlijke ervaringen, er worden wat definities uitgeprobeerd die geen van allen stand kunnen houden. Soms is er een durfal die dapper naar de eigen borst wijst en roept: maar ik ben een wicca en wij houden ons nou juist bezig met de zwarte kant van de magie. Dat wordt dan gemakshalve genegeerd.

Het onderwerp is: qlippoth. Noem dat woord en iedereen zit in de gordijnen.

Het meest vermakelijke element in de discussie is de mevrouw met de mysterieschool. Die pretendeert het te weten, ja echt. Ze haalt er de Kabbala bij. Nu heeft zij voor haar de leden van haar tempel zelfs haar visie van de kabbala uitgetekend en voor 75 euro kan een papieren kopie van haar, in duistere sferen gehulde, boom aan uw muur hangen. ze weet precies hoe het Kwaad eruit ziet, die verkettert een andere magische orde die vermoedelijk wel weet waar het over gaat. Kortom, ze is bang voor de duivel. Dat heeft ze namelijk geleerd in haar Katholieke opvoeding.

Het kwalijkste aan deze mevrouw is dat zij anderen wil voorschrijven wat er gedacht of gevoeld moet worden. Mevrouw is namelijk magus en dan mag je dat doen met je “darlings” zoals ze vaak schrijft. Dat vind ik pas echt eng. Temeer omdat deze mevrouw geen enkele blijk geeft van enige intelligentie, ze roept alleen iets dat in haar kraam te pas komt. Wat dat is weet ze donders goed, verder weet ze niks. En toch mogen we dat niet in onze kleine beschouwing negeren.

“Goed” is het ruim doneren in de collectezak en je mond houden (ze IS immers een religieus genootschap), “Kwaad” precies het tegendeel. Sla er maar even de gedragsregels van de Temple of Starlight op na. Dat maakt haar magie zo diep christelijk. Collectes zijn immers een uitvinding van religieuze organisaties zoals die waar de christelijke kerk ook onder valt.

En kom nou niet vertellen dat die niet weten wat het verschil tussen goed en kwaad is. Ze hebben patent op die kennis. Dat is nou precies wat mij altijd verbaasd heeft want voor zover bekend (sic!) maakt de bijbel alleen melding van liefdadigheid als het om armen en behoeftigen gaat en heeft Jezus alleen een inzameling gehouden omdat er tienduizenden gespijzigd moesten worden.

Die zorg rust zeker niet op onze fameuze zwaar Katholieke magus, zoveel is bekend en heel zeker. Ik kan mij daarom goed voorstellen dat zij ernstig worstelt met de vraag wat nou eigenlijk het verschil tussen Goed en Kwaad is. Ze kan het ene niet meer van het andere onderscheiden.

Setrzoeker lost dat vraagstuk graag voor haar op. Goed is deze mevrouw de rug toe te keren, kwaad is in haar praatjes te trappen, grof geld te betalen voor haar goedkope “magie” en je bovendien nog zwart te laten maken door deze zogenaamde magus met haar christelijke achtergrond. Dan ben je beter af met de eerst beste christelijke kerk met een onderbetaalde prediker. Dat is nog eens een Westerse Mysterie Traditie.

door: Horas

vrijdag 17 januari 2014

Prometheus brengt het vuur.

Ouranos was de god die alle sterren kende. Hij beheerste de universele kennis. Ouranos had lak aan de mensheid. Hij vond het domme wezens en minachtte hen! Hij wilde op geen enkele wijze iets met hen te maken hebben. Zo bleven de Uraanse universele inzichten, het visionaire, en het alwetende voor de mens verborgen.

Daar zijn die duistere, barbaarse wezens niet aan toe, vond Ouranos!

De andere goden waren het daarmee eens. Mensen zouden misbruik maken van het hemelvuur!

Tot op een zekere dag Prometheus, een Titaan, vond dat de mens ook recht had op dit vuur, wat hem ertoe aanzette dit vuur te stelen van de goden.

Het gestolen vuur werd toen, tegen de wens der goden, van de hemel naar de aarde gebracht!

