zaterdag 10 oktober 2009

Priesteres Ang El Ani en het Magische boek (1)

De goden zijn niet blij als mensen goddelijke krachten willen verwerven en Thoth, de tijdmeter vormde geen uitzondering op die regel. Thoth bezat veel geheime kennis, die essentieel was voor de werking van de magie, en sterfelijke tovenaars waren er voortdurend op uit hem die kennis te ontfutselen.

Op een dag kwam een priesteres, Ang El Ani (leven ben ik) genaamd, die zichzelf als een groot tovenares en magiër zag, ter ore dat een door Thoth geschreven boek over magie begraven lag in een oude grafkamer in de buurt van Memphis. Zij besloot er heen te gaan om het boek te stelen. Aangezien grafschennis een misdrijf was waarop de doodstraf stond, nam zij een enorm risico.

Zij reisde naar Memphis en ontdekte door discreet rondvragen en waar de grafkamer lag. Door haar priesterlijk gewaad en haar mooie woorden en voorkomen, waren mensen graag bereid haar de weg te wijzen en ze gaven haar offerandes mee van goud en kostbaar voedsel. Gaven die zij in haar hebzucht zeker niet van plan was om te verdelen onder armen, waarvoor deze tempelgiften bedoeld waren. Ze stak alles in haar eigen zak.

Voorzichtig ging zij naar de plaats die haar gewezen was, steeds uitkijkend naar wachtposten, maar de plaats scheen niet bewaakt te worden. Vreemd dacht zij, want daar ligt toch een kostbaar boek in, waarvoor menig een moord zou begaan.

In de deuropening bleef zij staan en keek spiedend om zich heen, om er zeker van te zijn dat niemand haar zag. Toen glipte zij naar binnen. Het was er donker en koud en allerlei onzichtbare dingen lagen op de loer. Het leek er wel te spoken en Ang El Ani werd bang. Zij stak een kleine lamp aan die zij had meegebracht en begon naar het boek te zoeken, terwijl zij probeerde niet aan de geesten te denken. Eindelijk had zij het boek gevonden. Maar toen zij een hand uitstak om het pakken, kwam een groep angstaanjagende geestverschijningen tot leven.

“kijk naar ons, voor je het boek aanraakt”, kreunde een wel heel afstotelijke geest, “ieder van ons was ooit net zo levend als jij. We wensten dat we grote tovenaars zouden zijn. Dus sloten we ons aaneen en stalen dat boek , waarvan we dachten dat het ons macht en aanzien en goud zou opleveren.

“Ja….en toen? “. Zei Ang El Ani met een dun en krakend stemmetje.

“Toen doodde Thoth ons allemaal”, zuchtte de geest . : Hij weet het altijd en daarom is het nu ons ellendige lot om voor altijd in deze koude, donkere grafkamer te spoken en het boek te bewaken. We kunnen niet toestaan, dat je het meeneemt.

Dat zou het einde van het verhaal zijn kunnen zijn, ware het niet dat Ang El Ani zich gewapend had met tachtig amuletten om de kracht van de geesten te breken. Zij haalde de amuletten te voorschijn en hield ze in het lamplicht omhoog. De geesten zuchtten, weken terug en gingen op in de schaduwen van de hoeken van de grafkamer.

Priesteres Ang El Ani pakte het magische boek en begon langzaam achteruit te lopen, er steeds voor zorgende dat zij amuletten tussen zichzelf en de geesten hield. Zelfs met de bescherming van de amuletten voelde zij zich doodsbang en zij slaakte een zucht van opluchting toen zij de deur tegen haar rug voelde.

Ang El Ani was nog niet ver, toen een prachtige man, met het hoofd van een jackhals, op haar af kwam. Zijn ogen waren donker en glanzend , en zij herkende in hem meteen Anubis. Ang El Ani had zich lang geleden verbonden met Anubis. Om haar nek droeg zij immers altijd haar amulet met een afbeelding van de God Anubis , zodat anderen konden zien dat ook zij een opener van de wegen was.

Ang El Ani had zich verbonden met Anubis omdat zij wist dat Anubis voor haar de dubbele deuren kon openen naar de ongeziene werelden en ze wist dat zij hiermee kennis kon verwerven die haar een aanzienlijke macht gaven. Hierdoor beschouwde Ang El Ani zichzelf als Hoge priesteres en voelde ze zich verheven boven de gewone stervelingen. Ze dacht op deze wijze in staat te zijn, om de twee landen te verbinden. Ze creëerde echter alleen maar chaosen versnippering.

Lang geleden had zij op eigen houtje, door gebruik van geforceerde magie, de dubbele deuren aan de horizon geopend. Hierdoor had ze slechts een de glimp opgevangen van de godenwereld. Daarna werden deze deuren, voor haar, door de goden zelf gesloten. Middels misleiding en haar kundige gave van magie, wilde Ang El Ani opnieuw achter deze deuren een plaats voor zichzelf, in de eeuwigheid, verwerven.

Ang El Ani had een glip van de goden gezien, maar nog nooit had ze Anubis mogen aanschouwen.

“Omwille van jou zou ik alles doen” kreunde Ani El Ang , “alles”!

