dinsdag 8 november 2011

Maat en het Wegen van het Hart

Het hart was voor de oude Egyptenaren het centrale orgaan waarin het geweten zetelt. Hierin zetelden volgens hen ook het geheugen, de intelligentie, het gevoel, de verbeelding en het geweten. Het hart was voor de oude Egyptenaren het belangrijkste orgaan in het lichaam.Daar wordt alles opgeslagen: de lichte, zuivere en de slechte, zware daden bepalen het gewicht van het mensenhart.
Het wegen van het hart was in de Egyptische mythologie de benaming voor de ceremonie waaraan een overledene zich direct na zijn overlijden moest onderwerpen in de Hal van de Twee Waarheden. Voordat de gestorvene toegang kreeg tot het dodenrijk moest hij of zij verschijnen voor de rechter Osiris en 42 andere rechters, om zich te verantwoorden voor zijn of haar daden. Na de dood wordt het hart op een van de schalen van een weegschaal gelegd. In het midden van de hal stond een grote weegschaal.

Aan de ene kant van de weegschaal lag de Veer van de Waarheid. Aan de andere kant moest de dode zijn hart neerleggen. Anubis, de God van de doden, zat bij de weegschaal. Thoth, de god van de wijsheid, schreef de uitkomst van de test op en Osiris, de god van de onderwereld en de vruchtbaarheid, hield toezicht over dit alles. Het tegengewicht van het hart is de veer van de waarheid die door de godin Maat op de tweede schaal van de balans wordt gelegd. Is dit zo licht als een veertje dan kan de overledene direct door naar Osiris die de toegang geeft tot het dodenrijk. Het bezwaarde hart kan rekenen op een zwaardere overgang.

In hoofdstuk 30 van het Dodenboek wordt het hart dan ook opgedragen om geen leugens te vertellen. Maar het belangrijkste ritueel is het "wegen van het hart" in hoofdstuk 125 van het Dodenboek. Tijdens de mummificatie werd het hart altijd in het lichaam gelaten en werd het beschermd door een belangrijk amulet, de hartscarabee. Deze hartscarabee moest zorgen dat het wegen van het hart tegenover de godin van waarheid en recht zonder problemen zou verlopen. Op de achterkant van deze hartscarabee werd een tekst uit hoofdstuk 30 van het dodenboek afgebeeld. Waarmee de overledene smeekt dat zijn hart hem niet zal verraden. Deze spreuk gaat als volgt:

"Mijn hart, Mijn Moeder, die ik had ontvangen van mijn moeder, O mijn hart dat ik had op aarde, Sta niet op tegen mij als getuige in de aanwezigheid van de Heer der dingen; spreek niet tegen mij, over wat ik heb gedaan, breng niets tegen me tot stand, in het bijzijn van de Grote God, de Heer van het Westen."

Als het hart even zwaar was als de veer, mocht de overledene door naar de poorten van Yaru, het hiernamaals. Als het hart zwaarder was, sloeg de weegschaal door en kon het monster Ammit bij het hart en zij at het op. Een ander monster at het huis van de ziel op en de ziel alleen moest eeuwig over de aarde zwerven.

Het hart wordt hier gezien in verhouding tot het evenwichtsthema: in Egypte is dit evenwicht door de goden gegeven. Dit evenwicht werd voortdurend bedreigd door krachten die chaos brachten. Aanvankelijk was het alleen de farao die de goddelijke opdracht had om Maat te verzorgen voor het hele land en om haar in steeds vernieuwde vorm aan te bieden aan de goden. Dit was de voorwaarde voor het voortbestaan van de goden.

In latere periodes van de Egyptische cultuur werd het een goddelijke opdracht aan individuen die een bepaalde scholing hadden doorgemaakt. Of ze hun taak goed volbracht hadden werd in het leven na de dood door goddelijke rechters gecontroleerd bij het wegen van het hart. Waarachtigheid was de norm, de leugen een taboe.

De Egyptenaren geloofden dat de mens na de dood voortleeft en zijn daden worden gewogen naar de veer van Maat. Wie zonder zonden verschijnt voor de rechters der doden, zal leven als een god. De gevreesde proef, het wegen van het hart, wachtte alle gestorvenen in de andere wereld.

Nu was het wegen van het hart niet puur doorslaggevend. Zoals bij elke rechtszaak mocht de overledene zelf pleidooi houden voor zijn zaak, om de rechters te overtuigen van zijn rechtvaardigheid. Om de dode hiermee te helpen kreeg hij in zijn grafteksten en spreuken op papyrus (dodenboeken) mee die hem zouden helpen bij zijn verwoordingen.

De Egyptenaren vreesden dat slechts zeer weinigen zondeloos voor de opperste rechter zouden verschijnen. Daarom moesten de goden ertoe worden gebracht, de zonden kwijt te schelden en de zondaar te reinigen. De hoop hierop komt tot uitdrukking in de grafteksten (dodenboeken).

Deze Papyri (prachtige beschreven en beschilderde papyrusrollen) werden in de kist tussen de benen van de mummie gelegd. Dit moest de overledene ervan verzekeren dat hij toegang had tot de Vredige Velden en niet verslonden zou worden door de hellehond Ammit.

De overleden verscheen voor het tribunaal en zijn hart werd gewogen tegenover de veer van maat Bij het "wegen van het hart" (spreuk 125 van het Dodenboek) is de veer van Maät het tegengewicht. Iedereen die voor een god moest komen, diende in evenwicht te zijn met Maat.

Maat of Mayet haar naam betekent "rechtvaardige", "kosmische orde" of "waarheid", maat was in het oude Egypte een begrip die op de gehele samenleving toegepast werd. We zouden het kunnen zien als balans in evenwicht in alles wat werd gedaan.
Maät is dus de norm waarnaar men zich dient te gedragen, of wanneer zij het beeld willen volledig maken kunnen we er ook nog aan toe voegen: waarheid, correctheid, gerechtigheid, rechtschapenheid, orde. Maat was misschien niet het geweten van de Egyptenaar, maar wel de motor die zijn geweten aan het werk zette. Maat was de orde in de kosmos, in de natuur in het alledaagse leven, maar ook in de woorden, in de muziek in de kunst.

Maat was de beschermster van de kosmische orde; ze vertegenwoordigt de onvermijdelijke orde van de loop van de natuur. Ze was verantwoordelijk voor de cyclus van het leven, en vertegenwoordigde de belichaming van de wetten van bestaan, waarheid, recht en wereldorde. Ze werd Dochter van de zon en Koningin van de goden genoemd. Haar attribuut was een struisvogelveer, een embleem van de waarheid. Soms is ze geblinddoekt.

Zo oud als de schepping is Maat, voor de schepping bestond ze dus niet. Ze is van bij de goden naar de mensen toegekomen en wordt terug aan de goden aangeboden. Ze is een bron van vreugde voor de goden; zoals de koningin verbonden is met de koning, zo is Maat verbonden met de zonnegod. (Reeds zo vermeld in de Piramideteksten) Verbonden met de schepping zoals Hoe, het uitgesproken woord en Sia, het creatieve inzicht.

Maat is een abstractie van de kosmische orde waar de goden, koningen en bevolking zich aan moeten houden. Haar cultus had betrekking op de relatie tussen farao en onderdanen. In het alledaagse leven zorgde het begrip Maat er voor dat er min of meer een evenwicht was tussen arm en rijk. De koning moest zijn religieuze plichten vervullen voor een harmonieuze relatie met de goden. Ze werd met name vereerd door rechters; deze waren haar priesters. In diverse tradities werd de zonnegod Re of Ra haar vader genoemd.

Maat wordt echter ook weergegeven door een afgeschuinde basis, waarop bijvoorbeeld een godheid afgebeeld staat. De grondslag van godheid, het onontbeerlijke evenwicht, of de basis van de kosmische orde.

Maat was het licht dat Ra naar de wereld bracht. De schepping nam een aanvang toen Ra Maat, de orde, in de plaats stelde van de chaos. Vanaf dat moment was ook hij onderworpen aan haar kosmische wetten. De god Thot (Egyptisch Tehuti) gold als haar echtgenoot.