Nu was de mensheid in bezit is gekomen van dit vuur en deze kennis, in staat zich te ontwikkelen.

dinsdag 1 oktober 2013

DE BITTERE BEKER

De vakantietijd is weer voorbij en iedereen is weer aan het werk en de 3 leukste kinderen van het universum zijn weer naar school, dus werk aan de winkel voor Sterzoeker om weer een informatieve bolgje te schrijven en de achterstand weg te werken van ingezonden stukken. Hier volgt dan ook een geheel nieuwe blog over de Bitter beker.

In verschillende inwijdingstraites wordt er aan de noviet gevraagd om uit de bitter beker te drinken. In deze beker bevind zich water aangelengd met een bitter stof. Deze bitter beker is kent een lange geschiedenis en is een metafoor van verschillende symbolen. Om te beginnen zouden we ons wat kunnen bezinnen over de herkomst van de Bittere Beker.

Bittere Bekers waren reeds in oeroude tijden bekend. Denk maar aan Socrates, die de beker, gevuld met het aftreksel van de bittere en dodelijke waterscheerling moest drinken. De oude Grieken geloofden, dat de zielen van gestorvenen het eveneens bittere water uit de LETHE, de onderwereldstroom moesten drinken teneinde alle aardse herinneringen te verliezen, voordat zij het ELYSION, het verblijf der gelukzaligen mochten betreden.

Van oudsher is het bittere steeds verbonden geweest met 'ALSEM', de Nederlandse naam voor het plantengeslacht Artemisiet behorend tot de familie Compositae, een kruid waarvan een uitgesproken bittere drank getrokken kon worden. dit kruid was aan de godin ARTEMIS ofwel aan DIANA gewijd, omdat zij er, als Godin van de jacht, een geneesmiddel tegen vermoeidheid van maakte.

Ook de Romeinen kenden de Bittere Beker, want zij gaven overwinnaars van de wedstrijden in de amfitheaters de Bittere Beker, wijn met Alsem, om de vermoeidheid weg te drinken.

In de tijd van middeleeuwse kloosterkruidtuinen stonden planten met sappen van opmerkelijke geur of smaak, onder toezicht van goden of van duivels. Deze bewezen de mensen heil of ellende met die vloeistoffen.

Apart en afgezonderd van de woonoorden der bevolking, stonden de hutten der kruidenvrouwen. Onder het toepassen van een ritueel en het uitspreken van bepaalde bezweringen, zochten zij geneeskrachtige kruiden Toverspreuken versterkte de werking er van. Zo dacht men in de middeleeuwen. Werkelijkheid, verbeelding, magie en geneeskracht waren wonderlijk dooreen gemengd. De meest aangewende heilkruiden waren alsem, bilzekruid, belladonna, hennep, kamille en papaver.

Vanwege het bittere, beperken ik mij hier uitsluitend tot de alsem. Het wonderkruid ALSEM was de MATER HERBARUM of de Moeder der kruiden daarom ook wel Moederkruid genoemd. De Alsem was een Godskruid, een wonderkruid ten dienste van de lijdende mensheid, en wel in het bijzonder voor vrouwen. MATRIX betekent Moeder van levende wezens. In de Latijnse naam sprak zich de verering en de eerbied voor dit heilkruid uit.

De Alsem, die tot op heden zijn heilzaam, werk verricht, is de Artemisia Vulgaris. Artemisia, Grieks, komt wellicht van de reeds genoemde Godin ARTEMIS, wier naam fris of gezond betekende. Dit was de middeleeuwse kruidkundigen of onbekend of te simpel, zij bedachten mooiere betekenissen.

Artemisia Vulgaris. heet in het Nederlands "Sint Janskruid" soms "Sint Jansgordel" en het werd zoveel mogelijk op Sint Jansdag, 24 juni, geoogst. Geloofd werd, dat Johannes de Doper zijn verre woestijntochten kon volbrengen, doordat hij een gordel van Artemisia Vulgaris droeg.