“mooi”, zei het visioen van lieflijkheid met heldere stem. “Geef me je hele fortuin.”

“Graag”, zei Ang El Ani, hijgend en vervulde zijn wens.

“Geef nu de opdracht je volgelingen te doden”.

“Als dat alles is “, mompelde Ani El Ang en gaf meteen opdracht hen te doden.

“nu mag je verblijven achter de dubbele deuren van de Horizon”, Fluisterde Anunbis.

Ang El Ani legde haar hand op de uitgereikte handpalm van Anubis. Vol verlangen wilde ze met de hulp van de God Anubis door de geopende deuren naar de goden wereld stappen. Dit zou haar ongekende macht geven.

De kleine groep volgelingen, die zij om haar heen hadden verzameld, in een eigen tempel, zou uitgroeien tot het aantal volgelingen gelijk aan de hoeveel aan sterren aan de nachtelijke hemel . Om die reden, dacht ze, was haar naam reeds vanaf het begin verboden met het nacht licht .

Zodra het stel de eerst stap voorwaarts deed, richting de geopende deuren, was Anubis verdwenen. Ani El Ang merkte dat ze helemaal alleen, zonder priesterlijke gewaad, midden op de weg stond. Ook de dubbele deuren waren niet meer zichtbaar. Met een kreet van wanhoop sprong zij opzij. “wat heb ik gedaan ?” Schreeuwde zij, “ Mijn volgelingen…O, mijn arme volgelingen…’

Ang El Ani rende snikkend en hijgend de hele weg naar huis terug, waar zij haar volgeling ongedeerd aantrof. Toen wist Ang El Ani dat de mooie Anubis een door Thoth gezonden geestverschijning was en dat, als de god dat gewild had, zijn fortuin verdwenen zou zijn geweest en zijn kinderen dood.

Zonder zichzelf ook maar de tijd te gunnen zich op te frissen, haaste Ang El Ani zich terug naar Memphis, waar zij het magische boek op zijn plaats in de grafkamer terug legde. Vanaf die dag was Ang El Ani een dienaar voor haar volk en zuster voor haar leerlingen, tevreden dat zij de magie aan de goden moest overlaten.

Ook ging Ang El Ani de betekenis van haar naam, LEVEN BEN IK, in te zien. Ze zag in dat ze haar naam ook kon om draaien. IK BEN LEVEN, Ani El Ang. Eerder had ze de aardse opdracht die hierin versloten lag nooit zo goed begrepen. Ze zocht het in de sterren.

Haar Anubis amulet, aan haar halsketting, had ze inmiddels vervangen door het anch-teken, het symbool van Eeuwig Leven.

Ani El Ang zag in dat ze op aarde was om te leven, om de dingen om zich heen met elkaar te verbinden, te delen, van uit een innerlijke harmonie.

Ani El Ang ging inzien dat ze goddelijk wijsheid nooit buiten zichzelf hoefde te zoeken.

Ani El Ang leerde dat het altijd dicht bij was en dat dit de enige manier was om de twee landen met elkaar te verbinden.

Echter al deze wijze lessen ten spijt koos Ang El Ani niet voor het pad van het licht, maar week zij hier al snel van af. De hebzucht, jaloezie en het willen hebben van macht en geld, keerde terug in het leven van Ang El Ani.

Ang El Ani schuwde niet, om magie tegen mensen en deze ten bate van zichzelf te gebruiken. Wilt u weten hoe verder ging met Ang El Ani? lees dan alle 7 vervolg verhalen.
Alle vergelijkingen en overeenkomsten, die u in het verhaal van Ang El Ani herkent, met bestaande personen, berusten misschien wel niet op toeval. Ang El Ani is immers ook herkenbaar in de moderne magiër, die dezelfde vraagstukken, verleidingen en keuzes moet maken als in het oude Egypte. En Altijd blijft daar de vraag; Gaat ze voor het goede......

Bijen en hun Symboliek(2)

In de St. Barbarakapel, in het klooster naast de oude kathedraal van Salamanca, hangt een schilderij uit het tweede deel van de 17e eeuw met daarop afgebeeld Maria met een appel in de hand en Christus op haar schoot. Zij zitten voor
een dikke eik en om hen heen vliegen vijf honingbijen.


Maar wat doen die bijen op dit religieuze schilderij? Net zoals in ander mystieke een afbeelding van een dier of plants nooit toeval is, zo hebbenook de bijen op dit schilderij een bedoeling. In de 17e eeuwstond het honingbijenvolk symbool voor de kerk, de werksters voor de mensen en de koning voor Christus.

De honingbij mag dan een lang bekend en zeer populair insect zijn, het heeft tot 1673geduurd eer de Hollandse entomoloog Jan Swammerdam concludeerde dat de vermeende
koning van de honingbijen een koningin is. Ook Napoleon adopteerde de bij als symbool. Hij deed dit waarschijnlijk in navolging van de Frankische koning
Childerik I. In het graf van Childerik (overleden in 481) werden 300 gouden bijen aangetroffen.