Prinsessen van koninklijke bloede droegen een rode veer, haar symbool, in het haar. De veer was het symbool van de waarheid: het hart, dat voor de toegang tot het dodenrijk werd gewogen, mocht niet zwaarder wegen dan de veer. Op papyrusrollen werd ze vaak voorgesteld als degene die de doden leidde naar de Hal van de Dubbele Maat. Hier vond zoals wij al beschreven het oordeel van de doden, dat wil zeggen het wegen van het hart, plaats. Maat werd soms opgevat als de veer waartegen het hart werd gewogen, maar ook wel als de weegschaal zelf.

zondag 6 november 2011

De 42 Rechters en het Wegen van het Hart

In de Egyptische Piramideteksten komt het idee van een godenrechtbank voor, waar de overledene verantwoording voor zijn doen en laten af moet leggen voor hij of zij tot het voortbestaan in het hiernamaals wordt toegelaten. In het Middenrijk (ca. 2000voor Christus) zijn er zelfs twee verschillende rechtbanken. Het zogenaamde ‘Negatieve Confessie’-oordeel berust op een religieuze traditie waarin de dodengod Osiris de hoofdrol in de rechtbank speelt. Bij de andere rechtbank steunt het oordeel op het gebruik van een weegschaal en speelt de zonnegod Re de hoofdrol. Beide rechtbanken komen voor in het Dodenboek.

De ‘Negatieve Confessie’
Osiris zit doorgaans het eerste rechterscollege voor, dat verder maar liefst 42 goden telt. Dit aantal heeft te maken met Spreuk 125 uit het Egyptische Dodenboek, waarbij de overledene 42 zonden opnoemt, die hij of zij niet begaan heeft (de ogenaamde ‘Negatieve Confessie’), Voor iedere zonde heeft hij een aparte godheid, met soms een raadselachtige naam, als anspreekpunt.

Dubbelklik op de afbeelding om deze in groot formaat te zien.

Hier volgen de zonden:
1. Gegroet, Maker van grote passen uit Heliopolis,
ik heb niet gezondigd;
2. Gegroet, Vuuromkranste uit Cher-Aha,
ik heb niet geroofd;
3. Gegroet, Goddelijke Snavel uit Hermopolis,
ik ben niet hebzuchtig geweest;
4. Gegroet, Schaduwverslinder uit de grotten waar de Nijl ontspringt,
ik heb niet gestolen;
5. Gegroet, Verschrikkelijk Uiterlijk uit de Dodenstad,
ik heb geen mensen gedood;
6. Gegroet, Leeuwenpaar uit de hemel,
ik heb niet met maten geknoeid;
7. Gegroet, Vuursteenoog uit Letopolis,
ik heb geen verkeerde dingen gedaan;
8. Gegroet, Achteruitgaande Vlam uit Memphis,
ik heb geen eigendommen van de god gestolen;
9. Gegroet, Bottenbreker uit Herakleopolis,
ik heb geen leugens verteld;
10. Gegroet, Vlammenzaaier uit Memphis,
ik heb geen voedsel weggenomen;
11. Gegroet, Grotbewoner uit het Westen,
ik ben niet slecht gehumeurd geweest;
12. Gegroet, Blikkertand uit de Fayum,
ik heb geen overtredingen begaan;
13. Gegroet, Bloedverslinder uit het slachthuis,
ik heb geen goddelijk vee gedood;
14. Gegroet, Ingewandenverslinder uit de Hal van de Dertig Rechters,
ik heb geen woekerwinsten behaald;
15. Gegroet, God van de Waarheid uit de Hal van de beide Waarheden,
ik heb geen broodrantsoenen geroofd;
16. Gegroet, Achteruitloper uit Bubastis,
ik heb niemand afgeluisterd;
17. Gegroet, Schitterende uit Heliopolis,
ik ben niet praatziek geweest;
18. Gegroet, Dubbel Kwaadaardige uit Busiris,
ik heb geen ruzie gemaakt,
behalve als het mijn bezit betrof;
19. Gegroet, Amenti uit het Slachthuis,
ik heb geen overspel gepleegd;
20. Gegroet, Die ziet wat hem gebracht wordt uit de tempel van Min,
ik ben niet onkuis geweest;
21. Gegroet, Vorst der vorsten uit Nehatu,
ik heb niemand geïntimideerd;
22. Gegroet, Vernietiger uit het Meer van Xois,
ik heb geen grenzen overschreden;
23. Gegroet, Spraakbevelhebber uit het heiligdom,
ik ben niet heetgebakerd geweest;
24. Gegroet, Kind uit het district van Heqa-Anedj,
ik ben niet doof geweest voor de waarheid;
25. Gegroet, Spraakbeschikker uit Oenes,
ik heb geen moeilijkheden gemaakt;
26. Gegroet, Basti uit de Geheime Stad,
ik heb geen onrecht door de vingers gezien;
27. Gegroet, Achteruitkijker uit het Graf,
ik heb niets sexueel verkeerds gedaan,
ik heb geen homoseksualiteit begaan;
28. Gegroet, Vuurbeen uit de Schemering,
ik heb niet gehuicheld;
29. Gegroet, Duistere in de Duisternis,
ik heb niet geruzied;
30. Gegroet, Offerbrenger uit Sais,
ik ben niet gewelddadig geweest;
31. Gegroet, Heer der gezichten uit Nedjefet,
ik ben niet opvliegend geweest;
32. Gegroet, Aanklager uit Oetjenet,
ik heb mijn karakter niet verkeerd voorgesteld,
ik heb de god niet gewassen;
33. Gegroet, Heer van de beide hoorns uit Assioet,
ik heb niet geroddeld;
34. Gegroet, Nefertem uit Memphis,
ik heb niets verkeerds gedaan,
ik heb geen kwaad gedaan;
35. Gegroet, Niets-overlater uit Busiris,
ik heb geen kwaad gesproken van de koning;
36. Gegroet, Die doet wat hij wil,
ik heb niet in het water gewaad;
37. Gegroet, Ihi uit de Noen,
ik heb mijn stem niet verheven;
38. Gegroet, Bevelhebber van de mensen uit Sais,
ik heb geen kwaad gesproken van de god;
39. Gegroet, Neheb-Nefert in zijn tempel,
ik ben niet opgeblazen geweest;
40. Gegroet, Neheb-Kaoe in de stad,
ik heb geen onderscheid gemaakt tussen anderen en mijzelf;
41. Gegroet, Opgerichte slang uit zijn kapel,
ik heb niet veel nodig gehad, behalve van mijn eigen bezit;
42. Gegroet, Armbrenger uit het Dodenrijk,
ik heb mijn stadsgod niet belasterd.

De Griekse schrijver Diodorus Siculus bericht in zijn Bibliotheek van de Geschiedenis (eerste eeuw voor Christus), dat bij iemands begrafenis dit oordeel letterlijk zo wordt uitgevoerd met 42 rechters. Hij vervolgt: “Voordat de kist met het lichaam aan boord [van de veerboot] wordt gebracht, geeft de wet iedereen toestemming om de dode ter verantwoording te roepen. Als er nu iemand opduikt die een beschuldiging uit, en aantoont dat de dode een slecht leven heeft geleid, dan maken de rechters hun beslissing openbaar en wordt het lichaam de gebruikelijke begrafenis geweigerd; maar als blijkt dat de aanklager een ongerechtvaardigde beschuldiging heeft geuit, wordt hij zwaar gestraft”. Deze onschuldverklaring moet zelfs voorafgaan aan het Mondopeningsritueel. Andere bronnen maken ook melding van getuigen in het voordeel van de overledene. Zo wordt als het ware (een deel van) het Dodengericht al in de ‘Bovenwereld’ voltrokken in plaats van in de Onderwereld.

Het Oordeel met de Weegschaal
Pas vanaf de 11de dynastie (ca. 2000 voor Christus) verschijnt ook de weegschaal als een essentieel onderdeel van het Dodengericht in de Onderwereldliteratuur. De bijbehorende rechtbank kan verschillende vormen aannemen, al naar gelang de verschillende religieuze tradities in het land. Hij bestaat doorgaans uit de zonnegod Re van Heliopolis als voorzitter en de zogenaamde Enneade, een groep van negen goden, doorgaans bestaande uit respectievelijk de schepper-god Atoem, de luchtgod Sjoe en de watergodin Tefnet, de aardgod Geb en de hemelgodin Noet, de zusters Isis en Nephthys en hun broers, de dodengod Osiris en Seth. Ook de goden Atoem of Nefertem, en zelfs de overleden farao de rechtbank voorzitten.