Blaadjes van het Sint Janskruid in de schoenen gelegd, stellen reizigers in staat om lange afstanden lopend af te leggen. Vooral, meende men, indien ze in een Rooms Katholieke kerk gewijd zijn, zoals in de vijftiger jaren nog in West-Duitsland plaats vond. Heus niet zo erg lang geleden dus! De Alsem, dacht men, werkte dus gunstig op het lopen en staan, de benen en ooral de voeten dus. Is het vreemd dat de plant hier te lande ook de naam van Bijvoet kreeg?

Zuid-limburgers droegen wel kruisjes van de Bijvoet bij zich, als afweermiddel tegen duivelen en kwaad op hun tochten. Minstens zo goed helpen kousenbanden van haas-vel met daartussen gestoken stengels van het Sint Janskruid. Dit gbeurde tot halverwege de vorige eeuw, maar dertig jaar geleden nog droegen Groninger landarbeiders Sint Jansbladeren in de klompen om beter hun zware arbeid te kunnen volhouden.

Naast het Artemisia Vulgaris bestaat echter ook nog de Artemisia Absinthium, een plant die erg veel op de eerste gelijkt. Maar waar het Artemisia Vulgaris dus duidelijk een godskruid was, werd het Artemisia Absinthium een duivelskruid. De duivel kon immers niet in de grote macht van de goede plant berusten. Hij schiep daarom de tegenhanger.

Maar wie daarvan drankjes kookte en deze dronk, ledigde de verkeerde Bittere Beker. Diens ziel kwam in de hel. Heksen brouwden daaruit hun gevaarlijke drankjes, wie ze dronk, vergat alle verantwoordelijkheid voor zijn daden, waardoor hij zich vaak des doods schuldig maakte.

Gelukkig hij, die door een nimf het tegengif, de Bittere Beker van de Artemisia Vulgaris toegediend kreeg. De uit Artemisia Absinthium, in de vorige eeuw veel gemaakte of gestookte vermout, absinthwijn, en alsemwijn brachten menigeen vroeg in het graf, al dan niet na een vreselijk lijden. Het aftreksel van de alsem, dat in die dranken gedaan werd, was het groene vergif, le poison vert, en zeer berucht.

De franse en Italiaanse wetten verbieden thans het gebruik van de Artemisia Absinthium. Het absint drankje was lange tijd ook verbonden in Nederland, maar mag sinds enige jaren weer verkocht worden. Er zit echter zeer weinig of geen echte absint abstract meer in dit drankje, maar men gebruikt nu andere kruiden of chemische smaakmakers. Absint komt van het Griekse absinthes het Griekse apindes, ondrinkbaar.

De teelt van beide Artemisia-soorten komt nergens meer voor. De planten komt U
verwilderd of in particuliere tuintjes in Nederland soms nog wel tegen.

de Bijbel, spreekt op verschillende plaatsen over het bittere alsem als gifdrank. De meest frappante vinden we in Openbaring 8: 10-11. "En de derde engel bazuinde en een grote ster, brandend als een fakkel, viel uit de hemel en zij viel op het derde deel der rivieren en op de fonteinen der wateren. En de naam van de ster noemt men BSINT. En het derde deel der wateren werd ABSINT, en velen der mensen stierven van het water, omdat het bitter geworden was".

Het gebruik van het woord Alsem in de Nederlandse taal is overigens sterk aan het minderen. "Hij doopt: zijn pen in gal en alsem" of "Alsembeker " voor "lijdenskeIk" en 'S Levens Alsem" gebruikt men tegenwoordig niet meer. Dergelijk woordgebruik vraagt om goede kennis van mystiek en natuurkunde.

Het symbool van de Bittere Beker heeft het praktisch gebruik van een beker met geneeskrachtige drank, uit Alsem bereid, overleefd. De naam Alsem verdween uit het dagelijks taalgebruik. Slechts weinigen die kennis hebben van het gebruik van de bitter beker in inwijdingsrituelen weten nog dat de Bittere Beker een Alsembeker was.