Een oude Bretonse legende vertelt dat honingbijen ontstonden uit de tranen van Christus. Mogelijk dacht ook Napoleon nog dat het goed georganiseerde bijenvolk geleid werd door een koning: tegenwoordig kun je in Parijs in de Sainte Chapelle nog een goudkleurige bij als broche kopen, als souvenir aan Napoleon.

De bij wordt nog steeds gebruikt als staatkundig symbool. Minstens zestien staten van de VS hebben de honingbij gekozen als het ‘insect van de staat’.

in de oudheid werdeb er bijen gehouden in aarden vaten, stukken holle boomstam en gevlochten korven. Tot in de middeleeuwen gold vrij algemeen de opvatting dat een bijenvolk niet door een koningin maar door een koning werd geregeerd. Men vond het frappant dat de bijen in een goed georganiseerd geheel samenwerkten om honing en was te produceren. Een vergelijking lag voor de hand.

De Griekse filosoof Aristoteles noemde het bijenvolk een voorbeeld voor de volmaakt ingerichte politieke staat. In dezelfde trant hebben christelijke schrijvers de korf met bijen als een symbool gezien van de kerk van Christus. Zo vergelijken de kerkvaders Ambrosius en Augustinus de gemeenschap van gelovigen met een bijenvolk, waarvan Christus de koning is.

In een latere preek zegt de predikant tot zijn toehoorders: ‘U lijkt op wijze bijen die zich trouw naar de korf van Christus spoeden om de zoetheid van geestelijke honing te ontvangen die in de goddelijke geschriften is neergelegd. U komt met veel devotie samen in de bijenkorf van de kerk voor de zoete honingraat van Christus.’

Met de bijenkorf wordt hier vooral het kerkgebouw bedoeld, waar de eucharistie en het geloofsonderricht als zoete en voedzame honing worden aangeboden. In de 13e eeuw schreef Thomas van Cantimpré zijn ‘Bienboeck’, waarin hij zegt dat de bijenkorf van de kerk maar één koning heeft, Jezus Christus, die nagevolgd moet worden. Ook past hij deze symboliek toe op de paus van Rome en op de overste van een kloostergemeenschap.

In de beeldende kunst komt de kerk als bijenkorf nauwelijks voor, tenzij als spotprent vanaf de 16e eeuw. Zo staat hij als titelprent in ‘Den Byencorf der H. Roomsche Kercke’ van Philips van Marnix van St. Aldegonde. Deze hervormingsgezinde schrijver en raadsheer van Willem van Oranje schreef dit boek in 1569 als een felle satire tegen de kerk van Rome. Over kerkelijke personen zegt hij: ‘Ze gelijken zeer op gewone honingbijen, want ze hebben allen één koning die ze Papam (paus) noemen.’

.:._______________________________________________________.:.
Lees reacties of laat uw reactie, vraag of opmerking achter, door dubbel te klikken op het woord reacties in onderstaande regel:

donderdag 8 oktober 2009

Bijen en hun Symboliek (1)

De bij wordt als symbool beschouwd van onsterfelijkheid, wedergeboorte, vlijt, ordening en organisatie, reinheid en zuiverheid, de ziel, maagdelijkheid en kuisheid, omdat men vroeger meende, dat de bij zich ongeslachtelijk voortplantte. In oude mythen brengen bijen hemelse gaven naar de aarde; de honing geldt ook als de offergave, bestemd voor de meest verheven goden.

Bijen verbeelden de sterren aan de hemel, of worden aangezien voor gevleugelde boodschappers die berichten van de aarde naar de hemelsferen overbrengen. Hier en daar bestaat de uitdrukking: 'Dit moeten we de bijen vertellen...': daarmee wordt bedoeld, dat een belangrijke gebeurtenis als een gebed of een boodschap naar de hemelse geesten moet worden overgebracht.

Bij de Chinezen waren de bijen het symbool van arbeidzaamheid en spaarzaamheid.

Bij de Egyptenaren waren zij 'levengevers'; vandaar dat zij symbool waren voor geboorte, dood en wederopstanding; de tranen van de zonnegod, die op de aarde terechtkwamen, veranderden in werkbijen.

Bij de joodse sekte der Essenen werden de bijen beschouwd als priesterlijke ambtenaren.

Bij de Grieken symboliseerden ze ijver en welstand; daarnaast onsterfelijkheid (omdat men geloofde, dat de ziel van een gestorven mens in een bij kon binnengaan); reinheid: de godin Demeter had als eretitel: 'reine moederbij'; soms werd ze ook wel als bijenkoningin betiteld en de priesteressen droegen dan de titel 'melissa's' (= honingbijen); de Pythia in Delphi heette ook wel de 'Bij van Delphi'; daarnaast waren de bijen ook de Vogels der Muzen: zij werden dus ook gezien als de inspiratie voor de kunstenaars; van Zeus wordt verteld dat hij in een bijengrot is geboren en door bijen is grootgebracht; soms is de bij ook de bezorger van de liefde: ze zwermen rond Cupido die door een bij is gestoken (variant voor de beroemde pijl...!).

Bij de Hindoes vormt de bij gezeten op een lotusbloem het symbool voor Vishnoe, de alomtegenwoordige godheid; blauwe bijen op het voorhoofd zijn symbool van Krishna; ook hier worden bijen in verband gebracht met liefde.