Daarnaast kunnen ook nog de vier Horuszonen Hapy, Doeamoetef, Kebehsenoeëf en Amset als begeleiders en bijzitters een rol spelen , net zoals de Godin van het Westen (waar in verband met de ondergaande zon de Onderwereld gelokaliseerd is) en de goden Maät, Anoebis, Horus en Thot. Dat wisselt met tijd en plaats. De rechtszitting speelt zich doorgaans af op een plaats die aangeduid wordt als ‘De Hal van de beide Maäts (= Waarheden)’.

Het aantal rechters bestond uit 42. Het getal 42 stond voor het aantal stamgoden van de nomen van Egypte, 20 in het noorden en 22 in zuiden. Wanneer er tegen Osiris werd gelogen werd men opgegeten door Ammit, een mythisch krokodilachtig wezen. Als men naar waarheid antwoordde dan mocht men naar de eeuwige velden.

Het getal 42 stond voor het aantal stamgoden van de nomen van Egypte, 20 in het noorden en 22 in zuiden.

Hier volgt een lijst met de 42 Goddelijke Rechters.

Nr Naam Identificatie Misdrijf
1. Grote-passen Heliopolis onrecht
2. Vlammen-grijper Cher-aha plunderen
3. Langneus Hermopolis afgunstig
4. Schaduwenverslinder De grot roven
5. Vreeswekkende-gelaat Rosetau doden
6. Dubbele-leeuw De hemel voedsel vernietigen
7. Met-vuurogen Letopolis verzaken plicht
8. Gloeiende Chetchet offers stelen
9. Bottenbreker Heracleopolis leugens
10. Vlammen-aanblazer Memphis voedsel roven
11. Holbewoner Het westen slecht gedragen
12. Witte tanden Fajoem overtreden
13. Bloed-voeder De slachtplaats heilig dier doden
14. Ingewandenvreter Plaats van dertig graan achterhouden
15. Rechtvaardigheid Maati brood gestolen
16. Dwalende Boebastis spioneren
17. Bleke Heliopolis verklikker
18. Kwaadaardige Andjeti geschil
19. Brandende Plaats des oordeels homoseksualiteit
20. Aanschouwer Tempel van Min ontucht
21. Leider-der-groten Imoe vrees opwekken
22. Afweerder Hoei overtreden
23. Onlustverwekker Heiligdom grootspraak
24. Kind Heqa-adj waarheid verduisteren
25. Voorspeller Wensi onbeschaamd zijn
26. Basti Schrijn gedogen
27. Gezicht-achter-hem Graf verdorven zijn
28. Brandend-van-been Schermering bedrog plegen
29. Duisternis-bewoner Duisternis vloeken
30. Offer-brenger Sais onbeschoft zijn
31. Gezichten Nedjefet onbezonnen zijn
32. Aanklager Oetjenet Verheffen tegen god
33. Gehoornde Assioet verklikker zijn
34. Nefertoem Memphis kwaad gedaan
35. Tem-sep Busiris koning beledigen
36. Handeld-in-hart Tjeboe terrein schenden
37. Vloeibare Noen luidruchtig
38. Bevelhebber Sais Godslastering
39. Goede-verschaffer Hoei Overschatting
40. Neheb-kau De stad Geselecteerd op kunnen
41. Schitterende-kop Het graf Eigen bezittingen
42. Ini-di-ef Necropolis god vervloeken

Het voornaamste attribuut is natuurlijk een grote weegschaal met aan één zijde van de verticale balk een loodje aan een touw, dat wanneer het een hoek van 90 graden met de horizontale balk maakt een exact evenwicht aanduidt. Het hart van de Overledene wordt afgewogen tegende veer van de godin Maät als symbool van de waarheid en de orde. De schrijver-god Thot, Anoebis of Horus kunnen allen de bediener van de weegschaal zijn. Thot is verderaltijd aanwezig om het resultaat vast te leggen.

Oproep aan het hart
Een Dodenboekspreuk betreft een oproep aan het hart om niet tegen de overledene te getuigen voor de rechtbank bij de weegceremonie, alsof het hart los staat van de dode: “Spreuk om het hart van [naam van de dode] zich niet tegen hem te laten verzetten in het domein van de god. Hij zegt:
Mijn hart van mijn moeder,
mijn hart van mijn moeder,
mijn borst die ik op aarde had,
treed niet als getuige tegen mij op voor de Heren van de Offers.
Zeg niet tegen mij ‘Hij heeft het echt gedaan’ over wat ik heb gedaan.
Beschuldig mij niet tegenover de grote god van het Westen.
Heil aan u, mijn hart;
heil aan u, mijn borst;
heil aan u, mijn ingewand.
Heil aan u, goden die de gekrulden voorzitten, en pak uw scepters.
Vertel Re mijn goede daden, en beveel me aan bij de slangengod Nehebkau.
Zie, hij is begraven tussen de groten, voortlevend op de aarde, en niet stervend in het westen (waar de zon ondergaat) maar daar een gezegende wordend”.

In Spreuk 30b wordt daar nog onder meer aan toegevoegd:
“Wees niet zwaarder dan ik voor de hoeder van de weegschaal”.
Vaak staat dit op een zogenaamde hartscarabee die op de borst van de mummie wordt gelegd recht boven het hart dat na het mummificeren in de mummie is teruggeplaatst.

Als alles in orde is, moet dat een exact evenwicht opleveren. Daarover moet de rechtbank beslissen en dan ook een uitspraak doen. Naast de al genoemde leden van die rechtbank is de overledene zelf, al dan niet vergezeld door zijn Ba (= levenskracht), uiteraard ook aanwezig.

Ammet

Daarnaast speelt een van de volgende goden een rol: Horus, Anoebis , Maät of de Godin van het Westen . Deze geleidt hem dan voor als een soort parketwachter. Zijn persoonlijke schikgodinnen Meschenet, Shai en Renenet zijn daarbij als getuigen vaak ook van de partij. Bij een positieve uitspraak van de rechtbank, volgend op een weegresultaat waarbij het hart in evenwicht is met de veer, mag de overledene zich verheugen op een aangenaam voortbestaan, maar bij een negatieve uitslag staat het vreselijke monster Amnet al klaar om hem te verslinden. Deze wordt meestal wordt ze afgebeeld als deels krokodil, deels leeuw en deels nijlpaard.

Op een enkele afbeelding zien we de ongelukkige al in de muil van Amnet. Een alternatief is om in de Vuurzee te verdwijnen, of aan andere ‘helle’-straffen onderworpen te worden. Overigens blijkt in veel gevallen dat men er praktisch automatisch van uitgaat, dat de dode ongeschonden uit het weegschaal-oordeel te voorschijn komt.

donderdag 3 november 2011

The Hall of Judgement

"O my heart which I had from my mother, O my heart which I had upon earth, do not rise up against me as a witness in the presence of the Lord of Things; do not speak against me concerning what I have done, do not bring up anything against me in the presence of the Great God, Lord of the West."

As my mortal life draws to a close
My soul descends to the realm of final judgment
The great Osiris, ruler of the dead oversees the proceedings
Forty Three deities to address
Each with a question that will put me to the test
Toth the wise will, scribe all details in full
The big question arises in my head
Will I be granted access to the fields of Hetep and Iaru

...Or will Ammit devour my heart
The moment of truth
My heart is placed on the scale weighed against the feather of truth
I hold my breath.......
The scales tip
Ma'at shields her eyes from my truth
As the final judgment is passed
Ammit snatches and devours my heart
With a grave face Wepwet guides me into the arms of Nun
In the empty darkness of the Nun I cease to exist

Ang El Ani

maandag 31 oktober 2011

Lamed, Weegschaal van alle Goddelijke Paden

De lammed ל is de twaalfde letter uit het Hebreeuws alfabet. De letters van het Hebreeuws alfabet komen ook overeen met cijfers, de letter lammed is de Hebreeuwse dertig.

