zondag 14 augustus 2011

Het Tiende Uur van de Nacht

"Afgrond der Wateren, hoog van oevers" is de naam van het tiende gebied van de Duat en de heerser ervan is Ra. De bewoners van dit land komen hun koning tegemoet, als hij voorbijgaat op de wassende rivier. Diep en vol en sterk stroomt het water en de Boot wordt voortgedragen op de bruisenden stroom.

Goddelijke krijgslieden, gewapend met blinkende oorlogswapens vormen een lijfwacht voor hun koning, licht straalt van hun aangezichten, als het licht van de zon. Aan de oever der rivier zitten vier godinnen; zij werpen lichtstralen uit in de duisternis, aldus de weg van Ra verlichtend op de donkere rivier.

Voor de Boot van Ra beweegt zich de Morgenster in de gedaante van een tweehoofdige slang, die op benen loopt, en op haar hoofd bevinden zich de kronen van het Zuidelijke Land en het Noordelijke Land; tussen haar kronkels bevindt zich de grote sperwer uit de lucht; Leider van de Hemel is haar naam, want de sterren van de hemel volgen haar, maar de mensen noemen haar Hesper en ook wel Lucifer. In de sloep op de stroom bevindt zich een slang; Leven der Aarde wordt zij genoemd en zij waakt in de Duat tegen de vijanden van Ra.

Dit is het grootste van alle gebieden van de Duat, want in dit rijk van wonderen en mysteriƫn verbindt Khepera zich met Ra en Ra zelf wordt opnieuw geschapen. Toch blijft het dode lichaam van Ra in de Boot; maar zijn ziel wordt vereenigd met de ziel van Khepera.

Voorwaarts gaat de Boot van Ra door de Duat, reizend naar de zonsopgang en het licht van de volle dag. Zo gaat het tiende uur van de nacht voorbij en het elfde uur is nabij. Dan maakt de godin van het tiende uur plaats voor de godin van het elfde uur en zij roept luid de naam van de Wachter aan de poort. Wijd worden de deuren opengeworpen en de Boot van Ra vaart er door.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Vergelijkbare Blogs

Related Posts with Thumbnails