In de wereld van de Islam worden de gelovigen wel als bijen afgebeeld; daarnaast is de bij ook symbool van de intelligentie, de wijsheid en de onschuld; bijen zijn nuttig, maken gebruik van de vruchtbaarheid, werken overdag, verbruiken zelf niets, verafschuwen vuiligheid en achterklap en zijn gehoorzaam aan de heerser(es); zij haten het duister van de onbescheidenheid, de wolken van de twijfel, de storm van de opstand, de sluier van wat verboden is, het water van de overvloed, en het vuur van de lust, aldus de mohammedaanse denker Ibn al-Athir.



Bij de Kelten geldt de bij als symbool van een geheime wijsheid, die afkomstig is uit een andere wereld.

Bij de Romeinen zijn bijenzwermen voorboden van ongeluk, maar volgens de romeinse dichter Vergilius is de bij de adem van het leven; de politicus Seneca moet bij bijen denken aan democratie.

In de christelijke cultuur is de bij symbool van de ijver, van ordening en organisatie en van reinheid; van kuise maagden, moed, gezond verstand, samenwerking, zoetheid, gelovig kunnen spreken; van de goed georganiseerde geloofsgemeenschap; de bij was symbool voor de maagdelijkheid van Maria die Christus heeft voortgebracht: hier wordt Christus dan weer vergeleken met hemelse honing; van de bij geloofde men, dat zij nooit sliep, zodat ze ook symbool werd van de waakzaamheid en van de geloofsijver der christenen; omdat de bij door de lucht vliegt werd zij ook gezien als belichaming van de ziel die naar de hemel opvliegt om er binnen te gaan.

In de christelijke kunst worden minstens drie heiligen afgebeeld met een bijenkorf:

1. Verreweg het vaakste vindt men de bijenkorf bij Ambrosius, bisschop van Milaan († 397; feestdag: 7 december, de dag van zijn bisschopswijding in het jaar 374; hij stierf op 4 april); hij was beroemd om zijn honingzoete preken; ook de betekenis van zijn naam doet daaraan denken: 'vol van amber (= godenspijs)': hij heeft de bijenkorf als attribuut dus te danken aan zijn preekkunst.

De legende van Ambrosius:
In de tijd, dat de dienaar Gods, Ambrosius, nog maar een kind was, openbaarde zich de hand van de Heer.

Op een dag - aldus de legende - werd hij als baby in zijn wiegje buiten in de tuin van zijn vader's ambtswoning gezet. Het kind sliep met de mond open. Plotseling kwam er een zwerm bijen aangevlogen en ging over zijn hele gezicht zitten. De bijen vlogen zelfs zijn mond in en uit. Op dat moment het kind toevertrouwd aan de zorgen van het kindermeisje. Zijn vader maakte juist een wandelingetje in de tuin samen met zijn vrouw of met zijn dochter. Het kindermeisje kwam in paniek aangehold. Toen vader in allerijl kwam kijken, verbood hij haar de bijen weg te jagen. Hij was namelijk bang dat ze het kind dan weleens kwaad zouden kunnen doen. Tegelijk was hij als liefhebbende vader nieuwsgierig hoe dit wonder zou aflopen. Na een poosje vlogen de bijen weer weg. Ze gingen zo hoog de lucht in, dat ze met het blote oog niet meer te zien waren. De vader was verbluft en sprak: "Als dit kind in leven blijft, zal er iets heel groots uit hem groeien."

Zo moest vervuld worden wat geschreven staat: "Wijze woorden zijn als honingraat."

Het was namelijk de zwerm bijen die ervoor gezorgd heeft, dat wij nu zulke mooie geschriften van hem bezitten, waarin zo prachtig de hemelse vreugde wordt bezongen en die de geest van de mensen weten te verheffen van het aardse naar het hemelse.

Overigens komen we in de Griekse mythologie ditzelfde gegeven tegen bij Pindarus. Als jongen was deze Pindarus eens onderweg naar Thepsiae. Het was hoogzomer, en op het heetst van de dag werd hij door vermoeidheid en slaap overvallen. Daarom ging hij gewoon even in de berm langs de weg liggen. Maar in zijn slaap kwamen er bijen aangevlogen; ze bleven enige tijd zitten en toen ze weer wegvlogen, lieten ze honingzoete was op zijn lippen achter. Zo komt het dat van dat ogenblik af Pindarus liederen begon te maken.

Andere namen weleke verbonden zijn met Bijen:
2. Bernardus van Clairvaux, abt († 1153; feestdag: 20 augustus);

3. Johannes Chrysostomus, bisschop en beroemd predikant te Constantinopel († 407; feestdag 14 oktober); zijn bijnaam duidt op zijn welsprekendheid, want het griekse woord 'chryso-stomos' betekent 'gulden-mond'.

Ook in andere culturen komt de 'bij' in namen voor: Apio (Latijn), Biene (Duits), Imme (Duits/Nederlands), Melissa of Melitt(in)a (Grieks).
Zie ook Melissa.