Tegenwoordig zou men dan ook men onverschillig kunnen zijn ten opzichte van de stof, ,waarmee men een Bittere Beker toebereidt. Als het vocht in de Beker maar goed bitter smaakt dan is het wel goed, zonder er overigens veel bij na te denken. ,Hoe bitterder, hoe groter de uitwerking, denkt men wellicht.

Het gebruik van bepaalde symbolen kan in een (magische) orde, club of genootschap veelvuldiger zijn dan in de gehele maatschappij. Doch op weinig uitzonderingen na, zijn zinnebeelden en symbolen bezit van het gehele volk. Maar wanneer er tijdens een inwijdingsplechtigheid de Bittere Beker gebruiken, of die nu een bittere of een zoete vloeistof bevat, dan wijzigt de gewone betekenis daarvan niet of zeer weinig. Dan blijft die Bittere Beker de Alsembeker uit vroegere tijden, die wij als symbool in het (moderne) rituaal is verwerkt.

De Bittere Beker behoort om die redenen, in een ritueel, ook daadwerkelijk bitter te zijn. De Bittere Beker de Alsembeker uit vroeger tijden, bereid uit Artemisia Vulgaris en dat heeft nu eenmaal een bittere smaak. Overigens, vergelijkingen met de oude Bittere Bekers, van Socrates of uit de Bijbel, wordt de stof alsem niet in de hoeveelheid toegepast als in de oude dagen. het gaat nu uitsluiten om de bitter smaak en niet om de hoeveelheid werkzame stof uit de alsem.

Die oude Bittere Bekers zijn geschiedenis geworden die hoogstens tot vermeerdering van onze kennis kunnen bijdragen. Die geschiedenis kan besproken - worden op na het uitvoering van het ritueel in instructiesof uitleg, doch zij behoeft niet ten tonele gevoerd te worden tijdens de inwijdingsplechtigheid.

De Kandidaat die de inwijding meemaken, kunnen de plechtigheid van de (werkelijk) Bittere Beker dieper beleven, wanneer zij de betekenis er van in eigen tijd kennen. Natuurlijk ligt ook voor hen het heden in het verleden, maar inzake de beleving van het symbool van de Bittere Beker moet men niet te ver terugblikken. Wie de hand aan de ploeg wil slaan, kijke niet om .... zegt een oud spreek woord.

De kandidaat drinkt niet het water uit de-LETHE om het leed, dat medemensen hem aandeden, te vergeten. Door het drinken van de Bittere Beker worden onaangename ervaringen weer wakker evenals het bewustzijn, dat er meer zullen volgen.

-Le Catic d'Amertume- (Drinkbeker der Bitterheid) en -La Coupe du savoir- (Beker van het Weten), zoals die in Vrijmetselaars Loges in Frankrijk gebruikt worden, zijn één. Men reikte de Kandidaat eerst water, daarna alsem en tenslotte weer water toe. Deze Bittere Beker symboliseert het gehele leven. Deze dronk aan het begin van de derde reis, binnen de eerstegraads inwijding, vormt daarmee een eenheid.

Eerst is de Beker zoet, dan plotseling wrang, waarna ze weer zoet wordt.Maar ook hierin is het Bittere, naast het Zoete, een belangrijk element. De Bittere Beker is een beproeving. De Kandidaat moet die beker grijpen en ledigen tot de droesem toe. Dan verandert de scherpe en brandende drank in een versterkende en vertroostende drank.

De Bittere Beker, zoals die gedronken werd in het Franse Vrijmetselaars Ritueel stond ook symbool voor het drinken van het verdriet, dat onvermijdelijk met het leven verbonden was. De Kandidaat dronk de dwaalbegrippen uit de profane wereld weg. Hem werd aangeraden om de bittere beker te drinken, de beker der vergetelheid, om sterker in het leven te staan. Ook werd hem gezegd: 'De vrijmetselaar wacht dikwijls een bittere beker, sterk U!' Oude en nieuwe denkbeelden werden dooreen gemengd.