De letter Lamed is een combinatie van de letters Wav en Kaf. Volgens de Kabbalah (Sefer Hatikkoetiem) is de Lamed te vergelijken met een vliegende toren. Volgens deze leer staat de Kaf van de Lamed voor de mens die uit de Goddelijke ziel en dierlijke ziel bestaat waarvan ieder vorm uit 10 onderdelen bestaat: dus samen 20. De Waw van de Lamed is de woning van God tussen hen in. De getalswaarde van de Kaf is 20. Wanneer God tussen hen verblijft, voegt Hij Zijn 10 Sefiroth eraan toe en samen vormen zij de gehele Lamed: 30.

Interessant te vermelden is dat het woord voor balans in de kabbalah, lamed, "doceren" betekent. Niet alleen doceren in de zin van lesgeven, maar ook doceren, in de zin van evenwicht vinden. Leven in balans is dus een leermiddel. Het pad van Lamed wordt in de kabbala ook wel weegschaal van alle goddelijke paden genoemd.

Misschien is dat de reden waarom de Zohar de Lamed de vliegende toren (door de lucht) noemt. De Wav van de Lamed staat voor het Goddelijke, het geestelijke, dat hoog in de lucht te vinden is. De Wav is als het ware een helling die de Goddelijke geestelijke invloeden en koninkrijken in deze fysieke wereld doet neerdalen. Het menselijke van de Kaf van de Lamed wordt met datzelfde Goddelijke en geestelijke beïnvloed. Het geestelijke en het fysieke worden hierdoor samengevoegd in de Lamed. Deze samenvoeging van het geestelijke en het fysieke doordringt de Lamed om met een zachtaardige praktische wijze te onderwijzen. De opdracht aan de mens is om in balans, de verbinding te vinden tussen beide werelden.

Een andere lezing verteld dat Lamed de arm symboliseert, uitgestrekt of opgeheven en de betekenis daarvan is Macht. Alles wat verheven is en zich doel geldt in Gerechtigheid. Het betekent ook een zweep en dan in het bijzonder de Koninklijke Gesel, welke in de hand van de Pharaoh aangetroffen wordt.

Lamed is de Avondstond, de rijpe ervaring in evenwicht en kalme rust, de zachtgloeiende vuur-glans van de Zon, wanneer zij ter kimme daalt. Tussen deze beide momenten staat het Kind, Horus, de Heer der Twee Horizonten, de Zon in het Zenith. het stralend Oog van de Dag. In Horus zijn Osiris en Isis verbonden en in hem zullen zij beiden sterven wanneer Hij hun beider erfenis, hun kracht en beginsel, heeft ontvangen. Hij is het die de Wateren beroert, Heer van het Ziels-mysterie, dat mannelijk en vrouwelijk beide is.

Horus is ook Harpoerates, de ziel-genezer, omdat Hij het conflict in onze ziel, dat altijd die tegenstelling tussen denken en voelen, tussen ratio en sentiment betreft, kan oplossen en tot een hoger synthese brengen. Hij is ook de Koning van de Dag en als Hij wordt afgebeeld in een vorstelijke houding, staat Hij met voor de borst gekruiste armen en in de handen houdt Hij de Ankh, het levensteken, en de Ankhnsha, het dood-symbool.

De letterlijke betekenis van het woord lamed is echter prikstok of ossenstok. Daarmee werden de dieren aangespoord om in beweging te komen. De Ossenprikkel prikkelt De Os/De Dwaas en staat zo in rechtstreeks contact met de oerbron. Bovendien wordt De Os/De Dwaas daarmee in beweging gezet onder De Afgrond. De lamed heeft de vorm van een herdersstok, met gebogen uiteinde. Herders gebruikten dergelijke staf om de kudde te leiden. De afgeleide betekenis is niet verrassend: leren, studeren, onderwijzen.

Het woord lamed omvat twee aspecten: onderwijzen en studeren. Alsof je niet kunt onderwijzen zonder zelf te leren! Ook in de opvoeding een belangrijk gegeven...
Het samengaan van "prikstok" (in beweging brengen) en "leren" suggereert dat studie moet leiden tot daden, en geen droge theorie mag blijven.

De letter lamed is de enige letter die boven de andere uitsteekt, en ook boven de denkbeeldige lijn waaraan alle letters van het hebreeuwse alfabet opgehangen zijn. Vanuit dit beeld wordt o.a. onderstreept dat leren of onderrichten zich niet mag beperken tot het strikt toezien dat er "binnen de lijnen" gebleven wordt.

De vorm van de letter Lamed wordt wel eens in verband gebracht met het leerproces. Als men onderaan begint, ziet men dat het is alsof men langzamerhand meer en meer omhoog klautert. Maar dat gaat niet altijd langs rechte lijnen. Op een zeker moment bereikt men een bepaald niveau en lijkt het alsof men een lange tijd daarop blijft staan. Maar dat geeft wel kracht aan het leerproces. Dat wordt steeds intensiever. Daar verdikt zich de letter. En dan ineens beseft men dat er meer gebeurt.

Het leren lijkt te leiden tot een bijna mystieke ervaring die de ziel verheft en die niet in woorden is uit te drukken. Maar men kan ook bovenaan beginnen. Al lerend duikt men meer en meer de diepte in. Op een bepaald moment bereikt men een diepte waar men zich ineens in een geweldige ruimte voelt en waar men ook de ander ontmoet en herkent. Maar sommige mensen gaan verder en komen tot onvermoede ervaringen van diepte. Dat is genade. Maar dat is niet altijd voorspelbaar. Het gaat zeker niet langs rechte lijnen.

Lamed is een letter met een diepzinnige betekenis. Hij staat zoals we al schreven voor leren en onderwijzen. Het verzamelen van kennis en het doorgeven daarvan wordt gezien als een van de hoogste menselijke kwaliteiten. Het gaat hierbij vooral ook om de geestelijke kennis, zoals in Spreuken 2:6.

Als er staat dat David dertig jaar is betekent dit dat hij in de fase van zijn leven is gekomen waarin hij kan putten uit gerijpte kennis en die kennis ook kan overdragen. David werd koning toen hij 30 jaar was.(2 Samuël 5 : 4).
Jozef werd onderkoning van Egypte toen hij 30 jaar was. (Genesis 41 : 46)
Ook van Jezus wordt verteld dat hij dertig jaar was toen hij begon met verkondigen van het evangelie. (Lukas 3 : 23)
De ark van Noach was De hoogte was 30 ellen.

Bij het getal 30 in de Bijbel wordt iets geactiveerd, in gang gezet, komt iets/iemand in beweging. De letter lamed is ook een voorzetsel, dat duidt op een richting. Het gaat ergens naar toe. Als je leven in het teken staat van het permanent leren, van het voortdurend bezig zijn met het leren, dan transformeert het leven.

Er is een woord dat regelmatig terugkomt in het boek Deuteronomium, het boek met onderricht vóór Israël het beloofde land intrekt: "leren"'. In het hebreeuws staat hier het werkwoord LAMAD. Daar komt ook de naam de letter Lamed vandaan. Ook in het belangrijke hoofdstuk 6, de centrale geloofsbelijdenis van Israël, met de nadrukkelijke vermelding om er ook de kinderen bij te betrekken, begint Mozes met het woord "leren" (vers 1).

op 14 plaatsen wordt in de bijbel over Lamed gesproken:

Klaagliederen 1: 12
lamed. Gaat het ulieden niet aan, gij allen, die over weg gaat? Schouwt het aan en ziet, of er een smart zij gelijk mijn smart, die mij aangedaan is, waarmede de HEERE mij bedroefd heeft ten dage der...
Klaagliederen 2: 12
lamed. Als zij tot hun moeders zeggen: Waar is koren en wijn, als zij op de straten der stad in onmacht zinken, als de verslagenen; als zich hun ziel uitschudt in den schoot hunner moeders.
Klaagliederen 4: 12
lamed. De koningen der aarde zouden het niet geloofd hebben, noch al de inwoners der wereld, dat de tegenpartijder en vijand tot de poorten van Jeruzalem zou ingaan.
Spreuken 31: 21
lamed. Zij vreest voor haar huis niet vanwege de sneeuw; want haar ganse huis is met dubbele klederen gekleed.
Psalmen 111: 6
Caph. Hij heeft de kracht Zijner werken Zijn volke bekend gemaakt; lamed. hun gevende de erve der heidenen.
Psalmen 112: 6
Caph. Zekerlijk, hij zal in der eeuwigheid niet wankelen;lamed. de rechtvaardige zal in eeuwige gedachtenis zijn.
Psalmen 145: 12
lamed. Om den mensenkinderen bekend te maken Zijn mogendheden, en de eer der heerlijkheid Zijns Koninkrijks.
Psalmen 37: 21
lamed. De goddeloze ontleent en geeft niet weder; maar de rechtvaardige ontfermt zich, en geeft.
Psalmen 34: 11
(34:12) lamed. Komt, gij, kinderen! hoort naar mij! ik zal u des HEEREN vreze leren.
Klaagliederen 3: 36
lamed. Dat men een mens verongelijkt in zijn twistzaak; zou het de Heere niet zien?
Psalmen 119: 89
lamed. O HEERE! Uw woord bestaat in der eeuwigheid in de hemelen.
Klaagliederen 3: 34
lamed. Dat men al de gevangenen der aarde onder Zijn voeten verbrijzelt;
Psalmen 25: 11
lamed. Om Uws Naams wil, HEERE! zo vergeef mijn ongerechtigheid, want die is groot.
Klaagliederen 3: 35
lamed. Dat men het recht eens mans buigt voor het aangezicht des Allerhoogsten;

De lamed is de laatste letter van de Torah. Samen met de eerste letter uit de Torah, de beth, vormt hij het woord hart.

donderdag 27 oktober 2011

Pentagram, Symbool van Licht

Een van de symbolen van Licht is de vijfpuntige ster of het pentagram. Het is een oud symbool, al bekend bij de oude Egyptenaren, Azteken, Babyloniërs. Het is het symbool van Venus, aangezien zij de omloop van Venus weer geeft en deze maakt een volmaakte vijfpuntige ster.

Venus is vergelijkbaar met de Sumyrische godin Ishtar (Ishhara, Irnini, Inanna). Ishtar/Inanna is bekend van haar afdaling naar de onderwereld naar haar donkere tweelingzus Ereskigal. De afdaling naar de onderwereld is een metafoor voor de indaling van de ziel in het aardse lichaam.

Bij de Hebreeën wijst de vijfpuntige ster naar de Waarheid en naar de vijfboeken van de Pentateuch. Bij de Grieken zag Pythagoras dit als het symbool van de perfectie of het symbool van de volmaakte mens en van uit de renaissance is het bekend als de guldensnede, de volmaakte mens.

De gulden snede is een bepaalde verhouding tussen lengte en breedte, die tot harmonische verhoudingen leidt. Wanneer een bepaald voorwerp of een ruimte ons prettig aandoet is dat een aanwijzing dat de gulden snede is toegepast.

Als we kijken naar de hoek van 72 graden in het pentagram heeft deze overeenkomsten met de 72 namen van god uit de Kaballa.

In een esoterische traditie wordt gezegd dat Melchizedek, priesterkoning van Salem drie giften van de planeet Venus naar aarde bracht: de bij, graan (schoof) en het mineraal asbestos.

De traditie is een allegorie, de betekenis van de drie giften slaat op de symbolen van drie graden van initiatie. De eerste graat, als dienstbaarheid (de bij). De tweede graad symboliseert het graan of de korenaar de ontwikkeling van veel uit één. In de derde graad zal de geïnitieerde een kanaal worden van het Goddelijke Licht, z/hij brandt, maar verteert niet (asbestos).

Als Ochtendster – Venus Phosphoros (‘de stralende’) –, loopt ze voor de zon uit en verlicht zij het pad van de zon. De liefde tot het aardse en het schone overheerst.

Als Avondster staat Venus in het Westen en heet zij Venus Hesperos: (‘westelijk’) en symboliseert zij de behoefte aan contact om niet alleen het duister in te hoeven gaan.

Venus is bij de Romeinen het symbool van de liefde, behoefte aan toenadering, het streven naar eenheid, vrede en Schoonheid.

De ster Venus is gehuld in een dik wolkendek waaronder het behoorlijk warm is. Een ander aspect van Venus is naast warmte, wellust. Zij wordt de godin van ‘de’ Liefde genoemd, maar de Grieken maakten onderscheid tussen verschillende soorten liefde.

De Grieken noemden Agape de hoogste vorm van liefde – de universele, belangenloze liefde, die zowel Wijsheid als Schoonheid brengt; het ego is verdampt; de ziel baadt zich er in en brengt wondermooie dingen voort. Mystici ervaren het als het doorstromen van het goddelijke Licht – een één zijn met de kosmos.

Eros, de zoon van Aphrodite, een ander aspect van Venus, stelt de liefdesdrang voor, de erotische liefde. De Grieken zagen Eros als een weg naar Agape. Volgens de oude kennis is het mogelijk in het huwelijk deze vorm van Agape staat te bereiken. Het is niet voor niets een gezegend heilig huwelijk, het Hierosgamos is daar een voorbeeld van.

De oerkracht van Eros komt voor in drie gedaanten:

Himeros – het lichamelijke verlangen,
Anteros – de wederkerige liefde en
Pothos – het verlangen naar het onbereikbare; het geestelijke deel van de liefde.

Het verlangen om het gescheidene te verenigen is dus een complex gegeven. De bevestiging zoekende, op angst gebaseerde egocentrische liefde om te zetten in Agape – de universele belangenloze liefde - is een mythische strijd met een spirituele dimensie.

Het pentagram is het meetkundige symbool van die mythische strijd en is in die zin een symbool voor het streven naar volmaaktheid. In de vrijmetselaarij is dat gesymboliseerd door te werken aan de ruwe steen, om zo te komen tot de volmaakte kubus.

Het pentagram bekleedt in vele religies een voorname en mystieke plaats. Het was ook in de oudheid bekend als de symbolische weergave van de weg die de mens volgt in zijn streven naar volmaaktheid. Wie het pentagram goed bekijkt merkt een gelijkenis op met het menselijke lichaam. Het hoofd, de armen en de benen. Deze houding is de uitdrukking van een harmonieus mens met een wakker denkvermogen, een ruim gevoelsleven en een stevige fysieke basis. Het pentagram straalt een grote dynamische kracht uit. Het is de bron van mystiek licht dat in alle richtingen verspreid wordt.

De vijfpuntige ster staat ook symbool voor de vijf elementen. Die vijf elementen en de reizen (evaringen) en taken daarin zijn belangrijk in ons streven naar het Licht. Het pentagram is het symbool van de volmaakte mens – let op MENS, we zijn nog steeds in de stof. De volmaaktheid is pas mogelijk als de vier elementen aarde, lucht, vuur en water in mens heeft zich evenwichtig hebben ontwikkeld en het ether – geest – gaat stralen.

maandag 24 oktober 2011

Egyptische Scheppingsmythe van de Oer-berg

In de verschillende Egyptische scheppingsmythes komen we de de Oer-berg en de Oer-oceaan tegen. Vanuit de Oer-ocean onstond de eerste beweging; de Choas. Uit deze chaos onstond de eerste ordening; land, of een berg waarop de schepping zich verder kon ontwikkelen. Hieronder volgt een overzicht van deze mythes. De kosmogonie van Heliopolis

Heliopolis, de Stad van de Zon, was de Griekse naam voor de stad waar het heiligdom Yunu stond; een zeer vooraanstaande en zeer oude tempel van de zonnegod. Hier werd ongeveer 3000 voor Christus één van de belangrijkste scheppingsmythen opgesteld.
In den beginne was er niets anders dan water. Niet zomaar het water van een oceaan maar het water van een onbegrensde en roerloze oceaan die Noen heette. Zelfs nadat de wereld geschapen was bleef deze donkere oceaan van de chaos aan de rand van de wereld aanwezig om ooit terug te keren en alles weer te vernietigen en weer opnieuw te kunnen beginnen.

De schepping van de aarde begint op het moment dat er uit het niets een heuvel komt uit deze grote oceaan. Op deze heuvel, Benben genaamd, verscheen de zich zelfgeschapen god Atoem. Deze god was in staat, omdat hij zelf alles bevatte, andere goden te scheppen. Hij niesde de god Sjoe uit en spuugde de godin Tefnoet ter wereld. (Een andere versie van het verhaal verteld dat hij met zijn hand zijn zaad de vrije loop liet. Uit zijn mannelijke zaad en zijn hand die de vrouwelijke kant symboliseerde kwamen vervolgende beide goden voort.) Sjoe was de god van de lucht en Tefnoet godin van de vochtigheid.