Bijen op munten en penningen:
Het is mij opgevallen dat het symbool "bij" voor verschillende doeleinden gebruikt wordt op munten en penningen. Niet enkel als symbool van spaarzaamheid of ijver maar ook als symbool van de weerbaarheid, de eendracht, de onsterfelijkheid. Zo kan men de bij vinden op medailles van bank en verzekeringmaatschappijen, als symbool van spaarzaamheid.

Industriemedailles, schoolmedailles en eretekens van de arbeid gebruiken de bij of bijenkorven als teken van ijver. Dit is vrij logisch. In de renaissance echter werd de bijvooral gebruikt werd als symbool van de weerbaarheid. Op verschillende penningen van de lage landen wordt dit kleine insect meestal gebruikt om haar steeklustigheid.

Op medailles en penningen van Vrijmetselaars Loges, waar meestal meerdere symbolen op staan, staatregelmatig een bijenkorf afgebeeld, als teken van eendracht en broederschap.

De strooipenningen die uitgegeven werden tijdens de regeerperiodes van Lodewijk XIV tot XVI, gebruiken regelmatig een bijenzwerm die een bijenkoning volgen. Toen reeds bekend dat een bijenvolk 1 grotere bij had, maar men dacht toen nog dat het de koning van het volk was. Een bijenvolk was het ideale voorbeeld van een volk dat haar koning volgt en beschermt, met hun wapens.

Van de oude Grieken is een 20 seniti muntje gevonden met de afbeelding van een bij. Maar het zijn niet enkel de betaalmiddelen die een bij als symbool dragen. Ook medailles, rekenpenningen, jetons enz. dragen regelmatig een bij als symbool. Soms staat de bij of bijenkorf centraal op de munt. Soms is het maar een klein bijtje als muntmeesterteken (Het munthuis van Straatsburg dat zeer lang een bij als muntteken heeft gedragen).

Er zijn mij nu reeds dan 2500 verschillende munten, medailles en penningen bekend met de afbeelding van de bij.

Het symbool “bij” wordt voor verschillende doeleinden gebruikt werd. Niet enkel voor spaarzaamheid of ijver (zoals ze vooral in de vorige eeuw werden gebruikt), maar ook als symbool van weerbaarheid, de eendracht, onsterfelijkheid, landbouw, nijverheid, kunstvaardigheid, enz.

Vanaf dat de Oude Grieken begonnen zijn met het uitgeven van geld, gebruikten zij vooral dieren als symbool op hun betaalmiddelen. De bij was er als van de eerste welke gebruikt werd op deze munten. Vooral de stad Ephesus heeft decennia lang een bij als muntteken gedragen.

De godin Artemis was de beschermheilige van deze stad. De meest voorkomende symbolen voor deze natuurgodin waren de bij en het hert. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de hogepriester van de tempel van Ephesus de naam droeg van Ηεδδην, wat betekend bijenkoning. Terwijl de maagdelijke priesteressen de naam droegen van Melissea of honingbijen. Er zijn dan ook verschillende typen munten met een bij bekend.

Niet enkel de stad Ephesus droeg een bij op haar munten, maar ook verschillende andere steden. Soms ook als muntteken van de heersende magistraat, zoals op de tetradrachme van Alexander III te Babilon 325 - 323 v.C. . Men vindt het bijtje terug net onder de arm van de zittende god Zeus.

Afbeeldingen van bijen, uit de middeleeuwen, op munten zijn zeer summier en stellen meestal enkeleen Christusfiguur of een heilige voor. Vanaf de Renaissance komt daar vlug verandering in, en vinden we ook weer de bij en de bijenkorf terug op munten en penningen. Enkel mooie voorbeelden uit onze contreien zijn de penningen van Philips de Croy, Hertog van Aarschot en de penning van de familie d’Oyenbrugge te Brussel.

Antwerpen: Filips de Croy, hertog van Aarschot
anno: ca. 1567


De penning van Philips de Croy stelt de hand Gods voor die uit een wolk komt. Hij biedt eenbijenkorf aan met rondvliegende bijen. Als bijschrift: DULCIA MIXTA MALIS geen lief zonder leed (of geen honing zonder steken).


Brussel: penning familie d'Oyenbrugge anno 1630

De penning van de familie d’Oyenbrugge stelt een bijenkorf voor met rondvliegende bijen die wordt aangevallen door een beer. Met als bijschrift: PATIOR UT POTIAR (ik blijf volharden). De reden voor het slaan van deze penning kan misschien gezocht worden in het feit dat de heer d’Oyenbrugge vanaf 1620 tot 1625 schepen was in de stad Brussel. In 1629 en 1630 (het jaar dat de penning is geslagen) zat hij niet in de magistratuur. In het jaar 1635 was hij burgemeester van Brussel.

De Franse koningen gaven blijkbaar nogal graag munten en penningen uit. En ook hier vinden we regelmatig weer een bij terug. Vooral op de penningen “Ordinaire des Geurres” en “Trésor Royal” komt de bij voor als symbool van de monarchie. Meestal staat op deze penningen 1 grotere bij afgebeeld met eromheen vliegende diverse kleinere bijen. Net als bij de Oude Gieken dacht men in deze periode nog dat de bijenkoningin in een volk de koning van het volk was.