In ALPINA een vrijmetselaars geschrift uit 1933 staat het volgende over de bitter beker geschreven:
"De man, die streeft naar meer rechtvaardigheid en meer geluk, wordt stellig door dit symbool geroerd. Daardoor kan hij geluk en lijden, de reden van leven en sterven, leren gevoelen. De teleurstellingen in zijn leven zijn even zovele bittere bekers, die hij telkens moet ledigen, dikwijls zelfs met gesloten ogen. De bittere beker doet hem de pessimistische vooroordelen, die zijn verstand verlammen, stoppen. Het ledigen tot de laatste drup helpt hem over de wanhoop, die bij de Gerste dronk in hem opsteeg. Wie de Beker geheel ledigt wordt Leerling, Gezel en Meester. Hij zal telkens een bittere beker ledigen. Hij zal de ellende van het leven verdragen. Hij zal niet meer aan de mens wanhopen. De smarten die hij leed, zullen zijn als de nevelen, . die door dé ochtendzon verdwijnen. Zo moge het zijn!"
Aldus ALPINA, in 1933

Dus Ongeacht de bereidingswijze, de grondstoffen of de smaak, bitter of zoet. De Bittere Beker blijft een symbool dat tot in lengte van dagen zal blijven aanspreken en zal wel altijd onderdeel blijven van mystieke inwijdingen.

zondag 2 juni 2013

Parcival en de Gewonde Visserkoning

In de Graallegenden moet Percival het ouderlijk huis verlaten, op zoek gaan naar de Graal. Het is onbekend of de Graal een materiële schat is of een bron van wijsheid. Het doel van de zoektocht is echter niet de schat maar de ontwikkeling tijdens het onderweg zijn, zonder doel is er geen beweging. Gaandeweg overwint Parcival hindernissen, ontdekt zijn eigen mogelijkheden en arriveert bij de gewonde Visserkoning, die hem de Graal toont. Parcival verzuimt echter de essentiële vraag te stellen: “Waaraan lijdt u?” Hij heeft nog niet geleerd om te luisteren met zijn hart en zijn mededogen te tonen. Het hart verbindt en brengt leven tot bloei. In de legende blijft de koning gewond en zijn land dor.

Een land weerspiegelt de toestand van zijn koning. Dit kan zich zowel op het uiterlijk als op innerlijk vlak manifesteren. Het vee plant zich niet langer voort; het koren wil niet groeien; ridders vallen op het slagveld; kinderen verliezen hun ouders en jonkvrouwen wenen. Het hele land is in diepe rouw gedompeld. Deze ellendige toestand is ontstaan doordat de Visserkoning gewond is geraakt.

De veronderstelling dat de welvaart van een rijk afhankelijk is van de viriliteit en kracht van zijn heersende vorst wordt algemeen aanvaard, vooral onder primitieve volkeren.

De gehele Graalburcht bevindt zich in moeilijkheden, doordat de Visserkoning gewond is. De mythe verhaalt dat jaren geleden, toen de koning nog een jongeling was en hij als dolende ridder door de bossen struinde, hij bij een kamp kwam. Alle mensen van het kamp waren weg, maar aan het spit boven het vuur hing een zalm te roosteren. De Visserkoning had honger en zag de zalm die boven het vuur geroosterd werd. Hij nam er een stukje van om het op te eten. De zalm bleek erg heet te zijn. Hij brandde zijn vingers, liet de zalm uit zijn handen vallen en stak zijn vingers in zijn mond om de pijn van de brandwond te verzachten. Terwijl hij dit deed, kreeg hij een stukje zalm in zijn mond. Zo ontstond de wond van de Visserkoning en hieraan ontleent de heerser zijn naam. Zijn eerste contact met dat wat later zijn verlossing zal betekenen is een verwonding. Hierdoor wordt hij een gewonde Visserkoning.

De jongeling Parcival komt via de gewonde Visserkoning voor de eerste maal in aanraking met het bewustzijn door een wond of door verdriet. Parsifal informeert in eerste instantie niet naar zijn ziekte (symboliek: hij wil niet geconfronteerd worden met ziekte of met zwakte en negeert dit), maar dat lijden blijft hem bij totdat hij vele jaren later zijn verlossing en verlichting vindt.