De twee goden werden opgevoed door Noen, de watervlakte en het oog van Atoem. Het oog (’adjut’) van Atoem kon onafhankelijk van zijn lichaam functioneren en lette altijd op beide goden. Toen beide goden nog jong waren raakte het oog van Atoem hen eens kwijt. Hij stuurde er een ander oog, eentje die scherper zag, op uit om beide jonge goden te gaan zoeken. Hij werd van zijn taak gehaald en werd daarna op het voorhoofd van Atoem gezet om de wereld in de gaten te gaan houden na de schepping. Later werd het verbonden met de slangengodin die de farao’s als de ureaus op hun voorhoofd droegen. Een ander verhaal zegt dat hij zo blij was dat hij zijn kinderen terug zag dat hij begon te huilen en dat uit de tranen die hieruit voort kwamen de mensheid werd geschapen.

Uit de verbintenis die Sjoe en Tefnoet aangingen kwamen twee nieuwe goden voort; de hemelgodin Noet en de aardgod Geb. Sjoe tilde vervolgens Noet over Geb heen en de sterrenhemel was geboren. Ook hier gingen beide kinderen weer een verbinding met elkander aan. Geb en Noet kregen vier kinderen, de goden Osiris en Seth en de godinnen Isis en Nephthys. Ook op hun beurt gingen de kinderen weer met elkaar een verbintenis aan. Osiris ging samen met Isis en Seth met Nephthys. Daarmee was uit Noen een godenfamilie van maar liefst negen goden voortgekomen; de zogenaamde Enneade van Heliopolis.

De kosmogonie van Hermopolis
Hermopolis is de Griekse naam voor een stad in Opper-Egypte die we tegenwoordig Ashmunein heet. Daarvoor heette de stad Khnum; "de Acht". Het middelpunt van de verering vormde de god Thot, de god van de wijsheid die de Egyptenaren de hiërogliefen zou hebben geschonken.

In Hermopolis had alles betrekking op de negatieve eigenschappen van de watermassa waar het allemaal mee begon. Het verhaal gaat dat dit water vier goden en hun vrouwelijke tegenhangers uit zichzelf voortbracht. Het waren Noen en Noenet, de oerwateren; Heh en Hehet, van wier namen men dacht dat ze oneindigheid of overstromingskracht betekenden. Kek en Keket, duisternis, en Amoen en Amoenet waarvan de namen zoveel zeggen als verborgenheid, onzichtbare energie, lucht of wind.

Deze acht goden stonden bekend als de Ogdoad of de Acht van Hermopolis. De vier goden werden afgebeeld met een kikkerhoofd en de godinnen werden voorgesteld met slangenhoofden. Het was de gedaante van dieren die elk jaar weer na de overstromingen spontaan uit de modder van de Nijl leken op te duiken.

Op één of andere wijze ontstond er een ei in het water en toen het brak kwam er licht tevoorschijn. In sommige versies werd het ei gelegd door een gans, de Grote Oergeest in de vorm van de ‘Grote Gakker’, wiens schreeuw het eerste geluid in de oerstilte was.

In Hermopolis deed het volgende verhaal de ronde: de god Thot in de gedaante van een Ibis vloog met het ei naar de oerheuvel. Ook over wat er uit het ei kwam zijn er verschillende verhalen. Het ene verhaal leert dat Ra in de vorm van een lichtvogel tevoorschijn kwam terwijl in het andere verhaal alleen maar lucht uit het ei kwam.

Drie paren van de Ogdoad kenden geen ontwikkeling en bleven wat ze waren, verantwoordelijk voor het stromen van de Nijl en het opgaan van de zon. Amoen, de verborgen en onkenbare kracht, werd in zijn rol als schepper echter steeds belangrijker en groeide later in het belangrijkste godsdienstig centrum van het land uit tot de zonnegod.

Een behoorlijk verschil met de kosmogonie van Heliopolis was dus bijvoorbeeld Noen die daar de allesomvattende watermassa was maar in Hermopolis niet meer dan een element van de kosmische materie. Van alle goden in Hermopolis was Amoen de enige die tot schepping over kon gaan. De oerheuvel werd hier ook ‘Vuureiland’ genoemd omdat de geboorte van de zonnegod gepaard zou zijn gegaan met de eerste, vlammende, zonsopgang.

De kosmogonie van Memphis
De stad Memphis, ten zuiden van de Nijldelta, ontwikkelde zich tot politiek en godsdienstig centrum en voelde zich genoodzaakt om met de eerder genoemde steden te concurreren. De plaatselijke god was Ptah die aanbeden werd als een groot ambachtsman. Later versmolt hij met Tatenen, de naam van de oerheuvel zoals men deze in Memphis kende. De restanten van de in Memphis opgestelde kosmogonie was afkomstig van de zogenaamde Shabaksteen waarop een kopie stond van een nog veel oudere tekst die verloren is gegaan.

Ptah zou de god zijn geweest die wereld had geschapen. Daarnaast was hij ook Noen en hij had de Enneade (de negen goden van Heliopolis) geschapen met zijn tong en zijn hart. Voor de Egyptenaren was het hart representatief voor het denkvermogen, waar de ideeën ontstonden, en de tong controleerde de spraak waardoor de bevelen voortkwamen.

Ptah was als eerste god ook de schepper van Atoem, de eerst god in de kosmogonie van Heliopolis, die bij zijn scheppingen alleen de aanwijzingen van Ptah opvolgde. Hierdoor was Ptah verantwoordelijk voor de gehele schepping. Nadat hij de goden had geschapen wees hij de plekken toe waar deze aanbeden zouden gaan worden. Ptah
schiep niet alleen de wereld en alle stoffelijke wezens maar ook de moraal en de politieke orde in Egypte door een systeem van provincies te bedenken.
Schepping van de mens

Waar de kosmogonieën het verhaal vertellen over de schepping van de aarde en hun goden is er natuurlijk ook iets te vertellen over de schepping van de mensheid. Daarvoor was de god Khnum. Hij werd gezien als een pottenbakker en net als Ptah was hij dus een ambachtsman. Khnum werd afgebeeld met een ramskop. Zijn thuis was het eiland Elephantine in de Nijl bij het eerste cataract, vlak bij Aswan. Hier woonde overigens ook Hapi, de Nijlgodin die er op toezag dat elk jaar weer voor de Nijl zou overstromen. In Esna is te zien hoe Khnum uit de klei, dat de Nijl na een overstroming achterliet, mensen zou hebben geschapen. Gezeten op een pottenbakkersstoel maakte hij zijn mensen uit de klei. Dit is in weergegeven tot in de kleinste anatomische details, van geraamte tot en met de huid en de ingewanden toe.

Nun
De oudste god in een van de Oudegyptische scheppingsmythen is Nun. Deze Vader der goden bevond zich vóór de schepping in de chaotische oeroceaan, de leven wekkende oerwateren. in een papyrustekst staat: “Nog was er geen plaats waarop hij kon staan. Hij was alleen in de wateren, die alles vulden.” Uit de aarde die vóór de schepping geheel door de oerwateren was overstroomt, verzamelde Nun van de bodem van de wateren materiaal en hij bouwde daarmee onder de waterspiegel een heuvel. Dit werk zette hij voort totdat de heuvel boven de waterspiegel uitkwam. Dat was de oerheuvel. Dit eerste droge stuk land was een bergeiland genaamd Benben. op dit hoogste stukje land in de ocroceaan had Nun vaste grond onder de voeten gekregen. Vanaf dit uitgangspunt kon hij zijn scheppende arbeid voortzetten. Hij maakte eerst het eiland naar alle kanten groter. Daarna dook de zonnegod Re voor het eerst uit de wateren op.

Nun wordt afgebeeld als een man met een baard die tot aan zijn middel in het water staat en die met zijn opgeheven armen de zon ondersteunt. De zon ontstond vanzelf uit Nun. Daarna kwam Aturn en schiep Shu, de luchtgod, en de god in Tefnut, die over de vochtigheid heerst. Nijlwater werd als Nun water beschouwd.