Er is steeds maar 1 koningin in het bijenvolk en ze is groter dan de andere bijen. Daarnaast zijn er enkele darren (mannelijke bijen en ook iets groter dan de werksters) waarvan men dacht dat dit de adel van het bijenvolk is. Een mooi voorbeeld is de medaille op afbeelding, waar de koning bovenaan staat afgebeeld met links en rechts het volk dat de bijenkorf (Frankrijk) door dik en dun
zal verdedigen.

Utrecht: rekenpenning
anno 1596


Ook in Nederland komt men een zeer mooie penningen met bijtjes tegen. De rekenpenning uit de stad Utrecht is hier een mooi voorbeeld van. De "hardhuidige" schildpad wordt aangevallen door verschillende bijen. De begeleidende tekst: PERFER ET OBDURA (verdraag en volhard). Deze penning is ontstaan nadat de Utrechtenaren zeer hoge lasten zijn opgelegd geworden door de toenmalige regeerders van Holland. De schildpad steld de stad Utrecht voor en de bijen stellen de lasten voor. Ook hier weer wordt het symbool bij gebruikt als aanvaller.

Madrid: wederinname van de stad anno 1710

Maar ook in de oorlogskunst wordt de bij gebruikt als symbool van weerbaarheid. Als voorbeeld nemen we de medaille van Karel III koning van Spanje. Nadat hij de stad Madrid weer in zijn bezit heeft gekregen laat hij volgende medaille slaan. In het midden een bijenkorf (voorstellend de stad Madrid). Links van deze korf: een zwerm bijen (soldaten) met koning, wegvluchtend. Van rechts komend: een zwerm met koning die de korf in bezit nemen. Met als begeleidende tekst: MELIOR NUNC REGNAT IN AULA (een beter koning heerst nu in het hof). Onderaan de afsnede staat de volgende tekst: MADRITO ITERUM RECEPTO MDCCX (Madrid andermaal in bezit genomen 1710).

Al vanaf de 17e eeuw werden schoolmedailles uitgereikt aan de beste leerlingen die afstudeerden. Vele van deze medailles hadden de bij of een bijenkorf als centrale figuur als symbool van ijver.

Zodra de industrialisatie zijn intrede doet, worden er regelmatig medailles uitgegeven met de bij of bijenkorf als symbool. Een voorbeeld hiervan is de tentoonstellingen van nijverheidsproducten die Koning Leopold I vanaf het bestaan van ons land (om de vijf jaar) organiseerde. Eveneens een mooi voorbeeld is de medaille van 50-jaar Nederlandsche Huishoudmaatschappij. Waarop de nijverheid (steunend op een bijenkorf) gekroond wordt door een vrouw in antiek gewaad.

Vanaf het einde van de vorige eeuw tot WO I werden regelmatig veeprijskampen gehouden. De uitgegeven medailles droegen haast steeds een bijenkorf met rondvliegende bijen. Er zijn er veel van deze medailles bekend. Ook het FAO (Internationaal Voedsel– en Landbouworganisatie) brengt regelmatig medailles uit met de bij als één van de symbolen. Een zeer mooie medaille is de medaille in het jaar van de gehandicapte.

Een bij op een bank– of verzekeringsmedaille is geen zeldzaamheid. Vooral op het einde van de 19e eeuw en vorige eeuw zijn er verschillende van deze medailles geslagen. Het symbool bij wordt hier vooral gebruikt voor haar spaarzaamheid. De bijenkorf op het embleem van de ASLK is er een mooi voorbeeld van

Vanzelfsprekend komen de bij en de bijenkorf regelmatig terug op imkermedailles. Vanaf dat de imkers zich beginnen te verenigen (einde 19e eeuw) ziet men ook regelmatig imkermedailles opduiken. Soms als prijsmedaille bij imkerwedstrijden, soms als herinneringsmedailles van verenigingen.

.:._______________________________________________________.:.
Lees reacties, of laat uw reactie, vraag of opmerking achter, door dubbel te klikken op het woord reacties in onderstaande regel:

Over magie, magiërs en magi.

Als we magie willen bestuderen is het nuttig om te weten wat magie is. Waar komt het vandaan? Is het praktisch? Wat kan ik er mee en waar komt het woord magiër eigenlijk vandaan?

We horen, spreken en lezen vaak over magie, magiërs, de magische lantaarn, het magische bord en de “Magische Berg”, een pretpark in Los Angeles.
Ook is magie verbonden met de gedachte dat je het vooral kan gebruiken om dingen te verkrijgen en naar je toe te trekken, die je op normale wijze niet had verkregen. of het wordt gebruikt om mensen te beïnvloeden of dingen te laten doen die buiten hun normale wil om niet zouden hebben plaatsgevonden. Of om genezingen af te dwingen, maar werkt magie echt zo? Is dit wel magie en is het zo bedoeld?

Magie speelt ook een belangrijke rol in verschillende religies, in het sjamanisme, in oosterse gevechtssporten, in Esoterische healingen, of overal waar wondere gebeuren. Ons beeld over magie is ook mede bepaald door Hollywood en de film industrie.