Vroeger werd van de heerser verwacht dat hij vitaal zou zijn, een zieke heerser werd vaak afgezet, of ritueel gedood. Een link werd gezien tussen de vitaliteit van de koning/heerser en het de maatschappij; het land, de gewassen etc. Een koning trouwde niet alleen met zijn vrouw, maar ook met het land. De echtgenote, de koningin werd gelijkgesteld aan het land. Wanneer een heerser niet vitaal was, werd dat direct in verband gebracht met het land zelf, als de koning niet vitaal is, dan heeft dat consequenties voor het land, het was niet vruchtbaar. Een vitale koning daarentegen betekende een vruchtbaar land.

Deze vruchtbaarheid/vitaliteit werd ook in verband gebracht met de vrouw van de koning. Wanneer de koning geen vrouw meer had, om wat voor reden dan ook, miste hij de vruchtbaarheid die zo belangrijk was voor het land. Koert gezegd, een koning zonder koningin, vrouwelijke wederhelft heeft tot gevolg dat het land onvruchtbaar is, het land zou dan veranderen in een “troostloos land”.

De Visserkoning regeert over zijn koninkrijk vanuit de Graalburcht waar de Heilige Graal, de kelk van het laatste avondmaal, wordt bewaard. De myth leert ons dat de koning die over ons innerlijk koninkrijk regeert, het karakter van dat koninkrijk bepaalt, en daarmee van ons hele leven. Als de koning zich goed voelt, voelen wij ons goed; als de dingen van binnen goed gaan, gaan ze om ons heen ook goed. Met de gewonde Visserkoning aan het hoofd van het innerlijk kunnen we in zijn leven heel wat lijden.

De situatie is aldus: het koninkrijk is niet welvarend; de oogst is mager; jonkvrouwen worden van hun ridders beroofd en kinderen van hun ouders. Deze mythe geeft ook aan hoe een verwond archetypisch fundament tot uitdrukking komt in de problemen die we in ons leven ondervinden.

In de graalromans van oa Parcival (rond 1200), wordt dit proces gesymboliseerd door het feit dat de Koning een wond heeft in zijn zij, een symbool een wond aan de genitaliën, wat op zich weer een symbool is voor het onvruchtbaar zijn/impotentie. De koning was zijn vrouw(elijkheid) kwijt, in de graalromans gelijk gesteld aan de Graal, waarnaar de ridders op zoek moesten gaan. Het land begaf zich in een woestenij, het land leed, zoals de koning leed. Pas wanneer de Graal weer wordt gevonden, zal de wond van de koning helen en het land weer vruchtbaar worden, dus, wanneer de koning zijn vrouw(elijkheid) had teruggevonden.

In de roman van koning Arthur zien we dat het land vervalt in een grote woestenij en dat Arthur ziek wordt/gewond is. Guinevere heeft het land verlaten, Arthur heeft haar verbannen omdat ze vreemd ging met een van de ridders van Arthur, Lancelot (gouden 'lans”...verwijzing naar het aardse, seksuele aspect van de liefde)
Parsival is het symbool van de nog onbewuste mens die aan het begin van een nieuw pad op zijn levensweg staat, weliswaar met zijn verworvenheden uit het verleden.

in de versie van Chrétien de Troyes die voor het eerst rond 1180 werd gepubliceerd. verbeeldt De Graal het vrouwelijke principe van spirituele transformatie en is bij de Franse schrijver een schaal of beker die de graalwachters in de graalburcht op wonderbaarlijke wijze van spijzen voorziet. Deze burcht bevindt zich in een wereld voorbij de concrete werkelijkheid, in een wereld van verbeelding. De toegang tot deze wereld voert langs een Visserkoning die aan een geheimzinnige wond lijdt die door een speer van een heiden is veroorzaakt.