In een papyrustekst staat vermeld: ‘Nog was er geen plaats waarop Nun staan kon. Hij was alleen in de wateren, die alles vulden’. Hij verzamelde van de bodem van de wateren het materiaal en hij bouwde daarmee onder de waterspiegel een heuvel. Dit werk zette hij voort totdat de heuvel boven de waterspiegel uitkwam. Dat werd de oerheuvel. Dit eerste stukje droog land was een bergeiland waarop Nun vaste grond onder de voeten kreeg. Vanaf dit eiland kon hij zijn scheppende arbeid voortzetten. Hij maakte eerst het eiland naar alle kanten groter. Daarna dook de zonnegod Re voor het eerst uit de wateren op. Nun wordt afgebeeld als een man met een baard die tot aan zijn middel in het water staat en die met zijn opgeheven armen de zon ondersteunt. De zon ontstond vanzelf uit Nun.

De psychologische duiding kan als volgt zijn. Het oerwater is een symbool van het onbewuste, de oerheuvel is een symbool van het ego en de zonnegod Re brengt het bewustzijnsveld in beeld.

In de later gebouwde pyramiden vinden we het motief van de oerheuvel terug. Als de Nijloverstroming aanwezig was bleven de pyramiden de enige duidelijk zichtbare heuvels in het landschap.

De symbolische betekenis van deze mythe is groot. Het oerwater is een symbool van het onbewuste, de oerheuvel van het ego en de zonnegod Re van het bewustzijnsveld. omstreeks 1870 kwam in de Franse egyptologie de stelling naar voren dat de Egyptische religie in wezen monotheïstisch was. Nun werd beschouwd als de centrale godheid waarvan de andere goden afsplitsingen waren. Nun werd genoemd als een abstracte godheid die onsterfelijk was, almachtig, ongeschapen, onzichtbaar en verborgen voor de niet ingewijden. Later onderzoek leidde tot het afwijzen van de stelling van een oorspronkelijk monotheïsme in oud Egypte.

Van de berg oer-eiland zijn in het oude Egypte verschillende afbeeldingen te vinden. Een Benben steen was in het Oude Egypte een staande steen met een puntig uitsteeksel, vergelijkbaar met zijn opvolger de obelisk. De benbenstenen zijn vernoemd naar Benben, de oerberg en waren meestal verguld of bekleed met elektron, een legering van zilver en goud.

De eerste Benben stond in het religieus centrum Heliopolis en zou naar naar het Egyptisch scheppingsverhaal verwijzen: de oerheuvel die opsteeg uit de chaos. Een andere variant zou een verwijzing zijn naar het versteende zaad van de schepper-god Atoem. Er zouden ook benbenstenen gestaan hebben in Karnak en Amarna, deze zouden in verband staan met de zonnecultus van Amon-Ra en de Aton-cultus van farao Achnaton. Er is echter nog geen enkele van de benbenstenen teruggevonden

De Benben was in de Egyptische mythologie (vooral in de Heliopolistraditie) de berg die uit de oeroceaan Nun oprees en waar de scheppergod Atum zich vestigde. In de Pyramide Teksten, wordt Atum zelf de "berg" genoemd. Men beweerde dat deze in een kleine piramide in Heliopolis veranderde (door de Oude Egyptenaren Annu genoemd), waar Atum inzat.

De Benben-steen die naar dit mythisch gebeuren werd vernoemd was een sacrale steen in de tempel van het antieke Heliopolis. Hij stond er op de plaats waar de zonnestralen het eerst op vielen. Men meent dat deze steen het prototype was voor de latere obelisken, en ook voor de sluitstenen van de grote piramiden die op dit ontwerp waren gebaseerd. De toppen (pyramidions) waren waarschijnlijk verguld of bekleed met een legering van zilver en goud (elektron).

In Heliopolis werd de Benuvogel vereerd, de feniks volgens Herodotos, en men beweerde dat deze vogel op de Benben leefde, of in de heilige wilg, de levensboom.
Andere belangrijke plaatsen hadden hun eigen versie over de wereldberg. In Memfis was het Tatenen, de aardgod, die de oorsprong was van alle dingen in de vorm van voedsel en goddelijke offergaven en alle goede dingen als personificatie van de eerste berg. Deze symboliseert 'opzwelling uit het niets'.

zondag 23 oktober 2011

Mem, Fontein van Goddelijke Wijsheid

Het vroege Semitische pictogram van de letter מ Mem is een afbeelding van golven van het water. De Semieten bouwden hierbij kennelijk voort op het Egyptische woord voor water(n-t) De Semieten hanteerden in tegenstelling tot de Egyptenaren de benaming M (dus mem) voor dit teken, omdat hun woord voor water met deze letter begon. De Foeniciërs ontwikkelden dit teken verder in hun eigen mem, die eerder een primitieve M dan N ging weergeven

Dit pictogram had de betekenis van vloeistof, water en zee. Het symboliseerde de overweldigende massieve kracht van de zee, en de chaos van de stormen op de zee. voor de Hebreeën was de zee een gevreesde en onbekende plek. Om deze reden deze werd de letter Mem gebruikt als een vraagwoord voor; wie, wat, wanneer, waar, waarom en hoe, in de zin van het zoeken naar een onbekende.

De moderne Hebreeuwse naam voor deze letter is "mem", De naam Mem is waarschijnlijk afkomstig van het woord "mayim". Dit betekent "water". Het woord "mayim" is het meervoud van "mah", waarschijnlijk de oorspronkelijke naam voor deze letter. Dit betekent "wat". De Griekse naam voor deze letter is "mu", een Hebreeuws woord nauw verwant aan "mah". Het geluid van deze letter is "m" , zoals onze M.

De Mem letter is de dertiende letter van het hebreeuwse alfabet. De getallenwaarde van de mem is 40, maar omdat de letter ook als sluitletter wordt gebruikt kan de letter in die vorm de getallenwaarde 600 hebben, maar meestal wordt 40 als waarde gebruikt. Zoals bekend, duidt de vier op een schepping of een begin en de nul op een nieuwe cyclus.

Echter om de verborgen kabbalistische betekenis van dit mysterieuze getal te kunnen waarderen moet men het ook anders kunnen lezen, als een 4 naast een nul, dus als twee losse getallen, Dan zien we dan de materie los van de geest, een vierkant naast een cirkel. Of het eerste driedimensionale voorwerp dat zich heeft losgemaakt van het absolute, de cirkel. Het getal 40 geeft bovendien de 40 stappen aan die de mens moet gaan om tot in de diepste diepte van de stof af te dalen en weer op te stijgen naar God, of het goddelijke licht, waarna hij eindelijk het menszijn van zich af kan werpen.

Er zijn twee vormen van de Mem: de open en de gesloten Mem. Zoals de Talmud zegt, vertegenwoordig een open Mem de geopenbaarde Tora en de gesloten Mem vertegenwoordigt de geheimen van deTora. De gesloten men is de Mem Sofiet, die wordt gebruikt als de Mem aan het eind van een woord staat.De gematria van Mem is 40.

In de Bijbel komt het getal veertig veelvuldig voor; 40 heeft betrekking op voorbereiding op en transformatie en op verwachting maar ook op vasten en boetedoening. In de bijbel komt deze tijd nogal eens voor als een cruciale periode van leren en volhouden, van kwaad en kwaad doorstaan. 40 is ook het getal van de tijd. Dat aspect komen we telkens tegen in bijbelse verhalen. We denken aan een weg van 40 dagen; aan een woestijn reis van 40 jaren. Daarbij zien we meteen iets heel opmerkelijks, want het wóórd Mem heeft ook een betekenis. Het vertegenwoordigt namelijk, zoals we hier boven al schreven, het begrip majim, water. En zo is het water in de Joodse traditie het symbool geworden van de tijd. Men gaat door de wateren van de tijd heen, door verleden, heden en toekomst. Misschien is dat ook één van de unieke geheimenissen van de mens, dat hij ook terug kan denken en vooruit kan denken. De mens kan teruggaan in de tijd of vooruitblikken in de tijd. Majim drukt eigenlijk een meervoud uit, wateren.