Rond Kerstmis horen we over “de drie Wijzen uit het Oosten”, ook bekend als de “Magus” of “Magiërs”, die een ster volgden tot Bethlehem om hun respect te gaan betuigen aan het kindje Jezus. Ze brachten goud, wierook en mirre mee als geschenken.

Laat ons magi een opzoeken in het woordenboek. “Magus”, meervoud Magi [Latijn voor het Grieks “Magos” – meer als magie]
a: lid van een overgeërfde priesterschap bij de oude Meden en Perzen
b: vaak met een hoofdletter; een van de traditionele drie wijzen uit het oosten die een eerbetoon brengen aan het kindje Jezus. B
c: Magiër, tovenaar (Webster New College Dicitionary).

Een encyclopedie vertelt meer: “volgelingen” van Zoroaster, de Perzische onderwijzer en profeet. Gaandeweg nam het geloof van de Magus Babylonische elementen over, inclusief astrologie, demonologie en magie. (Funk & Wagnall’s New Encyclopedia, 1983)
Het woord “Magi” is hierdoor verwant met de leer van Zarathoustra.
Het is “Maga” in het “Schrift” van Zarathoustra. “Maga” in de Avesta, en “Magha” in het Sanskriet werd afgeleid van “maz/mah” wat betekent; “groots, grootmoedig, vrijgevig, edelmoedig”. Maga/magha betekent; “grootheid, grootmoedigheid, vrijgevigheid”. Het adjectief is magavan/maghavan; “groots, grootmoedig, vrijgevig, edelmoedig”. Het adjectief in Sanskriet wordt meest gebruikt ter ere van Indira, de Rigvedische goden der wolken en regen, die “vrijgevig” genoeg waren om rijkdom te brengen bij de Vedische Ariërs door de droogte te verdrijven.

Zarathoustra gebruikt Maga voor het Broederschap dat hij ontdekte door zijn bestaande filosofie en “Magava” voor elk lid van de Magnanimity”. De twee woorden – Maga en Magavan – werden acht keer vernoemd in “De Gathas” (Maga: lied: 2:11, 11:14, 16:11, 16:16, 17:7 (twee maal), en Magavan: 6:7, 16:15) Zarathoustra noemt zijn Maga “maz, groots” in twee Gathische coupletten. Maz Maga, de Grote Grootmoedigheid, Groots Broederschap (2:11 en 11:14).

De essentie van de bovenstaande coupletten is dat het Grote Broederschap gebaseerd is op zijn kleinste onderdeel – familie – eenheid vormend in “wel en wee”. De onderdelen verenigen om de volledige levende wereld te omvatten. Het onderwijst stralend geluk dat iedereen bereikt. Iemand die rechtvaardigheid consulteert, zijn gezond verstand gebruikt en een leven leidt in vooruitstrevende vrede, is bevoegd om een lid te zijn van het Broederschap.

In het begin bidt Zarathoustra tot Ahura Mazda om hem te leiden om zijn nieuw ontdekte Broederschap te verspreiden. Later wordt hij bijgestaan door Koning Vishtaspa en zijn schrander team en het werk om het “Grootse Broederschap” te promoten wint een enorme voortstuwende kracht. Zarathoustra’s grootste wensen worden waar wanneer hij het Broederschap ver en wijd ziet groeien.
In het westen waren de professionele priesters van de “ Midden-landen” slim genoeg om hun stand te behouden (“stam” in de woorden van Herodotus), en tezelfdertijd noemden ze zichzelf Magu, de Midden/Oud Perzische uitspraak voor Magava(n). Magu (Magush als enkelvoudig mannelijk nominatief) is ver-Griekst tot Magos met Magi als meervoud.

Het woord “Magie” en andere verwanten, verkregen uit Magu, tonen aan hoe hooggeleerd en vooruitstrevend de Magi waren in hun kennis en vak. Ze deden niet-Iranezen zich vragen stellen en de indruk krijgen tovenaars aan het werk te zien. Dit kon gebeuren met alle conservatieve mensen wanneer ze de moderne wetenschappelijke voorzieningen gebruikt zien door vooruitstrevende mensen.
Met de naam van de Magi’s in hun achterhoofd, eigenden alle priesters van Babylonië en Assyrische priesters van andere overtuigingen – allen eeuwen dienend in het grote Perzische Keizerrijk – zich de naam “Magi” toe. Het is gemakkelijk om de rest van de gebeurtenissen te begrijpen, zelfs de Drie Wijzen waarover verteld wordt dat ze hun respect gingen betuigen aan de nieuw geborene “Jezus”. Iedere Magus in wat we het Midden Oosten noemen was niet Zarathoustrisch. Hij was enkel een priester. Zelfs het eigenlijke woord “priester” afgekort van “presbyteros”, letterlijk “ouder”, werd oorspronkelijk gebruikt voor “een lid van het bestuur van de vroege Christelijke kerk”. Vandaag hebben de meeste religieuze ordes – inclusief Traditionele Zoroasters – “priesters” aan zichzelf. We hebben nog enkele voorbeelden in Guru, Yogi en Mogul.