In de versie van Chrétien de Troyes heet degene die tot de graalburcht doordringt Parcival. Hij is op zoek naar zijn moeder die hij op jonge leeftijd in de steek heeft gelaten om ridder te worden. Tijdens die zoektocht komt hij aan bij een rivier. Daar ziet hij een boot die stroomafwaarts komt. Daarin zitten twee mannen, de een roeit, de ander vist. Parzival vraagt aan hen hoe hij de rivier kan oversteken. De visser wijst hem een doorgang, maar dan komt Parcival in de graalburcht aan. De gewonde Visserkoning blijkt de burchtheer te zijn. Deze schenkt hem een kostbaar zwaard.

In de graalburcht is Parcival getuige van een wonderbaar­lijke processie. Een schildknaap draagt een lans die hij in het midden van de schacht vasthoudt. Uit de ijzeren punt komt een bloeddruppel te voorschijn die omlaag rolt op de hand van de jongeling. Vervolgens verschijnt er een schone jonkvrouw. In haar handen draagt zij ‘een graal’ van fijn, zuiver goud. Na haar komt een andere jonk­vrouw die een zilve­ren schotel draagt.

In de latere versie van Wolfram von Eschenbach is de Graal geen beker, maar een steen die door koningin Repanse de Schoye gedragen word. In de vertaling door Leonard Beuger luidt de bewuste passage als volgt: ‘Zo stralend was haar gelaat dat allen meenden dat de ochtend gloorde. Men zag de maagd gekleed in satijn uit Arabi. Op een groene achmar­di-zijde droeg zij de hoogste paradijselijke vervulling, die wortel en tak tegelijkertijd was. Het was een ding dat de Graal heette, en dat alle aardse volkomenheid overtrof. Zij waardoor de Graal zich dragen liet heette Repanse de Schoye. De aard van de Graal was zodanig dat wie er op de juiste wijze zorg voor wilde dragen zijn kuisheid goed bewaren moest, en alle valsheid mijden.’

Hoewel Parcival al deze wonderen aanschouwt, komt er geen vraag over zijn lippen. Ook vraagt hij niet naar de oorzaak van het lijden van Amfortas. Door dit verzuim kan hij de burchtheer niet uit zijn lijden verlossen. De volgende ochtend verlaat hij de burcht. De poortwachter roept hem toe: ‘De haat van de zon zal jou dragen.’

Robert de Boron beschreef aan het eind van de twaalfde eeuw dat de Graal de beker was waarin Jozef van Arimathea na de kruisiging het bloed van Christus had opgevangen. Richard Wagner bewerkte de stof uit de versie van Von Eschenbach in de negentiende eeuw tot een opera. Carl Gustav Jung droomde vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog dat het zijn taak was om de Graal terug te brengen naar de graalburcht. Michel Baigent, Richard Leigh en Henry Lincoln lanceerden in de jaren tachtig van de vorige eeuw de opvatting dat de Graal geen beker was, maar de baarmoeder van Maria Magdalena. Het geheim van de Graal zou de dochter van Jezus en Maria Magdalena zijn die met haar moeder mee naar de Provence was gereisd en een bloedlijn voortzette die door de Priorij van Sion beschermd diende te worden. Dan Brown borduurt in De Da Vinci code weer op dit thema voort.

De graallegende stamt uit een tijd van geestelijke duisternis toen de Tempeliers grote geheimen bewaakten die voor de roomse kerk verborgen dienden te worden gehouden. Om de een of andere reden begon Chrétien enkele van deze geheimen te verklappen. Opmerkelijk aan zijn verhaal is dat de wond van de Visserkoning niet door de Graal kan genezen. Ook in de opera van Wagner doet het celebreren van de Graal de burchtheer alleen maar meer pijn. De Visserkoning leed aan de gespletenheid die tussen natuur en geest heerste. de taak van Parcival was om de Visserkoning uit zijn lijden te verlossen.