40 is het aantal dagen dat het op de aarde regende het tijdens de zondvloed. De stortregens van de Zonvloed duurden 40 dagen en 40 nachten. Aan het einde van de zondvloed moest Noach 40 dagen en nachten wachten tot de ark open ging. 40 is ook het getal van de dagen die Mozes doorgebracht op de berg Sinaï. (Exodus 34) Mozes beklom de berg in feite drie verschillende keren. De eerste 40 dagen van verblijf vonden plaats toen hij de Thora ontving. Mozes daalde met de tafelen af, maar verbrijzelde ze toen hij zag dat de mensen het Gouden Kalf gemaakt hadden, in zijn afwezigheid. De volgende ochtend ging Mozes terug naar de berg om nog eens 40 dagen te bidden ten behoeve van het Joodse volk. Toen Mozes terug ging naar het kamp, riep God hem op om terug te keren naar de berg, dit keer met zijn eigen tabletten. Mozes groef onder zijn tent en vond twee saffier stenen. Hij bracht deze met zich mee naar de berg Sinaï, voor de derde en laatste 40 dagen, en God gegraveerd de Tien Geboden op deze stenen tabletten.

Het was de tiende van de maand tisjrie toen Mozes met de wet van de berg naar beneden kwam , met God wet, na deze laatste 40 dagen verklaarde God, "Ik heb vergeven [het joodse volk] zoals u hebt gevraagd." Het hoogtepunt van deze periode van drie keer veertig-dagen tijd is, de tiende van Tishrei, is Jom Kippoer, dat is dus de dag dat het Joodse volk vast en bid om verzoening te brengen voor de zonden.

40 is ook het getal van de dagen die Goliath om David te bevechten. Goliath daagde de Israëlieten 40 dagen lang uit voordat David hem ging bevechten (1 Samuël 17:16). Elia ging door de kracht van de spijs die de engel hem gaf 40 dagen en nachten tot aan de berg Gods, Horeb (1 Koningen 19). Jona preekte in Ninive dat de stad over 40 dagen verwoest zou worden (Jona 3:4). Na zijn doop vastte Jezus 40 dagen in de woestijn en werd toen verzocht door de duivel daarna begon Zijn prediking met de Bergrede (Matteüs 4:2) (de hiervan afgeleide vastentijd betreft de periode voorafgaande aan het Paasfeest) Na zijn opstanding verscheen Jezus 40 dagen aan zijn discipelen alvorens naar de hemel op te varen (Handelingen 1:3).

Er zijn andere belangrijke verwijzingen naar 40 in de Tora: Mozes "spionnen" hielden het land voor 40 dagen in het oog. De Joden waren 40 jaar in de woestijn.

40 vinden we ook terug in de rituele voorschriften van een mikwe, een ritueel bad, de bestaat inhoudelijk uit 40 se'ah (ongeveer 200 liter water).

Wat is het concept van 40? 40 is een metamorfoses, een transformatie. Op zielenniveau herinnert het getal 40 ons aan de 40 dagen tussen de conceptie en de vorming van de foetus, Na 40 dagen, begint het embryo een kind herkenbare vorm aan te nemen. het getal 40 komt ook terug in de daaropvolgende 40 weken van zwangerschap.

De Mem vertegenwoordigt de baarmoeder-רחם(Rechem)-dit woord eindigt met een gesloten Mem. De gesloten Mem staat voor de negen maanden wanneer de baarmoeder is gesloten. De open Mem geeft de periode van de bevalling weer, wanneer de baarmoeder open is.

Dit is ook vervat in de symboliek van het gebruik van de reinigende of rituele onderdompeling in een mikwe (met zijn 40 se'ah). Het rituele bad biedt de mogelijkheid om een individuele verandering, van een toestand van onreinheid naar reinheid, teweeg te brengen . En als men wil dit wil ondergaan, dient men zich 11 keer onder te dompelen in een mikwe, waarna zijn of haar joodse ziel wordt geopenbaard.

Het getal 40 komt terug in dagen van de zondvloed. God bracht een zondvloed over deze wereld voor 40 dagen en 40 nachten. 40, is dan ook een getal dat sterk verbonden is met het begrip voorbereiding. Het regende namelijk 40 dagen en 40 nachten voordat de vloed uit het verhaal van Noach de totale aarde bedekte. Ook duurde het 40 dagen voordat Noach het venster van de ark opende en een raaf uitliet. De wateren van de zondvloed waren niet God;s wraak, zoals vaak wordt verondersteld, maar vond plaats voor de verzoening, om de wereld e zuiveren en te transformeren.

Het woord Mem staat voor mayim, wat water betekent. Water vormt een essentieel element in ons leven: een mens is grotendeels samengesteld uit water en de meerderheid van de aarde is bedekt met water.

Het meest vitale element in ons geestelijk leven, wordt meestal aangeduid als water. In de bijbel lezen we: ". Ein mayim ela Torah"-Er is geen water, maar Thora" Als een profeet ons vertelt "Hij die dorst zal gaan en drinkt water ", dan betekent dat men de dorst naar spiritualiteit, het geestelijk water. Het enige dat de dorst zal lessen, zo spreken de Hebreeërs, is water, dat is Thora, de geestelijk wijsheid.

Mozes kende in zijn leven 2 perioden van 40 jaar, waarin hij voorbereid werd op het leiderschap van Israël. Vervolgens leidde Mozes het volk 40 jaar door de woestijn.

In een mensenleven is de duur van de zwangerschap is 40 weken en het duurt 40 dagen voordat na de conceptie sprake is van het begin van een foetus.

Allemaal voorbeelden van een voorbereiding op iets. Vormbetekenis van men = de handpalm, deze beschermt de mens. De Mem is samengesteld uit een Wav en een Kaf. De beide letters staan respectievelijk voor mens en handpalm. De handpalm beschermt de mens, de mens leunt tegen die handpalm.

Bij Mozes vinden we, behalve de Mem, meer symbolieken die verbonden zijn met water. Mozes is de waterman, komt uit het water. De dochter van de Farao die Mozes vindt zegt: “Ik heb je uit het water getrokken”

De Mem vertegenwoordigt ook de baarmoeder. In essentie, is het water de baarmoeder van de schepping. De bijbel begint met begint, "In het begin God schiep de hemelen en de aarde." In de volgende vers staat dat voordat God de hemelen en de aarde schiep "... de geest van God over de wateren zweefde." Welke wateren? Het aardse water was nog niet gemaakt, daarhalve zijn de wateren, die hier genoemd worden de baarmoeder, waaruit schepping ontstaan is, de plaats van de zwangerschap voordat de wereld tot stand kwam. Mem staat symbool voor de Cosmische Substantie, psychisch, de Ziel, waarvan water een symbolische weergave is.

De Mikwe belichaamt dit concept ook. Een zelfde soort symboliek vinden we in de mystieke inwiding, Wanneer men zich onderdompelt in een mikwe, of men ondergaat een inwijding, is dit vergelijkbaar met het invoeren van de baarmoeder van de Schepping, een toestand van de nog ongeboren wereld. Op het moment dat de persoon er uit komt of door de inwijding is gegaan, is hij of zij symbolisch herboren.

In de Islam speelt het gatal 40 ook een zeer belangrijke rol. De Ka’aba is een gemetselde heiligdom in de vorm van een kubus van grijze steen en marmer en meet 12, bij 13 bij 15 meter. Op de hoogtijdagen wordt er een doek van zwart brocaat overheen gehangen met heilige teksten uit de Koran erop geborduurd. De afmetingen zelf laten zien dat het gebouw meer betekent dan een simpel heiligdom: de getallen 12+13+15 maken samen 40 en dat is het heilige getal van de islam.

Het is het getal van de beproeving en de val in de stof. We zien dit bijvoorbeeld in de 40 boeken van al-Ghazzālī, de Ihya’ ‘ulum ad-din, "de herleving van de religieuze wetenschappen". Net als bij in het Hebreeuws hebben in het Arabisch alle letters een dubbele betekenis en kunnen ze ook als cijfer worden gelezen. De M uit het woord Mohammed, dat oorspronkelijk Achmad of Achmed was, met één M, is gelijk aan 40 en duidt op de fenomenale wereld. De wereld van de dingen die buiten God liggen.

Mem, wordt daar halve ook wel Fontein van Goddelijke Wijsheid genoemd, omdat hij ons ook herinnert aan de oerzee, Het is de tijd van voor dat God zich in de oppervlakte van de wateren van de Oerzee spiegelde, en Men is deze zee.

Vergelijkbare Blogs

Related Posts with Thumbnails