In het geval van de onbevlekte onvangenis van Marie, zou het Zarathoustrische Magi kunnen geweest zijn, omdat in deze tijd het geïnstitutionaliseerde Zoroastrisme de miraculeuze geboorte afwachtte van “Saoshyant” uit een maagdelijke schoot. De vroege Christenen, hoogstwaarschijnlijk niet-Joden, vonden zo een manier om hun verhaal te linken aan de Magi in het Oosten. En, wie weet, sommige van de ongeduldig wachtende Magi aanvaardden Jezus als de redder wanneer ze hoorden over zijn maagdelijke geboorte!

De Midden “Magu” overleefden in de Pahlavi geschriften van de Sassanische dagen: Magh/mogh en magog (priester), magaah (priesterschap), magopat (mobed-priester), Magopataan magopat (Mobedaan mobed – hogepriester). Het woord “magopat”, letterlijk “magu-meester” toont aan dat de priester het “ Hoofd van het Broederschap” was, een normale evolutie van het Broederschap en diegenen die het stuurden.

Het Arabische “Majas” komt voor in de Koran. Het zegt: “Kijk! Al diegenen die geloven (Moslims), en diegenen die Joods zijn, Sabeans, Christenen, en de Magiërs [alle vier tezamen gerekend als “ de Mensen van het Boek”], en diegenen die in meerdere goden geloven. Kijk! Allah zal beslissen onder hen op de Dag van de Verrijzenis (22:17)”.

De Armeense taal heeft mogh (Zoroastrisch, Zoroastrische priester) en mobed (Zoroastrische priester). Het woord “mogh” beslaat een hoge positie in de Perzische poëzie, vooral in de “Divaan of Haafez of Shiraz” (ca. 1324-1391 CE). Par-Moghaan, de Zoroastrische hogepriester, is een inspirationele gids voor de meester-poëet waarvan gezegd wordt dat hij de Koran uit zijn hoofd kent en daarom “Hafez” genoemd wordt. Er mag hier toegevoegd worden dat de term ook “zingende poëet” betekent in het Perzisch, een term die meer past bij wat Hafez was met zijn aanhangers bij het koninklijk gerechtshof. Zijn naam was Shams al-Din, “de Zon van het Geloof”, een naam door zijn ouders gegeven aan een baby die opgroeide tot een levendige liberaal. Zijn beroemde couplet:
Az aan be deir-e Moghaanam aziz mi-daarand
Ke aatashi ke namirad hamisheh dar del-e maast.
Vertaling: Ik wordt hoog gehouden in de Magische Tempel omdat het eeuwig brandende vuur in mijn hart is.

Als extra informatie wil ik hier nog aan toevoegen dat het bezoek door de Magi (de drie wijzen) enkel in de Mathews uit de vier Gospels vernoemd wordt, en dat ze van het “Oosten naar Jeruzalem” kwamen en “vertrekkend vanuit hun eigen land”. Later werd de term “Magi” minder bekend en werd het vervangen door “wijzen”.

Sterzoeker Filmpje

Thoth Game

klik op de afbeelding, om deze in groot formaat te bekijken.

zondag 4 oktober 2009

Sterzoeker Brult Luid

Sterzoeker.blogspot.com was deze week down gebracht, door een reden die bekend is bij de beheerder(s) van deze blogspot site. Het leek er even op dat een jonge indeplaatsgestelde SterrenGod, Sterzoeker.blogspot.com had ingenomen. Maar gelukkig hebben de aller oudste goden nog steeds de meeste machten, in dit wonderbaarlijke universum en kunnen we verder gaan met waar we gebleven waren.

De site is weer toegankelijk en er kunnen weer blogjes geplaatst worden op Sterzoeker. Door dat de site down was gebracht is een gedeelte van het werk van Sterzoeker verloren gegaan, van een groot gedeelte is gelukkig een back-up gemaakt. Deze wordt met de tijd teruggeplaatst.

Sterzoeker gaat dus gewoon door en laat zich door tegenkracht niet uit haar universum slaan, maar brult luid terug. Voor de komende tijd staan er dan ook leuke blogjes aan te komen op Sterzoeker. Natuurlijk gaat het onderzoek naar magische Nederland voortgang krijgen.

Daarnaast wordt er binnenkort een serie met complete teksten van mysterie rituelen, en magische rituelen op Sterzoeker geplaatst. Deze rituele tekstboekjes kunnen gedownloaded worden vanaf een link, welke op Sterzoeker.bolgspot.com komt te staan. Zodat iedereen die belangstelling heeft voor het praktische werk met rituelen, deze rituelen zelf kan gebruiken en kan toepassen.

In eerdere blogs zijn er al kleine stukjes uit een gedeelte van deze rituelen op Sterzoeker verschenen. Er wordt ook gewerkt aan een serie blogjes over, kabbala, tarot, Astrologie en oude Mysteriën. Kortom, houdt Sterzoeker in de gaten, want er komt een hoop leuks aan de komende maanden.

Sterzoeker blijf zoals vanouds open staan voor suggesties of ingezonden stukken.

Reacties zijn altijd van harte welkom.

Vergelijkbare Blogs

Related Posts with Thumbnails