De verschillende versies van de graallegende kennen allemaal een ander slot. In misschien wel de meest bevredigende versie weet Parcival uiteindelijk de graalburcht terug te vinden en de juiste vragen stelt. Hierdoor herstelt de koning van zijn ongeneeslijke wond, wordt het land weer vruchtbaar en keert de voorspoed voor het volk terug.

zondag 19 mei 2013

De Pauselijke Bijen

Het pauselijk wapen van Paus Urbanus VIII.

Hier boven zien we het Pauselijk wapen van Paus Urbanus VIII, geboren als Maffeo Barberini (Florence, 5 april 1568 - Rome, 29 juli 1644). Hij was paus van 1623 tot 1644. Zijn pauselijk wapen draagt een schild met drie bijen. Dat hij iets met bijen had moge duidelijk zijn, ook gezien het feit dat hij de bij als symbool en als versiering liet verwerken in het baldakijn boven het graf van apostel Petrus.

(dubbelklik op de afbeeldingen om deze in super groot formaat te zien). Het baldakijn van Bernini.

Het baldakijn van Bernini bevindt zich in de Sint-Pietersbasiliek te Rome boven het graf van de apostel Petrus. Het baldakijn werd gebouwd in 1624-1633 met de bedoeling om het verband tussen het graf en de basiliek uit te laten komen. Bernini bouwde in opdracht van Paus Urbanus VIII

Op de zuilen van het het baldakijn van Bernini staan vele bijen.

Bernini verwerkte op verschillende plaatsen het symbool van de bijen in het baldakijn o.a op de zuilen. Op verscheidene plaatsen springen bladeren op uit de zuil, waaruit bijen lijken voort te komen, die lijken op het familiewapen met bijen van de familie Barberini. De nijvere bijen hebben ook te maken met de suggestie van beweging; een barok kenmerk, namelijk Gestalten werden nooit in een rusthouding afgebeeld, maar altijd in beweging en liefst in een beweging die een climax heeft bereikt en dus dramatisch is. Ook de putti (een mollig kinderfiguurtje) op de zuilen hebben betrekking op dit barokke stijlkenmerk. De putti zijn namelijk op zoek naar de bijen en zijn dus in beweging.

Detail van de zuilen.

Detail van de marmeren blokken, waarop de zuilen rusten.

De zuilen staan op marmeren blokken, ter grootte van een mens van gemiddelde lengte. Die marmeren blokken zijn versierd met een schild dat een aantal ornamenten bevat; de pauselijke tiara, een hoge kap omringd door drie kronen met daarop een wereldbol en daarboven een kruis. Daar onder de gekruiste sleutels van Petrus. Deze twee komen samen ook voor in de vlag van Vaticaanstad. Door over heen het schild met de drie bijen die een decoratief verstrooiend motief vormen. En onder aan smelt het onderste gedeelte van het schild samen tot een monsterlijk gezicht. Tussen de zuilen in hangt het baldakijn, dit zijn de uit brons vervaardigde neerhangende kleden. Op dit kleed kun je ook weer de drie bijen en engeltjes zien. Aan de onderkant van het kleed is in het midden een witte duif omringd door engelen weergegeven. Deze witte duif symboliseert de Heilige Geest.

Op de onderkant van het dak van het baldakijn zijn meerdere bijen afgebeeld.

Het dak van het baldakijn wordt door engelen ondersteund. Ook hier kun je weer een van de barokkenmerken zien. De engelen zijn in een lopende houding geplaatst. Ze lijken nu niet alleen het dak te ondersteunen, maar ook nog eens te verplaatsen. De engelen zijn in de richting de vier windstreken geplaatst en drukken de universaliteit uit van de katholieke leer. Dit is een kenmerk van de barok en wordt triomfalisme genoemd. Aan de voorkant van het baldakijn bevinden zich twee putti en aan iedere zijkant nog één putto. De twee putti aan de voorkant van het baldakijn houden een sleutel en een tiara vast, beide voorwerpen die verwijzen naar de pauselijke macht. En één putto aan de zijkant houdt een boek met geschreven spreuken vast.

Het pauselijk wapen van Paus Urbanus VIII.

Vergelijkbare Blogs

Related Posts with Thumbnails